Wetsvoorstel accountantsorganisaties wijzigt ook BW2

Onlangs is een wetsvoorstel ingediend, dat nadere regels inzake accountantsorganisaties bevat. Opvallend is dat ook boek 2 BW wordt gewijzigd.

Deelname aan de beraadslaging (129a, 239a BW2)

Aan de bepalingen inzake one-tier bij nv’s en bv’s (129a en 239a BW2), die nu inhouden dat de uitvoerende bestuurders niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende bestuurders, wordt toegevoegd dat dit ook geldt voor de verlening van de opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een externe accountant.

Overigens vraag ik me wel af hoe zich het verbod op deelname aan de beraadslaging zich verhoudt tot het principe dat bestuurders een raadgevende stem hebben.

Opdrachtverlening aan de accountant (393 BW2)

De regeling inzake de opdrachtverlening aan de accountant in artikel 393 BW2 wordt aangepast. De hoofdregel blijft dat de algemene vergadering bevoegd is tot het verlenen van de opdracht. In het voorstel worden in in artikel 393, tweede lid, de tweede tot en met vierde volzin vervangen door:

Gaat deze daartoe niet over, of ontbreekt deze, dan is de raad van commissarissen bevoegd. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan is het bestuur bevoegd. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend.

Nu staat er:

Gaat deze daartoe niet over, dan is de raad van commissarissen bevoegd of, zo deze ontbreekt of in gebreke blijft, het bestuur. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend; de door het bestuur verleende opdracht kan bovendien door de raad van commissarissen worden ingetrokken. De opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen; daartoe behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving of controlewerkzaamheden.

Memorie van toelichting

De wijziging in artikel 393 BW2 wordt in de memorie van toelichting als volgt toegelicht:

Op grond van artikel 393 van Boek 2 van het BW wordt de accountant benoemd door de algemene vergadering. Gaat deze niet tot benoeming over, dan is de raad van commissarissen bevoegd. Wanneer een raad van commissarissen ontbreekt of in gebreke blijft, wordt de accountant benoemd door het bestuur.
In onderdeel C wordt voorgesteld artikel 393 zo aan te passen dat de benoeming van de accountant alleen kan geschieden door de algemene vergadering of de raad van commissarissen. Hierdoor wordt beter gewaarborgd dat er een onafhankelijke benoeming van de externe accountant plaatsvindt. Uitsluitend indien een algemene vergadering en een raad van commissarissen ontbreken, is het bestuur bevoegd. Dit kan het geval zijn bij de entiteiten genoemd in artikel 360 van Boek 2 van het BW. Een voorbeeld hiervan is de jaarrekeningplichtige stichting als bedoeld in artikel 360, derde lid, van het BW. De externe accountant dient onafhankelijk te zijn bij de uitvoering van de wettelijke controle en ontvangt daarbij geen instructies van het bestuur. Dit geldt dus ook bij het verlenen van de opdracht. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering. Omdat de vaststelling niet kan geschieden zonder accountantsverklaring over de jaarrekening, zullen de algemene vergadering of de raad van commissarissen niet snel in gebreke blijven een accountant te benoemen.

Over de aanpassing bij het one-tier systeem wordt het volgende gezegd:

In de onderdelen A en B wordt de benoeming van de accountant geregeld wanneer een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap heeft gekozen voor een monistisch bestuursmodel conform artikel 2:129a, respectievelijk artikel 2:239a BW. In dat geval wordt toezicht gehouden door niet-uitvoerende bestuurders. Omdat er geen raad van commissarissen is bij een monistisch bestuursmodel dient de benoeming van de accountant te geschieden door het bestuur van de vennootschap wanneer de algemene vergadering in gebreke blijft. In dat geval zijn de uitvoerende bestuurders van de beraadslaging en besluitvorming over de benoeming van de accountant uitgesloten.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Tegenstrijdig belang bestuurder en toezichthouder | Tags: | Een reactie plaatsen

Het bizarre integriteitsrecht | de statutair bestuurder als uiteindelijk belanghebbende (Wwft)

Voor mijn algemene weblog schreef ik een artikel over de statutair bestuurder als uiteindelijk belanghebbende, lees verder.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Juridische positie statutair bestuurder (overeenkomst opdracht / arbeidsovereenkomst e.d.), Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Publicatieplicht stichtingen uit de mottenballen

Uit een brief over bestrijding van ongewenste (buitenlandse) financiering van instellingen en activiteiten blijkt dat de het kabinet overweegt de plannen om aan stichtingen een publicatieplicht op te leggen uit de mottenballen te halen. Wel zal een drempel worden opgenomen, zodat kleine stichtingen niet met administratieve lasten worden geconfronteerd.

Citaat:

Het kabinet wil de transparantie van Nederlandse maatschappelijke en religieuze instellingen over de door hen (te) ontvangen (buitenlandse) financiering bevorderen. Daartoe onderzoekt het kabinet de mogelijkheid het wetsvoorstel publicatieplicht stichtingen opnieuw in procedure te nemen en een zinvolle afbakening daarin te maken. Een dergelijke afbakening zou kunnen plaatsvinden door bijvoorbeeld de omvang van (cumulatieve) donaties te laten meewegen bij het verplicht stellen van publicatie. Het wetsvoorstel publicatieplicht stichtingen, waarover in 2010 internetconsultatie heeft plaatsgevonden, behelst een plicht voor (alle) stichtingen om de balans en staat van baten en lasten bij het handelsregister te deponeren. Op de balans moet het totale bedrag aan donaties afzonderlijk worden vermeld. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Sjoerdsma [1].

Noot:
[1] Motie Sjoerdsma, 25 mei 2016: Kamerstuk 29 614, nr. 42, over het verplichten van religieuze stichtingen om transparant en openbaar te zijn over de herkomst van hun financiering en daar jaarlijks over te informeren.

Al betreft de aanleiding een specifieke situatie, een dergelijke publicatieplicht zal een breder effect gaan krijgen.

Zie over dit voornemen ook dit nieuwsbericht.

Eerdere berichten over de publicatieplicht van stichtingen zijn te vinden via deze tag.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Overheidsregister van aandeelhouders: artikel Notariaat Magazine

In het tijdschrift Notariaat Magazine is dit artikel verschenen over het overheidsregister van aandeelhouders, dat vaak als ‘Centraal Aandeelhoudersregister’ of ‘CAHR’ wordt aangeduid.
In het artikel figureert een van de indieners van het initiatiefvoorstel, Ed Groot. Notaris Hans Erkamp heeft geassisteerd bij het opstellen van het wetsvoorstel.

Met het aandeelhoudersregister dat een vennootschap zelf moet aanhouden heeft dit register niets te maken.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rechtsbescherming in het financiële recht | accountants

Het financiële recht dijt enorm snel uit en creëert een grote hoeveelheid regels.
Één van de beroepsgroepen die hiermee te maken krijgt, is de beroepsgroep van de accountants.
Vandaag is een brief bekend gemaakt waarin de accountantsregelgeving wordt besproken en waarin de rechtsbescherming aan de orde komt.

Deze brief is ook gesignaleerd op mijn algemene blog.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Wwft in de ondernemingsrechtpraktijk | cursus voor juristen

Velen die actief zijn in de ondernemingsrechtpraktijk krijgen te maken met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

De juristen onder hen kunnen onder meer gebruik maken van de dit jaar door Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap aangeboden Wwft-cursussen, gegeven door mr. dr. B. Snijder-Kuipers, kandidaat-notaris De Brauw Blackstone Westbroek, docent vakgroep privaatrecht en notarieel recht Rijksuniversiteit Groningen en fellow Radbouduniversiteit Nijmegen:

  • Dinsdag 9 mei 2017, 13.30-17.00 uur. Basiscursus Wwft, drie punten
  • Donderdag 1 juni 2017, 13.30-17.00 uur. Verdiepingscursus Wwft / wandelen met de Wwft, drie punten

Meer informatie bij de stichting.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

EU listed companies and long-term shareholder engagement: revision of the Shareholders’ Rights Directive

Op 16 December a deal on the revision of the existing Shareholders’ Rights Directive (2007/36/EC) was announced in this press release:

Shareholders’ rights in EU companies: Presidency strikes deal with Parliament
Council of the EU 16/12/2016 11:30
Press release 738/16
Single market Enterprise and industry
16/12/2016 | 11:30

On 9 December 2016, the EU’s committee of permanent representatives (COREPER) endorsed an agreement between the Slovak presidency and European Parliament representatives to strengthen shareholders engagement in big European companies. The agreement was formally approved by the Coreper on 16 December.

The agreement will encourage transparent and active engagement by shareholders of listed companies through a revision of the existing Shareholders’ Rights Directive (2007/36/EC).

Lucia Žitňanská, minister for Justice of Slovakia said: “The financial crisis revealed that in many cases shareholders supported excessive short-term risk-taking by managers. The revised directive is intended to redress this situation and contribute to the sustainability of companies, which will in turn help generate growth and create jobs. I want to express my gratitude to previous presidencies, the Commission and the Parliament for the fruitful cooperation”.

The new directive establishes specific requirements to encourage shareholder engagement in the long term and increase transparency. These requirements apply to:

* remuneration of directors
* identification of shareholders
* facilitation of exercise of shareholders rights
* transmission of information
* transparency for institutional investors, asset managers and proxy advisors
* related party transactions

Oversight over directors’ remuneration
Shareholders will have the right to vote on the remuneration policy of the directors of their company.
Under the new rules, remuneration policy should contribute to the overall business strategy, long-term interests and sustainability of the company and should not be linked to short-term objectives.
Directors’ performance should be assessed on the basis of both financial and non-financial performance criteria, including where appropriate environmental, social and governance factors.
Remuneration policy will also have to be publicly disclosed without delay after the vote by the shareholders at the general meeting.

Identification of shareholders
The new directive will ensure that companies are able to identify their shareholders and to obtain information on shareholder identity from any intermediary in the chain that holds the information. The aim is to facilitate the exercise of shareholder rights and the engagement with the company.
Member states are able to decide that companies in their territory are only allowed to request identification with respect to shareholders holding more than a certain percentage of shares or voting rights which will not exceed 0,5%.

Facilitation of shareholders rights
Intermediaries will have to facilitate the exercise of the rights by the shareholder, including the right to participate and vote in general meetings.
They will also have the obligation to deliver to shareholders in a standardised and timely manner, all information from the company that will enable the appropriate exercise of their rights.
Furthermore, they will have to publicly disclose any charges related to the new rules.

Transparency for institutional investors, asset managers and proxy advisors
The new requirements will help institutional investors and asset managers to be more transparent as regards their approach to shareholder engagement. They will have to either develop and publicly disclose a policy on shareholder engagement or explain why they have chosen not to do so.
This policy will describe how they integrate shareholder engagement in their investment strategy and the engagement activities they carry out.
It will also include policies to manage actual or potential conflicts of interests, in particular in a situation where the institutional investors or asset managers or their affiliated undertakings have significant business relationship with the investee company.
Many institutional investors and asset managers use the services of proxy advisors who provide research, advice and recommendations how to vote in general meetings of listed companies. While proxy advisors play an important role in corporate governance by contributing to reduce costs of the analysis related to company information, they may also have an important influence on voting behaviour of investors.
In view of their importance, proxy advisors will be subject to transparency requirements and will be subject to a code of conduct.

Related party transactions
Transactions with related parties can cause prejudice to companies and their shareholders, as they may give the related party the opportunity to appropriate value belonging to the company.
For this reason, the new directive provides that material related party transactions should be submitted for approval by the shareholders or the administrative or supervisory body in order to provide adequate protection for the interests of the company.
Companies will have to announce publicly material transactions at the latest at the time of the conclusion of the transaction, with all necessary information to assess the fairness of the transaction.

Next steps
Following the final adoption by the Council and the European Parliament next year, the revised directive will be published in the EU’s Official Journal.
Member states will have up to two years to incorporate the new provisions into domestic law.

The proposal is on the agenda of Committee on Legal Affairs (JURI) of the European Parliament of 30 January 2017.

More information:

EU:

  • Press release, html, pdf 16 December 2016
  • Proposal for a Directive amending Directive 2007/36/EC as regards the encouragement of long-term shareholder engagement and Directive 2013/34/EU as regards certain elements of the corporate governance statement [December 2016]
  • Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council amending Directive 2007/36/EC as regards the encouragement of long-term shareholder engagement and Directive 2013/34/EU as regards certain elements of the corporate governance statement COM/2014/0213 final – 2014/0121 (COD) [2014]
  • Committee on Legal Affairs (JURI) agenda of 30 January 2017
  • European Parliament procedure file

Articles:


Addition 31 January 2017

The JURI committee published in its latest newsletter a summary of the proposal.

Geplaatst in English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

KNB: “Tegengaan Panama Paper-constructies. Ingewikkelde keuze tussen transparantie en privacy”

Een beetje laat, want het artikel verscheen al in mei 2016, attendeer ik op dit lezenswaardige artikel dat in Notariaat Magazine verscheen onder de titel “Tegengaan Panama Paper-constructies. Ingewikkelde  keuze tussen transparantie en privacy“.

Het gaat over de bedreigingen die het op de de antiwitwaswetgeving gebaseerde ubo-register voor de privacy en security van de geregistreerde personen gaat opleveren.

Meer informatie:

Notariaat Magazine mei 2016, pagina 20 en verder. Hierbij het artikel als losse pdf.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Initiatiefwetsvoorstel inzake overheidsregister van aandeelhouders (CAHR) ingediend

Vandaag is een initiatiefvoorstel inzake het overheidsregister van aandeelhouders ingediend. Volgens het voorstel wordt Registratiewet 1970 gewijzigd. Belangrijke bepalingen in het voorstel volgen hierna.

In te schrijven gegevens

In het voorstel voor artikel 7a Registratiewet 1970 is geregeld welke gegevens worden ingeschreven:

Artikel 7a
1. De notaris is verplicht, in aanvulling op de inschrijving, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bepaalde door hem opgemaakte akten uiterlijk op de eerste werkdag na de dag waarop de akten zijn opgemaakt langs elektronische weg in te schrijven in een door de KNB gehouden register.
2. De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, omvat bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bepaalde gegevens over aandelen op naam, houders van aandelen op naam, vruchtgebruikers van aandelen op naam en pandhouders van aandelen op naam in het kapitaal van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 175 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of een naamloze vennootschap, bedoeld in artikel 64 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan geen aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is van de Europese Unie, en waarvan geen aandelen of certificaten van aandelen, naar ten tijde van het opmaken van de akte op goede gronden kan worden verwacht, daartoe spoedig zullen worden toegelaten, welke gegevens afkomstig zijn uit of betrekking hebben op akten, bedoeld in het eerste lid.
3. De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen regeling wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Bij regeling van Onze Minister wordt, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de wijze waarop de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt alsmede de inrichting en de wijze van bijhouden van het register, bedoeld in het eerste lid, bepaald.

Inzagerecht

Er is een ruime groep van inzagegerechtigden, zo blijkt uit de voorgestelde tekst voor artikel 7b lid 3:

3. Het register, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, kan worden ingezien door:
a. de inspecteur of door Onze Minister aangewezen andere ambtenaren van de rijksbelastingdienst, ten behoeve van de uitvoering van de wettelijke taken van de rijksbelastingdienst;
b. een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aangewezen bestuursorgaan, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken;
c. de notaris, ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken;
d. een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aangewezen instelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken;
e. een houder van aandelen op naam, vruchtgebruiker van aandelen op naam of pandhouder van aandelen op naam, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, voor zover het gegevens betreft die deze houder, vruchtgebruiker of pandhouder betreffen.

Ook ondernemingen die de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten toepassen kunnen worden aangewezen als inzagegerechtigd.

Bericht KNB

Notarissen spelen een centrale rol bij dit overheidsregister. Hierna volgt het bericht van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB):

Initiatiefwetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister ingediend
19-01-2017

Tweede Kamerleden Ed Groot (PvdA) en Sharon Gesthuizen (SP) hebben vandaag hun initiatiefwetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister (CAHR) ingediend bij de Tweede Kamer. Het CAHR wordt ondergebracht bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en gevuld door notarissen op basis van notariële akten. Het register wordt beperkt toegankelijk.
De KNB is verheugd over het initiatiefwetsvoorstel van Groot en Gesthuizen. De beroepsorganisatie heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk gepleit voor spoedige invoering van het CAHR en voor onderbrenging van dit register bij de KNB. Volgens het initiatiefwetsvoorstel worden in het CAHR gegevens over aandelen, aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders van bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s opgenomen. Deze informatie wordt ontsloten voor de Belastingdienst en andere publieke diensten ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken op het gebied van controle, toezicht, handhaving en opsporing. Notarissen hebben toegang vanwege de uitvoering van hun wettelijke taken in het rechtsverkeer en bepaalde Wwft-instellingen voor uitvoering van hun Wwft-verplichtingen tot cliëntenonderzoek. Het CAHR geeft zicht op wie schuil gaan achter vennootschappen en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan het doel dat hiermee wordt gediend: voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen en bijdragen aan rechtszekerheid in het rechtsverkeer.

Betrouwbaarheid
Het register omvat – omwille van de betrouwbaarheid – uitsluitend informatie die door notarissen is ingeschreven en afkomstig is uit of betrekking heeft op notariële akten. De notaris wordt verplicht tot inschrijving van gegevens in het CAHR. Omdat hierbij wordt aangesloten bij het bestaande proces van inschrijving van notariële akten in het door de KNB gehouden repertorium, is het extra werk dat deze nieuwe verplichting voor de notaris meebrengt naar verwachting beperkt. De verwachting is dat het notariaat op termijn voordelen in tijd en kwaliteit realiseert als het CAHR gebruikt kan worden als belangrijke bron voor zijn recherchewerkzaamheden.

UBO-register
Het UBO-register is in sommige opzichten breder en in andere opzichten smaller dan het CAHR. Beide registers hebben hun eigen toegevoegde waarde en vullen elkaar aan, aldus de toelichting. Het UBO-register bestrijkt enerzijds een bredere groep entiteiten en personen. Anderzijds worden in het UBO-register alleen aandeelhouders met een aandelenbelang van meer dan 25 procent geregistreerd. In het CAHR worden ook aandeelhouders met een aandelenbelang van 25 procent of minder ingeschreven. Verder wordt het UBO-register gevuld met gegevens van de uiteindelijk belanghebbenden zelf. Het CAHR berust op notariële akten. En het UBO-register wordt openbaar. Het CAHR wordt besloten en beperkt raadpleegbaar.

Enthousiasme
Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft eerder laten weten blij te zijn met de aankondiging van Groot dat hij het CAHR samen met Gesthuizen wil gaan regelen door middel van een initiatiefwetsvoorstel. De minister gaf toen aan geen enkel bezwaar te zien tegen het separaat laten verlopen van de wetgevingsactiviteiten rond het UBO-register en het CAHR. Volgens Van der Steur zal het kabinet met enthousiasme kennisnemen van het initiatiefwetsvoorstel. Een wetsvoorstel tot instelling van het UBO-register is in de maak.

Meer informatie:


Dit bericht is ook op het ubo-register weblog geplaatst

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk) | Tags: , | Een reactie plaatsen

Aandelen aan toonder gaan verdwijnen | brief ministerie financiën 17 januari 2017

Gisteren werd een brief van de staatssecretaris van financiën bekend waarin de staatssecretaris onder meer melding maakt van het verdwijnen van toonderaandelen in het Nederlandse recht. Dergelijke aandelen zijn in Nederland alleen mogelijk bij naamloze vennootschappen. De staatssecretaris schrijft:

3.2. Aanpakken van aandelen aan toonder

Het achterhalen van uiteindelijk belanghebbenden wordt vergemakkelijkt door het stellen van nadere regels aan de houders van aandelen aan toonder. Nederlandse naamloze vennootschappen (hierna: NV’s) kunnen aandelen aan toonder uitgeven. Aandelen aan toonder van niet-beursgenoteerde NV’s zijn niet op naam geregistreerd en zijn vrij verhandelbaar bij onderhandse akte. Het anoniem blijven van aandeelhouders kan leiden tot misbruik, belastingontduiking en witwassen. Het is daarom onwenselijk dat aandeelhouders in Nederland hun identiteit geheim kunnen houden door middel van toonderaandelen in NV’s. Veel van de ons omringende landen hebben in de afgelopen jaren al aandelen aan toonder afgeschaft of anderszins geregeld dat de identiteit van de aandeelhouder kan worden achterhaald. Hoewel bij toezichthouders geen aanwijzingen bestaan dat hiervan in Nederland op grote schaal misbruik wordt gemaakt, bestaat het risico dat dit in de toekomst kan gebeuren.

Na een wijziging van de Wet giraal effectenverkeer zijn vanaf 1 januari 2011 alle beursgenoteerde aandelen aan toonder die in bewaring zijn gegeven belichaamd in een ‘verzamelbewijs’. Door middel van dit verzamelbewijs kan de identiteit van de houder van deze toonderaandelen worden vastgesteld. De wetswijziging verplichtte echter niet tot inbewaargeving. Zonder nadere maatregelen is de identiteit van de houder van een toonderaandeel dat niet in bewaring is gegeven dus niet eenvoudig te achterhalen.

Het resultaat waarop het kabinet zich richt, is dat toonderaandelen die nu nog in tastbare vorm thuis kunnen worden bewaard, straks alleen nog in girale vorm kunnen bestaan. Dit resultaat kan worden bereikt door in de eerste plaats inbewaargeving verplicht te stellen. Deze inbewaargeving vindt plaats door middel van intermediairs of een centraal instituut. Als de toonderaandelen in bewaring zijn gegeven, dan vallen zij vervolgens vanzelf onder het nu al bestaande systeem dat geldt voor beursgenoteerde toonderaandelen. In de tweede plaats dient de levering van aandelen aan toonder in het Burgerlijk Wetboek te worden gewijzigd zodat uitsluitend giraal kan worden geleverd. In de derde plaats dient te worden bepaald dat de rechten van houders van toonderaandelen worden opgeschort zolang inbewaargeving en registratie niet hebben plaatsgevonden. Het kabinet is voornemens om begin 2017 een concept langs deze lijnen via internet te consulteren en heeft de ambitie om vervolgens in de tweede helft van 2017 een wetsvoorstel aan uw Kamer aan te bieden.


Aanvulling 27 januari 2017

Uit het artikel van Ariane Kleijwegt, “Aanval op de foute adviseur“, 18 januari 2017, blijkt dat Jan van Koningsveld het belang van het verbieden van toonderaandelen in Nederland niet zo ziet.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Naamloze vennootschap | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen