Voorstel WNT-uitvoeringsregeling raakt bestuurders van stichtingen

Al eerder besteedde ik aandacht aan de WNT-consultatie die in juli jl. is gestart en die betrekking had op onder meer de normering bezoldiging topfunctionarissen zonder ‘dienstbetrekking’.

Gisteren hebben Xander Alders en ik op de valreep nog aan deze consultatie mee gedaan, met een tekst die taalkundig niet geheel vlekkeloos is:

Van: Ellen Timmer en Xander Alders (Pellicaan Advocaten N.V.)
Aan: het ministerie van binnenlandse zaken
Betreft: WNT consultatie topfunctionarissen zonder dienstbetrekking

Een belangrijk onderdeel van de WNT-consultatie betreft de positie van de topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.
De ontwerpers van het voorstel lijken te denken dat dit een kleine categorie is. Dat is een onjuiste veronderstelling en dat komt omdat het begrip dienstbetrekking een fiscaalrechtelijk begrip is dat zowel de dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) als de fictieve dienstbetrekking omvat.
Een belangrijke categorie topfunctionarissen die GEEN dienstbetrekking of fictieve dienstbetrekking in fiscale zin heeft, zijn bestuurders van stichtingen (zie onder meer http://www.belastingdienst.nl/bibliotheek/handboeken/html/boeken/HL/thema_s-bijzondere_arbeidsrelaties.html#HL-16.9). Dit is een belangrijke categorie binnen de WNT-plichtige instellingen.

Een gevolg van de voorgestelde regeling is dat alle bestuurders van stichtingen waarop de WNT van toepassing is plotseling onder deze nieuwe regeling met onder meer het verkorte overgangsrecht komen te vallen en het thans toepasselijke overgangsrecht ‘verliezen’.
Wij zijn van mening dat dit juridisch onjuist is en in strijd met het fair balance beginsel (EVRM) waarover op pagina 12 van het consultatiedocument zo mooi wordt gesproken.

Wij verzoeken de minister van binnenlandse zaken dit voorstel volledig te heroverwegen en er voor zorg te dragen dat de nieuwe regeling in artikelen 4 tot en met 7 van het Uitvoeringsbesluit WNT alleen zal gaan gelden voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking die op tijdelijke basis actief zijn.

Ellen Timmer / Xander Alders

De consultatie wordt hier aangekondigd. Onze reactie is op deze plaats op de internetconsultatiesite te vinden.

Dit bericht is ook geplaatst op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Reacties op de internetconsultatie inzake de accountantsregelgeving

De reacties op de de internetconsultatie over aanvullende maatregelen accountantsorganisaties, die ik hier al eerder aankondigde, zijn na sluiting van de consultatie bekend gemaakt. Dat gebeurde op 11 augustus 2015 op de consultatiesite, deze zijn – op alfabetische volgorde naar organisatie – van:

  • Autoriteit Financiële Markten (mr. F. Pouw) Amsterdam | 10 augustus 2015
  • Confirm (Drs J Peters) Elst | 25 juli 2015
  • Deloitte (mr drs J Van Overeem) Rotterdam | 10 augustus 2015
  • Ernst & Young Accountants LLP (drs. J.F.M. Kamphuis) Rotterdam | 10 augustus 2015
  • Eumedion (Drs. R. Abma) Den Haag | 10 augustus 2015. Zie voor de reactie van Eumedion hun website, deze reactie werd op 10 augustus 2015 besproken in een artikel op accountant.nl.
  • KPMG N.V. (M.A. Hogeboom) Amstelveen | 10 augustus 2015
  • NBA (mr. V. Stoffels) Amsterdam | 11 augustus 2015
  • NOB (mr. M.A. de Kleer) Amsterdam | 09 augustus 2015
  • Pellicaan Advocaten N.V. (mr. E. Timmer) Capelle aan den IJssel | 07 augustus 2015. Zie ook mijn bericht op dit weblog.
  • PwC (mr drs H.K.O. Reimers) Amsterdam | 10 augustus 2015
  • SRA (drs. S. Danse) Nieuwegein | 11 augustus 2015
  • Vereniging van Effectenbezitters (mr. drs. G.F.E. Koster) Den Haag | 10 augustus 2015
  • VNO-NCW (drs. M.W. Noordzij) Den Haag | 10 augustus 2015
Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Internetconsultatie aanvullende maatregelen accountantsorganisaties | eigen reactie

Vandaag is de laatste dag dat kan worden deelgenomen aan de internetconsultatie over aanvullende maatregelen accountantsorganisaties, die ik hier al eerder aankondigde.

Zelf heb ik ook aan de consultatie deelgenomen, met onderstaande bijdrage, die ook als pdf is te downloaden.

Reactie internetconsultatie aanvullende maatregelen accountantsorganisaties

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze internetconsultatie, die is aangekondigd op http://www.internetconsultatie.nl/aanvullendemaatregelen.

Tekortkoming (artikelen 14a en 25b Wta)
In artikel I wordt op twee plaatsen voorgesteld het begrip ‘tekortkoming’ in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) te introduceren, nl. in onderdeel A:

Artikel 14a
De accountantsorganisatie zorgt ervoor dat tekortkomingen bij een wettelijke controle worden hersteld.

en in onderdeel E:

Artikel 25b
Een externe accountant herstelt de tekortkomingen bij een wettelijke controle.

Het begrip ‘tekortkoming’ komt in de Wta nog niet voor. Een definitie van dit begrip ontbreekt. Aangenomen mag worden dat hier niet wordt gedoeld op het begrip ‘tekortkoming’ zoals wij dit uit het civiele recht kennen. Naar mijn mening is er alle aanleiding dit begrip te verduidelijken.

Uit de tekst van de twee artikelen valt af te leiden dat het niet om de methodiek bij wettelijke controles in het algemeen gaat, maar om niet-naleving van voorschriften bij een individuele controle. Het valt op dat de tekst van de voorgestelde artikelen 14a en 25b veronderstelt dat tekortkomingen per definitie herstelbaar zijn. Dus wellicht betekent dit dat iets alleen een tekortkoming is, als het ook herstelbaar is. Is door de ontwerpers van het voorstel onder ogen gezien dat het denkbaar is dat in individuele gevallen herstel onmogelijk kan zijn (bijvoorbeeld op grond van andere wettelijke voorschriften of beroepsregels).

Uit de ‘bevel’vorm waarin artikelen 14a en 25b zijn gesteld valt niet af te leiden wie de accountantsorganisatie respectievelijk de externe accountant kan aanspreken op naleving van deze verplichting. Wellicht dat op grond van artikel 14 Wta de accountantsorganisatie de accountant kan aanspreken bij niet-naleving van artikel 25b. Kan dit nader worden toegelicht?

Aanbevelingen:
* Verschaf een nadere toelichting op het begrip ‘tekortkoming’.
* Geef een toelichting op de vraag of onder ogen is gezien dat er mogelijk tekortkomingen zijn die niet herstelbaar zijn en zo ja, dat dit betekent dat alsdan iets geen ‘tekortkoming’ als bedoeld in artikelen 14a en 25b is.
* Kan worden toegelicht wie de betrokkene kan aanspreken op artikelen 14a en 25b. Is dat alleen de toezichthouder of ook een ander?

Artikel 16 lid 1, beleidsbepaler, geschiktheidstoetsing

Beleidsbepaler
In lid 1 worden in de eerste volzin degenen genoemd die het dagelijkse beleid van een accountantsorganisatie bepalen :

* accountantsorganisaties
* auditkantoren
* natuurlijke personen die voldoen aan de krachtens artikel 25 te stellen regels inzake vakbekwaamheid van externe accountants of regels die daaraan gelijkwaardig zijn

De tweede volzin lijkt betrekking te hebben op natuurlijke personen. Het is aan te bevelen te verduidelijken of dit het geval is.

De eerste volzin roept de vraag op of het dagelijkse beleid van een accountantsorganisatie wel door een (andere) accountantsorganisatie of auditkantoor bepaald kan worden. (Dat een rechtspersoon in algemene zin beleidsbepaler kan zijn, lijkt me juist).
De overige onderdelen van artikel 16 richten zich op natuurlijke personen, immers alleen een natuurlijke persoon kan deskundig zijn (lid 2) of geschikt (leden 3 tot en met 5).

Aanbeveling:
* Het is aan te bevelen om artikel 16 uitsluitend te richten op natuurlijke personen als dagelijks beleidsbepaler.

Geschiktheidstoetsing
Artikel 16 is een belangrijke bepaling als het om de toetsing van geschiktheid en deskundigheid gaat. De facto kan sprake zijn van een beroepsverbod voor betrokken personen, als die toetsing niet zorgvuldig en op voldoende niveau plaats vindt.

Nu dat artikel toch wordt aangepast, is dat een goede gelegenheid om aan dit artikel een bepaling toe te voegen dat die toetsing slechts zal plaats vinden door personen die voldoende ervaring en competenties hebben om de betrokken personen te beoordelen. In dit verband attendeer ik er op dat niet alleen Lakeman kritiek heeft op de praktijk van geschiktheidstoetsingen in het financiële toezicht [1]; ook anderen oefenen kritiek uit. Zo schreven Toorn en Galle in hun artikel van december 2014 [2] dat het beter moet, zowel voor wat betreft de aanpak van de toetsing, als wat betreft de personen die de toetsing uitvoeren. Zij schrijven onder meer

Zo rijst de vraag of ‘juniore’ toezichthouders in staat waren/zijn om de geschiktheid van commissarissen bj de grootste banken en verzekeraars … te beoordelen. Kunnen deze toetsers risico’s in het functioneren van de governance bij deze grote financiële instellingen onderkennen, die deze ondernemingen zelf over het hoofd hebben gezien? Het oogt dan ook tegenstrijdig om de beslissing over de ‘bagage’ van een seniore bestuurder/commissaris over te laten aan iemand die deze ‘bagage’ zelf niet heeft.

Ook anderen oefenen kritiek uit. [3]

Aanbevelingen:
Vanwege de afhankelijkheidsrelatie van de vergunninghouders, hier de accountantsorganisaties, ten opzichte van het bestuursorgaan (AFM), is aan te bevelen in de wet regels op te nemen om te waarborgen dat de kwaliteit van de geschiktheidstoetsing hoog is. Daarbij valt te denken aan het volgende:

* het stellen van geschiktheidseisen aan degenen die als toetser optreden; het eventueel gebruik maken van derden met de juiste competenties als toetser;
* degene die getoetst wordt dan wel diens accountantsorganisatie kan verzoeken om andere toetsers;
* periodiek overleg tussen AFM en de accountantsorganisaties over de toetsingscriteria, de werkwijze bij de geschiktheidstoetsing en de geschiktheid van de toetsers;
* toegankelijke procedure bij de onafhankelijke rechter (bijvoorbeeld de Accountantskamer) inzake criteria, werkwijze en de geschiktheid van de toetsers.

Artikel 16 lid 4, beleidsbepaler en netwerk
Vanwege de belangrijke betekenis van het begrip ‘beleidsbepaler’ dient er voor betrokken accountantskantoren helderheid te zijn wat dit inhoudt als het accountantskantoor deel uitmaakt van een netwerk. Zo’n netwerk kan er op grond van artikel 1 lid 1 immers ook al zijn als door zelfstandige kantoren wordt opgetreden met een gemeenschappelijk merk. Van het ‘ bepalen van beleid’ hoeft in een dergelijk netwerk geen sprake te zijn.

Voorts is de vraag of deze bepaling van toepassing kan zijn op een buitenlands onderdeel van het netwerk. Dat lijkt vreemd, omdat men dan kennis moet hebben van het Nederlandse recht en over passende bevoegdheden moet beschikken.

Aanbeveling:
* Geef een verduidelijking van de betekenis van het begrip beleidsbepaler in de sfeer van een netwerk.

Artikel 22a lid 6, onafhankelijk intern toezicht
Gelet op de belangrijke inhoud van de in lid 6 bedoelde algemene maatregel van bestuur is het te betreuren dat het concept niet mede in consultatie is gebracht.

Aanbeveling
* Breng de algemene maatregel van bestuur alsnog zo spoedig mogelijk in consultatie.

Artikel 48a, toevoeging aan lid 5 en nieuw lid 6
Voorgesteld wordt dat de AFM mededelingen kan doen aan het auditcomité of de algemene vergadering van de controlecliënt. Dat is een vergaande bevoegdheid waarbij een betere rechtsbescherming hoort dan slechts de mogelijkheid voor de accountantsorganisatie om een zienswijze naar voren te brengen.

Aanbeveling
* Verbeter de rechtsbescherming door in een dergelijke situatie beroep op de Accountantskamer open te stellen in een spoedprocedure.

Artikel 63c, gegevensuitwisseling door AFM met onder andere FIU-Nederland
In het voorstel is een op artikel 1:93 lid 1 aanhef en sub f. Wet op het financieel toezicht (Wft) geïnspireerde bepaling over gegevensverstrekking aan opsporingsinstanties opgenomen. In de summiere toelichting (pagina 7, paragraaf 2.6 en pagina 17, onder G) wordt slechts in algemene bewoordingen gezegd dat deze doorbreking van de geheimhoudingsplicht wenselijk zou zijn.

Stilzwijgend lijkt de tekst van artikel 1:93 lid 1 aanhef en sub f. Wft in andere toezichtwetten terecht te komen.

Aanbeveling
* Verschaf een nadere toelichting op de ervaringen die met artikel 1:93 lid 1 aanhef en sub f. Wft zijn opgedaan en dan met name aan de vraag of in de praktijk aan de eisen (onder meer doelbinding, waarborging geheimhouding, geen strijd met detournement de pouvoir) wordt voldaan. De werkelijkheid is immers soms anders als de theorie, zoals uit het Suwinet schandaal [4] is gebleken.

Verbetering rechtsbescherming
In de laatste tien jaar zijn de bevoegdheden van bestuursorganen in het financiële recht sterk uitgebreid. Die ontwikkeling is ook zichtbaar in de regelgeving op het gebied van accountants, accountantsorganisaties en jaarverslaggeving. De rechtsbescherming van degenen die met de overheid te maken krijgen is niet verbeterd.

Ik verwijs in dit verband naar het onlangs verschenen proefschrift van A.G. Mein, ‘De boete uit balans’ [5], waarin hij uiteenzet dat de bestuurlijke boete oorspronkelijk nooit bedoeld is geweest voor zwaardere overtredingen. In de praktijk wordt de bestuurlijke boete ingezet voor relatief ernstige overtredingen, in plaats van lichte en veelvoorkomende waarvoor het was bedoeld als aanvulling op het strafrecht.

Voorts verwijs ik naar de nieuwe bevoegdheid die de AFM op grond van het consultatievoorstel implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen [6] zou moeten krijgen. Het betreft:

* de mogelijkheid om medewerkers en personen die het dagelijks beleid van een organisatie van openbaar belang bepalen een beroepsverbod op te leggen [7] (artikel 57 voorstel);
* een handhavingsbesluit wordt openbaar gemaakt, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn (artikel 67 voorstel).

Kenmerkend voor de sancties die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en andere bestuursrechtelijke wetten kunnen worden opgelegd, is dat de sancties door het bestuursorgaan kunnen worden opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. In dat verband speelt ook dat (petten)

Dat systeem is volledig verouderd als het gaat om de zware sancties die thans mogelijk zijn en zal naar mijn mening moeten worden vervangen door een nieuw systeem waarin het bestuursorgaan – in casu de AFM – optreedt als ‘aanklager’ in een speciale handhavingsprocedure.

Bekendmaking van de personalia van de overtreder (naming & shaming), zoals nu in het financiële recht vaak mogelijk is, hoort pas plaats te vinden nadat de uitspraak van de rechter in eerste instantie onherroepelijk is geworden. De huidige praktijk waarin het primaire besluit al tot naming & shaming kan leiden (met correctie achteraf als het bestuursorgaan de sanctie ten onrechte oplegde) acht ik zeer ongewenst.

Aanbeveling:
* Nieuwe regelgeving inzake het sanctieprocesrecht tot stand brengen

Bevordering transparantie toezichthouder
Het is van belang dat de accountant en de accountantsorganisatie de mogelijkheid hebben om met de toezichthouder in discussie te gaan over de vraag of de toezichthouder terecht veronderstelt dat sprake is van niet-nakoming van de Wta en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen.

Dit probleem speelt ook bij andere wetten in de sfeer van het financiële recht. [8] Het komt regelmatig voor dat toezichthouders weigeren beleidsregels bekend te maken. Regelmatig komen vergunninghouders pas achter het beleid en de interpretaties van de toezichthouder tijdens het toezichtbezoek, met als consequentie dat de vergunninghouder in de ogen van de toezichthouder niet aan wet- en regelgeving voldoet en die vergunninghouder het risico loopt dat er afkeurend wordt gerapporteerd en dat er sancties worden opgelegd. Het is van belang dat ook buiten de sfeer van sanctionering de discussie met de toezichthouder over interpretatie en beleidsregels kan worden aangegaan.

Voorts is het van belang dat vergunninghouders de gelegenheid hebben om de discussie met de toezichthouder aan te gaan over die interpretatie en beleidsregels.

De transparantie is ook van belang om een gelijk speelveld te creëren voor kleinere en middelgrote ondernemingen. Zij hebben nl. een achterstand ten opzichte van grote ondernemingen, vanwege een kleinere bezetting op het gebied van vaktechniek en met minder (formele en informele) contacten met de toezichthouder en met de circuits waar de beleidsvorming tot stand komt. Transparantie dient een onderdeel te zijn van een mindset bij de toezichthouder dat het gedrag van de toezichthouder voor de vergunninghouder voorspelbaar dient te zijn. [9]

In het huidige systeem van de Wta ontbreken mogelijkheden voor accountantsorganisaties en accountants om bij de toezichthouder aan te dringen op transparantie inzake de uitleg van wet- en regelgeving en de gehanteerde beleidsregels.

Het is naar mijn mening dringend nodig in het financiële recht, en ook in de Wta, dat de transparantie van het toezicht wordt bevorderd.

Aanbevelingen
In de huidige systematiek van de Wta is het passend als in hoofdstuk 3 een nieuwe afdeling 3.3 wordt toegevoegd, waarin bepalingen zijn opgenomen die de transparantie door de toezichthouder bevorderen. Daarbij denk ik aan bepalingen in de navolgende zin:

* De toezichthouder maakt de interpretatie en beleidsregels zo veel mogelijk publiek bekend via de eigen website. De toezichthouder draagt zorg voor een kwalitatief hoogwaardige databank met alle relevante gegevens, die ook op datum raadpleegbaar zijn. Alle informatie dient op eenvoudige wijze gedownload en afgedrukt te kunnen worden.
* De toezichthouder pleegt over interpretatie en beleidsregels vooraf overleg met de beroepsorganisatie en houdt – daar waar het belangrijke onderwerpen of wijzigingen betreft – een openbare consultatie over nieuwe interpretaties en beleidsregels.
* Beleids- en interpretatiewijzigingen worden tijdig aangekondigd.
* Er wordt de mogelijkheid voor een procedure bij de Accountantskamer gecreëerd waarin accountants of accountantsorganisaties of de beroepsorganisaties discussies of interpretatie en beleidsregels kunnen voorleggen aan de Accountantskamer. Indien gewenst kan een ‘voorprocedure’ worden ingebouwd of kunnen bepaalde eisen worden gesteld, om te voorkomen dat de Accountantskamer wordt lastig gevallen met onbelangrijke procedures.

Noten

1 Met zijn rapport over toetsing door DNB http://www.sobi.nl/wp-content/uploads/2015/07/De-nieuwe-kleren-van-Keizer-Knot-27-juli-2015-ex-matrix.pdf kwam hij eind juli 2015 in het nieuws, zie onder meer https://www.accountant.nl/nieuws/2015/7/dnb-toetst-beleidsbepalers-amateuristisch-en-misbruikt-bevoegdheid/#.
2 Mr. drs. E. Toorn en mr. dr. J.G.C.M. Galle, ‘Kanttekeningen bij geschiktheidstoets voor bestuurders en commissarissen’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht, december 2014, pagina 132-139.
3 Zie onder meer mr. G.P. Roth en mr. J.S. Roepnarain, ‘De toetsing van bestuurders en commissarissen door de AFM en DNB’, Tijdschrift voor Ondernemingsrecht, augustus 2014, pagina 479-487.
4 Zie bijvoorbeeld de privacy impact assessment, te vinden via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-459213.
5 Zie http://www.eur.nl/fileadmin/ASSETS/press/2015/Juni/Mein__A.G._De_boete_uit_balans.pdf
6 http://www.internetconsultatie.nl/wettelijkecontroles
7 Een verbod van ten hoogste drie jaar om een functie te bekleden bij een accountantsorganisatie of een organisatie van openbaar belang.
8 Anders dan in het belastingrecht waar zeer veel informatie beschikbaar is via beleidsregels en dergelijke.
9 In het verlengde van het ‘lex certa’ beginsel.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Landelijk register van aandeelhouders, het laatste nieuws

In de e-mail nieuwsbrief van 4 augustus jl. liet KNB nog het volgende weten:

Definitief besluit instelling CAHR na de zomer
Het door de Kamer van Koophandel (KvK) en de KNB opgestelde ontwerp van een Centraal aandeelhoudersregister (CAHR) wordt deze zomer getoetst op meerwaarde voor de gebruikers. Ook wordt gekeken naar uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Definitieve besluitvorming over de instelling van het CAHR kan daarom op dit moment nog niet plaatsvinden. Dit schrijft minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer. Jeroen Recourt en Ed Groot, beiden Kamerlid voor de PvdA, hebben vervolgens Kamervragen gesteld over de voortgang van het CAHR. Recourt en Groot zijn bang voor vertraging en daarmee gepaard gaande kostenoverschrijding als het CAHR wordt ondergebracht bij de Kamer van Koophandel. De KNB heeft zich steeds constructief en positief opgesteld bij de vormgeving van het CAHR. Vanwege de hoger dan verwachte investeringskosten die voortvloeien uit het huidige CAHR-ontwerp heeft de KNB daarom ook nagedacht over een alternatief. De PvdA wil weten of dit alternatief een reële mogelijkheid is om het CAHR alsnog zo snel mogelijk ‘van de grond te krijgen’.

Vandaag bericht KNB:

Van der Steur: onderzoek alternatief CAHR ‘nog niet aan de orde’
06 augustus 2015

Het alternatief van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) voor het centraal aandeelhoudersregister (CAHR) wordt voorlopig niet onderzocht. Dit antwoordt minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie op Kamervragen van Ed Groot en Jeroen Recourt, beiden van de PvdA.
De Kamerleden wilden naar aanleiding van een nieuwsbericht van de KNB weten of de minister bereid is te onderzoeken of het alternatief van het notariaat een reële optie is om het CAHR zo spoedig mogelijk van de grond te krijgen. Van der Steur zegt eerst het huidige ontwerp te willen beoordelen. ‘Andere stappen zijn op dit moment nog niet aan de orde.’ De PvdA‘ers wilden ook weten of de minister bereid is te onderzoeken of het alternatief van de KNB kan dienen als betrouwbare basis voor het Ultimate Beneficial Owner (UBO)-register. Van der Steur zegt dat het onderzoek naar hoe het register voor uiteindelijk belanghebbenden het beste vorm kan krijgen onlangs is gestart. ‘De minister van Financiën heeft het voortouw bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn.’

KNB-alternatief
De KNB heeft zich steeds constructief en positief opgesteld bij de vormgeving van het CAHR. Vanwege de hoger dan verwachte investeringskosten die voortvloeien uit het huidige CAHR-ontwerp heeft de KNB daarom ook nagedacht over een alternatief. Dit om het CAHR van de grond te krijgen wanneer dit via het huidige spoor niet zou lukken. In het licht van het in 2013 door de KNB samen met de Belastingdienst gerealiseerde Centraal Digitaal Repertorium (CDR) heeft de KNB een calculatie opgesteld die uitgaat van registratie van de CAHR-gegevens bij de KNB. Dit is vergelijkbaar met registratie van gegevens over testamenten en levenstestamenten in het door de KNB gehouden Centraal Testamentenregister (CTR) en Centraal Levenstestamentenregister (CLTR).

Complexe aanpassing
Een schatting geven over de kostenoverschrijding die dreigt bij instelling van een CAHR bij beheer door de Kamer van Koophandel kan de minister op dit moment nog niet. Hij zegt hierover: ‘Het technisch ontwerp van het centraal aandeelhoudersregister wordt getoetst op meerwaarde voor gebruikers en op uitvoerbaarheid en financierbaarheid. Het betreft een complexe aanpassing van ICT-systemen. Een mogelijke kostenoverschrijding kan niet eenzijdig worden toegerekend aan de Kamer van Koophandel.’

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vereniging van eigenaars: consultatievoorstel over de aansprakelijkheid van de appartementseigenaar

In het landschap van de Nederlandse rechtspersonen neemt de vereniging van eigenaars (VvE) een bijzondere plaats in. Het is een rechtspersoon met eigen kenmerken en kan zoals alle rechtspersonen zelf verplichtingen aangaan. Maar aan de andere kant – en dat realiseren appartementseigenaren zich vaak niet – zijn de appartementseigenaren aansprakelijk voor de schulden die de VvE aangaat.

VvE’s zijn een zorgenkindje van de Nederlandse overheid. Niet al te lang geleden is er wetgeving ingevoerd op grond waarvan alle VvE’s een reservefonds dienden te vormen. Onlangs is door de rijksoverheid een internetconsultatie gestart, waarin onder meer wordt voorgesteld dat er een wettelijk minimumbedrag in het reservefonds van de VvE wordt gestort. Verder zou de VvE ook leningen moeten kunnen aangaan.

Vindplaatsen onderzoeksrapporten ontbreken

In de toelichting op het consultatievoorstel schrijven de auteurs dat uit recent onderzoek zou zijn gebleken dat er nog steeds VvE’s zijn die een te klein reservefonds hebben. Jammer is dat de auteurs geen vindplaatsen of namen van de rapporten vermelden. Ik zou die rapporten graag inzien in verband met de onderbouwing van de voorstellen die in het consultatievoorstel worden gedaan.

Want in de toelichting op het consultatievoorstel wordt alleen in algemene termen over VvE’s gesproken, zonder bijvoorbeeld in te gaan op de gevolgen van de omvang van een VvE. Het maakt nl. nog al verschil of een VvE een gebouw met 3 appartementen betreft, of een gebouw met 100 appartementen.

Aanvulling 16:45 uur: inmiddels kreeg ik bericht dat een verbeterde versie van de consultatietoelichting is geplaatst, zie aan het slot van dit bericht.

Niets over VvE-governance

Mijn indruk is dat de regelgeving rondom de rechtspersoon VvE versterking behoeft, nu de oude splitsingsreglementen vaak onvoldoende basis vormen voor goede governance van een VvE, zeker bij grote VvE’s. Die splitsingsreglementen worden in de praktijk vanwege de formele eisen niet aangepast. Over versterking van de governance, zeker bij de grotere VvE’s, is in het voorstel niets te vinden.

Introductie van de consultatie

Op de internetconsultatiesite wordt de consultatie als volgt geïntroduceerd:

Wet verbetering verenigingen van eigenaars

Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van het appartementsrecht in het Burgerlijk Wetboek met als doel onderhoud aan appartementsgebouwen te verbeteren en verduurzaming van gebouwen die in beheer zijn van Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) te stimuleren. Er wordt een verplichte vulling van het reservefonds voorgesteld waarin een meerjaren onderhoudsplan of een reservering van 0,5% van de herbouwwaarde van het gebouw leidend is. Verder wordt de mogelijkheid om een lening aan te gaan verbeterd.

Doel van de regeling

Het doel is dat appartementsgebouwen beter worden onderhouden door de VvE, doordat er meer geld moet worden gespaard voor het onderhoud en er eenvoudiger kan worden geleend. Ten tweede moet het eenvoudiger worden om geld te lenen voor verduurzaming van het gebouw, zoals voor isolatie van het dak of de gevel. Het algemene doel is om het functioneren van de VvE’s op langere termijn te verbeteren.
De VvE is verantwoordelijk voor het beheer van de gezamenlijke delen van een appartementsgebouw, waaronder normaliter de hele buitenkant (dak, gevel) valt. Individuele eigenaren van appartementen zijn (en blijven) uiteraard verantwoordelijk voor het onderhoud van de privé-appartementen.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt

De eigenaren van 1,8 miljoen woningen en appartementen die worden vertegenwoordigd door ongeveer 120.000 VvE’s, belangenorganisaties zoals VvE-belang, gemeentes, de advocatuur, Vereniging Eigen Huis, notarissen, financiële instellingen en corporaties.

Verwachte effecten van de regeling

Door te voorzien in een verplicht minimale jaarlijkse reservering voor onderhoud is de verwachting dat VvE’s meer geld in kas krijgen om het benodigde onderhoud aan het appartementsgebouw te laten verrichten en tot verduurzaming over te gaan.
Daarnaast wordt verduidelijkt dat de VvE een lening kan afsluiten voor onderhoud en verduurzaming, door de bevoegdheid in de wet vast te leggen. Ook wordt het laagdrempeliger en eenvoudiger om een lening aan te gaan. Zo worden er wijzigingen aangebracht in de aansprakelijkheid voor een door de VvE afgesloten lening en gaat de aansprakelijkheid over op een koper, wanneer het appartement wordt verkocht. Dit moet leiden tot meer financiële mogelijkheden om onderhoud te plegen of om tot verduurzaming over te gaan.
Door de voorgenomen wijzigingen, zullen naar verwachting meer financiële middelen ter beschikking staan aan de VvE om onderhoud te plegen en tot verduurzaming over te gaan. Dit moet uiteindelijk leiden tot meer appartementsgebouwen die goed onderhouden zijn en die energiezuiniger kunnen functioneren.

Meer informatie

Aanvulling 16:45 uur

Na het afsluiten van het bericht ontving ik een e-mailbericht van het ministerie van binnenlandse zaken dat inmiddels een verbeterde versie van de consultatietoelichting is geplaatst, waarin voetnoten zijn opgenomen met verwijzing naar bronnen:

Ontbreken bronnen wetsvoorstel VvE’s
(…) N.a.v. uw recente artikel aangaande het wetsvoorstel “Verbetering verenigingen van eigenaars” is er naar voren gekomen dat de weergegeven versie van de memorie van toelichting is geüpload zonder voetnoten. Deze zijn door technische problemen helaas weggevallen.
Vanmiddag is deze fout hersteld en is alsnog de juiste versie online gekomen. (…)

Geplaatst in Rechtspersonenrecht overig | Tags: | Een reactie plaatsen

Europa gaat door met de eenpersoonsvennootschap (SUP) en verandert het voorstel ingrijpend

Europa is bezig met een Europese ‘eenpersoonsvennootschap’, de zgn. ‘SUP’. Waar die SUP goed voor is, is mij nog niet duidelijk. Volgens Europa zou dit een interessante rechtsvorm voor het MKB worden. Uit de ‘specificaties’ is dat wat mij betreft niet af te leiden. Maar Europa gaat door.

Onderstaand de update die Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op 15 juli jl. op de site plaatste:

Algemene benadering SUP vastgesteld

De Raad van Ministers van de Europese Unie heeft een ‘algemene benadering’ van de Europese eenpersoonsvennootschap SUP vastgesteld. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft intensief contact met het ministerie van Veiligheid en Justitie over de mogelijke rol van de notaris in de SUP in de vorm die nu wordt voorgesteld.

Nadat in Brussel bezwaar ontstond tegen het eerdere voorstel voor de richtlijn, is de tekst flink gewijzigd. In het nieuwe voorstel worden alleen de kernzaken geregeld, de overige kwesties worden aan de lidstaten overgelaten. Hierbij mag de notariële akte niet worden verplicht. Het voorstel voor de SUP moet een aantal hindernissen voor MKB’ers wegnemen. Hiermee kunnen ondernemers online een SUP oprichten. Het is hierbij niet vereist dat identificatie persoonlijk bij de nationale oprichtingsautoriteit plaatsvindt.

Digitale identificatie
Oprichting en inschrijving van de SUP in het handelsregister moeten volledig digitaal kunnen verlopen. Identificatie van de oprichter/ondernemer moet voldoen aan eIDAS normen: eIDAS is het elektronic identification and trust services systeem dat de Europese Unie propageert. Als een ondernemer uit een andere lidstaat zich meldt zonder aan de eIDAS-normen te voldoen, mag de ontvangende lidstaat inschrijving weigeren. De KNB verdiept zich, met onder meer de Kamer van Koophandel, in de rol die de notaris kan spelen bij deze identificatie en bij advisering van de ondernemer.

KNB
De KNB heeft er steeds op gewezen dat het voorstel voor een eenvoudig op te richten eenpersoonsvennootschap niet in lijn is met de strenge anti-witwasregelingen. De Nederlandse regering heeft in de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel eveneens aandacht gevraagd voor fraudebestrijding. Dit bijvoorbeeld in het kader van het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. De regering is er van overtuigd dat de voorgestelde richtlijn niets af doet aan het bestaande Europese recht op het gebied van de witwasbestrijding en de nationale implementatie hiervan. De KNB heeft aangedrongen op duidelijkheid op dit punt.

Geplaatst in Eenpersoonsvennootschap, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Landelijk register van aandeelhouders: nieuwe kansen voor de KNB

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) laat in een bericht van 7 juli jl. weten een alternatief te kunnen bieden voor het landelijk register van aandeelhouders, ook wel ‘centraal aandeelhoudersregister’ of ‘CAHR’ genoemd:

Definitief besluit instelling CAHR na de zomer
07 juli 2015

Het door de Kamer van Koophandel (KvK) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) opgestelde ontwerp van een centraal aandeelhoudersregister (CAHR) wordt deze zomer getoetst op meerwaarde voor de gebruikers. Ook wordt gekeken naar uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Definitieve besluitvorming over de instelling van het CAHR kan daarom op dit moment nog niet plaatsvinden. Dit schrijft minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer.

In 2012 heeft minister Ivo Opstelten, de voorganger van Ard van der Steur, besloten tot instelling van het CAHR. In 2013 heeft hij de KvK aangewezen als beheerder van het register. De KNB en het notariaat zijn als leverancier van betrouwbare informatie en gebruiker betrokken bij de verdere uitwerking van dit besluit. De afgelopen maanden hebben de KvK en de KNB veel werk verricht om in kaart te brengen welke informatie het CAHR moet opleveren en hoe de vereiste samenwerking tussen de KvK en het notariaat vorm kan krijgen. Nadat een scherper beeld is ontstaan van de omvang en de complexiteit van de vereiste systeemaanpassingen, is gebleken dat de uitvoeringsconsequenties groter zijn dan aanvankelijk is geschat. De totale investering voor aanpassing van de ICT-systemen van de KvK en de KNB die hiervoor nodig is, valt dan ook hoger uit dan eerdere kostenindicaties, schrijft de minister mede namens staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie, minister Dijsselbloem van Financiën en minister Kamp van Economische Zaken.

UBO-register
Bij de besluitvorming over het CAHR neemt het kabinet mede in overweging dat uit de vierde anti-witwasrichtlijn volgt dat per juni 2017 een register voor uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’, UBO´s) moet zijn ingesteld. Ook wil het kabinet de initiatiefnota van de Tweede Kamerleden Merkies en Gesthuizen (beiden SP) hierbij meewegen. Strekking hiervan is dat instellingen die volgens de anti-witwasregelgeving verplicht zijn om cliëntonderzoek en UBO-onderzoek uit te voeren, rechtstreeks inzage moeten krijgen in het CAHR als hulpmiddel bij het UBO-onderzoek.

Alternatief KNB
De KNB heeft zich steeds constructief en positief opgesteld bij de vormgeving van het CAHR. Vanwege de hoger dan verwachte investeringskosten die voortvloeien uit het huidige CAHR-ontwerp heeft de KNB daarom ook nagedacht over een alternatief. Dit om het CAHR van de grond te krijgen wanneer dit via het huidige spoor niet zou lukken. In het licht van het in 2013 door de KNB samen met de Belastingdienst gerealiseerde Centraal Digitaal Repertorium (CDR) heeft de KNB een calculatie opgesteld die uitgaat van registratie van de CAHR-gegevens bij de KNB. Dit is vergelijkbaar met registratie van gegevens over testamenten en levenstestamenten in het door de KNB gehouden Centraal Testamentenregister (CTR) en Centraal Levenstestamentenregister (CLTR). De KNB heeft bij de stuurgroep CAHR en in een gesprek met staatssecretaris Dijkhoff aangegeven het CAHR naar verwachting tegen fors lagere kosten en binnen het huidige investeringsbudget te kunnen realiseren. Ook verwacht de KNB bij dit alternatief lagere jaarlijkse beheerkosten.

Op 14 juli jl. verscheen over het CAHR het volgende bericht op de KNB-site:

Brief Van der Steur leidt tot Kamervragen over CAHR
14 juli 2015

Jeroen Recourt en Ed Groot, beiden Kamerlid voor de PvdA, hebben Kamervragen gesteld over de voortgang van het centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Aanleiding voor de vragen is de brief die minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie vorige week stuurde aan de Tweede Kamer. De minister gaf daarin aan dat het definitieve besluit over instelling van het CAHR na de zomer plaatsvindt.
Recourt en Groot zijn bang voor vertraging en daarmee gepaard gaande kostenoverschrijding als het CAHR wordt ondergebracht bij de Kamer van Koophandel. Ze verwijzen in dit verband naar een nieuwsbericht dat de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft gepubliceerd. In dit bericht draagt de KNB een alternatief aan voor het CAHR, dat is gebaseerd op het Centraal Digitaal Repertorium. De PvdA wil weten of dit alternatief een reële mogelijkheid is om het CAHR alsnog zo snel mogelijk ‘van de grond te krijgen’. Ook willen de Kamerleden dat Van der Steur onderzoekt of het alternatief van de KNB kan dienen als betrouwbare basis voor het UBO-register.
Het ministerie zal naar verwachting binnen ongeveer drie weken antwoorden op de Kamervragen.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk) | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Wet normering topinkomens staat nooit stil

De Wet normering topinkomens (WNT) is juridisch een heel bijzondere wet, met elementen van arbeidsrecht, bestuursrecht, jaarverslaggeving en algemeen civiel recht. Ik heb tot nu toe niet gezien dat er iemand een analyse heeft gemaakt van deze kreatieve mix van rechtsgebieden.

Ook bijzonder is dat de wet en de uitvoeringsregels ongeveer ieder jaar wijzigen, wat tot uitdrukking komt in de pagina met regelgeving rondom die WNT.

Internetconsultatie normering bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking

Deze zomer is het ministerie van binnenlandse zaken druk bezig met de wet. Zo is gisteren een internetconsultatie gestart inzake een algemene maatregel van bestuur Wijziging normering bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

Om het lekker ingewikkeld te maken, is het de bedoeling dat de onderdelen van het besluit op vier verschillende tijdstippen in werking treden, te weten:

  • 1 januari 2015 (terugwerkende kracht!),
  • 1 januari 2016,
  • de dag na de uitgifte van het Staatsblad waarin de amvb verschijnt en
  • een dag gekoppeld aan een wetsvoorstel inzake een Wet houdende wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake overgang van de wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven naar de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Uitbreiding reikwijdte WNT

Al eerder is aangekondigd dat de reikwijdte van de WNT zal worden uitgebreid. De minister schreef hier een brief over en kondigt een rapport van mr. J. Deelstra van ABD Interim aan waarin de uitbreiding wordt verkend.

Voortgang

Tot slot stuurde de minister nog een brief over de voortgang, waarin hij de tweede kamer informeert over de stand van zaken van de uitvoering van het kabinetsbeleid inzake de normering van topinkomens in de (semi)publieke sector en enkele gedane toezeggingen.

Meer informatie

NB Dit artikel is ook geplaatst op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bonussen terugvorderen (claw-back bestuurdersbeloning), Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , | Een reactie plaatsen

Consultatie accountantsregelgeving: algemene maatregel van bestuur met nadere regels inzake het stelsel van onafhankelijk intern toezicht niet ter consultatie

In het consultatievoorstel inzake de wijziging van de accountantsregelgeving is in een nieuw artikel 22a opgenomen dat een accountantsorganisatie die een vergunning heeft om wettelijke controles te verrichten bij een organisatie van openbaar belang (OOB) dient te beschikking over intern toezicht. In lid 6 van artikel 22a is opgenomen dat de nadere regels inzake het stelsel van onafhankelijk intern toezicht worden opgenomen in een algemene maatregel van bestuur.

Teleurstellend is dat het voorstel voor die algemene maatregel van bestuur niet ter consultatie is gelegd.

Onderstaand de tekst van artikel 22a consultatievoorstel.

Artikel 22a
1. Een accountantsorganisatie die een vergunning heeft om wettelijke controles te verrichten bij een organisatie van openbaar belang beschikt over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de accountantsorganisatie.
2. Het stelsel van onafhankelijk intern toezicht, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste een orgaan dat belast is met het interne toezicht.
3. Indien een accountantsorganisatie als bedoeld in het eerste lid onderdeel uitmaakt van een netwerk en het beleid overwegend in een ander onderdeel van het netwerk wordt bepaald, wordt het in eerste lid bedoelde stelsel van onafhankelijk intern toezicht zodanig ingericht dat het ook op dat andere onderdeel betrekking heeft.
4. De personen die het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie bedoeld in het eerste lid bepalen of de personen die belast zijn met het bestuur van het onderdeel van het netwerk waarop ingevolge het derde lid het stelsel van onafhankelijk intern toezicht eveneens betrekking heeft, worden, zo nodig in afwijking van de artikelen 132, 134, 242 en, voor wat betreft schorsing, 244 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, benoemd, geschorst en ontslagen door het orgaan dat belast is met het interne toezicht.
5. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het vierde lid indien de accountantsorganisatie aantoont dat zij daaraan niet kan voldoen en dat de doeleinden die het stelsel van onafhankelijk intern toezicht beogen te bereiken anderszins worden bereikt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. De ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het in het eerste en tweede lid bedoelde stelsel van onafhankelijk intern toezicht. Deze regels hebben in elk geval betrekking op:
a. de benoeming, de schorsing en het ontslag van de personen die belast zijn met het interne toezicht;
b. de bevoegdheden van het orgaan dat belast is met het interne toezicht;
c. de inrichting van het stelsel van intern toezicht;
d. de onderwerpen waarover het orgaan dat belast is met het interne toezicht dient te worden geïnformeerd.

Zie voor overige vindplaatsen het vorige bericht.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Consultatie wijziging accountantsregelgeving van start

Gisteren is de consultatie inzake wijziging van de accountantsregelgeving van start gegaan. De consultatie loopt tot 10 augustus a.s. Op grond van het voorstel treden ook wijzigingen op in het rechtspersonenrecht: zo wordt in het voorstel de bevoegdheid van het bestuur van een controlecliënt om de opdracht voor de wettelijke controle te verlenen aan de accountant geschrapt.

In de aankondiging worden de gevolgen van het voorstel als volgt samengevat:

Consultatie Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties

Dit wetsvoorstel bevat maatregelen ter versterking van de governance van accountantsorganisaties en ter verbetering van de kwaliteit van de wettelijke controles. Het wetsvoorstel voorziet ook in een aantal nieuwe bevoegdheden voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

De belangrijkste onderdelen van het wetsvoorstel zijn:
• accountantsorganisaties met een OOB-vergunning worden verplicht om een stelsel van onafhankelijk intern toezicht in te stellen. Als onderdeel van dit stelsel dienen accountantsorganisaties over een toezichthoudend orgaan te beschikken;
• er komt een geschiktheidstoets voor dagelijks beleidsbepalers, bestuurders van het netwerkonderdeel van de accountantsorganisatie waar het beleid overwegend wordt bepaald en de personen die belast zijn met het interne toezicht;
• de bevoegdheid van het bestuur van een controlecliënt om de opdracht voor de wettelijke controle te verlenen aan de accountant wordt geschrapt;
• de AFM krijgt de bevoegdheid om de resultaten van een toetsing van een controledossier te delen met het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken van de betreffende controlecliënt, of bij het ontbreken van een dergelijk orgaan met de algemene vergadering van aandeelhouders;
• de verplichting van de externe accountant en de accountantsorganisatie om herstelmaatregelen te treffen bij tekortkomingen in wettelijke controles, wordt wettelijk verankerd;
• de verjaringstermijn voor het instellen van klachten bij de accountantskamer wordt aangepast.

De belangrijkste wijzigingen worden in de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en de Wet tuchtrechtspraak accountants verwerkt. De regels met betrekking tot het stelsel van intern toezicht worden nader uitgewerkt in het Besluit toezicht accountantsorganisaties. Een concept tot wijziging van dit besluit zal op een later tijdstip ter consultatie worden voorgelegd.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , | Een reactie plaatsen