Te late deponering jaarstukken kan ondernemer nog lang achtervolgen | strafblad ondernemer: geen VOG RP, geen GVA

In AccountancyNieuws van 18 april 2014 verscheen mijn artikel “Te late deponering jaastukken kan ondernemer nog lang achtervolgen” met de subtitel “Strafblad ondernemer: geen VOG RP, geen GVA”.

Intro:

Niet tijdig deponeren van de jaarrekening is een economisch delict. Deponeert uw cliënt te laat, dan kan dat voor hem op een boete uitdraaien en een strafblad. Allebei hoogst vervelend, maar het venijn zit in het strafblad dat lang doorwerkt. Want wordt de ondernemer gevraagd om een Verklaring omtrent het gedrag inzake rechtspersonen (VOG RP) of een Gedragsverklaring aanbesteden (GVA), dan kan hij het met een strafblad wel schudden dat hij deze verklaringen krijgt.

Lees verder (pdf-bestand)

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Einde one-tier model voor verenigingen?

In het aprilnummer van het tijdschrift VM-Update (pdf, alleen voor abonnees), een digitaal tijdschrift voor professionals van verenigingen, branche- en beroepsorganisaties, verscheen mijn artikel “Einde one-tier model?”. In dat artikel bespreek ik de plannen van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het one-tier model bij verenigingen onmogelijk te maken. Die plannen zijn opgenomen in het consultatievoorstel Wet bestuur & toezicht bij rechtspersonen, dat ik al eerder op dit weblog heb aangekondigd.

Degenen die bezwaar hebben tegen het verdwijnen van het one-tier model bij verenigingen, doen er goed aan om aan de consultatie mee te doen.

Geplaatst in Bestuur en toezicht, One-tier/two-tier systeem, Vereniging | Een reactie plaatsen

Nalevingsonderzoek M/V-verplichting in de Wet bestuur & toezicht

Onlangs is op initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek gestart naar de naleving van de M/V-verplichting op grond van de Wet bestuur & toezicht. Dit betreft het streven naar een deelname van ten minstie 30% vrouwen resp. mannen aan de besturen en raden van commissarissen van grote rechtspersonen [*]. Een commissie, de Commissie Monitoring talent naar de top, voert het onderzoek uit.

Doelgroep

De commissie heeft een groot aantal vennootschappen aangeschreven. Uit de praktijk bereiken mij berichten dat ook vennootschappen worden aangeschreven die niet tot de doelgroep van de wet behoren. Zo is een vennootschap aangeschreven die niet voldoet aan het criterium dat bij de vennootschap ten minste 250 werknemers werkzaam zijn. Binnen dezelfde groep zijn vennootschappen die wel aan dat criterium voldoen niet aangeschreven. Wellicht dat de commissie naar de geconsolideerde gegevens heeft gekeken. Voor beoordeling van de toepasselijkheid zijn echter de gegevens uit de ‘gewone’ jaarrekening relevant.

Als de commissie niet alle vennootschappen heeft aangeschreven die voldoen aan de criteria, dan vrees ik dat het onderzoek een onvolledig beeld zal gaan geven.

Toepasselijkheid in 2012

De wet is op 1 januari 2013 in werking getreden. Desondanks stelt de commissie de vraag: “Is de bepaling m.b.t. een evenwichtige (30%) vertegenwoordiging van mannen en vrouwen uit de Wet bestuur en toezicht van toepassing op uw organisatie? 2012 ja/nee, 2013 ja/nee“.  Als het 2012 betreft, horen alle deelnemers aan het onderzoek “nee” te antwoorden, want in dat jaar gold de wet nog niet.

Wellicht dat de commissie wilde vragen of de vennootschap op twee opeenvolgende balansdata aan de criteria heeft voldaan, zoals de toepasselijke wetsbepaling (artikel 2:276 lid 1 juncto artikel 2:397 lid 1 BW) eist. Maar dat staat er niet.

Tot slot

Bevordering van participatie van vrouwen en mannen aan besturen en raden van commissarissen van grote vennootschappen is een goede zaak. Het is nuttig dat de commissie onderzoek instelt, wellicht dat de ontbrekende leden uit de doelgroep nog kunnen worden aangeschreven.

[*] Groot in de zin van het jaarrekeningenrecht. Zie hierna het relevante artikel uit boek 2 BW.

Afdeling 7. Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen

Artikel 276

1. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.
2. In een vennootschap, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over vrouwen en mannen bij:
a. het benoemen en het voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 242 lid 1, 243 en 272;
b. het opstellen van een profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen 252 lid 1 tot en met 3, 268 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 269;
c. het opstellen van een profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende bestuurders als bedoeld in artikel 274a lid 1 en 2.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in:
a. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1; of
b. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.

Artikel 397 lid 1 bevat de criteria die, als er aan wordt voldaan, tot gevolg heeft dat een vennootschap niet “groot” is volgens het jaarrekeningenrecht. Lid 1 luidt:

Behoudens artikel 396 gelden de leden 3 tot en met 7 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 17.500.000;
b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 35.000.000;
c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.

Meer informatie

Geplaatst in Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Uitkering van dividend door een flex-bv | Rechtbank Gelderland 17 februari 2014 [ECLI:NL:RBGEL:2014:1976]

De Rechtbank Gelderland heeft zich op 17 februari 2014 in een kort geding vonnis uitgelaten over de geldigheid van een dividenduitkering, waarop het nieuwe bv-recht van toepassing was. De discussie ging niet over de toestemming van de directie (die was er) of over de vraag of de algemene vergadering had beslist. Aan de orde was de stelling van de eisende partij dat de jaarrekening 2012 ontbrak en dat de uitkering tot een negatief eigen vermogen zou hebben geleid (paragraaf 5.6).

Bij de beoordeling komt aan de orde dat er wellicht slechts een kolommenbalans en/of de grootboekkaarten, dan wel de summiere jaarrekeningen beschikbaar waren. Dat is volgens de Rechtbank voldoende grondslag voor een uitkeringsbesluit.

Overigens stelt de huidige tekst van artikel 2:216 BW niet de eis dat er een vastgestelde jaarrekening moet zijn (zoals vroeger wel het geval was). Als de algemene vergadering een uitkering gaat vaststellen, zullen er wel voldoende financiële gegevens moeten zijn, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld [a] of het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden (balanstest) en [b] (door de directie) of er niet de situatie is die in artikel 2:216 lid 3 BW wordt beschreven (uitkeringstest).

De Rechtbank over de vastgestelde jaarrekening:

5.8. Walas heeft voorts aangevoerd dat er geen vastgestelde jaarrekeningen over 2012 beschikbaar waren ten tijde van de dividenduitkering, zodat niet is voldaan aan de vereisten voor het doen van een dergelijke uitkering zoals bedoeld in artikel 2:216 BW. Overwogen wordt dat voormelde notulen van de AvA’s van 29 januari 2013 (productie 28 van PMR) uitdrukkelijk vermelden dat het voorstel om te besluiten tot vaststelling van de jaarrekening over het boekjaar dat is geëindigd op 28 januari 2013 met algemene stemmen is aanvaard. Het is niet helemaal duidelijk of en in welke vorm die jaarrekeningen daarbij hebben voorgelegen. Het zou kunnen zijn dat op dat moment niet meer beschikbaar was dan de kolommenbalans die Walas heeft overgelegd als productie 2 en/of de grootboekkaarten die PMR heeft overgelegd als productie 31, maar evengoed is mogelijk dat hebben voorgelegen, zoals PMR stelt, de summiere jaarrekeningen die zij als productie 30 heeft overgelegd. Wat daar verder van zij, in al deze stukken zijn de essentialia van een jaarrekening opgenomen, te weten de relevante onderdelen van de balans (activa, passiva, eigen vermogen, vreemd vermogen) en die van de winst- en verliesrekening (opbrengsten, kosten). Een jaarrekening dient een zodanig inzicht te geven dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van een rechtspersoon. Nu de overgelegde overzichten de belangrijkste onderdelen bevatten op grond waarvan de financiële positie en het resultaat van de diverse vennootschappen (waarbij de juistheid van de inhoud ervan in het midden wordt gelaten) kan worden beoordeeld en de jaarrekeningen van de vennootschappen over het boekjaar dat is geëindigd op 28 januari 2013 zijn vastgesteld door de AvA is vooralsnog onvoldoende aannemelijk geworden dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 2:216 BW. Hierbij wordt nog opgemerkt dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat op het moment van het in de vaststellingsovereenkomst bepaalde tijdstip van het doen van de dividenduitkering (uiterlijk op 1 februari 2013) welk moment ongeveer gelijk viel met het einde van het boekjaar reeds volledige jaarrekeningen zouden zijn opgesteld. Borkens Beheer en de [naam 1] groep wisten dit, althans hadden dit moeten/kunnen weten. Voorts heeft PMR onweersproken gesteld dat de jaarrekeningen zijn vastgesteld in het bijzijn van [naam 2], zodat moet worden geconstateerd dat Walas wel erg laat komt met deze klacht.

Vervolgens bespreekt de Rechtbank de stelling dat het eigen vermogen negatief geworden zou zijn en gaat zelf rekenen:

5.9. Vervolgens heeft Walas aangevoerd dat na de uitkering van het dividend het eigen vermogen van Carbon6, 555 Hudson, Walas Europe en World of Walas negatief is geworden, terwijl dividend op grond van het bepaalde in artikel 2:216 BW alleen mag worden uitgekeerd indien het eigen vermogen groter is dan de wettelijke of statutaire reserves. Sinds de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht is een besluit tot uitkering niet geldig zonder de goedkeuring van het bestuur. Niet weersproken is dat die goedkeuring is verleend. Gesteld noch gebleken is welke wettelijke reserves hadden moeten worden aangehouden. Ten aanzien van de statutaire reserves geldt dat een kapitaal van € 18.000,00 (welk bedrag vooralsnog nog steeds geldt nu geen wijziging van de statuten na 1 oktober 2012 op dit punt heeft plaatsgevonden en dit bedrag ook als zodanig is vermeld in de jaarrekening/kolommenbalans) aangehouden diende te worden. Op de summiere jaarrekening van Carbon6 (productie 30a van PMR) staan de vaste activa (de gebouwen) te boek voor € 486.102,00. Daartegenover staat onder de passiva het vreemd vermogen lang (de hypotheekschuld) te boek voor € 500.000,00. Het eigen vermogen bedraagt € 18.000,00 (het aandelenkapitaal). Het totaal aan vlottende activa op deze jaarrekening van Carbon6 bedraagt € 343.876,44 (waaronder een vordering van Carbon6 op PMR B.V. van € 242.650,00) en het totaal aan liquide middelen bedraagt € 176.388,75, en daarmee tezamen dus ruim € 500.000,00. Het totaal aan vreemd vermogen kort bedraagt € 145.548,40. Geconcludeerd kan derhalve worden dat – onder instandhouding van het kapitaal van € 18.000,00 – op korte termijn bij Carbon6 een bedrag van ruim € 336.000,00 beschikbaar was om als dividend uit te keren. De uitkering was aanzienlijk minder. 

De jaarrekeningen (kolommenbalansen) van 555 Hudson, Walas Europe en World of Walas behoeven geen bestudering, omdat bij de een-op-een doorgave van de uitkering de vermogenstoestand van deze vennootschappen gelijk bleef.

Uit paragraaf 5.9 blijkt dat in de statuten van deze bv nog is opgenomen dat het geplaatst kapitaal (€ 18.000) in stand gehouden moet worden. Dat is een aandachtspunt bij alle bv’s met statuten naar oud bv-recht.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Flexibilisering bv-recht, Uitkeringen (o.a. dividend) | 2 reacties

Civielrechtelijke rol van aandeelhoudersregister wordt door minister van veiligheid niet belangrijk gevonden

De afgelopen tijd is het een en ander gezegd over de plannen inzake het overheidsregister van aandeelhouders. Een aandeelhoudersregister in civielrechtelijke zin lijkt het niet te zijn. Onderstaand een overzicht.

De plannen komen aan bod in een brief van 28 maart jl. van de minister van veiligheid over fraudebestrijding. In de brief komt tot uitdrukking dat de civielrechtelijke rol van het aandeelhoudersregister niet belangrijk wordt gevonden.

Instelling van een centraal aandeelhoudersregister
Rechtspersonen zijn onmisbaar in het handelsverkeer, maar worden ook gebruikt en misbruikt om illegale activiteiten te verhullen of crimineel vermogen wit te wassen. Dit kan grote maatschappelijke schade veroorzaken. Om hier effectief tegen op te treden moeten toezichthoudende en handhavende instanties kunnen beschikken over zoveel mogelijk relevante informatie. Dit heeft geleid tot het kabinetsbesluit tot de instelling van een centraal aandeelhoudersregister. Dit heeft betrekking op de registratie van aandelen op naam in besloten of niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen. Het register biedt geautoriseerde publieke diensten de mogelijkheid eenvoudig vast te stellen wie de aandeelhouders van een BV zijn en welke aandelen (in welke rechtspersonen) bepaalde personen hebben.

Uit een een verslag van een algemeen overleg over het faillissementsrecht, vastgesteld 17 maart 2014 blijkt dat kamerlid Recourt het volgende heeft opgemerkt:

Allereerst het centraal aandeelhoudersregister. Ik vraag het maar weer: wat is de stand van zaken hieromtrent? Ik verwijs in dit verband naar een artikel in de krant waarin een notaris wijst op het gevaar dat bestuurders zich achter een stichting gaan verschuilen. De stichting wordt bestuurder van een bv en vervolgens kun je dan niet terugvinden in het register van de Kamer van Koophandel wie de stichtingbestuurders zijn. In het kader van het centraal aandeelhoudersregister is mijn vraag dan ook op welke manier voorkomen wordt dat men zich achter zo’n stichting kan verschuilen en ervoor gezorgd wordt dat de natuurlijke bestuurders van zo’n stichting in beeld komen op het moment dat dit nodig is.

Overigens begrijp ik niet hoe hij er bij komt dat bestuurders van stichtingen niet bij het handelsregister zouden zijn ingeschreven. Is er een lezer die mij kan vertellen waar het kamerlid het over heeft?

Gelijksoortige opmerkingen als in de brief van 28 maart jl. worden gemaakt in antwoorden op kamervragen door de kamer ontvangen op 5 maart 2014. Het register is panacee voor alle kwalen, zo blijkt uit het antwoord op kamervragen over het Slotervaart ziekenhuis (23 januari 2014).

Het blijft onbegrijpelijk waarom aan een apart centraal register wordt vastgehouden, een register dat niet de civielrechtelijke rol speelt die het aandeelhoudersregister in de bv en nv heeft.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, Flexibilisering bv-recht, Naamloze vennootschap | Een reactie plaatsen

“Miljard voor ICT bij Veiligheid en Justitie”

Onder de titel “Miljard voor ICT bij Veiligheid en Justitie” verscheen een artikel op iBestuur.nl. Dit is een voor juristen heel interessant ministerie, zodat ik het artikel met belangstelling heb gelezen.

Over het project HTR / RADAR (toezicht op rechtspersonen) stond helaas niets in het artikel. Naar ik aanneem valt de Kamer van Koophandel ook onder dit ministerie. De Kamer is de toekomstige houder van het “centrale aandeelhoudersregister” , dat ten behoeve van de overheid wordt gecreerd. Ook dat is een flinke ICT-uitdaging, lijkt me, zeker als het door Europa gewenste “ubo-register” er bij komt. Ik zou daar graag meer over willen weten…

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Reminder: internetconsultatie bestuur en toezicht rechtspersonen sluit op 6 mei 2014

Op 6 februari jl. is een wetgevingsconsultatie van start gegaan over een nieuw voorstel inzake bestuur en toezicht rechtspersonen, zie deze pagina. Dit heb ik hier al eerder aangekondigd. Vandaag heb ik een bijdrage (pdf) ingestuurd voor de consultatie.

Het is een goede zaak als kritisch naar het voorstel wordt gekeken, dus ik roep alle lezers op aan de consultatie mee te doen: jullie hebben nog een maand de tijd!

Geplaatst in Bestuur en toezicht, Bestuurdersaansprakelijkheid, One-tier/two-tier systeem, Rechtspersonenrecht overig, Stichting, Tegenstrijdig belang directeur en commissaris, Vereniging | Een reactie plaatsen

Wet Normering Topinkomens verplicht tot accountantscontrole

Onlangs is een aanpassingswet door de tweede kamer aangenomen, die met terugwerkende kracht naar 1 januari 2013 wijzigingen aanbrengt in de “Wet normering topinkomens” (WNT) [*]. Een opmerkelijk onderdeel van de WNT is dat artikel 1.7 accountantscontrole voorschrijft voor alle entiteiten waarop de wet van toepassing is:

Artikel 1.7
1. Voor zover zulks niet reeds bij of krachtens wettelijk voorschrift is bepaald, wordt het financieel verslaggevingsdocument onderworpen aan het oordeel van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. In het financieel verslaggevingsdocument worden onverschuldigde betalingen als bedoeld in artikel 1.6 opgenomen als vorderingen op de betrokken topfunctionaris en altijd afzonderlijk vermeld in de toelichting.

Uit een bericht op AccountancyNieuws van 28 maart jl. blijkt dat dit volgens het ministerie niet de bedoeling zou zijn en dat artikel 1.7 anders mag worden gelezen. Vreemd. Het lijkt me dat hier gewoon wetswijziging nodig is, omdat op grond van de huidige tekst accountantscontrole verplicht is.

Dus wetgever: waar blijft aanpassingswet nr. 2?

[*] De huidige tekst, waarin de aanpassingswet nog niet is verwerkt, is hier te vinden.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Cursus “Keuzemenu in de flex-bv” op 27 mei 2014

Op verzoek van Kluwer Opleidingen verzorg ik op 27 mei a.s. een cursus over de flex-bv gericht op administratiekantoren, accountants en fiscalisten. Meer informatie een aanmelding via dit adres. Onderstaand de algemene informatie over de cursus:

Er is al een hoop gezegd en geschreven over de Flex BV. De nodige kennis en praktijkervaring is opgedaan. Tijd om deze kennis te delen en van nóg meer waarde te zijn voor uw klant. Dit hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met een paar kleine maatregelen kunt u uw klant al van dienst zijn en hem een waardevol advies geven.
Er is meer dan de uitkeringstest en de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening. De per 1 oktober 2012 gewijzigde regels voor de BV bieden ook tal van nieuwe mogelijkheden die uitstekend bruikbaar zijn voor zowel kleinere als grotere ondernemingen.

Te denken valt onder meer aan:

• Juridische structurering van familiebedrijven met onderscheid tussen de ondernemende aandeelhouders en de niet-ondernemende aandeelhouders.
• Bedrijfsopvolging waarbij de vertrekkende aandeelhouders bepaalde rechten behouden zolang zij nog niet volledig zijn uitgekocht.
• Joint ventures en andere samenwerkingsvormen.

Deze cursus is bestemd voor
• Openbaar accountants
• Accountants in business
• Intern accountants
• Belastingadviseurs
• (Bedrijfs)fiscalisten

Programma
Het accent ligt in deze praktijkmiddag op de juridische mogelijkheden in het algemeen en niet op de juridische details. Er wordt aandacht besteed aan de verdwenen formele voorschriften die nog wel in veel statuten zijn te vinden en die nieuwe mogelijkheden kunnen blokkeren. Ook de nieuwe positie van de certificaathouder, bijzondere mogelijkheden met betrekking tot de directie en het begrip “vergadergerechtigdheid” komen aan bod. Kortom: handgrepen uit het BV Recht waar u iets mee kunt!

In een middagvullend programma gaat u praktisch aan de slag met:
• een checklist voor de bestaande BV
• een checklist ‘BV pimpen’: welke eenvoudige maatregelen kunt u treffen voor uw klant
• interessante maar iets ingewikkelder opties zoals bijvoorbeeld stemrechtloze aandelen

Planning
13:00 uur Ontvangst met koffie/thee en broodjes
13:30 uur Aanvang programma
17:30 uur Afsluiting

Geplaatst in Evenementen, Flexibilisering bv-recht | Een reactie plaatsen

Bericht KNB over het Europese uboregister

Notarissenorganisatie KNB schrijft het volgende op de site:

Europees Parlement wil nieuwe maatregelen tegen witwassen en belastingontduiking
12 maart 2014
Het Europees Parlement heeft dinsdag 11 maart ingestemd met het instellen van een openbaar register waarin uiteindelijke belanghebbenden van bedrijven met naam worden genoemd. De Europese Raad van Ministers beslist binnenkort of ze akkoord gaan met deze nieuwe maatregelen tegen witwassen.

In Brussel wordt al enige tijd gewerkt aan een aanpassing van de bestaande EU-richtlijn tegen witwassen. Banken, accountants, notarissen, makelaars en casino’s worden door de richtlijn verplicht waakzamer te zijn voor verdachte transacties van hun cliënten. Daardoor wordt het moeilijker om dubieuze deals te verbergen en wordt belastingontduiking bestreden. Ook wordt een transactie eerder ‘ongebruikelijk’ genoemd, waardoor de meldingsplicht wordt verruimd. Voor Europarlementariër Judith Sargentini (Groenen/Groen Links), die de spil vormt in de onderhandelingen over deze richtlijn, is het aanscherpen van de richtlijn een belangrijke stap in de strijd tegen het gebruik van schimmige bedrijfsstructuren, waarachter belastingontduikers en criminelen zich kunnen verschuilen. Sargentini: ‘Het Europarlement stemde vandaag voor transparantie en tegen geheimzinnigheid.’

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, Controle op rechtspersonen, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen