European Model Company Act

Een Europese werkgroep, European Model Companies Act Group (the EMCA Group), heeft gewerkt aan een ‘European Model Company Act’ (AMCA). De modellen zijn bedoeld als toolbox voor nationale wetgevers en als referentiepunt. H.J. de Kluiver is het Nederlandse lid van de werkgroep.

In september 2017 is het eerste model uitgebracht.

Het doel van EMCA wordt op pagina 10 van het model als volgt uiteengezet:

The Aims of the EMCA
While harmonization or convergence of European Company Law can be achieved by a toolbox of measures, until now the tools have been confined largely to Regulations, Directives, Recommendations and Corporate Governance Codes. It is submitted that there is a need to provide new measures to develop future European company law and that a European Model Act (EMCA) would be a useful tool for European integration in this area. The objective of the EMCA project thus is to establish, on a solid scientific foundation, a new way forward in European company law inspired by the US Model Business Corporation Act (MBCA).
The EMCA is designed as a free-standing general company statute that can be enacted by Member States either substantially in its entirety or by the adoption of selected provisions.
This approach differs from previous European company law initiatives, as it is a general settlement of the debate on which of the two regulatory approaches is superior – regulatory competition or harmonization. The EMCA offers the Member States a harmonized company law, but leaves it to each Member State to decide whether it will offer its businesses the advantages given by harmonization. The major benefit from an integrated company law framework is that it establishes similar conditions for company shareholders and third parties all over the EU, thus facilitating cross-border investment and trading by ensuring shareholder rights and rebuilding investor confidence. The EMCA is not a mandatory harmonization instrument, as Member States are not bound to follow the Model Act. Thus the EMCA can promote regulatory competition, but can also act as a tool for a harmonization of, and convergence between, Member States’ company laws.
At the same time the EMCA allows for special local considerations and for experimentation with new or different ideas, as Member States are free to opt out of parts of the Model Act in order to implement national company law innovations. The EMCA can be regarded as a tool for better regulation in the EU since it provides a coherent, dynamic and responsive European legislative framework. Member States can benefit from using the Model Act as a company law paradigm, as it will be a modern competitive Companies Act. Moreover, the project allows the EU Commission the opportunity to take part in, or to support, a continuous modernization of the Model Act, without forcing legislation on the Member States.
The EMCA may be viewed as a dynamic piece of legislation capable of being continuously developed in response to the changing environment and market conditions that modern businesses face. The EMCA may thus overcome some of the criticism of traditional inflexible law-making, as it will offer a more informal and organic convergence of European company law.

Meer informatie:

Advertenties
Geplaatst in Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen

Notices regarding Brexit and EU rules in the field of civil justice and private international law; and data protection

Related to a previous post on this blog, is the announcement of 18 December 2017 regarding the withdrawal of the United Kingdom and EU rules in the field of civil justice and private international law. The notice is to be found here (pdf).

The announcement regarding data protection was published 9 January 2018, the notice is here.

Geplaatst in Buitenland, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het einde van de privacy van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ is in zicht | Open Ownership

Het einde van de privacy van de uiteindelijk belanghebbende is in zicht, tenminste als het aan Open Ownership (OO) ligt.

Zoals bekend zijn er een groot aantal partijen die gegevens over mensen betrokken  bij rechtspersonen verzamelen. Dat gebeurt niet alleen door de overheid en door de datahandelaren, zoals in de marketing Facebook en Google en in de antiwitwasinformatie- en de kredietinformatiebusiness bijvoorbeeld World-Check, Equifax en consorten. In toenemende mate zijn andere private partijen bezig met het verzamelen van persoonsgegevens en het openbaar maken van die persoonsgegevens. Een bekend voorbeeld daarvan is de Offshore Leaks database die is samengesteld door onderzoeksjournalisten, gebruikmakend van de diefstal van gegevens door onbekenden.

OO is een nieuw initiatief van onder meer Transparency International en voert als reden voor het creëren van deze database aan dat het zou bijdragen aan criminaliteitsbestrijding.

De ‘beneficial owner’ van Open Ownership
De bedenkers van OO hebben gekozen voor een eigen definitie van ‘uiteindelijk belanghebbende‘ (beneficial owner, ‘ubo’) die afwijkt van de definitie in de 4e Europese antiwitwasrichtlijn en andere door de overheid gehanteerde definities. (En let op: met wat in het fiscale recht onder uiteindelijk belanghebbende wordt verstaan heeft het al helemaal niets te maken!)

Hun definities zijn:

Ownership is understood as “the right to receive profits, income, interest, etc. from a property or investment” (NOTE: Definition of “beneficial ownership” from the Cambridge Business English Dictionary) and may operate through a range of mechanisms, including share ownership and contractual rights.

en

Control is understood as the ability to direct or influence the actions of a legal entity, and may operate through a range of mechanisms, including, but not limited to, ownership of shares with voting rights, or contractual agreements.

‘Uiteindelijk belang’ omvat bij OO zowel ownership als control, in hiervoor weergegeven betekenis.

Door de ruime definitie kan een grote groep personen in de OO-database terecht komen. Niet alleen aandeelhouders maar bijvoorbeeld ook werknemers (aangezien zij inkomen ontvangen) en degenen die een lening hebben verstrekt. Er is geen ondergrens voor de omvang van het belang (bijvoorbeeld het aantal aandelen, de hoogte van de lening), zodat ook mensen met een klein belang bij een rechtspersoon geregistreerd kunnen worden. Waarom deze inbreuk op de privacy nodig is wordt niet verteld. Want het grootste deel van de mensen die in dit register terecht komen zijn geen criminelen.

OO registreert van de natuurlijke personen onder meer naam, nationaliteit, woonland, geboortedatum, het ‘public identification number‘ (waarschijnlijk voor Nederland het BSN, dat is op grond van Nederlands recht overigens niet toegestaan) en alle andere informatie waar zij de hand op kunnen leggen.

Het register wordt gevuld met informatie uit overheidsbronnen (voor zover als open data ter beschikking gesteld), met informatie geleverd door bij een rechtspersoon betrokken mensen en met informatie afkomstig van journalisten, wetenschappers en datahandelaren (corporate information services).

Functionaliteit
De OO-database zal meer functionaliteit hebben dan de overheidsregisters, onder meer:

  • De complete database kan door iedereen worden gedownload, dus ook door overheden en datahandelaren. Facebook en consorten zullen het prima vinden.
  • Er kan op de naam van de ubo worden gezocht. Dat is iets wat in bijvoorbeeld het Nederlandse handelsregister niet mogelijk is en ook niet is toegestaan.
  • Er zit meer informatie in het register: bijvoorbeeld ook of de natuurlijke persoon op een sanctielijst opgenomen en of hij een ‘PEP’, een “politically expoosed person” is.
  • Men registreert het nummer van het paspoort.

Het is expliciet de bedoeling dat de database wordt gebruikt voor naleefkundige doeleinden (‘know-your-customer’). Daarmee kan OO een concurrent worden van de bestaande datahandelaren. Dat blijkt uit dit voorbeeld:

Example user story: A procurement officer at a multilateral development bank has to approve the application of a new supplier. They need to ensure that the company is not on sanctions lists, that the ‘beneficial owners’ are not PEPs, and that they are not on debarment lists.

Databeschermingsregelgeving
Over de wijze waarop OO de toepasselijke privacywetgeving naleeft zag ik op de site niets. OO heeft eigen databeschermingsverplichtingen, waarbij kan worden gedacht aan het informeren van de geregistreerde natuurlijke personen over hun registratie bij OO en hun correctierecht. Ook dient te worden onderbouwd dat deze persoonsgegevensregistratie door de toepasselijke databeschermingswetgeving is toegestaan. Het vergt een nadere analyse aan de hand van de de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in mei van dit jaar in werking treedt, maar het lijkt me goed denkbaar dat dit register in strijd is met met die AVG.

De transparantie van Open Ownership zelf…
Open Ownership is over zichzelf uiterst ontransparant. De naam van de rechtspersoon achter Open Ownership (OO) kon ik op de site niet vinden, laat staan wie de bestuurders en de uiteindelijk belanghebbenden van deze organisatie zijn. Vreemd.

De lezer moet het doen met wat er onder ‘terms and conditions‘ staat, te weten “2.6.“we”, “us” or “our” refers to, company registration number 07444723 and whose registered address is at Aston House, Cornwall Avenue, London N3 1LF“. Elders wordt in vage bewoordingen gezegd wie er achter deze organisatie zit:

Who’s behind it?
OpenOwnership is driven by a steering group composed of leading transparency NGOs, including Global Witness, Open Contracting Partnership, Web Foundation, Transparency International, and the B Team, as well as OpenCorporates, the largest open database of companies in the world. The UK’s Department for International Development is supporting the project in Phase 1. Zosia Sztykowski coordinates the work of the steering group and manages the project.

Tot slot
De toegenomen technische mogelijkheden leiden er toe dat steeds meer persoonsgegevens op straat komen te liggen. Het OO initiatief is daar een voorbeeld van.

Meer informatie:


Dit artikel verscheen ook op het uboregister-weblog.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ubo-registers in de EU landen

In alle EU-landen worden ubo-registers ingericht. Eerder meldde ik al de registers in:

Onlangs kwam ik tegen:

Op deze pagina is een Europees overzicht te zien, waarin naar de invoeringswetten wordt verwezen. Volgens dit overzicht is Nederland achterblijver. Verder hebben Bulgarije, Ierland, Griekenland, Cyprus, Luxemburg , Polen en Roemenië AMLD4 nog niet geïmplementeerd.

Dit bericht staat ook op het ubo-register weblog.


Aanvulling 10 januari 2018

Zie over het ubo-register in België deze wet. Daarin is onder meer de ubo-definitie te vinden. Nadere regels staan in de wetten betreffende specifieke rechtsvormen, zoals het Wetboek van Vennootschappen.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Buitenland, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , | Een reactie plaatsen

KNB: Ondernemers veranderen nauwelijks van rechtsvorm

Notarissenorganisatie KNB schrijft in een bericht van 20 december jl. dat ondernemers nauwelijks van rechtsvorm veranderen:

Ondernemers veranderen nauwelijks van rechtsvorm
20-12-2017

Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen ib-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap.
In een zogenoemde Policy Brief heeft het CPB gekeken naar de belastingdruk van personen die voor de inkomstenbelasting worden gezien als ondernemers (ib-ondernemers) en directeur-grootaandeelhouders (dga’s). Daarbij is gekeken naar de rechtsvorm van ondernemingen tussen 2007 en 2014. De eerste keuze voor een rechtsvorm blijkt vaak de definitieve keuze.

Van ib naar dga
Uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 1 procent van de ib-ondernemers drie jaar later dga is geworden. Bij inkomens boven de 75.000 euro ligt dat percentage hoger: 3 procent. De omgekeerde weg wordt vooral bewandeld door dga’s met een inkomen tot 75.000 euro: van hen kiest 5 procent er voor om door te gaan als ib-ondernemer. Dat neemt snel af bij hogere inkomens.

Motieven
De keuze om over te stappen op een andere rechtsvorm voor de onderneming is afhankelijk van vele factoren. Naast fiscale motieven spelen ook risico en aansprakelijkheid, kostenoverwegingen zoals administratie, pensioen- en vermogensopbouw en bedrijfsopvolging een rol.

Overigens lijkt me dit niet opzienbaren, voor ondernemers is de bv de meest gebruikte rechtsvorm, die alleen bij kleine ondernemingen fiscaal minder interessant is.

Geplaatst in Rechtsvorm keuze | Tags: | Een reactie plaatsen

AMLD4 nieuws

Rondom de privatisering van de criminaliteitsbestrijding gebeurt het nodige als gevolg van het aannemen van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) en de wijziging daarvan. In dit bericht signaleer ik het een en ander.

Algemeen over wijziging AMLD4, ook wel ‘AMLD5’ genoemd

Zie over de wijziging in het algemeen dit bericht.

Openbaar ubo-register

Wat Europa met de ene hand geeft (privacyregels in de Algemene Verordening Gegevensbescherming) neemt het met de andere hand terug in het kader van de criminaliteitsbestrijding:

  • Het ubo-register dat door iedere EU-lidstaat moet worden gehouden, wordt openbaar toegankelijk, met belangrijke gevolgen voor de privacy en veiligheid van de mensen die in dat register worden opgenomen.
  • Vreemd genoeg wordt het trust register niet openbaar. Waarom de mensen die daarin zijn opgenomen wel bescherming verdienen en degenen die in het ubo-register zijn opgenomen niet, is een raadsel.
  • Integriteitscontrole op degenen die inzage vragen in de registers wordt niet voorgeschreven.
  • In het ubo-register wordt een veel te ruime ruime groep van natuurlijke personen opgenomen. In het licht van de privacy- en security-belangen van die personen is dit in strijd met het proportionaliteitsbeginsel en is er kritiek uitgeoefend door gegevensbeschermingsautoriteiten.

Lees het Europese persbericht over de bereikte overeenstemming.

Cliëntenonderzoek

  • Cybersecurity en veiligheid in het algemeen zijn belangrijk, zowel voor ondernemingen en organisaties die cliëntenonderzoek moeten doen, als voor ondernemingen die te zijner tijd de gegevens van hun uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) moeten registreren en beschikbaar houden. Op grond van hun zorgplicht en de databeschermingsgegevens zullen al die vertrouwelijke gegevens zorgvuldig beveiligd moeten worden.
  • Bij het cliëntenonderzoek wordt gebruik gemaakt van datahandelaren, partijen die niet onder enige vorm van toezicht staan.  Niemand weet wat de kwaliteit van hun dienst is, World-Check is enige tijd geleden negatief in het nieuws gekomen. Op het gebied van datalekken gaat het nodige mis bij datahandelaren, onlangs kwam Experian dochter Alteryx in het nieuws en eerder waren er ernstige datalekken bij Equifax. Meer over de datahandel op mijn algemene blog.
  • Bij het cliëntenonderzoek moet rekening worden gehouden met de Europese Supranational Risk Assessment Report (SNRA) en met de nationale risk assesment(s). De SNRA komt in deze berichten op mijn algemene weblog aan bod. Op mijn algemene weblog schreef ik over de door het WODC gemaakte Nederlandse National Risk Assessments en het ontbreken van de wetenschappelijke constatering dat terrorismefinanciering niet bestaat. Aan dat artikel voegde ik de melding van de KNB toe dat zij hebben bijdragen aan het WODC-rapport.

Landeninformatie: Oostenrijk

  • Onlangs is bekend gemaakt dat Oostenrijk de regelgeving inzake het ubo-register heeft afgerond, lees dit bericht.
Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: | Een reactie plaatsen

Eumedion nieuwsbrief

In de laatste Eumedion nieuwsbrief komen ook enige ondernemingsrechtelijke onderwerpen aan de orde, onder meer:

Accountant, verslaggeving

  • Eumedion positief over herziene NBA-handreiking over rol accountant bij corporate governance informatie
  • ESMA: jaarrekening moet vanaf 2020 in uniform elektronisch format worden opgesteld
  • Raad voor de Jaarverslaggeving publiceert “aandachtspunten” t.a.v. openbaarmaking ‘pay-ratio’
  • AFM vraagt ondernemingen tijdig aandacht te geven aan invoering nieuwe verslaggevingsregels

Beloning, overname, limitering commissariaten

  • Eumedion actualiseert beloningsaanbevelingen
  • Bedenktijd gaat toch ook gelden voor overnamebod
  • Kabinet overwegend negatief over voorstel Europees raamwerk voor toetsing buitenlandse overnames
  • Evaluatieonderzoek Wet bestuur en toezicht: pas limiteringsregeling aantal commissariaten aan
Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Commissariatenbeperking (wet bestuur & toezicht), Fusie, overname en splitsing, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Oostenrijks ubo-register

Ook in Oostenrijk is een ubo-register tot stand gekomen, het heet daar “Register der wirtschaftlichen Eigentümer” en is gebaseerd op een wet die “Wirtschaftliche Eigentümer Registergesetz” (WiEReG) heet. Meer informatie:

Dit bericht is ook op het uboregister-weblog geplaatst.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Buitenland, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Advies GCV inzake wijziging Handelsregisterwet 2007

Op 29 november jl. maakte de NOvA bekend dat de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (NOvA en KNB) advies heeft uitgebracht inzake de wijziging van de Handelsregisterwet 2007, Kamerstuknummer 34687.

Het advies heeft betrekking op:

  • het centraal aandeelhoudersregister / ub0-register
  • ontbinding van lege vennootschappen
  • registreren van bestuursverboden
  • opgave van het aantal werknemers

Bestuursverbod

Over het bestuursverbod schrijft de commissie:

Registratie bestuursverboden

2.3 In het advies bij het voorontwerp heeft de GCV opgemerkt dat zij de voorgestelde registratie van het strafrechtelijk beroepsverbod en het – toen nog in te voeren – civielrechtelijk bestuursverbod niet kon beoordelen, nu de nadere regels hiervan – welke zouden worden opgenomen in het Handelsregisterbesluit 2008 – niet kenbaar waren. Wel vroeg de GCV bij de nadere uitwerking ook aandacht voor de registratie van het reeds bestaande bestuursverbod bij ontslag van een stichtingsbestuurder door de rechter op grond van artikel 2:298 BW. Inmiddels is op 1 juli 2016 de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden (Stb. 2016, 153).

De GCV constateert dat er in het wetsvoorstel een nieuw artikel 29 Handelsregisterwet 2007
wordt ingevoerd om – blijkens de memorie van toelichting -:
• strafrechtelijke bestuursverboden bij het handelsregister te registreren;
• bestuursverboden van ontslagen stichtingbestuurders ex artikel 2:298 BW bij het handelsregister te registreren;
• te bevorderen dat de betreffende rechterlijke uitspraken met bekwame spoed worden aangeboden aan de KvK;
• voortgezette raadpleging van informatie over beëindigde bestuursverboden (alle drie de varianten) gedurende een periode van acht jaar mogelijk te maken.

De GCV vraagt zich af of het eerste en tweede lid van dit nieuwe artikel 29 wel volledig de in de MvT vermelde bedoeling van de wetgever weergeven. Het lijkt er nu namelijk op of alleen het ontslag als bestuurder van één bepaalde rechtspersoon zo spoedig mogelijk moet worden aangeboden en geregistreerd bij het handelsregister en níet het daarmee samenhangende bestuursverbod (ex artikel 28 Wetboek van Strafrecht dan wel ex artikel 2:298 BW4). Zou er niet – net als bij artikel 106b, lid 3 Faillissementswet inzake het civielrechtelijk bestuursverbod
– tevens het volgende moeten worden bepaald in het nieuwe artikel 29 Handelsregisterwet 2007:

“Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.”

Zou er vervolgens ook niet in datzelfde artikel 29 moeten worden bepaald dat de nadere regels met betrekking tot de gegevens die zien op de bestuursverboden en de publicatie daarvan op een openbare lijst, worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur (zie bijvoorbeeld ook de tekst van het voorgestelde artikel 16b, lid 2 Handelsregisterwet 2007)?

Overigens vindt de GCV het jammer dat er nog geen ontwerp van de nadere regels beschikbaar is, zodat zij de voorgestelde uitwerking van de registratie van het beroeps- en bestuursverbod (nog steeds) niet kan beoordelen.

Vindplaats:

Het advies is bij de NOvA hier te vinden.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestuur en toezicht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Rechtspersonenrecht overig | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Europees persbericht over wijziging van AMLD4

Inmiddels vond ik ook het Europese persbericht en heb ik mijn bericht van gisteren daarmee aangevuld.

Aanvulling 22 december 2017: op 20 december 2017 is een Nederlandstalig persbericht uitgebracht, dat hier is te vinden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen