Cooperatives in Europe | EPRS briefing

The European Parliamentary Research Service (EPRS) published a briefing (pdf) on cooperatives, “Cooperatives: Characteristics, activities, status, challenges“. The summary is as follows:

Cooperatives are autonomous associations of people aspiring to achieve their objectives through a jointly owned and democratically controlled enterprise. International organisations, such as the United Nations and the European Union (EU), value the role cooperatives play for society, the economy and (international) development.

There are 3 million cooperatives worldwide; together, they provide employment for 280 million people, equating to 10 % of the world’s employed population. The 300 largest cooperatives and mutuals in the world had a total turnover of US$2.018 trillion in 2016. In the EU there are some 131 000 cooperatives, with more than 4.3 million employees and an annual turnover of €992 billion.

While cooperatives have grown in importance for the (social) economy over the past four decades, they face both long-standing and new challenges, resulting from globalisation or the presence of myriad national laws, but also from organisational and governance issues. Cooperatives have become more product-based and less region-based (in terms of member representation). In addition, cross-border-oriented cooperatives and producer organisations often experience legal uncertainty because of the absence or inconsistent application of international legislation.

Policy- and law-makers are currently discussing a number of initiatives aimed at creating a level playing field for cooperatives, both in the EU and globally, that would allow them to compete with investor-oriented firms without giving up their social and cultural orientation. An enabling European legal framework could provide transversal recognition of the cooperative business model across the different sectors of the economy. While small and emerging cooperatives need more targeted funding, and assistance with capacity-building and organisational aspects, larger cooperatives require more EU and national-level support in order to achieve their aims in terms of professionalisation.

Advertenties
Geplaatst in Coöperatie, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Een reactie plaatsen

Kamer van Koophandel stopt met handel in persoonsgegevens onder druk van de Autoriteit Persoonsgegevens

Verheugend nieuws voor mensen die in het handelsregister staan ingeschreven:
de Kamer van Koophandel stopt met het informatieproduct dat vooral werd gekocht door commerciële partijen die zzp’ers en bestuurders willen benaderen met aanbiedingen. De Kamer onderzoekt verder welke andere producten privacyrisico’s opleveren.

Dit blijkt uit het bericht van de Autoriteit Persoonsgegevens dat vandaag bekend is gemaakt:

Kamer van Koophandel schrapt adressen-product na kritiek AP
Nieuwsbericht/12 maart 2019

De Autoriteit Persoonsgegevens constateert dat de verkoop van namen en adressen van zzp’ers en bestuurders in het product ‘Adressenbestand Online’ niet voldoet aan de privacyregels. De AP is dan ook blij dat de Kamer van Koophandel stopt met de verkoop van dit informatieproduct vanaf 1 jul 2019.
Het informatieproduct ‘Adressenbestand Online’ van de Kamer van Koophandel is één van de producten waarmee organisaties nieuwe klanten kunnen werven. Ze gebruiken de gegevens bijvoorbeeld om mensen te benaderen voor commerciële aanbiedingen. Vaak gaat het om mensen van wie het zakelijk adres overeenkomt met het privé-adres. De AP krijgt veel klachten van zzp’ers die ongevraagde aanbiedingen ontvangen.
Voldoen aan privacywetgeving
De Kamer van Koophandel gaat ook zijn andere producten tegen het licht houden en beoordelen op privacyrisico’s. Aleid Wolfsen, voorzitter van de AP: ‘Blijken de producten van de Kamer van Koophandel niet te voldoen aan de privacywetgeving? Dan moet de Kamer van Koophandel maatregelen treffen. Als de AP de maatregelen onvoldoende vindt, dan gaan wij nader onderzoek doen naar de werkwijze van de Kamer van Koophandel. We begrijpen dat de Kamer van Koophandel tijd nodig heeft om alle producten zorgvuldig te bekijken, maar we verwachten wel voor eind 2019 resultaat.’
De Kamer van Koophandel levert nu informatieproducten met daarin persoonsgegevens aan iedereen die daarom vraagt. De huidige Handelsregisterwet kent niet de mogelijkheid om informatieproducten te weigeren aan afnemers die de producten feitelijk alleen gebruiken voor hun eigen commerciële belang.

Wolfsen: ‘De persoonsgegevens uit het Handelsregister zijn toch vooral bedoeld om de rechtszekerheid in het economisch verkeer te dienen. Dus om informatie te verkrijgen die je nodig hebt in het zakelijk verkeer. Zoals wie je leverancier is, wie de bestuurder van een bedrijf is en wie tekenbevoegd is enzovoort. Deze persoonsgegevens mogen natuurlijk niet voor hele andere doeleinden worden gebruikt.’

Pleidooi voor wijziging Handelsregisterwet
De AP pleit voor een wijziging van de Handelsregisterwet. Daarom heeft de AP ook een ongevraagd advies gegeven aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Wolfsen: ‘Met de huidige wetgeving is het dweilen met de kraan open. Alle informatieproducten worden nu in principe aan iedereen geleverd. Ook de producten die vanuit het oogpunt van privacy riskant zijn. Dan helpt het als de Staatssecretaris de wet zo aanpast dat niet iedereen alles zo maar kan krijgen. En zo de kraan een beetje dichter draait. Dit kan zonder dat de belangrijke functie van het Handelsregister in gevaar komt. Dan kunnen wij als toezichthouder ook beter optreden tegen partijen die persoonsgegevens uit het Handelsregister verkeerd gebruiken.’

Aanbevelingen voor aanpassing Handelsregisterwet
De AP wil dat persoonsgegevens van mensen die zich inschrijven in het Handelsregister beter beschermd worden. Daarom komt de toezichthouder met concrete aanbevelingen voor aanpassingen in de Handelsregisterwet:

• kijk goed of alle informatieproducten de rechtszekerheid in het economisch verkeer dienen.
• stop met het leveren van producten die niet het algemene belang van de rechtszekerheid dienen maar die alleen goed zijn voor het commerciële belang van een individueel bedrijf.
• lever riskante informatieproducten voortaan alleen nog aan erkende afnemers van wie de betrouwbaarheid is getoetst.

Geplaatst in Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

KNB bepleit rol notaris bij personenvennootschap

Op de site van de KNB verscheen onderstaand bericht over de consultatie inzake de personenvennootschap.

Dekker start consultatie modernisering personenvennootschappen
22-02-2019

Het wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen is donderdag in consultatie gegaan. Met het wetsvoorstel wil minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming ondernemerschap faciliteren en zekerheid bieden. Daarnaast moet het zorgen voor passende bescherming van vennoten en degenen die met de vennootschap handelen.
De huidige regeling voor de maatschap, vof en cv is verspreid over Boek 7A BW en het Wetboek van Koophandel, dateert uit de 19e eeuw en beantwoordt onvoldoende aan de behoefte van hedendaagse gebruikers. Zo zijn er niet of nauwelijks mogelijkheden tot bedrijfsoverdracht. Ook is onduidelijk of zekerheidsrechten kunnen worden gevestigd op het aandeel van de vennoten in een personenvennootschap. Verder bevat de huidige regeling verschillende onduidelijkheden. Op basis van een ontwerp van een werkgroep uit de praktijk is daarom tot een nieuwe regeling gekomen.

Geen notariële akte
De nieuwe regeling voorziet in twee rechtsvormen, namelijk de vennootschap en de commanditaire vennootschap. Beide rechtsvormen kunnen voor zowel beroeps- als bedrijfsactiviteiten worden gebruikt. Bijzonder kenmerk van de nieuwe personenvennootschap is dat deze op eenvoudige wijze kan worden aangegaan, door het sluiten van een overeenkomst tussen de vennoten. Er is geen notariële akte vereist. Een belangrijke vernieuwing betreft de toe- en uittreding van vennoten. De wettelijke regeling maakt dit eenvoudiger, op basis van de bestaande vennootschapsovereenkomst.

Wel rechtspersoonlijkheid
Een andere belangrijke wijziging is het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan de vennootschap. Deze ontstaat na het aangaan van de overeenkomst. Dit zorgt ervoor dat goederen eenvoudig op naam van de vennootschap kunnen worden gesteld. Het vereenvoudigt ook de toe- en uittreding van vennoten. Er is een beperking opgenomen voor de verkrijging van registergoederen of het zijn van erfgenaam. Een vennootschap kan geen registergoederen verkrijgen of erfgenaam zijn zolang zij niet is ingeschreven in het Handelsregister. Dit sluit aan bij de regeling die bestaat bij de (informele) vereniging.

Voordelen notariële tussenkomst
In reactie op het ontwerp van de praktijkwerkgroep heeft de KNB erop gewezen dat notariële tussenkomst bij de verkrijging van rechtspersoonlijkheid door een personenvennootschap bijdraagt aan rechtszekerheid, rechtsbescherming, een ordentelijk rechtsverkeer en de betrouwbaarheid van de openbare registers. De KNB zal reageren op de consultatie, die loopt tot en met 31 mei.

Geplaatst in Personenvennootschap | Tags: | Een reactie plaatsen

Schurkenstaten-indicator wordt verwijderd uit Uitvoeringsbesluit Wwft 2018

Uit de internetconsultatie die op 25 februari jl. is gestart, blijkt dat het Ministerie van Financiën voorstelt om de schurkenstaat-indicator (waar ik eerder over schreef) uit het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 te verwijderen. Reden: FIU-Nederland ontvangt grote hoeveelheden zinloze meldingen.

Het wijzigingsvoorstel luidt:

ARTIKEL IX
In tabel 1 en 2 van de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 vervalt telkens “Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti- witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.”.

De wijziging wordt als volgt toegelicht:

§7. Verwijdering objectieve indicator derde-hoogrisicolanden
Op grond van de vierde anti-witwasrichtlijn bestaat de verplichting voor Wwft- instellingen om transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland). Om instellingen behulpzaam te zijn bij de invulling van de meldingsplicht zijn in de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 indicatoren opgenomen. Het gaat hierbij om een subjectieve en meerdere objectieve indicatoren. Op grond van de subjectieve indicator dienen transacties te worden gemeld die verband houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een van de objectieve indicatoren bepaalt dat instellingen transacties dienen te melden van of ten behoeve van een (rechts)persoon die gevestigd of woonachtig is in een derde-hoogrisicoland. Derde-hoogrisicolanden zijn landen met strategische tekortkomingen in hun nationale regelgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. De Europese Commissie wijst deze landen aan. [9]

Bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn werd verondersteld dat het opnemen van deze objectieve indicator FIU-Nederland behulpzaam zou zijn bij het analyseren van de ongebruikelijke transacties met betrekking tot (rechts)personen die woonachtig of gevestigd zijn in derde-hoogrisicolanden en die op basis van deze indicator worden gemeld. In de praktijk blijkt dit niet het geval te zijn. Omdat Wwft- instellingen alle transacties ‘van of ten behoeve van een derde-hoogrisicoland’ dienen te melden, heeft deze objectieve indicator geleid tot een enorme toename (van wel 96%) aan meldingen bij FIU-Nederland. Deze toename heeft het ongewenste effect dat het onmogelijk is om al deze meldingen te onderzoeken. Hierdoor worden de werkzaamheden van FIU-Nederland minder effectief, aangezien dergelijke hoeveelheden meldingen ten koste gaan van de capaciteit om andere meldingen te onderzoeken. Daarom wordt deze objectieve indicator uit de bijlage Indicatorenlijst geschrapt.

Dit betekent niet dat Wwft-instellingen geen transacties meer hoeven te melden die verband houden met derde-hoogrisicolanden. Zoals hiervoor aangegeven dient op basis van de subjectieve indicator elke transactie te worden gemeld die aanleiding geeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Bij het beoordelen of er sprake kan zijn van witwassen of terrorismefinanciering, dient een Wwft-instelling de lijst van factoren bij de vierde anti- witwasrichtlijn in ogenschouw te nemen. De richtlijn noemt als potentieel hoger risico landen die door de Europese Commissie of op basis van andere geloofwaardige bronnen – zoals de FATF – zijn aangewezen als landen zonder effectief anti-witwas- of anti- terrorismebeleid. Een Wwft-instelling zal bij elke transactie van of ten behoeve van een derde-hoogrisicoland een risicoafweging moeten maken. Op basis van deze risicoafweging dient een Wwft-instelling vervolgens te beslissen of de desbetreffende transactie moet worden gemeld bij FIU-Nederland. FIU-Nederland zal guidance verschaffen over wanneer een Wwft-instelling een transactie met betrekking tot een derde-hoogrisicoland dient te melden op grond van de subjectieve indicator.

[Noot]

[9] Gedelegeerde verordening (EU) 2016/1675 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad door de identificatie van derde landen met een hoog risico die strategische tekortkomingen vertonen.

Dat dit niet is voorzien, geeft aan hoe slecht doordacht de antiwitwaswetgeving is.

Antiwitwaswetgeving moet op de schop
Het is hoog tijd dat de activiteiten van FATF, de Europese Commissie c.s. en het Ministerie van Financiën op een onafhankelijke wijze kritisch en wetenschappelijk worden doorgelicht en dat de regelgeving ingrijpend wordt aangepast. Daarbij zal ook aandacht moeten worden gegeven aan de immense gegevensverzamelingen die op grond van deze regelgeving worden aangelegd en de uitwisseling daarvan.

Er is niets mis mee om de burger bij criminaliteitsbestrijding te betrekken, maar de huidige witwasbestrijding is een bureaucratisch monster.

Meer informatie:

Dit bericht verscheen eerder op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , | 1 reactie

Transparantie van goede doelen organisaties

Voor mijn algemene blog schreef ik het artikel Transparantie van stichtingen | goede doelen geld gebruikt voor sponsoring van een voetbalclub, naar aanleiding van het artikel van Weijnen en Logger over Qurrent.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Persoonsgegevens donateurs openbaar maken is geen goed idee

Gisteren heb ik mee gedaan aan de internetconsultatie inzake “Transparantie maatschappelijke organisaties“ met onderstaande bijdrage die ook als pdf kan worden gedownload. De consultatiedocumenten als één set zijn hier (pdf) te vinden.

 

CONSULTATIEDEELNAME

Aan: Ministerie van Veiligheid
Van: Ellen Timmer, ellen.timmer@pellicaan.nl,
https://ellentimmer.wordpress.com/ (verbonden aan Pellicaan Advocaten)
Datum: 21 februari 2019
Onderwerp: consultatie Transparantie maatschappelijke organisaties, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/transparantiemaatschappelijkeorganisaties

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor een Wet transparantie maatschappelijke organisaties, waarin enerzijds is opgenomen dat maatschappelijke organisaties donatieoverzichten openbaar moeten maken. Anderszijds is in het voorstel een verplichting voor stichtingen tot deponering van de balans en de staat van baten en lasten bij het handelsregister opgenomen.

Het consultatievoorstel zal hierna ook als ‘het voorstel’ worden aangeduid.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

Inhoud:

I. Algemene inleiding
Inleidende opmerking
WRR: Filantropie op de grens van overheid en markt
Andere aanpak

II. Algemene juridische opmerkingen
A. Plaatsing regels
B. Buitenlandse stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen

III. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs
C. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs, toetsing aan de AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Advies EDPS over openbaarheid uiteindelijk belanghebbenden in de witwasbestrijding
Openbaarmaking in het voorstel
Afhankelijkheid
Transparantie-illusie
Omvang ongewenste financiering
Onderzoek alternatieven
D. Definitie donatie
E. Doelgroep (rechtspersonen)
Kerkgenootschappen
F. Alternatieven

IV. Openbaarmaking balans en staat van baten en lasten door stichtingen

Tot slot
Noten

I. Algemene inleiding

Het consultatievoorstel bestaat uit twee onderdelen:

[a] de verplichting voor stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en gelijksoortige entiteiten [1] om donatieoverzichten openbaar te maken (‘openbaarmaking donateurs’);

[b] de verplichting voor stichtingen om de balans en de staat van baten en lasten te deponeren bij het handelsregister (‘publicatieplicht’).

In deel II. stel ik algemene onderwerpen aan de orde; in deel III. bespreek ik het voorstel inzake donatieoverzichten en deel IV. de nieuwe publicatieplicht.

Inleidende opmerking
Opvallend is dat in de toelichting op deze voorstellen in algemene termen wordt gesproken over criminaliteitsbestrijding, zonder in te gaan op specifieke deelonderwerpen. Ook wordt niet aan de orde gesteld of het beoogde doel wel kan worden bereikt met de voorgestelde maatregelen (het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs respectievelijk de staat van baten en lasten van maatschappelijke organisaties).

WRR: Filantropie op de grens van overheid en markt
In de consultatietoelichting mis ik aandacht voor het belangrijke rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR, “Filantropie op de grens van overheid en markt” [2], dat op 31 oktober 2018 is uitgebracht. In dit rapport wordt filantropie als een belangrijke sector beschouwd met grote maatschappelijke waarde.

In het rapport wordt opgemerkt dat de ANBI-status van instellingen geen keurmerk maar betekent dit slechts dat betrokken instelling geen belasting hoeft betalen over ontvangen schenkingen en nalatenschappen [3]. De rapporteurs bepleiten duaal toezicht, zowel door de overheid als door sectorale organisaties.

In paragraaf 2.10 van het rapport wordt geconstateerd dat de bereidheid om aan goede doelen bij te dragen afneemt en dat er maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de goede doelen sector krachtig blijft.

In het WRR-rapport wordt opgemerkt dat sommige internationale filantropische geldstromen ondermijnend kunnen zijn voor onze vrijheid. De onderzoekers schrijven vervolgens dat in Nederland de omvang van deze geldstromen marginaal lijkt te zijn [4]:

Sommige internationale filantropische geldstromen kunnen ondermijnend zijn voor onze vrijheid. In Nederland lijkt de omvang van deze geldstromen marginaal te zijn. Door filantropie als onderwerp onder te brengen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt disproportioneel de nadruk gelegd op de risico’s van filantropische geldstromen, terwijl alle andere aspecten, die in financieel en maatschappelijk opzicht veel meer gewicht in de schaal leggen, zoals de bijdrage die filantropische geldstromen leveren aan de aanpak van sociale problemen, onderbelicht blijven.

Dit is in tegenspraak met wat in de consultatietoelichting is vermeld.

In het WRR-rapport komt ook de loterijsector aan de orde. Op pagina 49 en 50 wordt democratisering van de zeggenschap over de afdrachten voorgesteld. De verwevenheid van bepaalde goede doelen organisaties met commerciële ondernemingen komt in het rapport aan de orde, zoals onder meer bij één van de twee grote loterijenorganisaties in Nederland het geval is [5]. Bij de vraag naar de governance in de goede doelen sector speelt niet alleen de vraag wie de begunstigden zijn (in de loterijsector vaak ‘beneficiënten’ genoemd) maar ook de vraag wie diensten leveren aan de loterij organisaties.

Anders gezegd: het is begrijpelijk dat maatschappelijke organisaties kosten moeten maken, maar ook via de kostenkant kunnen er partijen mee profiteren, bijvoorbeeld doordat:

* functionarissen binnen maatschappelijke organisaties dan wel binnen hun leveranciers hoge bezoldigingen ontvangen;
* leveranciers hoge vergoedingen ontvangen voor hun werkzaamheden (met als gevolg dat aandeelhouders en andere betrokkenen bij die leveranciers kunnen ‘binnnen’ lopen dankzij de donaties).

Als er transparantie maatregelen worden genomen, lijkt me het belangrijker dat de commerciële relaties van goede doelen openbaar worden gemaakt, zodat de donateurs weten wat er met hun schenking gebeurt.

De commerciële relaties van goede doelenorganisaties krijgen terechte aandacht in de media. Zo schreef het NRC in 2014 over de vergoedingen die marketingbedrijf NovaMedia ontvangt van de Nederlandse loterijen [6]. Recent schreef Menno Bosma in het NRC [7] over de risico’s van filantropische fondsen, met veel buitenlandse voorbeelden. Ook over Joop van den Ende wordt het nodige geschreven [8].

Andere aanpak
Zoals ik hierna zal toelichten ben ik van mening dat het onverstandig is om de persoonsgegevens van donateurs door maatschappelijke organisaties openbaar te laten maken en heeft het openbaar maken van een balans en staat van baten en lasten ook geen toegevoegde waarde.

Als de overheid iets zou willen doen aan transparantie van bepaalde stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen, dan moet aan andere maatregelen worden gedacht, zoals:

[a] Betere mogelijkheden om ad hoc informatie op te vragen
Verbetering van de regelgeving inzake stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen, die het makkelijker maakt voor donateurs en voor de overheid om op niet-structurele basis de rechtspersoon verantwoording te laten afleggen over hun inkomsten en uitgaven.

Toelichting:
Geen onnodige one-size-fits-all jaarlijkse publicatieverplichting.
Maar de mogelijkheid voor overheidsinstanties (bijvoorbeeld FIOD, OM, belastingdienst, AIVD) om makkelijker informatie te verkrijgen bij rechtspersonen over hun inkomsten en uitgaven.
Betere mogelijkheden voor donateurs om informatie bij de rechtspersonen aan wie zij schenkingen doen op te vragen.

[b] Publicatieverplichting voor goede doelen organisaties opnemen in boek 2 Burgerlijk Wetboek
Op dit moment is de publicatieplicht voor ANBI’s opgenomen in de fiscale regelgeving. Dat vind ik een ongewenste plaats. Naar mijn mening hoort dit in boek 2 BW thuis en dient het te gelden voor alle organisaties die op een bepaalde schaal donaties verwerven bij het publiek, met inbegrip van loterijenorganisaties.

[c] Regels voor de financiële verantwoording van goede doelenorganisaties
Aan te bevelen is om in boek 2 BW voor te schrijven dat goede doelen organisaties, te weten een nader te bepalen groep van organisaties die actief geld ophalen bij het publiek [9] (al dan niet ANBI), aan extra financiële verantwoordingseisen dienen te voldoen. Daarbij moet niet alleen aandacht worden besteed aan de bestemming van de ‘opgehaalde’ bedragen maar ook aan de uitgaven. Daarbij kan worden gedacht aan:

* Normering van topinkomens binnen de goede doelenorganisatie.
* Openbaarmaking van uitgaven aan grotere leveranciers, zoals marketingbedrijven.

Toelichting:
Daar waar beroep wordt gedaan op gewone burgers (zoals bij loterijen gebeurt) moeten hoge eisen aan de financiële verantwoording worden gesteld, waarbij niet alleen moet worden gekeken naar de keuze voor beneficiënten [10], maar ook naar de uitgavenkant.

[d] Aanvullende regels inzake stichtingen
Verbeter het stichtingenrecht in het algemeen.

II. Algemene juridische opmerkingen

A. Plaatsing regels
Opvallend is dat wordt voorgesteld de openbaarmaking van de donateurs in een aparte wet te regelen, terwijl de publicatieplicht in boek 2 Burgerlijk Wetboek (‘BW2’) moet worden opgenomen.

In het voorstel wordt geen aandacht besteed aan de al bestaande publicatieplicht voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s), die voorwaarde is voor de aan het zijn van ANBI verbonden fiscale faciliteiten [11].

Aanbeveling:
Als al openbaarmaking van donateurs gewenst zou zijn (maar naar mijn mening zeer ongewenst) verdient het de voorkeur dit in BW2 te regelen voor de stichting, vereniging en kerkgenootschap.

Aanbeveling:
Het verdient aanbeveling om de publicatieplicht voor organisaties die geld inzamelen bij het publiek in BW2 op te nemen, ongeacht of betrokken rechtspersonen aanspraak kunnen maken op de fiscale faciliteit [12].

B. Buitenlandse stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen
Opvallend aan het voorstel inzake openbaarmaking van donateurs is dat de wet ook verplichtingen oplegt aan buitenlandse rechtspersonen, die in het voorstel worden omschreven als:

iv. naar een ander dan Nederlands recht opgerichte rechtspersoon of andere juridische entiteit die vergelijkbaar is met een stichting, vereniging of organisatie als bedoeld onder i, ii, en iii [13], en duurzaam in Nederland activiteiten uitoefent.”

NB Zie over “organisatie als bedoeld onder (…) iii” (kerkgenootschappen) die opmerkingen hierna.

Het is naar mijn mening ongewenst om op deze wijze verplichtingen op te leggen aan buitenlandse rechtspersonen. Allereerst vraag ik me af waarom dit onderwerp niet wordt geregeld in een aparte wet, bijvoorbeeld de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfb), die dan een andere naam zou moeten krijgen. In de tweede plaats vraag ik me af waarom gekozen wordt voor het criterium “duurzaam in Nederland activiteiten uitoefenen” in plaats van het criterium dat geldt voor formeel buitenlandse vennootschappen:

die haar werkzaamheid geheel of nagenoeg geheel in Nederland verricht en voorts geen werkelijke band heeft met de staat waarbinnen het recht geldt waarnaar zij is opgericht

Aanbeveling:
Indien de wetgever verplichtingen aan entiteiten naar buitenlands recht zou willen opleggen, verdient het de voorkeur dat afzonderlijk te regelen, bijvoorbeeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, die dan kan worden omgedoopt.

Aanbeveling:
Kies voor het criterium “die haar werkzaamheid geheel of nagenoeg geheel in Nederland verricht en voorts geen werkelijke band heeft met de staat waarbinnen het recht geldt waarnaar zij is opgericht”.

III. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs

C. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs, toetsing aan de AVG
Hoogst zorgelijk is dat in het voorstel wordt verondersteld dat een bijdrage aan de bestrijding van criminaliteit zou worden geleverd door het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs.

Het gaat dan om donateurs die in een boekjaar EUR 15.000 of maar aan een stichting, vereniging of kerkgenootschap hebben geschonken. Tot de groep particulieren en organisaties die donaties van een dergelijke omvang kunnen doen behoren niet alleen miljonairs en superrijken. Ook gewone burgers met een redelijk salaris zijn in staat om donaties van een dergelijke omvang te doen, al is het maar voor één jaar.

De persoonsgegevens van al deze donateurs, die voor het grootste deel net en en niet crimineel zijn, komen op straat te liggen als dit voorstel doorgaat. Natuurlijk zijn de datahandelaren [14] van deze aardbol blij met deze openbaarmakingsverplichting, want zij kunnen via deze weg de persoonsprofielen die zij aanleggen verrijken met extra gegevens. Ook belangstellenden met minder goede bedoelingen kunnen gebruik maken van deze gegevens.

Algemene Verordening Gegevensbescherming
Onderhavige wetsvoorstel dient te worden getoetst aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) [15] die sinds 25 mei 2018 in heel de EU geldt. De AVG schrijft voor nationale wetgeving in de EU-lidstaten alleen verwerking van persoonsgegevens voorschrijven als dat een legitiem, specifiek en goed geïdentificeerd doel heeft en de verwerking noodzakelijk en proportioneel is.

Advies EDPS over openbaarheid uiteindelijk belanghebbenden in de witwasbestrijding
In dit verband breng ik in herinnering dat de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (European Data Protection Supervisor, ‘EDPS’) adviezen over vierde en vijfde Europese antiwitwasrichtlijnen (‘AMLD4’ en ‘AMLD5) heeft uitgebracht’waarin zware kritiek werd uitgeoefend op het voornemen om persoonsgegevens van een zeer ruime groep ‘uiteindelijk belanghebbenden’ openbaar te maken in het kader van de criminaliteitsbestrijding.

In 2013 is het eerste advies van EDPS bekend gemaakt. Het begeleidende persbericht draagt als kop “EDPS finds major deficiencies in anti-money laundering proposals” [16]. Naar aanleiding daarvan is het ontwerp van AMLD4 aangepast, maar niet alle aanbevelingen zijn opgevolgd. In 2017 is door EDPS het tweede advies uitgebracht [17] naar aanleiding van het ontwerp voor AMLD5.

EDPS oefende zware kritiek uit op de Europese plannen en drong aan op regelingen die er voor zorgen dat uiteindelijk belanghebbenden op de hoogte zijn van de verwerking van hun persoonsgegevens. Op de openbaarheid van het ubo-register had de toezichthouder zware kritiek: toegang tot informatie over uiteindelijk belanghebbenden dient alleen te worden verschaft aan entiteiten belast met wetshandhaving. Bij de totstandkoming van AMLD5 is dit advies van EDPS helaas genegeerd. Dat wil overigens niet zeggen dat de antiwitwasregelgeving op dit punt de toetsing aan de AVG kan doorstaan.

Naar mijn mening is de algemene openbaarmaking van persoonsgegevens van donateurs in strijd met de AVG, onder meer omdat het een niet-proportionele maatregel is. De persoonsgegevens van een zeer grote groep nette donateurs wordt openbaar gemaakt, om een kleine groep van ‘misbruikers’ te treffen.

Openbaarmaking in het voorstel
De kritiek die de EDPS had op het voorstel om persoonsgegevens van een zeer ruime groep ‘uiteindelijk belanghebbenden’ [18] openbaar te maken is ook van toepassing op het voornemen dat in het consultatievoorstel tot uitdrukking komt. Het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs, via de donatieoverzichten die jaarlijks worden opgesteld, betekent dat een interessante set aan persoonsgegevens over de aardbol wordt verspreid, te weten:

* naam en woonplaats/zetel van de donateur;
* het bedrag van de donatie.

Deze gegevens kunnen door iedereen met technische vaardigheid (data brokers, adtech bedrijven, enzovoorts) van het internet worden geoogst en kunnen aan de hand van de persoonsgegevens die nu al in een groot aantal handen zijn, op eenvoudige wijze worden gekoppeld en gebruikt worden voor profilering in de zin van de AVG [19]. De donateurs zullen – als hun gegevens uit de donatieoverzichten worden gehaald – niet kunnen vaststellen door welke partijen dat is gebeurd en welke profilering plaats vindt. Dat betekent dat de donateurs hun rechten op grond van onder andere artikelen 21 en 22 AVG [20] niet kunnen uitoefenen.

Afhankelijkheid
De opstellers van het consultatievoorstel geven aan dat zij veronderstellen dat de openbaarmaking van de persoonsgegevens van donateurs tot doel hebben de afhankelijkheid van een organisatie van een bepaalde donateur te voorkomen.

Dat doel wordt niet bereikt door het huidige voorstel. Immers, de opstellers kiezen voor een generieke drempel van EUR 15.000 per donateur per jaar, wat voor grote goededoelenorganisaties een miniscuul bedrag is.

Bovendien wordt in de toelichting niet uitgelegd waarom organisaties afhankelijk zouden zijn van eenmalige grote donaties, zeker niet als die donaties uit een erfenis komen en dus eenmalig zijn.

Aanbeveling:
Als organisaties een administratie zouden moeten bijhouden van donaties en de donateurs [21] dient alleen rekening te worden gehouden met donaties die uitgaan boven een bepaald percentage van de totale donaties van een organisatie (bijvoorbeeld in het voorafgaande boekjaar) en die niet uit een erfenis afkomstig zijn.

Aanbeveling:
Als gekozen wordt voor een systeem van opstellen van donatieoverzichten, horen donaties alleen te worden vermeld als deze meer dan twee achtereenvolgende kalenderjaren boven een drempel zijn uitgekomen.

Transparantie-illusie
Vreemd is dat de auteurs van het voorstel veronderstellen dat ‘transparantie van geldstromen’ een heilzaam effect zou uitoefenen. Zoals we weten kennen we op dit moment een vorm van ‘transparantie’ via het internet – zoals via twitter en facebook (maar ook elders) – die leidt tot ernstige vormen van misbruik, zoals politieke beïnvloeding, verspreiding van nepnieuws en dergelijke. In het voorstel wordt op geen enkele wijze toegelicht op grond waarvan een heilzaam effect kan worden verwacht van het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs.

Persoonlijk denk ik dat eerder het omgekeerde zal gebeuren: donateurs zullen er van terugschrikken om nog langer donaties te doen in Nederland. Uit het grote aantal consultatiereacties afkomstig van goede doelenorganisaties blijkt dat zij deze zorg delen.

Aanbeveling :
Als het plan om donateursgegevens openbaar te maken, door zou gaan, dient te worden voorgeschreven dat de organisaties hun donateurs wijzen op de openbaarmakingsverplichting als donaties die uitgaan boven het drempelbedrag en op de risico’s die zijn verbonden aan de verspreiding van de openbaar gemaakte persoonsgegevens.

Omvang ongewenste financiering
Uit de toelichting blijkt niet dat er onderzoek is gedaan naar de omvang en aard van ongewenste financiering van stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. Ook blijkt er niet uit of een en ander in specifieke sectoren (zoals sectoren met specifieke regelgeving en toezicht) minder voorkomt. Het lijkt er op dat een drastisch middel wordt ingezet om een kleine groep van ‘misbruikers’ te treffen (waarbij het de vraag is dit gaat werken), waarbij schade wordt toegebracht aan een grote groep nette burgers, die bereid zijn om donaties te verstrekken aan goede doelen op allerlei terrein.

Allereerst zal zorgvuldig moeten worden nagegaan of het registreren van donateursgegevens überhaupt zinvol is. De toelichting in het consultatievoorstel overtuigt mij niet. Ik begrijp voorts niet waarom er geen andere methoden worden gekozen.

Aanbeveling:
Ga pas over tot een verplichte administratie van donateursgegevens (en eventueel een openbaarmakingsplicht), nadat is vastgesteld dat dit zinvol is dat daarmee ongewenste financiering kan worden bestreden.

Onderzoek alternatieven
De vraag is voorts waarom gekozen is voor een systeem waarbij persoonsgegevens via het internet openbaar worden gemaakt, terwijl het ook anders kan. Gesteld dat toch geconcludeerd zou worden dat donateurs administreren nuttig zou zijn, geldt het volgende.

Nu het aantal misbruiksituaties voor zover mij bekend gering is, verdient het de voorkeur te kiezen voor een systeem waarbij organisaties donaties die boven een drempel uitkomen, niet uit een erfenis afkomstig zijn en gedurende een minimaal aantal jaren hebben plaats gevonden, te administreren. Voorts kan worden geregeld dat deze donatieadministratie aan bepaalde technische eisen voldoet en kan worden ingezien door bepaalde bestuursorganen, bijvoorbeeld de belastingdienst.

NB Donaties door gegoede inwoners van Nederland zijn al via de aangifte inkomstenbelasting bekend.

Eventueel zou kunnen worden voorzien in een speciale inzageprocedure voor zorgvuldig te definiëren belanghebbenden (die ook aan een integriteitstoets moeten voldoen, ter voorkoming van misbruik).

In specifieke sectoren zou accountantscontrole op de financiële verantwoording kunnen worden voorgeschreven, bijvoorbeeld in het voetbal [22]. Voordeel is dat dan specifiek kan worden gekozen voor sectoren waarvan is gebleken dat er extra risico is. Voorts kan dan ook rekening worden gehouden met andere omstandigheden, zoals het budget van een organisatie en de aanwezigheid van overheidstoezicht.

Aanbeveling:
Kies voor een wettelijk systeem waarbij alleen relevante donateurs worden geadministreerd (donaties die boven een drempel uitkomen, niet uit een erfenis afkomstig zijn en gedurende een minimaal aantal jaren hebben plaats gevonden). Stel bepaalde technische eisen aan de donateursadministratie en verleen inzagerecht aan geschikte bestuursorganen. Voorzie in een een speciale inzageprocedure voor zorgvuldig te definiëren belanghebbenden, die aan een integriteitstoets moeten voldoen, ter voorkoming van misbruik.
Voeg hier desgewenst aan toe dat door middel van een algemene maatregel van bestuur specifieke groepen organisaties kunnen worden aangewezen, die jaarlijks hun financiële administratie moeten laten controleren door een accountant [23].

D. Definitie donatie
In het voorstel wordt gekozen voor een definitie van ‘donatie’ die zeer ruim is:

geldelijke bijdrage, anders dan subsidie, alsmede een bijdrage in natura

Uit de toelichting blijkt dat schenkingen worden bedoeld en dat ledencontributies niet als donatie worden beschouwd. De voorgestelde tekst suggereert een ruimere betekenis dan schenkingen en erfstellingen. Het is daarom belangrijk dat de definitie wordt verduidelijkt.

Zoals ik al eerder schreef, zie ik niet in waarom er beïnvloed zou kunnen worden door middel van een ontvangst uit een erfenis. Mij lijkt dat ontvangsten uit een erfenis niet hoeven te worden opgenomen in het systeem.

Aanbeveling:
Breng in de definitie tot uitdrukking dat sprake is van schenkingen in de zin van artikel 7:175 Burgerlijk Wetboek. In die omschrijving is ook al een schenking in natura opgenomen. Neem geen erfstellingen op in de definitie.

E. Doelgroep (rechtspersonen)
Voorgesteld wordt een verplichting donateurs openbaar te maken op te leggen aan alle:

* stichtingen;
* verenigingen;
* kerkgenootschappen (“organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007”)

die naar Nederlands recht zijn opgericht. Voorts bepaalde rechtspersonen naar buitenlands recht, zie hoofdstuk I.

Kerkgenootschappen
Allereerst valt op dat ten aanzien van kerkgenootschappen niet wordt verwezen naar rechtspersonen als bedoeld in artikel 2 lid 1 BW2. Dat is merkwaardig, want het aangegeven onderdeel van artikel 6 in de Handelsregisterwet bevat geen definitie van kerkgenootschap, maar geeft alleen aan hoe rechtspersonen als bedoeld in artikel 2 lid 1 BW2 in het handelsregister worden ingeschreven.

Een regel als hier wordt voorgesteld, dient te verwijzen naar een rechtspersoon, niet naar een bepaling over hoe rechtspersonen worden ingeschreven in het handelsregister.

Aanbeveling:
Vervang in artikel 1 sub a onder iii van het voorstel “organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007” door: “rechtspersoon als bedoeld in artikel 2 lid 1” (van boek 2 Burgerlijk Wetboek). Geef in een nieuw lid van artikel 1 aan dat een kerkgenootschap de gezamenlijke gegevens van het kerkgenootschap en daartoe behorende zelfstandige onderdelen en lichamen openbaar mag maken.

F. Alternatieven
Uit de toelichting op het voorstel is niet af te leiden waarom er geen alternatieven zijn onderzocht. Het is al langer bekend dat het liberale Nederlandse regime inzake de stichting ook nadelen heeft. [24]

IV. Openbaarmaking balans en staat van baten en lasten door stichtingen

Door middel van een nieuw artikel 299b boek 2 BW wordt voorgesteld dat alle stichtingen die niet bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 die openbaar wordt gemaakt, te verplichten tot openbaarmaking van de balans en de staat van baten en lasten.

De groep stichtingen die met deze nieuwe verplichting geconfronteerd zal worden is veelsoortig. Ik ga er van uit dat het zowel grote stichtingen als kleine stichtingen kan betreffen. Nu aan de balans en de staat van baten en lasten geen inhoudelijke eisen worden gesteld en accountantscontrole niet wordt voorgeschreven, lijkt mij de voorgestelde openbaarmakingsverplichting weinig zinvol.

Beter is om verplichtingen te creëren voor een specifiek aan te wijzen groep stichtingen. Zulke verplichtingen kunnen omvatten:

* eisen aan de administratie;
* publicatie van de financiële verantwoording;
* verzending van de financiële verantwoording (eventueel één met meer details dan wat er openbaar gemaakt wordt) aan een bestuurorgaan;
* accountantscontrole.

In de toelichting op dit voorstel ontbreekt een analyse van de huidige Nederlandse stichtingen en hun kenmerken. Thema’s daarbij:

[1] Welke groep stichtingen valt onder specifieke regulering (bijvoorbeeld ziekenhuizen, scholen) en is er financieel toezicht.

[2] Bij welke groepen stichtingen is sprake van een financiële verantwoording gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 van boek 2 BW? Daartoe behoort de commerciële stichting van artikel 2:360 lid 3 BW.

[3] Zijn bepaalde typen stichtingen aan te wijzen waar meer controle op de financiën gewenst is. Bijvoorbeeld omdat:

* er grote bedragen in de stichting omgaan;
* geld wordt ingezameld bij het publiek;
* de stichting actief is in gevoelige branches, zoals bijvoorbeeld de voetbalsector.

Aanbeveling:
Bepaal op basis van nader onderzoek welke groep stichtingen gevoeliger is voor misbruik en regel alleen voor die groep extra verplichtingen, die proportioneel zijn in relatie tot de aard en omvang van de activiteiten. 

Tot slot
Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Noten
1 Volledigheidshalve: kerkgenootschappen en gelijksoortige entiteiten worden in het voorstel omschreven als “iii. organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007; iv. naar een ander dan Nederlands recht opgerichte rechtspersoon of andere juridische entiteit die vergelijkbaar is met een stichting, vereniging of organisatie als bedoeld onder i, ii, en iii, en duurzaam in Nederland activiteiten uitoefent.
2 https://www.wrr.nl/publicaties/verkenningen/2018/10/31/verkenning-filantropie-op-de-grens-van-overheid-en-markt
3 Pagina 48, derde alinea.
4 Pagina 85, tweede alinea.
5 Zie de beschrijving op pagina 201 en verder van het rapport.
6 Omstreden vergoedingen van loterijen aan Novamedia zijn ‘redelijk’, NRC, https://www.nrc.nl/nieuws/2014/07/17/vergoedingen-voor-novamedia-niet-onredelijk-hoog-a1500859.
7 Foute filantropen bedreigen de democratie, https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/01/foute-filantropen-bedreigen-de-democratie-a3652633, 1 februari 2019.
8 Zie onder andere De ondernemende mecenas, De Groene 7 februari 2018, https://www.groene.nl/artikel/de-ondernemende-mecenas.
9 Dus niet private familiestichtingen en dergelijke.
10 Zoals in het WRR rapport voorgesteld.
11 https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/bijzondere_regelingen/goede_doelen/algemeen_nut_beogende_instellingen/aan_welke_voorwaarden_moet_een_anbi_voldoen/
12 Samenvatting
13 Kerkgenootschap, zie iii.
14 Zoals bekend worden grote verzamelingen van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens aangelegd door onder meer advertentiebedrijven (Google, Facebook, enzovoorts), kredietbeoordelaars, mediabedrijven en leveranciers van informatie ten behoeve van de witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding.
15 Richtlijn (EU) 2015/849 van 20 mei 2015, ELI http://data.europa.eu/eli/dir/2015/849/oj. Nederlandstalige tekst: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32016R0679&from=EN
16 Persbericht van 4 juli 2013, EDPS/2013/07.
17 Opinion 1/2017, EDPS Opinion on a Commission Proposal amending Directive (EU) 2015/849 and Directive 2009/101/EC.
18 Waartoe vele personen behoren die slechts statutair bestuurder van een rechtspersoon zijn en geen kapitaalbelang hebben.
19 Artikel 4 lid 4 AVG definieert het als “elke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarbij aan de hand van persoonsgegevens bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon worden geëvalueerd, met name met de bedoeling zijn beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of verplaatsingen te analyseren of te voorspellen”.
20 Dat artikel verbiedt profilering zonder grondslag in de AVG of daarop gebaseerde regelgeving.
21 Los van de openbaarmaking.
22 Wellicht dat daar de commerciële rechtspersonen al accountantscontrole kennen.
23 Vergelijkbaar met de specifieke accountantscontrole op de salarisgegevens van topfunctionarissen in de Wet Normering Topinkomens.
24 Lees bijvoorbeeld de kritiek van voormalig hoogeraar Van Mourik, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34566-4.html, die zegt dat er al jaren wordt gesproken over toezicht op stichtingen en over de ontbrekende mnskracht om anbi’s te controleren.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Stichting, Vereniging | Tags: , | Een reactie plaatsen

Al 162 reacties op de consultatie “Transparantie maatschappelijke organisaties”

Bij het schrijven van dit bericht zijn er al 162 reacties binnen op de internetconsultatie inzake “Transparantie maatschappelijke organisaties“. In het consultatievoorstel staat dat persoonsgegevens van donateurs van maatschappelijke organisaties openbaar moeten worden gemaakt, iets wat veel kritiek van goede doelenorganisaties oplevert. Een een zeer kritische reactie (pdf) komt van Adviescollege toetsing regeldruk (ATR).

De consultatie loopt nog tot en met morgen.

Op dit blog kondigde ik de consultatie aan in dit bericht.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Stichting, Vereniging | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

“Nieuwe jas voor personenvennootschap” | wetsvoorstel herziening personenvennootschapsrecht bekend gemaakt

In een nieuwsbericht van vandaag laat de minister van veiligheid weten dat de regelgeving inzake personenvennootschappen wordt herzien.

Het bericht:

Nieuwe jas voor personenvennootschap
Nieuwsbericht | 21-02-2019 | 14:15

Het wordt makkelijker voor ondernemers om een bedrijf te starten. Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) wil de zogeheten personenvennootschap in een nieuwe, moderne jas steken. Duidelijke en eenvoudige regels moeten deze laagdrempelige rechtsvorm beter laten aansluiten bij de wensen van het handelsverkeer. Dat bespaart tijd en geld. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat vandaag via internet in consultatie is gegaan.

Er zijn in Nederland ongeveer 231.000 personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV). Vooral in het midden- en kleinbedrijf (MKB), in de agrarische sector en de dienstverlening wordt gebruik gemaakt van deze personenvennootschappen.

De huidige wet is sterk verouderd en beantwoordt onvoldoende aan de behoeften van ondernemers en beroepsbeoefenaren (onder wie advocaten, notarissen en artsen). Nu is het ingewikkeld voor nieuwe vennoten om toe te treden en houdt de vennootschap – zonder nadere afspraak – op te bestaan als een vennoot wil uittreden. Dit bemoeilijkt de mogelijkheden voor een bedrijf om te groeien of om het over te dragen. Bovendien is het voor degenen die met een personenvennootschap handelen vaak onduidelijk wie zij voor een schuld kunnen aanspreken en voor hoeveel.

Door een wetswijziging maakt minister Dekker de personenvennootschap aantrekkelijker.

Dekker:
’De personenvennootschap speelt een belangrijke rol in het rechtsverkeer, voor het bedrijfsleven en voor de Nederlandse economie. Door te vernieuwen wil ik het ondernemerschap stimuleren. Hierdoor wordt het makkelijker om zaken toe doen en wordt onze concurrentiepositie sterker.’

De winst is dat ondernemers en beroepsbeoefenaren met de personenvennootschap nieuwe stijl flexibeler kunnen opereren in het handelsverkeer zonder dat zij extra juridisch advies hoeven in te winnen. Ook wordt duidelijker wat de rechten en plichten van vennoten zijn en wanneer zij aansprakelijk zijn voor schulden. Verder wordt het mogelijk om bijvoorbeeld aanspraak op winst te verpanden. Geldverstrekkers lopen dan minder risico en zullen sneller geneigd zijn financiering te verstrekken.

Onder de personenvennootschap vallen in plaats van drie nog maar twee rechtsvormen: namelijk de vennootschap en de commanditaire vennootschap. De maatschap en de vennootschap onder firma blijven qua naam bestaan, maar de verschillen verdwijnen. Bijvoorbeeld als het gaat om de aansprakelijkheid. Waarom zouden maten van een advocatenmaatschap bij een huurschuld slechts voor gelijke delen aansprakelijk zijn en de vennoten van een schildersbedrijf voor het volledige bedrag? Het past beter bij de tijd als dat gelijk wordt getrokken. Straks zijn de vennoten voor het volledige bedrag aansprakelijk.

Nieuw is ook dat bij een opdracht voor de vennootschap, bijvoorbeeld de restauratie van een schilderij of een juridisch advies, de aansprakelijkheid kan worden beperkt tot de vennoot aan wie de opdracht uitdrukkelijk is toevertrouwd. Dit komt tegemoet aan de behoeften in de praktijk. Het wetsvoorstel van minister Dekker volgt op een eerder ontwerp dat door een werkgroep onder voorzitterschap van prof. M. van Olffen is uitgebracht.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Personenvennootschap | Een reactie plaatsen

Maatschappelijke onderneming uit de mottenballen

Eens in de zoveel tijd komt er weer iemand die graag maatschappelijk relevante activiteiten in een aparte rechtsvorm wil gieten.  Onlangs deden twee niet-juristen verbonden aan een economische faculteit (in lelijk Nederlands ‘University School of Economics‘ genoemd) wederom een voorstel voor een nieuwe rechtsvorm, door hen maatschappelijke bv, ‘bvm’ genoemd. Zo te zien heeft deze rechtsvorm geen andere juridische kenmerken dan een bv of een stichting.

Tip:  niet doen. Er is alleen reden voor een aparte rechtsvorm, als er specifieke juridische kenmerken aan worden toegekend.

Meer informatie:

Geplaatst in Kapitaalvennootschappen, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Centrale contactpunten voor ondernemers in de EU

Op de site van het Ondernemingsplein wordt in in het bericht “Digitale Europese toegangspoort” uitleg gegeven over de digitale Europese toegangspoort, de ‘Single Digital Gateway’. Per land is er een zgn. ‘Point of Single Contact’ (PSC) website, ook wel ‘centrale contactpunten’ genoemd.

De centrale contactpunten zijn overheidsportals die ondernemers in de dienstensector informatie geven en helpen om procedures online af te handelen. Ze worden beheerd door een netwerk van nationale coördinatoren, EUGO.

Meer informatie:

Geplaatst in Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen