Wetsvoorstel ingediend waarin extra sancties worden verbonden aan niet-naleving administratieplicht | nieuw begrip beleidsbepaler | bestuurder v.o.f.

Afgelopen week is het wetsvoorstel waarin onder meer extra sancties worden verbonden aan de niet-naleving van de administratieplicht van boek 3 en boek 5 BW bij de Tweede Kamer ingediend. Niet-naleving van deze verplichting wordt een economisch delict, aldus artikel III van het wetsvoorstel.

Strafbepalingen voor faillissementssituaties

In faillissement kunnen een aantal nieuwe strafbepalingen worden benut, die betrekking hebben op de verplichting van gefailleerde tot verschaffing van informatie aan de curator en op diens verplichting de curator de administratie te verschaffen.

De op de administratieplicht betrekking hebbende bepalingen, opgenomen in artikel I van het voorstel, luiden als volgt:

Artikel 344a

1. Hij die in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie:
1°. indien hij desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekt;
2°. indien hij voor of tijdens het faillissement opzettelijk niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft de bestuurder of commissaris van een rechtspersoon, indien:
1°. hij tijdens het faillissement van de rechtspersoon desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekt;
2°. hij tijdens het faillissement van de rechtspersoon, of voor het faillissement indien dit is gevolgd, opzettelijk niet heeft voldaan aan of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.

3. Hij ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien:
1°. hij desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de bewindvoerder verstrekt;
2°. hij voor of tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling opzettelijk niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de schuldsanering wordt bemoeilijkt.

Artikel 344b
1. Hij die in staat van faillissement is verklaard aan wiens schuld het te wijten is dat voor of tijdens het faillissement niet is voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
2. De bestuurder of de commissaris van een rechtspersoon aan wiens schuld het te wijten is dat tijdens het faillissement van de rechtspersoon, of voor het faillissement indien het faillissement is gevolgd, niet is voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
3. Hij ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie, indien het aan zijn schuld te wijten is dat voor of tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet is voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de schuldsanering wordt bemoeilijkt.

Opvallend is dat voor het strafbare feit van artikel 344b nieuw geen opzet vereist is.

Dit nieuwe artikel in de Faillissementswet is ook interessant:

Artikel 348a
1. Onder bestuurder van een rechtspersoon worden voor de toepassing van de bepalingen in deze Titel mede begrepen zij die feitelijk optreden als bestuurder van een rechtspersoon.
2. Voor de toepassing van de bepalingen in deze Titel worden onder bestuurders van een rechtspersoon tevens begrepen de bestuurders van een vennootschap onder firma en van een commanditaire vennootschap.

Bestuurder vennootschap onder firma

In artikel 348a lid 2 wordt een nieuw fenomeen geïntroduceerd: de bestuurder van een vennootschap onder firma. Voor zover mij bekend kent een firma alleen vennoten. Dus ik ben benieuwd wie de wetgever hier bedoelt.

Nieuw begrip ‘beleidsbepaler’

Voorts is bijzonder dat in lid 1 van het nieuwe artikel 348a een nieuw begrip ‘beleidsbepaler’ wordt omschreven, dat afwijkt van het begrip beleidsbepaler dat elders in boek 2 BW wordt gebruikt. Zie bijvoorbeeld artikel 248 lid 7 BW2:

Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder.

Een vergelijkbare omschrijving is in het fiscale recht te vinden. De grote vraag is of “degene die feitelijk optreedt als bestuurder” dezelfde is als “degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder” en zo nee wat het verschil is. De verwarring zal hiermee alleen maar toenemen, zeker nu in het financiële recht weer geheel andere begrippen worden gehanteerd (zie mijn artikel “De ene beleidsbepaler is de andere niet”, augustus 2012).

Meer informatie

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestrijding misbruik rechtspersonen, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Wetgevingsconsultatie over deponering bescheiden in het handelsregister langs elektronische weg

De rijksoverheid is op 23 juli jl. een wetgevingsconsultatie gestart inzake deponering van bescheiden in het handelsregister langs elektronische weg. Einddatum is 5 september 2014. Het doel van de nieuwe regeling wordt als volgt omschreven:

Het opstellen en deponeren van de jaarrekening sneller, makkelijker en efficiënter maken voor ondernemers door rechtspersonen uitsluitend langs eenvormige elektronische weg, dat wil zeggen via SBR of online service “Zelf deponeren jaarrekening”, hun jaarrekening bij de Kamer van Koophandel te laten deponeren.

Elektronische deponering heeft gevolgen voor de volgende wetten:

Wijziging Handelsregisterwet

Hoewel de hierboven geciteerde toelichting suggereert dat het alleen om publicatiestukken gaat, is de consultatietekst ruimer. Het gaat om alle vormen van deponering. Voorgestelde wijziging Handelsregisterwet 2007:

In de Handelsregisterwet 2007 wordt na artikel 19 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bescheiden waarvan bij of krachtens de wet is voorgeschreven dat die bij het handelsregister worden gedeponeerd, uitsluitend langs elektronische weg worden gedeponeerd en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop die deponering moet plaatsvinden.
2. Voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden, bedoeld in het eerste lid, waarvan de inhoud betrekking heeft op enig boekjaar wordt bepaald vanaf welk boekjaar het besluit daarop van toepassing is.
3. De Kamer draagt zorg voor het langs elektronische weg kunnen ontvangen van de aangewezen bescheiden, bedoeld in het eerste lid, op de bij het besluit, bedoeld in dat lid, vastgestelde wijze.

Wijziging boek 2 BW en Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen

De voorgestelde wijzigingen in boek 2 BW betreffen de publicatiestukken, en deponeringsverplichtingen op grond van artikelen 404, 408 en 409. Verder wijzigt de deponeringsverplichting van artikel 5 tweede lid Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.

Overige informatie consultatie 

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Deponeringsplichtige rechtspersonen, softwareleveranciers, financieel intermediairs en de Kamer van Koophandel.

Verwachte effecten van de regeling
Het opstellen en deponeren van de jaarrekening zal sneller, makkelijker en efficiënter worden voor ondernemers. Door bij het opstellen van de jaarrekening in de eigen boekhouding gebruik te maken van SBR-standaarden, kunnen gegevens uit die boekhouding door de ondernemer straks ook worden gebruikt voor andere applicaties en voor (toekomstige) andere uitvragende partijen, zoals overheidspartijen, banken en intermediairs. Verantwoordingsrapportages hoeven dan niet langer in verschillende formaten op verschillende manieren bij de verschillende overheidspartijen te worden aangeleverd. Dit is voor alle partijen efficiënter. Daarnaast hoeven de benodigde gegevens niet meer diverse malen ingevoerd te worden en de bescheiden hoeven niet meer gekopieerd en via e-mail of post verzonden te worden. De gegevens kunnen direct vanuit de eigen administratie samengevoegd en verzonden worden. Een ondernemer kan hierdoor eenvoudiger en tijdig aan zijn verplichtingen voldoen. Bovendien neemt de kwaliteit van de rapportages, zoals de jaarrekening, toe, omdat er minder risico is op fouten in het overnemen van cijfers uit de administratie in de jaarrekening. De kwaliteit van die in het handelsregister gedeponeerde bescheiden neemt hierdoor eveneens toe. Gebruikers van het handelsregister, denk aan investeerders, afnemers, leveranciers en andere zakenpartners, hebben hier baat bij. Verder ontstaat de mogelijkheid om de ondernemer betere toegang te bieden tot bedrijfseconomische gegevens en vergelijkende cijfers van branchegenoten, waardoor ook benchmarking wordt vergemakkelijkt.

Bronnen

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: | Een reactie plaatsen

Huizink over negatief eigen vermogen bij de flex-bv

Volgers van dit weblog weten dat het “negatief eigen vermogen” bij de flex-bv zich in mijn grote belangstelling kan verheugen.

Daarom attendeer ik jullie op het onlangs in het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht verschenen artikel van J.B. Huizink, ‘Art. 2:216 BW en negatief eigen vermogen: de macht van de taal’ (TvJ 2014, p. 5).

Berichten op dit weblog over het negatief eigen vermogen:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Uitkeringen (o.a. dividend) | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stand van zaken Europese eenpersoonsvennootschap (single-member private limited liability companies)

Na lancering van het plan voor de eenpersoonsvennootschap door de Europese Commissie is het nu afwachten wat er gaat gebeuren. Onderstaand enige informatiebronnen.

EU

Europese stemmen

Nederland

  • In Nederland is een internetconsultatie gehouden, die op 18 april van start is gegaan en op 26 mei jl. is gesloten.
  • Op 23 mei jl. is een Nederlandse fiche bekend gemaakt, met het standpunt van Nederland. Zie over de fiche ook mijn weblogbericht. Nederlands standpunt: “Het kabinet ondersteunt het streven van de Europese Commissie om grensoverschrijdende activiteiten van (MKB)ondernemers te bevorderen en de kosten die met de oprichting van buitenlandse dochtermaatschappijen gemoeid gaan, te verminderen. Het kabinet meent evenwel dat het richtlijnvoorstel verder gaat dan noodzakelijk om deze doelstellingen te bereiken. Het kabinet meent weliswaar dat een Europese rechtsvorm een meerwaarde kan hebben, maar ook dat de concurrentie tussen nationale rechtsvormen tot goede resultaten en innovatie kan leiden, omdat nationale rechtsvormen dichtbij de specifieke praktijk van lidstaten staan. Als uit de nationale praktijk blijkt dat er behoefte is om de regelgeving te wijzigen, zal deze noodzaak in Europees verband wellicht niet altijd worden gevoeld, of andersom. Het kabinet ziet de identificatie van oprichters in geval van online-registratie als aandachtspunt in het kader van het tegengaan van misbruik van rechtspersonen.
  • Op 26 mei jl. is het advies van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de KNB en NOVA verzonden, zie ook mijn artikel
  • Op 28 mei jl. schreef de KNB over het voorstel, zoals ook vermeld in mijn artikel
  • Op 12 juni 2014 heeft de KNB kritiek geleverd op het voorstel. De aankondiging is ook te lezen in mijn weblogbericht
Geplaatst in Eenpersoonsvennootschap, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe tekst voor artikel 2:210 lid 5 BW (“vereenvoudigde” vaststelling van de jaarrekening) is er nog steeds niet

Ondanks de aankondiging van 17 februari jl. dat er een nieuwe tekst zou worden opgesteld voor artikel 210 lid 5 BW2, is het stil gebleven. Gezien de rondom deze bepaling gesignaleerde problemen is dat teleurstellend.

Mededeling 17 februari 2014

De op 17 februari 2014 bekend gemaakte mededeling luidde:

De leden van de VVD-fractie hebben een groot aantal vragen naar aanleiding van de tekst en de toelichting van het voorgestelde artikel 2:210 lid 5 BW, mede naar aanleiding van het artikel «Vereenvoudigde vaststelling jaarrekening wordt nog complexer» van dhr. A. Dieleman in Accountancynieuws (22 november 2013, nr. 20).
Naar aanleiding van deze vragen heb ik besloten de wijziging van artikel 2:210, vijfde lid, BW uit het voorstel voor deze verzamelwet te halen. De discussie over dit artikel gaat het bestek van deze verzamelwet te buiten, die bedoeld is voor herstel van technische leemtes en gebreken. Ik zal op zo kort mogelijke termijn in een ander wetsvoorstel een voorstel tot aanpassing van artikel 210, vijfde lid, indienen, met inachtneming van de vragen van deze leden.

Vindplaats van de mededeling: Nota naar aanleiding van het verslag, ontvangen 17 februari 2014 (voorstel Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013, K. 33 771).

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , | Een reactie plaatsen

WNT: wetsvoorstellen ingediend op grond waarvan het norminkomen van de WNT wordt verlaagd

Uit een bericht van de rijksoverheid van 1 juli 2014, “Topinkomens publieke sector verder verlaagd“, blijkt dat wetsvoorstellen zijn ingediend bij de Tweede Kamer, waarin het WNT-normsalaris wordt verlaagd:

Topinkomens publieke sector verder verlaagd
Nieuwsbericht | 01-07-2014

De regering heeft het wetsvoorstel voor verlaging van de norm voor topinkomens in de publieke en semipublieke sector naar 100% van het ministerssalaris ingediend bij de Tweede Kamer. Nu mogen de topfunctionarissen nog 130% van een ministerssalaris verdienen. De wet moet op 1 januari 2015 ingevoerd worden. De ministerraad stemde hiermee in op voorstel van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Met de aanpassing van de norm naar het salaris van een minister wil de regering de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector naar een maatschappelijk meer aanvaardbaar, evenwichtiger en verantwoord niveau brengen. Dat betekent dat vanaf volgend jaar het maximum salaris (inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering) € 144.108 bedraagt. Plus onkosten en pensioenbijdrage komt dat neer op € 169.425 per jaar.

Overgangsregeling
Nieuwe topfunctionarissen zullen na de inwerktreding van de wet direct onder de nieuwe norm van 100% vallen. Zittende functionarissen die de norm overschrijden kunnen een beroep doen op overgangsrecht. Zij houden 4 jaar lang de salarisafspraken die zij hadden nadat de wet in werking treedt. Daarna gaat hun salaris in 3 jaar stapsgewijs omlaag naar de norm van de wet.

Documenten en publicaties

Wetsvoorstel verlaging bezoldigingsmaximum WNT
Wetsvoorstel inzake aanpassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in verband met …
Kamerstuk | 01-07-2014

Nader rapport voorstel van wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
Nader rapport van minister Plasterk (BZK) aan de Tweede Kamer inzake voorstel van wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT.
Kamerstuk | 01-07-2014

Memorie van Toelichting Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
Memorie van toelichting inzake aanpassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in …
Kamerstuk | 01-07-2014

Advies Raad van State inzake voorstel van wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
Kamerstuk | 01-07-2014

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Aanpassingswet Wet Normering Topinkomens aangenomen door de Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft het voorstel voor de Aanpassingswet WNT op 17 juni 2014 aangenomen, zo wordt op de site van de Eerste Kamer gemeld. Dat betekent dat spoedige inwerkingtreding kan worden verwacht. Daarmee komt een einde aan de ongewenste situatie dat de Aanpassingswet al wordt toegepast, terwijl deze nog niet in werking is getreden. Zie daar over de brief van 12 februari 2014:

Gezien de onduidelijkheid die thans heerst voor het opstellen en controleren van de jaarrekeningen over 2013, heb ik besloten bijgaande mededeling in de Staatscourant te publiceren waarin ik aangeef dat over 2013 de WNT gehandhaafd zal worden als ware het voorstel voor de Aanpassingswet WNT in werking getreden (inclusief alle technische wijzigingen), ook al is het wetsvoorstel nog niet door de Eerste Kamer aanvaard. Hierbij heb ik belang gehecht aan het feit dat het wetsvoorstel door Uw Kamer is aanvaard en de Eerste Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de WNT in november 2012 een positieve grondhouding heeft getoond tegenover mijn voornemen om een wetsvoorstel in procedure te brengen er toe strekkende de ANBI’s en de kleinere gesubsidieerde instellingen buiten het toepassingsbereik van de WNT te plaatsen.

Geplaatst in Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Interconnection of business registers in the European Union

The latest e-Codex newsletter pays attention to the European plans for interconnection of central, commercial and companies registers:

Business Registers

Around 20 million companies exist in the EU, each company being registered in one or multiple countries. Businesses increasingly expand beyond national borders using the opportunities offered by the European Single Market. Cross-border groups as well as a high number of restructuring operations, such as mergers and divisions, involve companies from different Member States. A cross-border cooperation of business registers is indispensable.

The business registry use cases are supported by recent developments at European level, with the adoption of Directive 2012/17/EU amending Council Directive 89/666/EEC and Directives 2005/56/EC and 2009/101/EC of the European Parliament and of the Council as regards the interconnection of central, commercial and companies registers. In this context Austria, France, Germany, Ireland, and Italy decided to pilot Business Register use cases, i.e. Cross Border Merger, Branch and Company Information Disclosure.

The first phase of this pilot will start with a Cross Border Merger use case. A task force has been set up with the piloting countries (IE, IT, DE, AT, FR) under the direction of France with the support of Ireland. The task force’s objective is to deliver the pilot before the end of 2014.

The e-CODEX message content will align to that required by the European Commission. Gateway and Connectors implemented in the piloting Member States will be used for gateway to gateway tests. Schemas will be finalised in June. Connector to connector tests will take place during the summer, with end-to-end tests in September. Piloting will go live in autumn.

In the second phase a BRIS (Business Registers Interconnection System) project & communication plan encompassing other aspects of the Directive 201/17/EU will be drafted.

Geplaatst in English | information on Dutch company law in English, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: | Een reactie plaatsen

Dieleman: “Vermijd ‘Baron von Münchhausen’- effect in de jaarrekening!” | dochtervennootschap met grote vordering op moedervennootschap

Voor AccountancyNieuws schreef Anton Dieleman een artikel over de jaarrekeningrechtelijke perikelen rondom een dochtervennootschap waarvan de activa vrijwel uitsluitend bestaat uit een vordering op de moedermaatschappij. Problemen ontstaan als de moeder die vordering alleen kan betalen als de dochter dividend uitkeert. Intro:

Met een zekere regelmaat kom je het in de praktijk tegen. Een dochtervennootschap waarvan de actiefzijde van de balans (nagenoeg) uitsluitend bestaat uit een vordering op de moedermaatschappij, terwijl de activa van de desbetreffende moeder (nagenoeg) uitsluitend de aandelen omvatten van de desbetreffende deelneming. Dit levert een interessant vraagstuk op voor het opmaken – maar evenzeer het samenstellen, beoordelen of controleren – van de jaarrekening van die dochtervennootschap. Want wat is de waarde van de vordering op de moeder in de jaarrekening van die dochtervennootschap? Op welke wijze moet deze vordering worden gepresenteerd? Het risico bestaat dat de balans van een dergelijke dochtervennootschap een staaltje ‘Baron von Münchhausen’- accounting reflecteert.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Uitkeringen (o.a. dividend) | Tags: | Een reactie plaatsen

Nederlands nieuws over de Europese plannen voor de eenpersoonsvennootschap

Inmiddels is er een fiche over de Europese voorstellen inzake de eenpersoonsvennootschap bekend gemaakt, die ik hier onder plaats. Daarna volgt de reactie van de KNB.

Fiche:

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 1856 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 mei 2014

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij een fiche aan te bieden die werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Richtlijn eenpersoonsvennootschappen
De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Richtlijn eenpersoonsvennootschappen

1. Algemene gegevens

Titel voorstel
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

Datum ontvangst Commissiedocument
10 april 2014

Nr. Commissiedocument
COM(2014)212

Prelex
http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=1041889

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board
SWD(2014)124
SEC(2014)236

Behandelingstraject Raad
Raad voor Concurrentievermogen

Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Veiligheid en Justitie, in nauwe samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen
a) Rechtsbasis
Het voorstel is gebaseerd op artikel 50 VWEU.
b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement
Gekwalificeerde meerderheid in de Raad en medebeslissingsrecht van het Europees Parlement (gewone wetgevingsprocedure).
c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen
Het voorstel bevat gedelegeerde handelingen voor het wijzigen van de lijst van ondernemingen in bijlage I. Het voorstel bevat uitvoeringshandelingen voor:
– het uniforme model voor de statutaire bepalingen;
– een modelformulier voor de inschrijving van Societas Unius Personae (SUP) in de handelsregisters van de lidstaten.

2. Samenvatting BNC-fiche

– Korte inhoud voorstel
Het voorstel beoogt de oprichting van bedrijven in het buitenland te vereenvoudigen, met name in het MKB, doordat de lidstaten wordt verzocht in hun nationale recht een rechtsvorm op te nemen die in alle lidstaten dezelfde regels volgt en een EU-brede afkorting krijgt: SUP (Societas Unius Personae). De SUP kan ontstaan door oprichting of door omzetting van een BV of buitenlands equivalent. Het voorstel bevat een geharmoniseerde inschrijvingsprocedure en de mogelijkheid van online-registratie met een uniform model voor statutaire bepalingen. Het vereist maatschappelijk kapitaal bij oprichting bedraagt 1 euro. De crediteuren worden beschermd door uitkeringen aan aandeelhouders slechts toe te staan voor zover de vennootschap in staat is haar lopende schulden af te lossen (solvabiliteitstest).

– Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel
Rechtsgrondslag is artikel 50 VWEU. Het kabinet meent dat, gelet op de reikwijdte van artikel 50 VWEU, het voorstel beperkt moet worden tot het opheffen van de belemmeringen betreffende de oprichting van dochtervennootschappen door een moedervennootschap in verschillende lidstaten. Het voorstel gaat naar de mening van het kabinet verder dan het bereik van artikel 50 VWEU, door een geheel nieuwe rechtsvorm in het leven te roepen die naast de al bestaande nationale rechtsvormen moet komen.
Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit van het voorstel deels positief, deels negatief. Negatief, voor zover het voorstel uniforme regels bevat voor een nieuwe rechtsvorm, die ook voor louter nationale activiteiten kan worden gebruikt. Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel deels positief, deels negatief. Negatief vanwege de fraudegevoeligheid en voor zover het voorstel meer doet dan alleen het wegnemen van barrières voor grensoverschrijdend ondernemen.

– Implicaties/risico’s/kansen
Het voorstel leidt tot verlaging van de kosten van oprichting van eenpersoonsvennootschappen. Aandachtspunt is de identificatie van oprichters in geval van online-registratie. In het kader van de uitoefening van taken inzake de controle, toezicht en opsporingstaken die de overheid uitvoert om misbruik van rechtspersonen te detecteren en te voorkomen, is het risico dat de introductie van de voorgestelde SUP leidt tot misbruik in brede zin (het zich verschuilen achter een entiteit, witwassen, financieel-economische criminaliteit).

– Nederlandse positie
Het kabinet ondersteunt het streven van de Europese Commissie om grensoverschrijdende activiteiten van (MKB)ondernemers te bevorderen en de kosten die met de oprichting van buitenlandse dochtermaatschappijen gemoeid gaan, te verminderen. Het kabinet meent evenwel dat het richtlijnvoorstel verder gaat dan noodzakelijk om deze doelstellingen te bereiken. Het kabinet meent weliswaar dat een Europese rechtsvorm een meerwaarde kan hebben, maar ook dat de concurrentie tussen nationale rechtsvormen tot goede resultaten en innovatie kan leiden, omdat nationale rechtsvormen dichtbij de specifieke praktijk van lidstaten staan.

3. Samenvatting voorstel

Inhoud voorstel
Het voorstel is een alternatief voor het voorstel van de Europese Commissie betreffende een statuut voor de Europese besloten vennootschap (SPE), om kleine en middelgrote bedrijven een eenvoudig, flexibel en in alle lidstaten eenvormig instrument voor hun grensoverschrijdende activiteiten te bieden. In het actieplan Europees vennootschapsrecht en corporate governance uit 2012 is het voornemen aangekondigd om andere initiatieven te ontplooien om de grensoverschrijdende activiteiten voor het MKB te stimuleren. Het voorstel beoogt de oprichting van bedrijven in het buitenland te vereenvoudigen, met name in het MKB, doordat de lidstaten wordt verzocht in hun nationale recht een rechtsvorm op te nemen die in alle lidstaten dezelfde regels volgt en een EU-brede afkorting krijgt: SUP (Societas Unius Personae). De SUP kan ontstaan door oprichting of door omzetting van een BV of buitenlands equivalent. Het voorstel bevat een geharmoniseerde inschrijvingsprocedure en de mogelijkheid van online-registratie met een uniform model voor statutaire bepalingen. Het vereist maatschappelijk kapitaal bij oprichting bedraagt 1 euro. De crediteuren worden beschermd door uitkeringen aan aandeelhouders slechts toe te staan voor zover de vennootschap in staat is haar lopende schulden af te lossen (solvabiliteitstest). Het voorstel bevat bevoegdheden inzake de besluitvorming van de enige vennoot, de werking van het bestuur en de vertegenwoordiging van de SUP met betrekking tot derden. Het voorstel bevat tevens regels uit de Twaalfde richtlijn inzake eenpersoonsvennootschappen, die wordt ingetrokken.

– Impact assessment Commissie
De Commissie schat dat er ongeveer 21 miljoen MKB-bedrijven in de EU zijn, waarvan er ongeveer 12 miljoen een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn. Van deze 12 miljoen vennootschappen zijn ongeveer 5,2 miljoen eenpersoonsvennootschappen. Volgens de Commissie vinden veel MKB-bedrijven het duur en moeilijk om grensoverschrijdend actief te zijn en slechts een beperkt aantal MKB-bedrijven investeert in het buitenland. Dit acht de Commissie te wijten aan veel factoren, waaronder de verscheidenheid van nationale vennootschapswetgeving. Het oprichten van een dochtermaatschappij in het buitenland brengt juridische en administratieve kosten met zich, die vaak anders zijn dan «thuis». Het gaat dan onder meer om juridisch advies en vertaalkosten. Deze kosten zijn met name hoog voor groepen vennootschappen, omdat de MKB-moeder geconfronteerd wordt met verschillende vereisten voor dochtermaatschappijen in iedere lidstaat waar ze deze wil oprichten. Om deze kosten te reduceren heeft de Commissie gekozen voor de mogelijkheid van online-registratie, model statuten, een minimumkapitaal van € 1 met voorwaarden waaraan een uitkering aan de enig vennoot moet voldoen (een balanstest en een solvabiliteitsverklaring), omdat deze het beste evenwicht brengt tussen effectiviteit om de doelstellingen te bereiken (kostenvermindering voor bedrijven), efficiëntie en coherentie met ander EU-beleid. De Europese Commissie verwacht dat het voorstel de uniformiteit van de eisen in de EU verhoogt en daardoor de rechtszekerheid met betrekking tot de vestiging van besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid bevordert. Tevens verwacht de Commissie dat de oprichtings- en bedrijfskosten van eenpersoonsvennootschappen zullen dalen. De kosten voor de oprichters van eenpersoonsvennootschappen in de EU zouden naar schatting jaarlijks met € 236 tot 653 miljoen kunnen dalen, afhankelijk van het aantal bedrijven dat van de SUP gebruik zal maken. Aan het voorstel zijn eenmalige kosten voor lidstaten verbonden om online-registratie mogelijk te maken en in model statuten te voorzien. Voorts zou een daling van inkomsten uit registratie van eenpersoonsvennootschappen kunnen plaatsvinden.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid
Het voorstel is gebaseerd op artikel 50 VWEU. Artikel 50 lid 2 onder f VWEU voorziet in de geleidelijke afschaffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging wat betreft de voorwaarden voor de oprichting van dochtermaatschappijen. Het kabinet meent dat het voorstel verder gaat dan het afschaffen van beperkingen van de vrijheid van vestiging, omdat het voorstel een nieuwe rechtsvorm creëert, die niet alleen ziet op de oprichting van dochtermaatschappijen, maar ook op de oprichting door natuurlijke personen. Bovendien is grensoverschrijding geen voorwaarde voor de toepasselijkheid van de richtlijn. Het kabinet meent dat het voorstel zou zich moeten beperken tot het opheffen van de belemmeringen betreffende de oprichting van dochtervennootschappen door een moedervennootschap in verschillende lidstaten.

b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel
Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit van het voorstel deels positief en deels negatief. Positief voor zover het voorstel uniforme regels bevat voor een nieuwe rechtsvorm, wanneer die voor grensoverschrijdende activiteiten wordt gebruikt. Negatief, voor zover het voorstel uniforme regels bevat voor een nieuwe rechtsvorm, die van toepassing is voor ondernemingen die louter nationaal opereren. EU-optreden is in de optiek van het kabinet slechts noodzakelijk om de barrières voor grensoverschrijdend ondernemen weg te nemen, bijvoorbeeld vanwege het weigeren van toegang tot online-registratie aan niet-ingezetenen, zodat Europees ondernemerschap kan worden bevorderd.
Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel deels positief, deels negatief. Negatief, voor zover het voorstel meer doet dan alleen het wegnemen van barrières voor grensoverschrijdend ondernemen. Wat betreft de proportionaliteit heeft het kabinet ook als aandachtspunt, dat oprichters van de SUP in geval van online-registratie goed worden geïdentificeerd, waarbij de vereiste van een notariële akte van oprichting immers zou komen te vervallen. Het is belangrijk dat misbruik van de voorgestelde rechtspersoon, door gebreken in de identificatie van de oprichter, wordt tegengegaan.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen
Het kabinet kan zich vinden in de delegatie van de bevoegdheid tot het wijzigen van de lijst van ondernemingen in bijlage I aan de Commissie. Het kabinet acht het niet wenselijk dat de richtlijn uitvoeringshandelingen bevat voor het uniforme model voor de statutaire bepalingen en het modelformulier voor de inschrijving van Societas Unius Personae (SUP) in de handelsregisters van de lidstaten. De modelstatuten zouden als bijlage bij het richtlijnvoorstel moeten worden opgenomen, zodat deze onder de gewone besluitvormingsprocedure vallen.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting n.v.t.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden
Het mogelijk maken van online-inschrijving in Handelsregister brengt kosten met zich (de Commissie schat deze eenmalige kosten op € 100.000 of meer, afhankelijk van de bestaande voorzieningen in de lidstaat). Volgens de KVK moeten de kosten hoger worden ingeschat, vanwege onder meer de wijziging van het HandelsregisterRegistratieSysteem. Naar verwachting zullen voorts kosten gemoeid zijn met de uitbreiding van het toezicht tot deze rechtspersonen. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger
De kosten van oprichting van een eenpersoonsvennootschap kunnen dalen, vanwege het niet-vereisen van een notariële akte en het hebben van modelstatuten. De Commissie verwacht dat de kosten voor bedrijven jaarlijks met € 236–653 miljoen kunnen dalen, afhankelijk van het aantal bedrijven dat deelneemt (in totaal over alle lidstaten).

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger
De regeldruk kan dalen wegens de online-registratie en het hebben van modelstatuten.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
Het voorstel noopt tot aanpassing van boek 2 BW en de Handelsregisterwet.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
De Commissie stelt een omzettingstermijn van de richtlijn van 24 maanden voor. Het kabinet acht deze termijn haalbaar.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
Het voorstel bevat geen evaluatie-/horizonbepaling. Het kabinet acht dit vooralsnog niet noodzakelijk.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

a) Uitvoerbaarheid
Het kabinet voorziet mogelijk problemen met betrekking tot de uitvoerbaarheid van de online registratie.

b) Handhaafbaarheid
Het kabinet voorziet mogelijke intensivering van het toezicht op rechtspersonen mede vanwege het niet vereisen van een notariële akte van oprichting.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden
n.v.t.

9. Nederlandse positie

Het kabinet ondersteunt het streven van de Europese Commissie om grensoverschrijdende activiteiten van (MKB)ondernemers te bevorderen en de kosten die met de oprichting van buitenlandse dochtermaatschappijen gemoeid gaan, te verminderen. Het kabinet meent evenwel dat het richtlijnvoorstel verder gaat dan noodzakelijk om deze doelstellingen te bereiken. Het kabinet meent weliswaar dat een Europese rechtsvorm een meerwaarde kan hebben, maar ook dat de concurrentie tussen nationale rechtsvormen tot goede resultaten en innovatie kan leiden, omdat nationale rechtsvormen dichtbij de specifieke praktijk van lidstaten staan. Als uit de nationale praktijk blijkt dat er behoefte is om de regelgeving te wijzigen, zal deze noodzaak in Europees verband wellicht niet altijd worden gevoeld, of andersom. Het kabinet ziet de identificatie van oprichters in geval van online-registratie als aandachtspunt in het kader van het tegengaan van misbruik van rechtspersonen.

Bericht KNB:
KNB laat naar aanleiding van de fiche op de site het volgende weten:

Kabinet: risico op misbruik bij plan EU eenpersoonsvennootschap

12 juni 2014

Het kabinet ondersteunt het streven van de Europese Commissie om grensoverschrijdende activiteiten van (mkb-)ondernemers gemakkelijker en goedkoper te maken. Het voorstel voor een eenvoudige eenpersoonsvennootschap (SUP) van de commissie gaat echter te ver en biedt het risico van misbruik in brede zin. Dit staat in het voorlopige standpunt van het kabinet dat minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken aan de Tweede kamer heeft gestuurd.

Het voorstel bevat uniforme regels voor een nieuwe Europese rechtsvorm, die ook voor louter nationale activiteiten kan worden gebruikt. Zo’n nieuwe rechtsvorm kan weliswaar meerwaarde hebben, maar ook kan de concurrentie tussen nationale rechtsvormen leiden tot goede resultaten en innovatie, zo schrijft het kabinet.

Verschuilen achter identiteit
De introductie van de voorgestelde eenpersoonsvennootschap kan volgens het kabinet leiden tot misbruik in brede zin, nu geen notariële akte meer nodig zou zijn. Online oprichters kunnen zich verschuilen achter een identiteit waardoor de kans op witwassen en financieel-economische criminaliteit kan toenemen. Dit zijn argumenten die de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ook naar voren heeft gebracht. De KNB heeft de Nederlandse regering geadviseerd een alternatief voor te stellen, zoals de flex-bv. De KNB gaat haar standpunt voorleggen aan Tweede Kamerleden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, Eenpersoonsvennootschap, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen