NBA handreiking inzake de uitkeringstest

De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft ter ondersteuning van accountants die actief zijn in de samenstelpraktijk een handreiking inzake de uitkeringstest (die is geïntroduceerd in de flex-bv wetgeving) uitgebracht, zie het bericht van 12 februari jl. Doel van de handreiking is een uitwerking te geven van de wijze hoe een accountant het bestuur van een bv kan ondersteunen door het samenstellen van een liquiditeitsprognose.

De NBA kondigt aan dat op korte termijn voorbeeldteksten volgen van een samenstellingsverklaring en een opdrachtbevestiging bij een liquiditeitsprognose (ten behoeve van de uitkeringstoets).

Aan de totstandkoming van deze handreiking is een consultatie voorafgegaan, zie dit bericht. Zie voor de openbaar gemaakte reacties dit pdf-bestand. Ik was één van de vijf die reageerden.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Uitkeringen (o.a. dividend) | Tags: | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord: oprichten zonder notaris / het aandeelhoudersregister van de bv

Een lezer van dit blog stelde de volgende vraag:

Beste Ellen,
twee jaar terug was er ook sprake van om de BV op te kunnen gaan richten bij de KvK. Ik kan er echter niets meer over terugvinden. Is dat voorstel van tafel? Anders zou het toch gelijk met deze wijziging kunnen worden doorgevoerd?
Ten tweede snap ik niet waarom een centraal aandeelhoudersregister niet in de plaats kan komen van die archaïsche papieren versie die alle ondernemers nu moeten bewaren. Kun jij me hierin bijlichten?

Mijn reactie:

Het is momenteel stil rondom de oprichting van een bv zonder notaris. Er is geen bericht dat dit plan definitief van tafel is. Dus wie weet komt het er nog.
Centraal aandeelhoudersregister: heeft niets te maken met het aandeelhoudersregister bij de bv/nv. De notaris biedt dat register altijd in papiervorm aan, maar uit mijn hoofd gezegd staat er nergens dat het register niet digitaal mag zijn. Maar dan zal er natuurlijk wel een systeem moeten zijn om de authenticiteit van de handtekeningen vast te stellen. Mij is niet bekend dat hier betrouwbare software voor wordt aangeboden.

Als er bloglezers zijn, die iets kunnen melden over oprichting zonder notaris of een digitaal aandeelhoudersregister, hoor ik dat graag.

Informatie

  • Oprichting zonder notaris: de minister van economische zaken heeft aangekondigd dat er plannen bestaan om de notariële akte bij oprichting van een “standaard-bv” af te schaffen, zie dit bericht (september 2011). De minister van veiligheid en justitie heeft gemeld dat een wetsvoorstel wordt voorbereid, zie het verslag van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie op 26 september 2011. Sinds die tijd is het stil gebleven. Zie ook de berichten in de rubriek oprichting zonder notaris
  • Berichten inzake het overheidsregister van aandeelhouders, dat niets te maken heeft met het aandeelhoudersregister dat bv’s en nv’s moeten aanhouden
Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Oprichting zonder notaris, Vraag & antwoord | Een reactie plaatsen

Consultatie over een ‘regeldruk beperkend’ wetsvoorstel | wijziging handelsregisterwetgeving

Op 21 januari jl. is een internetconsultatie van start gegaan over wijziging van de Handelsregisterwet 2007 en het Burgerlijk Wetboek. De wijzigingen zijn een gevolg van nieuwe regelgeving, onder meer de rol die de Kamer van Koophandel krijgt bij de fraudebestrijding (registratie bestuursverboden, overheidsregister van aandeelhouders).

Opmerkelijk is dat de voorgestelde wijzigingen volgens het minister van veiligheid tot structurele daling van regeldruk zouden leiden. Dat is natuurlijk niet het geval. Het handelsregister krijgt een centrale rol in onze gedigitaliseerde register-samenleving en zal een belangrijke rol gaan spelen in de monitoring van de burger.

Regeldruk | hoofdpunten van het voorstel

Over de verwachte effecten wordt in de aankondiging onder andere het volgende gezegd:

Dit wetsvoorstel leidt tot een structurele daling van regeldruk:

De mogelijkheid voor bestuursorganen om geconstateerde onjuistheden in niet-authentieke gegevens in het handelsregister terug te melden, bevordert de kwaliteit van het handelsregister en versterkt het economisch verkeer en gegevensverkeer tussen en met bedrijven en overheidsinstanties. Onnodig berichtenverkeer wordt voorkomen.
Het bonafide bedrijfsleven profiteert van de diverse maatregelen om personen met malafide bedoelingen of daden uit het handelsregister te weren of te halen.
De totstandkoming van het centraal aandeelhoudersregister leidt voor het notariaat tot lasten in de vorm van extra aandacht en tijd ten behoeve van het verstrekken van gegevens aan de Kamer van Koophandel en voorlichting aan cliënten. Op termijn realiseert het notariaat voordelen in tijd- en kwaliteit, als het centraal aandeelhoudersregister gebruikt kan worden als aanvullende bron voor aan zijn ambt verbonden uit te voeren recherchewerkzaamheden. (…)
Gegevens over het aantal werkzame personen per onderneming worden in de toekomst hoofdzakelijk verkregen uit de Polisadministratie, die het UWV naar aanleiding van de loonaangifte bijhoudt. Voor ondernemers vervalt het jaarlijks doorgeven van wijzigingen in het aantal werkzame personen in hun onderneming aan de Kamer van Koophandel. Naar schatting levert dit een structurele daling van administratieve lasten op van 10 miljoen euro per jaar.

Thema’s uit het voorstel

Enige thema’s uit het voorstel bespreek ik hierna. Het betreft:

  • Wijziging gronden ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel
  • Het overheidsregister van aandeelhouders
  • Rol Kamer van Koophandel bij uitgifte van de Legal Entity Identifier
  • Zoeken op natuurlijke personen in het handelsregister
  • De rol van het  handelsregister bij bestrijding van criminaliteit

Wijziging gronden ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel

In het voorstel zijn twee aanvullende gronden voor ontbinding door de Kamer van Koophandel opgenomen. De  eerste grond betreft het feit dat de rechtspersoon ten minste drie aaneengesloten  tijdvakken geen aangifte voor de omzetbelasting dan wel voor de loonheffing heeft  ingediend, of dat hij gedurende ten minste drie tijdvakken nihilaangiften voor de  omzetbelasting dan wel voor de loonheffing heeft ingediend. De tweede nieuwe ontbindingsgrond heeft betrekking op het feit dat de rechtspersoon  niet of niet meer is gevestigd op het in het handelsregister ingeschreven adres, terwijl  ook geen opgave tot wijziging van de inschrijving is gedaan.

Een vereniging of een stichting kan momenteel worden ontbonden als wordt voldaan  aan een tweetal gronden. Een grond vervalt en daarvoor komt een nieuwe in de  plaats: de vereniging of stichting is niet of niet meer gevestigd op het in het  handelsregister ingeschreven adres, terwijl ook geen opgave tot wijziging inschrijving  is gedaan. Daarnaast wordt bepaald dat ontbinding op basis van een van deze gronden  kan plaatsvinden om de slagvaardigheid van de Kamer te bevorderen.

Voorts wordt de procedure gewijzigd, om een snellere ontbinding van rechtspersonen door de Kamer te bewerkstelligen.

Het overheidsregister van aandeelhouders

Bij de Kamer van Koophandel wordt het overheidsregister van aandeelhouders ondergebracht, een register dat helemaal niets van doen heeft met het aandeelhoudersregister dat het bestuur van een vennootschap moet aanhouden. Die laatste verplichting blijft ongewijzigd bestaan, zo blijkt uit de toelichting op het consultatievoorstel:

Onderscheid tussen het centraal aandeelhoudersregister en het register van de vennootschap

Besturen van naamloze en besloten vennootschappen dienen op grond van de artikelen 85 en 194 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een eigen aandeelhoudersregister in te richten en bij te houden. Dit vennootschappelijk aandeelhoudersregister van de artikelen 85 en 194 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek blijft ongewijzigd. Registratie in het vennootschapsregister is noodzakelijk om als aandeelhouder de aan het aandeel verbonden rechten te kunnen uitoefenen.
Het centraal aandeelhoudersregister staat hier los van. Het heeft een ander doel, namelijk het verschaffen van informatie ten behoeve van wettelijke taken op het gebied van controle, toezicht en opsporing door aangewezen (publieke) partijen. Instelling van en registratie in het centraal aandeelhoudersregister is niet bedoeld als constitutief vereiste voor aandelenoverdracht. Voor de instelling van het centraal aandeelhoudersregister is daarom geen wijziging van het Burgerlijk Wetboek vereist.

De rol van de notaris wordt verzwaard, want de plicht om tijdig juiste en volledige informatie met betrekking  tot het aandelenbezit aan te leveren rust op de notaris, die een economisch delict begaat als hij niet aan die verplichting voldoet. Zie daarover het navolgende citaat over de algemene achtergrond van het overheidsregister:

In reactie op de initiatiefnota van de leden Groot en Recourt (Kamerstukken II  2012/2013, 32 608, nr. 1) hebben de Ministers van Veiligheid en Justitie  respectievelijk Economische Zaken en de bewindspersonen van Financiën besloten tot  de instelling van een centraal aandeelhoudersregister. Het op één centrale plaats  verzamelen en ontsluiten van informatie over aandelen en aandeelhouders biedt een  belangrijke meerwaarde ten opzichte van de huidige situatie, waarin informatie per  vennootschap wordt bijgehouden door de vennootschap, maar niet centraal  raadpleegbaar is voor de uitvoering van wettelijke taken.

Het centraal aandeelhoudersregister wordt onder beheer gesteld bij de Kamer. Dit is  efficiënt omdat informatie in dit aandeelhoudersregister functioneel één geheel zal  vormen met de reeds beschikbare handelsinformatie in het bestaande handelsregister,  dat al onder het beheer van de Kamer berust. Beschikbare aandeelhoudersinformatie  in het handelsregister betreft op dit moment zo’n 80% van de geregistreerde  vennootschappen, waarbij sprake is van registratie van de enig aandeelhouder van  een besloten vennootschap.

Daar waar nodig, is voorzien in een uitzondering voor bepalingen die wel op het  handelsregister betrekking hebben, maar niet op het centraal aandeelhoudersregister.  Een voorbeeld is dat de plicht om tijdig juiste en volledige informatie met betrekking  tot het aandelenbezit aan te leveren voor de registratie in het centraal  aandeelhoudersregister rust op de notaris en niet op de ondernemer. Dit geldt ook  voor opgave van de enig aandeelhouder. De verplichting tot de opgave ervan door de  ondernemer zelf vervalt en betekent aan zijn kant een administratieve  lastenverlichting. Indien de notaris niet voldoet aan de verplichting om gegevens aan  te leveren voor het centraal aandeelhoudersregister, is er sprake van een economisch  delict.

Op grond van artikel 2, onderdeel c, juncto artikel 17, eerste lid, onderdeel d, van de  wet wordt het handelsregister uitgebreid met een afgeschermd, dat wil zeggen  uitsluitend voor geautoriseerde partijen te raadplegen, gedeelte dat specifieke  gegevens over aandelen op naam en aandeelhouders, vruchtgebruikers en  pandhouders van aandelen op naam zal bevatten. Nadere eisen, zoals aan de  informatie en de partijen die daarvoor inzagerecht zal worden verleend, zullen worden  vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. Dat geldt eveneens voor de  gegevens die het register zal bevatten, alsmede de gebeurtenissen ter zake waarvan  de notaris opgave moet doen aan het centraal aandeelhoudersregister. De algemene  maatregel van bestuur, houdende de inrichting van een centraal  aandeelhoudersregister, zal op basis van artikel 17, tweede lid, niet eerder worden  vastgesteld dan vier weken nadat een ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal  is overlegd.

Doelstelling centraal aandeelhoudersregister

Het centraal aandeelhoudersregister heeft als primaire doelstelling het verzamelen en  ontsluiten van informatie die betrekking heeft op aandelen op naam in besloten en  niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen (Kamerstukken II 2012/2013, 32  608, nr. 4). Dit register biedt de mogelijkheid eenvoudig vast te stellen:

– wie de aandeelhouders van een besloten vennootschap of een niet-beursgenoteerde  naamloze vennootschap zijn, en

– welke aandelen (in welke rechtspersonen) bepaalde personen hebben.

Het gaat naast het registreren van verkrijgingen van aandelen op naam, onder meer  door uitgifte, levering en bij fusie en splitsing, ook om mutaties in het bezit van  aandelen op naam, onder andere door conversie, splitsing of samenvoeging van  aandelen of door de omzetting van de vennootschap in een andere rechtspersoon. Het  centraal aandeelhoudersregister zal in die gevallen, waarin er sprake is van meer dan  één aandeelhouder, ten opzichte van het handelsregister aanvullende (afgeschermde)  informatie bevatten met betrekking tot aandelen op naam in de betreffende besloten  vennootschap of niet-beursgenoteerde naamloze vennootschap.

Door aan te sluiten bij specifieke mutaties in eigendom of in het bezit van aandelen,  zal vanaf de inwerkingtreding het centraal aandeelhoudersregister gevuld worden met  informatie. De gefaseerde vulling waarborgt dat aandelen die veelvuldig in transacties  betrokken zullen worden, als eerste in beeld worden gebracht. Vanuit het oogpunt van  risicogestuurde controle en toezicht zijn deze transacties, bijvoorbeeld in combinatie  met bestuurswisselingen of opeenvolgende wijziging in de volmachten, het meest  interessant.

Over de toegankelijkheid van het overheidsregister staat in de toelichting:

Doordat de informatie in het centraal aandeelhoudersregister slechts voor aangewezen publieke partijen toegankelijk wordt ten behoeve van de uitoefening van hun wettelijke taken op het gebied van controle, toezicht op rechtspersonen of de opsporing van fiscale of financieel-economische vergrijpen, blijft de privacy van betrokkenen geborgd. Hierbij is meegewogen dat het aandeelhouderschap eigendom van vermogensrechten betreft en andere vermogensrechten, anders dan ten aanzien van registergoederen, op dit moment geen onderdeel zijn van enige openbare registratie en openbare registratie ook niet noodzakelijk is om de aangegeven publieke doelstelling van het centraal aandeelhoudersregister te kunnen verwezenlijken. Informatie over bestuursfuncties of commissariaten is wel openbaar omdat het zicht geeft op de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de onderneming in het handelsverkeer. Dat is ten aanzien van aandeelhouders niet aan de orde. (…)

In samenspraak met ondernemers-, branche- en koepelorganisaties is bezien, hoe het bedrijfsleven geholpen kan worden met toegang tot informatie uit het centraal aandeelhoudersregister zonder afbreuk te doen aan het besloten karakter daarvan (Kamerstukken II 2012/2013, 32 608, nr. 4, p. 3). Op basis van de vergaarde inzichten en voorkeuren wordt vastgesteld dat er behoefte bestaat om betrouwbare informatie uit het centraal aandeelhoudersregister in aanvulling op de bestaande informatie-uitwisseling in het private verkeer tussen ondernemingen en/of personen te gebruiken, bijvoorbeeld in het kader van ‘customer due diligence onderzoek’. Hieraan is tegemoet te komen zonder afbreuk te doen aan het besloten karakter binnen de doelbinding van dit register.

Gekozen is om te voorzien in de praktische mogelijkheid dat op verzoek van de aandeelhouder en de bestuurder van de vennootschap door de Kamer tegen kostprijs informatie verstrekt kan worden in de vorm van een gedagtekend, gewaarmerkt uittreksel. Hierdoor wordt geborgd dat de natuurlijke persoon op een praktische en laagdrempelige manier toestemming kan geven door zelf zijn persoonsgegevens aan anderen te verstrekken. De verstrekking van uittreksels treedt niet in de plaats van de onderzoeksplicht die instellingen hebben om op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme onderzoek te doen naar de ‘ultimate beneficial owner’.

Door de gekozen opbouwwijze van het register zij opgemerkt dat de gebruikswaarde van de uittreksels samenhangt met de in het centraal aandeelhoudersregister opgenomen informatie. De informatielevering via het notariaat betekent dat de inhoud betrouwbaar is, maar vanaf de start niet meteen een volledig beeld kan geven. Het register kan uitsluitend aandeelhoudersinformatie bevatten van mutaties die vanaf de inwerkingtreding van deze wet worden geregistreerd. Het aanvragen en het gebruik van de uittreksels is een vrijwillige keuze van partijen.

Inzage in de besloten registratie

De informatie in het aandeelhoudersregister zal voor aangewezen publieke diensten in het kader van specifieke wettelijke taken ten aanzien van controle en toezicht op rechtspersonen en opsporingstaken toegankelijk worden gemaakt door middel van autorisatie (Kamerstukken II 2012/2013, 32 608, nrs. 4 en 5). De aanwijzing van deze partijen zal bij algemene maatregel van bestuur plaatsvinden, zoals vastgesteld in het nieuwe artikel 29. Met het delegeren van deze aanwijzing naar het niveau van een algemene maatregel van bestuur wordt overigens dezelfde systematiek gebruikt als bij de aanwijzing van instanties die in het handelsregister mogen zoeken op de naam van natuurlijke personen (artikel 28). Ook voor die gegevens geldt dat slechts geautoriseerde instanties deze mogen inzien.

Daarnaast worden aandeelhoudersgegevens ook voor het notariaat raadpleegbaar en zullen notarissen nadrukkelijk worden toegevoegd als partij die op naam van natuurlijke personen aandeelhoudersinformatie kunnen inzien. Het ontsluiten en gemakkelijker doorzoeken van informatie die in het aandeelhoudersregister is opgenomen, zal voor het notariaat op langere termijn ertoe leiden dat tijdrovende werkzaamheden die thans met recherche zijn gemoeid, kunnen worden gereduceerd. Dit omdat het register als belangrijke aanvullende recherchebron voor het notariaat zal kunnen gaan functioneren. Dit is eveneens in het belang van de aandeelhouder, omdat een aandelenoverdracht hierdoor sneller kan worden afgewikkeld. Bij algemene maatregel van bestuur wordt nader bepaald welke gegevens de notaris kan raadplegen en de wijze waarop dit kan gebeuren.

Natuurlijke personen die aandeelhouder zijn, zullen op grond van bestaande privacywetgeving inzage kunnen hebben in informatie die over hen is opgenomen. Bestuurders van vennootschappen kunnen een uittreksel opvragen waaruit blijkt welke (nieuwe) personen op een bepaald moment als aandeelhouder van die vennootschap in het aandeelhoudersregister staan.

Rol Kamer van Koophandel bij uitgifte van de Legal Entity Identifier

De voorgestelde wijzigingen hebben ook betrekking op de rol van de Kamer van Koophandel bij het hitgeven van de Legal Entity Identifier (LEI). In de toelichting bij het consultatievoorstel wordt opgemerkt:

De Kamer fungeert op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank als uitgiftestation (Local Operating Unit) voor het uitgeven en verlengen van de Legal Entity Identifier (LEI) voor juridische entiteiten die ingeschreven staan in het handelsregister. Sinds 14 juni 2013 is de Autoriteit Financiële Markten formeel de zogenoemde Sponsor Authority van de Kamer en verifieert of de Kamer aan de wereldwijd overeengekomen vereisten voldoet. De Kamer geeft uitsluitend LEI’s af aan juridische entiteiten, waarvoor al geldt dat zij in het handelsregister zijn ingeschreven. Overigens zijn aan een onderneming of een rechtspersoon reeds verschillende andere nummers verbonden die een identificerende functie hebben.

De LEI is een wereldwijd uniek 20-cijferig identificerend nummer voor alle rechtspersonen en ondernemingen die bepaalde financiële producten bezitten en/of verhandelen. Dit is gebaseerd op verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters en de Uitvoeringsverordening nr. 1247/2012 van de Commissie van 19 december 2012 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de formattering en de frequentie van de transactierapportage aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 352 van 21 december 2012).

Gebruik van de LEI is op dit moment al verplicht voor de rapportage van derivaten op basis van de bovenstaande verordening.

De LEI wordt niet alleen gebruikt bij de rapportage van derivaten, maar is nadrukkelijk ook bedoeld als een multifunctionele identifier, bijvoorbeeld voor de rapportage van beursderivaten, the European Banking Authority-bankenrapportages en bij bepaalde securitisaties. Tevens is de LEI al genoemd als mogelijke identifier voor alle Single Euro Payments Area (SEPA)-incassanten in de Europese Unie en in een Wereldbank rapport als identifier voor bedrijven in kredietregisters.

De Kamer voert deze taak momenteel uit als facultatieve taak op basis van artikel 31, eerste lid, van de Wet op de Kamer van Koophandel. Bij de aanwijzing van de uitgifte van de LEI als facultatieve taak van de Kamer is reeds aangegeven dat dit van tijdelijke aard was en dat deze taak alsnog verankerd zou worden in de handelsregisterregelgeving. De LEI wordt als authentiek gegeven opgenomen in de artikelen 9 en 12 van de wet. Het authentieke karakter kan worden ontleend aan het feit dat het opnemen van de LEI in het handelsregister onder de doelstelling valt die genoemd is in artikel 2, aanhef en onder c, van de wet: het registreren van alle ondernemingen en rechtspersonen als onderdeel van de gegevenshuishouding die bijdraagt aan het efficiënt functioneren van de overheid. De Kamer registreert ook de LEI’s die door een ander uitgiftestation zijn verstrekt.

De vaststelling van het tarief voor de aanvraag en verlenging van de LEI wordt vastgelegd op het niveau van een ministeriële regeling.

Consultatievoorstel: zoeken op personen

Er wordt een wijziging voorgesteld inzake het zoeken op persoonsnaam. De hoofdregel is dat gegevens gerangschikt naar natuurlijke personen slechts worden verstrekt aan een  selecte groep van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, ter uitvoering van een bepaalde wettelijke taak.

In het voorstel wordt de autorisatie om te mogen zoeken gedelegeerd naar een amvb:

2.3 Delegatie van de autorisatie om te mogen zoeken op persoonsnaam (…)
Op grond van artikel 28 van de wet, die daarmee uitwerking geeft aan de Wet bescherming persoonsgegevens, mag de Kamer gegevens gerangschikt naar natuurlijke personen uitsluitend verstrekken aan een (zeer selecte) groep van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, ter uitvoering van een bepaalde wettelijke taak. Toevoeging van een bepaalde organisatie aan die lijst kan thans alleen bij wetswijziging. Dit betekent een langdurig proces, waarbij niet snel ingespeeld kan worden op de eventuele terechte behoefte om een bestuursorgaan aan de lijst van de geautoriseerde instanties toe te voegen.
Om de bovenstaande redenen wordt in dit wetsvoorstel de autorisatie om te mogen zoeken op natuurlijke personen gedelegeerd naar een algemene maatregel van bestuur. Hierbij blijft onveranderd dat de behoefte om te zoeken op gegevens gerangschikt naar natuurlijke personen rechtstreeks moet voortvloeien uit een wettelijke taak, en op die wijze wordt de autorisatie ook wettelijk begrensd. Per geval zal, zoals nu al het geval is, zorgvuldig worden beoordeeld of een eventuele toevoeging aan de lijst met geautoriseerde instanties gerechtvaardigd is, zowel vanuit het oogpunt van de goede vervulling van hun wettelijke taken als vanuit het oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Omdat de geautoriseerde instanties niet meer op wetsniveau worden aangewezen, is, om de democratische controle te blijven waarborgen, in het nieuwe vijfde lid van artikel 28 van de wet bepaald dat de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur waarin de wijzigingen in de lijst met de geautoriseerde instanties worden aangebracht, niet eerder wordt gedaan dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd (voorhangprocedure).

Rol van handelsregister bij bestrijding van criminaliteit

Het Nederlandse handelsregister gaat een centrale rol spelen bij de overheidsactiviteiten ter bestrijding van allerlei vormen van criminaliteit. Dat wordt geïllustreerd in de uitvoerige toelichting op het wijzigingsvoorstel.

Meer informatie

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , | 1 reactie

Privacy en het jaarrekeningenrecht

Het zal niet vaak gebeuren dat de Raad van State zich uitlaat over een onderwerp op het gebied van het jaarrekeningenrecht. In 2014 is dat echter wel een keer gebeurd.

Een belanghebbende vroeg op grond van artikel 210 lid 8 BW2 ontheffing van de verplichting tot het deponeren van de jaarrekening, met beroep op de privacy van de grootaandeelhouder. Wellicht was dit één van de vele slachtoffers van de Quote-lijst, die door criminelen zo goed in de gaten wordt gehouden.
Het ontheffingsverzoek werd door de de minister van Economische Zaken afgewezen. Na ongegrondverklaring van het bezwaar ging de belanghebbende in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook de Afdeling ging niet in op de argumenten van belanghebbende.

Privacy grootaandeelhouders

Grootaandeelhouders die hun privéinformatie willen beschermen hebben niets aan artikel 210 lid 8 BW2. Naar verwachting zullen de gegevens van grootaandeelhouders als gevolg van de Nederlandse plannen met betrekking tot het overheidsregister van aandeelhouders en de Europese plannen inzake het ubo-register in een nog ruimere kring dan voorheen worden verspreid.

De rechterlijke uitspraken

Onderstaand wat nadere informatie over de uitspraak.

Artikelen boek 2 Burgerlijk Wetboek

Het ontheffingsartikel was in de behandelde zaak nog artikel 210 lid 7 BW2 (als gevolg van de flex-bv wijzigingen is het artikel 210 lid 8 geworden). De tekst luidt momenteel:

Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.

Verder is hier artikel 396 lid 9 BW2 van belang, de huidige tekst luidt:

9. Indien de rechtspersoon geen winst beoogt, behoeft hij artikel 394 niet toe te passen, mits hij
a. de in lid 8 bedoelde stukken aan schuldeisers en houders van aandelen in zijn kapitaal of certificaten daarvan of anderen aan wie het vergaderrecht toekomt op hun verzoek onmiddellijk kosteloos toezendt of ten kantore van de rechtspersoon ter inzage geeft; en
b. ten kantore van het handelsregister een verklaring van een accountant heeft neergelegd, inhoudende dat de rechtspersoon in het boekjaar geen werkzaamheden heeft verricht buiten de doelomschrijving en dat dit artikel op hem van toepassing is.

Rechtbank

De Afdeling zegt over de uitspraak van de rechtbank, waarbij de belanghebbende als [appellante] wordt aangeduid:

De rechtbank heeft overwogen dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet een gewichtige reden is om op grond van artikel 2:210, zevende lid, van het BW ontheffing te verlenen. De bevoegdheid van de minister ontheffing als bedoeld in die bepaling te verlenen, kent, blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 1979/80, 16 326, nr. 3, blz. 31 en 44-45), geen verdere reikwijdte dan de mogelijkheid ontheffing te verlenen indien omstandigheden die verhinderen dat een behoorlijke jaarrekening wordt opgemaakt naar zijn beoordeling gewichtige redenen opleveren. Voorts levert het bestreden besluit geen ongerechtvaardigde inmenging in de uitoefening van het recht op het respect voor het privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM op. Indien er al inmenging zou zijn is deze gerechtvaardigd in het belang van het economische welzijn van het land en de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Tevens kan het betoog van [appellante] dat Richtlijn 2012/6/EU van 14 maart 2012 een relevante wijziging van het recht inhoudt, niet leiden tot het beoogde doel en de stelling dat [appellante] op grond van artikel 2:396, negende lid, van het BW in aanmerking zou komen voor vrijstelling heeft zij niet, althans niet deugdelijk, gemotiveerd, aldus de rechtbank.

Oordeel Afdeling Bestuursrechtspraak

De Afdeling bespreekt de bezwaren van [appellante]:

4. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer geen gewichtige reden is als bedoeld in artikel 2:210, zevende lid, van het BW. De rechtbank heeft daarbij haar betoog onjuist weergegeven en daardoor haar standpunt niet besproken.
Voorts heeft de rechtbank miskend dat de weigering van de minister haar ontheffing van de openbaarmakingsplicht van de jaarrekening te verlenen in strijd is met artikel 8 van het EVRM. [appellante] voert daartoe aan dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de belangen van het economisch welzijn van het land en de bescherming van rechten van derden zwaarder wegen dan het belang van [appellante] en haar grootaandeelhouder bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en daarmee diens veiligheid. De rechtbank heeft daarbij niet gemotiveerd waarom de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 1994 in zaak nr. RO1911529 (LJN: AN4063) nog steeds onverkort van toepassing is en de beroepsgronden van [appellante] daarbij ten onrechte onbesproken gelaten, aldus [appellante].

De Afdeling overweegt dat de gevraagde ontheffing niet kan worden verleend:

4.1. [appellante] heeft de minister verzocht haar ontheffing te verlenen van de plicht haar jaarrekening openbaar te maken, als bedoeld in artikel 2:394, eerste lid, van het BW. De minister heeft daartoe op grond van de wet echter geen bevoegdheid. De ontheffingsmogelijkheid van artikel 2:210, zevende lid, van het BW ziet niet op openbaarmaking van de jaarrekening, maar slechts op de interne handelingen van opmaken, overleggen en vaststellen van de jaarrekening (vergelijk de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 1994). Niet in geschil is dat deze handelingen zonder problemen kunnen worden verricht. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het beroep op de ontheffingsmogelijkheid van artikel 2:210, zevende lid, van het BW in zoverre niet kan slagen.
[appellante] betoogt terecht dat de rechtbank niet expliciet haar betoog heeft besproken dat voor de interne handelingen afzonderlijk ontheffing kan worden verleend en dat de openbaarmakingsplicht onder het woord ‘overleggen’ valt, als bedoeld in artikel 2:210, zevende lid, van het BW. Het eerste deel van dit betoog behoeft echter geen bespreking, omdat, zoals hiervoor is overwogen, niet in geschil is dat deze handelingen zonder problemen kunnen worden verricht. Dat de openbaarmakingsplicht onder het woord ‘overleggen’ valt vindt geen steun in de tekst van de artikelen 2:210, zevende lid en 2:394, eerste lid, van het BW. Onder het ‘overleggen’ moet worden verstaan het ter inzage leggen van de jaarrekening ten kantore en het eventueel toezenden daarvan aan de ondernemingsraad, als genoemd in het eerste lid van artikel 2:210 van het BW. Hoewel terecht voorgedragen, treft het betoog van [appellante] in zoverre geen doel.

Vervolgens bespreekt de Afdeling de mogelijkheid van toetsing aan internationale bepalingen:

4.2. Nu artikel 2:394, eerste lid, van het BW geen ontheffingsbevoegdheid voor de minister bevat, is [appellante] derhalve wettelijk verplicht de jaarrekening openbaar te maken. Ingevolge artikel 94 van de Grondwet vinden wettelijke voorschriften evenwel geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

4.3. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het belang van het economisch welzijn van het land en de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM, zwaarder wegen dan de door [appellante] aan artikel 8, eerste lid, van het EVRM gestelde ontleende bescherming voor [appellante] en haar grootaandeelhouder (vergelijk de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 1994). Weliswaar zijn de technologische ontwikkelingen dusdanig dat via internet naar personen herleidbare gegevens van bedrijven gemakkelijker beschikbaar zijn dan in 1994, maar dat maakt niet dat tot een ander oordeel dient te worden gekomen. Het vennootschapsrecht is juist gericht op openbaarheid van de jaarrekening en de bescherming van crediteuren en andere derden, hetgeen ook voortvloeit uit de vierde EG-richtlijn betreffende de jaarrekening (richtlijn 78/660/EEG). Daarbij komt dat voor kleine vennootschappen reeds de mogelijkheid bestaat een beperkte jaarrekening openbaar te maken. De omstandigheid dat [appellante] met vrijwel geen andere derden te maken heeft dan met de Belastingdienst, maakt de belangenafweging niet anders, nu dit ieder moment kan veranderen. De toezegging van [appellante] dat daartoe geen intentie bestaat, is niet voldoende. Ook de omstandigheid dat [appellante], als gesteld, getrouw voldoet aan haar fiscale verplichtingen leidt niet tot een ander oordeel, nu dit voor elke onderneming dient te gelden. Indien [appellante] niet aan de openbaarmakingsplicht van de jaarrekening wenst te voldoen, staat het haar vrij een andere rechtsvorm te kiezen. De door [appellante] gestelde omstandigheden zijn niet zo bijzonder dat artikel 2:394, eerste lid, van het BW buiten toepassing zou moeten worden gelaten.

Het betoog faalt.

5. Voorts betoogt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de voorwaarden die gelden voor micro-entiteiten als neergelegd in Richtlijn 2012/6/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot wijziging van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft (PB 2012 L 081) en op de gedeelten uit het door haar overgelegde opiniestuk van Hijink waaruit volgt dat [appellante] op grond van die richtlijn niet gehouden is de jaarrekening te publiceren.
[appellante] betoogt tot slot dat de rechtbank ten onrechte de mogelijkheid van vrijstelling op grond van artikel 2:396, negende lid, van het BW bij voorbaat heeft uitgesloten.

5.1. Het betoog over richtlijn 2012/6/EU van 14 maart 2012, waarin voor lidstaten de mogelijkheid wordt geopend om zogenoemde micro-entiteiten uit te sluiten van onder meer de verplichting een jaarrekening te publiceren, faalt, nu de beoordeling dient te geschieden naar het recht dat gold ten tijde van het nemen van het besluit en deze richtlijn ten tijde van het besluit van 31 maart 2011 nog niet was vastgesteld.

5.2. Artikel 2:396, negende lid, van het BW voorziet niet in een ontheffingsbevoegdheid van de minister. De vrijstelling van de openbaarmakingsplicht volgt rechtstreeks uit die bepaling. Een beroep daarop in het kader van een verzoek om ontheffing van de openbaarmakingsplicht van de jaarrekening is derhalve niet mogelijk. Gelet daarop kan hetgeen [appellante] in hoger beroep daarover heeft aangevoerd niet leiden tot ontheffing van de openbaarmakingsplicht, zodat de aangevallen uitspraak ook in zoverre in stand kan blijven.

Het betoog faalt.

 

Meer informatie

Aanvulling 27 januari 2015

Anton Dieleman (blog, profiel)  laat vandaag weten:

Las jouw blog. Voorspelbare uitspraak. Artikel ziet op faillissementssituaties. Quote-overwegingen zijn eerder voor het Europese hof uitgevochten en zonder succes.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Reacties op Europese voorstellen grensoverschrijdende fusies en splitsingen

De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van KNB en NOVA heeft op 1 december 2014 een reactie uitgebracht naar aanleiding van de consultatie van de Europese Commissie over grensoverschrijdende fusies en splitsingen. De reactie bevat ook aanvullende opmerkingen.

Ook Eumedion heeft de reactie op het voorstel bekend gemaakt.

Meer informatie

  • Reactie van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 1 december 2014
  • Reactie Eumedion 1 december 2014
  • Consultatie Europese Commissie
  • Eerste kamer dossier inzake ‘Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen’
Geplaatst in Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Grensoverschrijding | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Uitstel invoering verlaging WNT-norm betreft alleen sectorale regels

Eerder berichtte ik over de inwerkingtreding per 1 januari 2015 van de wet die de verlaging van de WNT-norm regelt (23 december jl.) en over de berichten die in kranten verschenen over uitstel van de invoering van de lagere norm. Die berichten blijken onzorgvuldig te zijn geweest, zo blijkt uit een bericht dat ik op 11 januari jl. op Gemeente.nu aantrof. Zoals ik al eerder constateerde is de algemene verlaging van de WNT-norm gewoon in werking getreden. Het uitstel betreft specifieke sectoren, waarvoor op grond van de WNT afwijkende regels kunnen worden gesteld, zoals in de zorg. In die sectoren is de WNT-norm nog niet per 1 januari 2015 verlaagd. Zie verder Gemeente.nu.

(Ik had nog geen tijd er zelf in te duiken.)

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Nadere informatie over de inwerkingtreding van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT

Al eerder maakte ik melding van het persbericht over de inwerkingtreding per 1 januari 2015 van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT. Inmiddels zijn ook de officiële documenten beschikbaar, zoals in het Staatsblad verschenen:

  • Tekst van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
  • Besluit in werkingtreding, daarin staat: “De Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Let er op dat er in december 2014 nog een groot aantal andere regelingen zijn aangepast:

Het illustreert de snelle veranderingen, én dat alleen vanuit de meest recente regelgevingsdocumenten gewerkt kan worden. Gelet op alle wijzigingen die elkaar in een hoog tempo zijn opgevolgd, dient goed te worden gelet op een juiste toepassing van het overgangsrecht.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders | Tags: | Een reactie plaatsen

Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT in werking op 1 januari 2015

De Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT is gisterenavond door de eerste kamer aangenomen en zal op 1 januari a.s. in werking treden, zo blijkt uit het persbericht van het ministerie van Binnenlandse Zaken van gisteren, 21:21 uur:

Topinkomens publieke sector per 1 januari 2015 verder verlaagd
22 december 2014 – 21:21

Na een brede steun in de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het verder verlagen van de norm voor topinkomens in de publieke en semipublieke sector naar 100% van het ministerssalaris. Nu mogen de topfunctionarissen nog 130% van een ministerssalaris verdienen. De wet gaat in op 1 januari 2015.

Met de aanpassing van de norm naar het salaris van een minister wil minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector naar een maatschappelijk meer aanvaardbaar, evenwichtiger en verantwoord niveau brengen. Dat betekent dat vanaf volgend jaar het maximum salaris (inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering) € 144.108 bedraagt. Plus onkosten en pensioenbijdrage komt dat neer op € 178.000 per jaar. Topfunctionarissen die na 1 januari aantreden vallen direct onder de nieuwe norm van 100%. Bestaande gevallen worden op den duur onder de norm gebracht.

Aanvulling 29 december 2014 | uitstel verlaging WNT-norm

Inmiddels zijn er berichten over ‘uitstel’ van de verlagingswet. Zie onder meer “VVD-ministers blokkeren beperking topsalarissen”  (NRC).
De berichten zijn niet geheel duidelijk, maar ik vermoed dat de wet wel in werking treedt, maar dat bestaande situaties op grond van het overgangsrecht enige tijd gerespecteerd zullen worden, zoals ook al gebeurde in het overgangsrecht bij invoering van de WNT. Dat overgangsrecht is voer voor juristen.

Aanvulling 13 januari 2015 | wijziging sectorale normen uitgesteld

Uit een artikel op Gemeente.nu van 11 januari jl. blijkt dat de berichtgeving in de kranten onzorgvuldig is geweest. Het uitstel betreft de bijzondere sectorale normen, aldus het artikel. Het betreft onder meer de topinkomens in de zorg, die niet meteen dalen. (Ik had nog geen tijd om dit uit te zoeken.)

Let er overigens op dat de bijzondere sectorale normen alleen voor specifiek aangewezen instellingen gelden. Voor alle overige geldt de wijziging dus gewoon per 1 januari 2015, uiteraard inclusief overgangsrecht.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT mogelijk toch nog dit jaar door de eerste kamer

Onlangs schreef ik dat de eerste kamer de behandeling van het voorstel voor de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT had uitgesteld. Uit latere berichten blijkt dat de wet mogelijk toch nog dit jaar wordt aangenomen. Het eindverslag is vorige week uitgebracht. Het voorstel is voor de plenaire eerste kamervergadering van vandaag geagendeerd, zie de agenda op overheid.nl. Er wordt vanaf 18:30 uur vergaderd, zie de agenda op de eerste kamer website.

Meer informatie over het voorstel
Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT

Aanvulling 29 december 2014

De wet is op 22 december jl. door de eerste kamer aangenomen, op de site van deze kamer staat:

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK 33.978, A) op 16 oktober 2014 aangenomen. PVV, Groep Bontes/Van Klaveren, ChristenUnie, VVD, Van Vliet, 50PLUS/Baay-Timmerman, D66, 50PLUS/Klein, GroenLinks, PvdA, PvdD en de SP stemden voor. De Voorzitter van de Tweede Kamer heeft tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2014 meegedeeld dat de fractie van D66 geacht wenst te worden op 16 oktober 2014 tegen het wetsvoorstel te hebben gestemd.
De Eerste Kamer heeft het voorstel op 22 december 2014 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. PVV, PvdA, GroenLinks, SP en 50PLUS stemden voor.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Europees ubo-register in aantocht | transparantie in het rechtspersonenrecht

Op 16 december liet ik weten dat de plannen voor het Europese ubo-register, die deel uitmaken vande 4e Europese antiwitwasrichtlijn, in een vergevorderd stadium zijn. Inmiddels is bekend gemaakt dat overeenstemming is bereikt over de 4e Europese antiwitwasrichtlijn. Dat betekent dat het ubo-register er gaat komen. Niet alleen de overheid krijgt toegang tot dat register.

KNB

Notarissenorganisatie KNB laat het volgende weten:

EU-akkoord over UBO-register
19 december 2014

Het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad hebben in de strijd tegen witwassen en belastingontduiking een akkoord bereikt over de instelling van een register dat duidelijk moet maken wie er achter onder meer brievenbusfirma’s schuilgaan. Burgers die inzage in het register willen, moeten aantonen dat ze daar een ‘legitiem belang’ bij hebben.

Het is de bedoeling dat alle EU-lidstaten een register instellen dat informatie geeft over de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit, het land van vestiging en de omvang van het belang (ten minste 25 procent) van de uiteindelijk belanghebbenden (UBO´s) van bedrijven. Overheidsinstanties krijgen automatisch en onbeperkt toegang, net als banken en andere bedrijven die verplicht de UBO’s achter hun klanten moeten checken. Andere belangstellenden, waaronder burgers en journalisten, moeten aantonen dat ze een `legitiem belang´ bij inzage in het register hebben. Hoe dit ‘legitiem belang’ moet worden aangetoond is nog niet duidelijk. Ook is nog niet duidelijk hoe en door wie het register gevuld moet worden, waar het ondergebracht wordt en wanneer het register gereed moet zijn.

Sargentini
Aanjager van het akkoord is Europarlementariër Judith Sargentini (Groenen/Groen Links). Eerder dit jaar stemde het Europees Parlement op haar initiatief al in met de instelling van een UBO-register. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft zich lang verzet tegen de komst van zo´n register, maar heeft hier deze week, evenals de Europese Commissie en de ministers van Financiën van de andere EU-lidstaten, mee ingestemd. Naast het UBO-register komt er een apart register waarin degenen die hun vermogen hebben ingebracht in een trust worden geregistreerd. Dit register wordt alleen voor overheidsinstanties toegankelijk.

Europarlement

Informatie is ook te vinden in het persbericht van het Europarlement van 17 december 2014:

Money laundering: Parliament and Council negotiators agree on central registers

The ultimate owners of companies would have to be listed in central registers in EU countries, accessible to people with a “legitimate interest”, such as investigative journalists and other concerned citizens, under a deal struck by Parliament and Council negotiators on a draft EU anti-money laundering directive on Tuesday. The rules would also require banks, auditors, lawyers, real estate agents and casinos, among others, to be more vigilant about suspicious transactions made by their clients.

“For years, criminals in Europe have used the anonymity of offshore companies and accounts to obscure their financial dealings. Creating registers of beneficial ownership will help to lift the veil of secrecy of offshore accounts and greatly aid the fight against money laundering and blatant tax evasion”, said Economic and Monetary Affairs Committee rapporteur Krišjānis Kariņš (EPP, LV).

“The new rules agreed today will provide much greater transparency of the shadowy business structures that are at the heart of money laundering schemes, as well as schemes used by businesses to avoid their tax responsibility”, added Civil Liberties Committee rapporteur Judith Sargentini (Greens/EFA, NL).

The fourth anti-money laundering directive (AMLD) will for the first time oblige EU member states to maintain central registers listing information on the ultimate beneficial owners of corporate and other legal entities, as well as trusts. These central registers were not envisaged in the European Commission’s initial proposal, but were included by MEPs during the negotiations. The aim is to enhance transparency, make dodgy deals harder to hide and fight money laundering and tax crime.
The central registers would be accessible to the competent authorities and their financial intelligence units (without any restriction), to “obliged entities” (such as banks conducting their “customer due diligence” duties), and also to the public, whose access may be subject to online registration of the person and to the payment of a fee to cover administrative costs.

“Legitimate interest” in access
Any person or organisation who can demonstrate a “legitimate interest”, such as investigative journalists and other concerned citizens, would also be able to access beneficial ownership information such as the beneficial owner’s name, month and year of birth, nationality, residency and details on ownership. Any exemption to the access provided by member states would be possible only on a case-by-case basis in exceptional circumstances.
MEPs also inserted several provisions in the amended AMLD text to protect personal data.

Politically-exposed persons
The deal also clarifies the draft rules on “politically-exposed persons”, i.e. people at a higher than usual risk of corruption due to the political positions they hold, such as heads of state, members of government, supreme court judges, and members of parliaments, as well as their family members.
Where there are high-risk business relationships with such persons, additional measures should be put in place, e.g. to establish the source of wealth and source of funds involved.

Next steps
The deal still needs to be endorsed by EU member states’ ambassadors (COREPER) and by Parliament’s Economic and Monetary Affairs and Civil Liberties, Justice and Home Affairs committees, before being put to a vote by the full Parliament next year.

Money laundered globally each year amounts to 2-5% of global GDP.

Transparantie: een zijpaadje

Degenen die belangstelling hebben voor een klein zijweggetje, beveel ik het artikel van Maxim Februari van 17 december jl. aan, waarin hij schrijft over de huidige transparantiemode, waarvan het ubo-register deel uitmaakt. Hij schrijft onder meer:
moet ik nu toch concluderen dat onze hedendaagse, optimistische moralisten ongelijk hebben met hun jubel dat binnenkort ieders fouten aan het licht zullen komen. Wat een feestelijk moment zal dat zijn, juichen ze. (…) Ze hebben ongelijk. (…) Zoals openheid over hoge salarissen leidt tot steeds hogere salarissen, zo zal openheid over morele zwaktes leiden tot steeds meer morele zwaktes.
Nog even lezen, aan het begin van het weekend.

Meer informatie

Aanvulling 13 januari 2015

Zie ook het Eerste Kamer dossier ‘Voorstel voor een richtlijn inzake de koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters’. Met dit voorstel beoogt de Commissie ondernemingsregisters te koppelen zodat toegang tot actuele en grensoverschrijdende bedrijfsinformatie van een vennootschap en de vestigingen in het buitenland wordt verbeterd.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , | 2 reacties