Nieuwe bureaucratie rondom liquidatie van rechtspersonen? | campagne turbo-liquidatie

Op dit moment is een campagne aan de gang tegen de huidige Nederlandse regelgeving inzake vereffening van rechtspersonen.

Het ontbinden van rechtspersonen die niet meer over activa beschikken, wordt beschreven met de merkwaardige aanduiding “turbo-liquidatie“; die liquidatie is volgens niet-juridische auteurs de bron van alle kwaad. Een en ander is mede ingegeven door een proefschrift over die turbo-liquidatie door Samantha Renssen.

De actievoerders lijken niet te beseffen dat het Nederlandse rechtspersonenrecht en het insolventierecht al een groot arsenaal aan mogelijkheden bevatten waarmee onrechtmatige handelingen rondom beëindiging van rechtspersonen kunnen worden aangepakt. De noodzaak ontbreekt voor aparte regelgeving voor die enkele keer dat een liquidatie van een rechtspersoon zonder activa wordt misbruikt.

De realiteit is dat er overal mee gefraudeerd kan worden. Dus ook met een ontbinding, die wél wordt gevolgd door een vereffening met tervisielegging van de rekening & verantwoording en een plan van verdeling.

Het is te hopen dat de rijksoverheid zo wijs is om zich goed te verdiepen in het huidige Nederlandse recht en geen onnodige bureaucratie gaat creëren rondom de ontbinding en vereffening van rechtspersonen.

NB Dit laat overigens onverlet dat het belangrijk is dat alle vormen van fraude hard en rechtvaardig worden aangepakt.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Rechtspersonenrecht overig | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Civielrechtelijk bestuursverbod | artikel en cursus

Het civielrechtelijk bestuursverbod is een onderdeel van het fenomeen dat op grond van het Nederlandse recht steeds vaker bestuurs- en beroepsverboden kunnen worden opgelegd.
Wessel Bosse schreef voor JBN het artikel “Civielrechtelijk bestuursverbod nader beschouwd“, dat hier kan worden gedownload.

Meer weten over het bestuursverbod? Neem dan deel aan de cursus die ik geef op 29 september a.s.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod | Tags: | Een reactie plaatsen

Stand van zaken Nederlandse regelgeving overheidsregister van aandeelhouders en ubo-register

In het artikel “Het Nederlandse UBO-register en centraal aandeelhoudersregister” bespreekt Wessel Bosse de stand van zaken rondom de Nederlandse regelgeving inzake deze onderwerpen. Het artikel is hier te downloaden.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Een reactie plaatsen

Nog steeds grote verwarring rondom het begrip ‘ubo’ | AMLD4

De 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) is in aantocht. Een van de gevolgen is dat in alle Europese landen een ubo-register moet worden gecreëerd.

Wie is de uiteindelijk belanghebbende?

Rondom het begrip ‘ubo’, de uiteindelijke belanghebbende of ultimate beneficial owner, bestaat inmiddels de nodige verwarring. Zo zijn er instellingen die denken dat het nieuwe ubo-begrip van AMLD4 nu al toegepast moet worden.
En er zijn er mensen die denken dat iedere rechtspersoon een ubo zou moeten hebben. Als er niemand anders te vinden is, wordt het volgens hen de manager van een rechtspersoon.

Onlangs heb ik aan een internetconsultatie meegedaan die handelde over de implementatie van AMLD4 in het Nederlandse recht. Daarin heb ik onder meer vragen gesteld over het begrip ‘ubo’ onder AMLD4:

Uiteindelijk belanghebbende, met name bij de stichting

Een van de thema’s in AMLD4 die veel verwarring oplevert, is de nieuwe definitie van de uiteindelijk belanghebbende (ubo), met name bij stichtingen. Zoals ook uit een aantal andere reacties in deze consultatie blijkt, bestaat de indruk dat iedere rechtspersoon een uiteindelijk belanghebbende moet hebben.

AMLD4 bevat een zeer cryptische tekst met betrekking tot de uiteindelijk belanghebbende, waaruit ik niet kan afleiden dat een rechtspersoon, respectievelijk een stichting, altijd een uiteindelijk belanghebbende zou moeten hebben, maar wel dat in situaties waarin er mogelijk wél iemand is die zeggenschap heeft in combinatie met een financieel belang, als ubo kan worden aangemerkt.

Veel klassieke not-for-profit organisaties hebben de vorm van een stichting, bijvoorbeeld pensioenfondsen en ziekenhuizen. Het kan onmogelijk worden gezegd dat statutair bestuurders van dergelijke stichtingen een ‘financieel belang’ hebben als bedoeld in AMLD4. Als ook dergelijke stichtingen een ubo zouden hebben, zal dit er toe moeten leiden dat in het toekomstige ubo-register het financiële belang van dergelijke ubo’s op 0% moet worden gesteld.

NB Stichtingen die wel een ubo hebben zijn er natuurlijk ook, dat zijn de stichtingen die goederen houden ten titel van beheer, zoals de stichting administratiekantoor die aandelen in een besloten of naamloze vennootschap houdt ten behoeve van certificaathouders. In die setting kan een bestuurder van de stichting wellicht uiteindelijk belanghebbende zijn als hij ook certificaten houdt. Ook kunnen certificaathouders ubo zijn. Ook stichtingen die andere vermogensbestanddelen ten titel van beheer houden, kunnen een ubo hebben.

Mijn vragen:

[1] Net als enige andere deelnemers aan deze consultatie, verzoek ik de ministeries om in de toelichting uitvoerig uiteen te zetten wat de strekking is van de nieuwe ubo-bepaling in AMLD4.

[2] Voorts verzoek ik de ministeries uitvoerig toe te lichten waarom statutair bestuurders en/of leden van leiding van de stichting tot ubo worden aangemerkt als zij geen financieel belang hebben bij de stichting, anders dan dat zij een managementvergoeding ontvangen.

[3] Als statutair bestuurders en/of leden van leiding van de stichting zonder financieel belang als ubo worden aangemerkt: kan worden toegelicht of dat in overeenstemming is met de Europese rechtsbeginselen.

[4] Kan worden toegelicht welke consequenties het heeft voor het cliëntenonderzoek bij een stichting als statutair bestuurders en/of leidinggevenden als ubo worden aangemerkt.

[5] Kan worden toegelicht of de statutair bestuurders en/of leidinggevenden die als ubo van een stichting worden aangemerkt medewerking moeten verstrekken naar een onderzoek naar herkomst van hun vermogen en kan in dat verband aandacht worden besteed aan de vraag of dit in overeenstemming is met de Europese rechtsbeginselen.

Meer informatie:

Definitie uiteindelijk belanghebbende in AMLD4

In de richtlijn worden voor het begrip ubo de volgende uiterst cryptische definities gehanteerd:

Artikel 3
In deze richtlijn wordt verstaan onder: (…)

6. „uiteindelijk begunstigde”: elke natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over de cliënt en/of de natuurlijke perso(o)n(en) voor wiens/wier rekening een transactie of activiteit wordt verricht, en waaronder ten minste wordt verstaan:

a) in het geval van vennootschapsrechtelijke entiteiten:

i) de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over een juridische entiteit via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen of de stemrechten of van het eigendomsbelang in die entiteit met inbegrip van het houden van toonderaandelen, of via zeggenschap met andere middelen, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten overeenkomstig het recht van de Unie, of aan gelijkwaardige internationale standaarden die een toereikende transparantie van eigendomsinformatie waarborgen.
Voor de toepassing van punt i), zijn een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een natuurlijke persoon, een indicatie van directe eigendom. Een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een vennootschapsrechtelijke entiteit die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere vennootschapsrechtelijke entiteiten die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, gelden als indicatie van indirecte eigendom. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te bepalen dat een lager percentage een indicatie van eigendom of zeggenschap kan zijn. Zeggenschap via andere middelen kan onder meer worden vastgesteld volgens de criteria in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (29);
ii) de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren.

b) in het geval van trusts:
i) de oprichter; ii) de trustee(s); iii) de eventuele protector; iv) de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet zijn geïdentificeerd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is; v) elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent;

c) bij juridische entiteiten als stichtingen en bij juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts, de natuurlijke persoon of personen die in het bezit is, respectievelijk zijn van gelijkwaardige of soortgelijke posities als onder b);

Aangezien richtlijnen niet altijd correct in het Nederlands worden vertaald, is het ook nuttig van de Engelstalige tekst kennis te nemen. In het Engels luidt de definitie:

Article 3
For the purposes of this Directive, the following definitions apply: (…)

(6) ‘beneficial owner’ means any natural person(s) who ultimately owns or controls the customer and/or the natural person(s) on whose behalf a transaction or activity is being conducted and includes at least:

(a) in the case of corporate entities:

(i) the natural person(s) who ultimately owns or controls a legal entity through direct or indirect ownership of a sufficient percentage of the shares or voting rights or ownership interest in that entity, including through bearer shareholdings, or through control via other means, other than a company listed on a regulated market that is subject to dis-closure requirements consistent with Union law or subject to equivalent international standards which ensure adequate transparency of ownership information.
A shareholding of 25 % plus one share or an ownership interest of more than 25 % in the customer held by a natural person shall be an indication of direct ownership. A shareholding of 25 % plus one share or an ownership interest of more than 25 % in the cus-tomer held by a corporate entity, which is under the control of a natural person(s), or by multiple corporate entities, which are under the control of the same natural person(s), shall be an indication of indirect ownership. This applies without prejudice to the right of Member States to decide that a lower percentage may be an indication of ownership or control. Control through other means may be determined, inter alia, in accordance with the criteria in Article 22(1) to (5) of Directive 2013/34/EU of the European Parliament and of the Council (29);
(ii) if, after having exhausted all possible means and provided there are no grounds for suspicion, no person under point (i) is identified, or if there is any doubt that the per-son(s) identified are the beneficial owner(s), the natural person(s) who hold the position of senior managing official(s), the obliged entities shall keep records of the actions ta-ken in order to identify the beneficial ownership under point (i) and this point;

(b) in the case of trusts:
(i) the settlor; (ii) the trustee(s); (iii) the protector, if any; (iv) the beneficiaries, or where the individuals benefiting from the legal arrangement or entity have yet to be determined, the class of persons in whose main interest the legal arrangement or entity is set up or operates; (v) any other natural person exercising ultimate control over the trust by means of direct or indirect ownership or by other means;

(c) in the case of legal entities such as foundations, and legal arrangements similar to trusts, the natural person(s) holding equivalent or similar positions to those referred to in point (b);

Tot slot

Het is te hopen dat er spoedig een goede toelichting op de definitie van de ubo komt en dat bij de uitleg van AMLD4 en de uitwerking in de Europese regelgeving aandacht zal worden besteed aan de menselijke maat. Mijn indruk is dat alleen al deze definitie voor zeer veel onvoorziene en ongewenste neveneffecten zal gaan zorgen.

Het is te hopen dat de nette burgers niet het kind van de rekening van deze regelgeving gaan worden.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Stichting | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Civielrechtelijk bestuursverbod | KNB over informatie Kamer van Koophandel

Notarissenorganisatie KNB laat weten dat de Kamer van Koophandel op de website een pagina over het civielrechtelijke bestuursverbod heeft ingericht.

29 september: cursus

Op donderdag 29 september 2016 treed ik op verzoek van Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap op als docent van de cursus “Civielrechtelijk bestuursverbod“. Meer informatie op de site van de stichting.

Handelsregisterbesluit

Overigens is voor zover mij bekend het handelsregisterbesluit nog niet aangepast met het oog op de inschrijving van bestuursverboden. Er is in 2015 wel een consultatie gehouden over wijziging van het handelsregisterbesluit, zie aan het slot de vindplaats.

Bericht KNB

Hierna volgt het bericht van KNB:

Informatie bestuursverbod op website KvK
05-08-2016

De Kamer van Koophandel (KvK) heeft op haar website een pagina ingericht met informatie over het civielrechtelijk bestuursverbod. Deze pagina stelt een notaris in staat om eenvoudig te kunnen controleren aan welke natuurlijke personen een civielrechtelijk bestuursverbod is opgelegd.
Op 1 juli is de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden. Degene aan wie de rechter een civielrechtelijk bestuursverbod heeft opgelegd, kan gedurende vijf jaar (of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald) niet tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon worden benoemd.

Lijst van bestuursverboden
De KvK houdt een openbaar overzicht bij op grond van de onherroepelijke vonnissen waarmee civielrechtelijke bestuursverboden zijn opgelegd. De KvK zal informatie over opgelegde (onherroepelijke) civielrechtelijke vonnissen op een speciale pagina op haar website publiceren zodra een onherroepelijk civielrechtelijk bestuursverbod van toepassing is. Het notariaat kan voor het nazoeken van civielrechtelijke bestuursverboden met de aldaar gepubliceerde informatie invulling geven aan zijn onderzoeksplicht. Het betreft openbare informatie met de naam van de natuurlijke persoon waarop het bestuursverbod van toepassing is en de begin- en einddatum van het bestuursverbod. Ook worden de tijd en datum weergegeven waarop de informatie is gepubliceerd op deze pagina. Na afloop van het bestuursverbod worden de gegevens verwijderd van de pagina. Op dit moment is er nog geen onherroepelijk vonnis waarmee een civielrechtelijk bestuursverbod is opgelegd.

Notaris mag niet meewerken
Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig. Een notaris mag niet meewerken aan de oprichting van een rechtspersoon waarin een bestuurder of commissaris wordt benoemd die een bestuursverbod heeft gekregen. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod ook een beletsel voor de uitoefening van een functie als bestuurder of commissaris bij alle in de procedure betrokken rechtspersonen. De KvK gaat over tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij de KvK.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod | Tags: | Een reactie plaatsen

Wessel Bosse: wél aandacht in het notariaat voor de artikel 210 lid 5 BW2-problematiek

Wessel Bosse heeft gereageerd op mijn artikel Nieuwe discussie over de ‘vereenvoudigde’ vaststelling jaarrekening (artikel 210 lid 5 BW2). De reactie heb ik onder dat artikel geplaatst.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht | Tags: | Een reactie plaatsen

Wijziging regelgeving accountants in consultatievoorstel Wfm 2018

Onlangs is de Wijzigingswet financiële markten 2018 in consultatie gebracht. Het consultatievoorstel bevat naast wijzigingen in de Wft specifiek gericht op financiële ondernemingen ook voor accountants relevante wijzigingen.

Accountants

Voorgesteld wordt om artikelen 452 en 454 van boek 2 BW aan te passen.

Voorts is het voorstel opgenomen om artikel 2 van de Wet toezicht accountantsorganisaties te wijzigen. In dit artikel is de bevoegdheid om de zgn. organisaties van openbaar belang aan te wijzen:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van ondernemingen, instellingen of openbare lichamen aangewezen wier omvang of functie in het maatschappelijk verkeer van zodanige aard is dat een ondeugdelijk uitgevoerde wettelijke controle van de financiële verantwoording een aanmerkelijke invloed kan hebben op het vertrouwen in de publieke functie van de accountantsverklaring.

Het voorstel luidt:

1) Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst.
2) Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Op de wettelijke controle van aangewezen categorieën van ondernemingen, instellingen of openbare lichamen als bedoeld in het eerste lid zijn de bepalingen betreffende wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang uit de verordening van overeenkomstige toepassing voor zover daar bij of krachtens deze wet niet van wordt afgeweken.

Het begrip organisatie van openbaar belang is breder dan alleen financiële instellingen.

In artikel VI worden wijzigingen in de Wet tuchtrechtspraak accountants voorgesteld.

Aankondiging

In de aankondiging worden de voorstellen als volgt samengevat:

Dit ontwerp van een wetsvoorstel bevat onder meer de volgende wetswijzigingen:
– De verplichting om een goedkeuring te hebben DNB voor het, ten behoeve van een onder toezicht van DNB staande financiële onderneming, afgeven van een 403-verklaring of soortgelijke concerngaranties;
– De concentratie van bank- en effectenzaken bij de rechtbank Amsterdam;
– Een verbod op het leggen van derdenbeslag onder DNB op bepaalde tegoeden die financiële ondernemingen aanhouden bij DNB;
– Een aantal aanpassingen in de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen, waaronder toepassing van het Europese bonusplafond (100 – 200%) voor beheerder van beleggingsinstellingen binnen een groep;
– De verlenging van de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag van een bankvergunning van dertien naar zesentwintig weken;
– De mogelijkheid voor de AFM om ten behoeve van het toezicht op de naleving van vakbekwaamheidseisen informatie op te vragen bij DUO; en
– De introductie van de bevoegdheid van DNB om onder bepaalde omstandigheden het depositogarantiestelsel in te zetten voor de financiering van een overdracht van deposito-overeenkomsten die worden aangehouden bij een bank in de noodregeling of faillissement.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Lijst van hoog risico landen vastgesteld door Europese Commissie | AMLD4

Voor degenen actief in het ondernemingsrecht, op wie de antiwitwasregelgeving van toepassing is, is van belang dat de Europese Commissie op 14 juli jl. heeft bekend gemaakt dat de lijst van hoog risico landen in de sfeer van witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding voorlopig is vastgesteld. De lijst wordt definitief nadat is gebleken dat Europees Parlement en de Europese Raad geen bezwaar hebben aangetekend.

De lijst bevat drie rubrieken:

I. Derde land met een hoog risico
1 Afghanistan
2 Bosnië en Herzegovina
3 Guyana
4 Irak
5 Laos
6 Syrië
7 Uganda
8 Vanuatu
9 Jemen

II. Derde land met een hoog risico
Iran

III. Derde land met een hoog risico
Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

Meer informatie is te vinden in het artikel dat ik op mijn persoonlijke weblog heb geplaatst.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe discussie over de ‘vereenvoudigde’ vaststelling jaarrekening (artikel 210 lid 5 BW2)

Op dit blog is al eerder geschreven over artikel 210 lid 5 BW2. Inmiddels loopt er weer een discussie over deze ‘vereenvoudiging’, dit keer in het Maandblad voor Ondernemingsrecht. De auteurs zijn het er over eens dat het goed zou zijn als artikel 210 door de wetgever zou worden aangepast. Maar die wetgever lijkt daar geen interesse voor te hebben.

Overigens jammer dat deze problematiek in het notariaat niet altijd even veel aandacht heeft. Veel notarissen gebruiken statutenwijziging bij een bv niet als gelegenheid om artikel 210 lid 5 ‘weg te schrijven’.

Meer informatie

De discussie in het Maandblad voor Ondernemingsrecht, alleen voor abonnees:


Reactie Wessel Bosse, 1 augustus 2016
Wessel Bosse: Jouw aanname dat in het notariaat aan artikel 2:210 lid 5 BW geen aandacht wordt besteed is onjuist. Zie paragraaf 8 van mijn artikel in Ftv in 2014 (zie bijlage).
Ik adviseer om het in de statuten weg te schrijven en dat staat ook zo in onze model statuten.
Er zou binnen het notariaat meer ruchtbaarheid aan gegeven moeten worden.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Limited na Brexit

De Brexit zal gevolgen krijgen voor Engelse rechtspersonen die in Europa actief zijn.
Zo verscheen op een Duitse site het artikel “Limited no longer – Brexit und Ltds in Deutschland“.
In Nederland werd al door enige auteurs geconstateerd dat een aantal in Nederland actieve limiteds ‘formeel buitenlandse vennootschap‘ zullen worden, zie bijvoorbeeld de beantwoording van vraag 9 in dit artikel.

Bij het inzetten van UK rechtsvormen is oppassendheid geboden, nu nog niet bekend is of en hoe snel er door middel van verdragen regelingen zullen worden getroffen.

Geplaatst in Buitenland | Tags: , | Een reactie plaatsen