Digitale oprichting van de bv | wetgevingsconsultatie

Op 14 juni jl. is een internetconsultatie van start gegaan over het wetsvoorstel dat digitale oprichting van een bv mogelijk moet maken. De consultatie loopt tot 12 juli a.s. Nederland moet digitale oprichting mogelijk maken op grond van een Europese richtlijn die op 1 augustus a.s. geïmplementeerd moet zijn, maar daarvan is volgens de KNB uitstel verkregen. Uit het feit dat er nu pas een consultatie start, kan worden afgeleid dat die termijn wetgevingstechnisch al niet gehaald gaat worden.

Er zouden ook nog softwarematige obstakels kunnen zijn om een en ander snel te realiseren. Digitalisering van de oprichting van besloten vennootschappen stelt hoge eisen aan de IT-systemen van de overheid (met name de Kamer van Koophandel) en van het notariaat. Het is niet vanzelfsprekend dat die automatisering goed verloopt, wat de slechte ervaringen met het ubo-register leren.

Belangrijk is dat de digitale authenticatie, conform de eIDAS-verordening, eindelijk in Nederland van de grond komt. Op 17 juni schreef de Kamer van Koophandel daar nog over:

Ondertekenen met eIDAS
Ondertekenen met eIDAS kan alleen met Europees erkende digitale identiteitsmiddelen. Deze zijn er nog niet voor de Nederlandse markt. Ondernemers uit andere landen, die wel over deze middelen beschikken, kunnen deze gebruiken om hun wijziging in te dienen.

We gaan zien wanneer die digitale oprichting wel mogelijk zal zijn.

 

Meer informatie:

Consultatie

Artikelen

Overig

Geplaatst in Digitale oprichting, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Oprichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Consultatie over de toekomst van het handelsregister

Vandaag is een internetconsultatie over het handelsregister van start gegaan. Degenen die hinder hebben ondervonden van misbruik van handelsregistergegevens (zoals zzp’ers) doen er goed aan mee te doen aan de consultatie, eventueel via een brancheorganisatie.

In de aankondiging wordt over een ‘verkenning’ gesproken, die ik niet op de consultatiepagina zie staan. Wel is er een juridisch kader (pdf) en en een uitnodiging (pdf). Tot heeft men een platform gecreëerd waar vragen klaar staan, waarop deelnemers kunnen reageren, dat platform heeft de cryptische naam ‘Xleap tool Verkenning Datavisie’.

Startpagina van het platform

 

In de uitnodiging schrijven het betrokken ministerie en de Kamer van Koophandel met het publiek in gesprek te willen gaan, binnen bepaalde randvoorwaarden (weergegeven in het ‘juridisch kader’). Kennelijk is de bedoeling dat het publiek ideeën aandraagt, zo begrijp ik uit de tekst:

Alle oplossingsrichtingen zijn bespreekbaar. Zowel in de ‘breedte’ (over welke rechtsvormen moet het Handelsregister informatie bevatten?) als in de ‘diepte’ (welke gegevens bevat het Handelsregister over die rechtsvormen en voor wie zijn de gegevens toegankelijk?). Binnen Europa wordt er heel verschillend omgegaan met Handelsregisterdata. Van heel ‘smal’ in het Verenigd Koninkrijk, naar een heel open Handelsregister in Zweden. Ook zijn er mogelijkheden denkbaar in de vorm van verschillende registers. Voorheen hadden bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen in Nederland een eigen register. De oplossingsrichtingen die uit de verkenning naar voren komen, zullen worden uitgewerkt waarbij een aanpassing van Nederlandse wetgeving zeker tot de mogelijkheden behoort. (…)

We gaan in gesprek met iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij de wijze waarop het Handelsregister is ingericht en functioneert. Dat zijn o.a. ondernemers die met hun data in het register staan, brancheverenigingen, experts, uitvoeringsorganisaties, toezichthouders, afnemers, non-profit organisaties en hun vertegenwoordigers. Belanghebbenden die bij ons bekend zijn, nodigen we gericht uit. (…)

De eerste consultatie vindt plaats van 26 mei tot en met 30 juni 2021. De brede verkenning wordt uitgevoerd door middel van een online tool die u in staat stelt om gedurende enkele weken, uw visie op het Handelsregister te geven. Er is geen limiet gesteld aan de antwoordruimte, u kunt zo vaak als u wil terugkomen in de tool en u kunt tevens reageren op de input van anderen. Hiermee worden de overwegingen, zorgen en dilemma’s voor alle deelnemers inzichtelijk. (…)

Na de verkenning zullen EZK en KVK de verzamelde informatie ordenen en verder uitdiepen en vervolgens kansrijke oplossingsrichtingen toetsen. De verwachting is dat dit in de zomer van 2021 gereed is. De oplossingsrichtingen worden gevalideerd en voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarna worden de beste oplossingen verder uitgewerkt en waar nodig omgezet in regelgeving en/of andere oplossingsvormen.

Wij waarderen het enorm als u, als belanghebbende van het Handelsregister, uw ervaring/mening/suggesties met ons wilt delen. Ook stellen wij het op prijs als u de link van de open consultatie en het verzoek tot deelname wilt delen binnen uw eigen netwerk. Om tot een gedegen visie te komen die volstaat voor de langere termijn, is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen deelnemen en mogelijke dilemma’s en oplossingen met ons delen.

De consultatie wordt in de aankondiging als volgt geïntroduceerd:

Datavisie Handelsregister

Via een open dialoog willen we samen met u komen tot een beleidskader voor integer gebruik van de Handelsregistergegevens ten bate van de samenleving, een ‘datavisie’.
De verkenning middels een online tool stelt u in staat om uw visie op het Handelsregister te geven. Hiermee worden de overwegingen, zorgen en dilemma’s voor alle deelnemers inzichtelijk.
U vindt de link naar de Xleap tool Verkenning Datavisie onder ‘externe bronnen’ onder aan de pagina.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij de wijze waarop het Handelsregister is ingericht en functioneert. Dit zijn o.a. ondernemers die met hun data in het register staan, brancheverenigingen, experts, uitvoeringsorganisaties, toezichthouders, afnemers, non-profit organisaties en hun vertegenwoordigers.

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen
De verkenning heeft als doel belangen, voorkeuren en oplossingsrichtingen te identificeren. In dit stadium is nog geen sprake van een (concept)regeling.

Alle oplossingsrichtingen zijn bespreekbaar. Zowel in de ‘breedte’ (over welke rechtsvormen moet het Handelsregister informatie bevatten?) als in de ‘diepte’ (welke gegevens bevat het Handelsregister over die rechtsvormen en voor wie zijn de gegevens toegankelijk?). Binnen Europa wordt er heel verschillend omgegaan met Handelsregisterdata. Van heel ‘smal’ in het Verenigd Koninkrijk, naar een heel open Handelsregister in Zweden. Ook zijn er mogelijkheden denkbaar in de vorm van verschillende registers. Voorheen hadden bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen in Nederland een eigen register. De oplossingsrichtingen die uit de verkenning naar voren komen, zullen worden uitgewerkt waarbij een aanpassing van Nederlandse wetgeving zeker tot de mogelijkheden behoort.

Er zijn ook een aantal randvoorwaarden. Om uitvoerbaar te zijn, moeten oplossingsrichtingen passen binnen het Europese juridische kader. Bijvoorbeeld op het gebied van kapitaalvennootschappen (de NV en de BV), registratie van uiteindelijk belanghebbenden en het consumentenrecht. Zie voor meer informatie over de Europese wetgeving op het gebied van HR-data het bijgevoegde document ‘Juridisch Kader’.

Ook moeten de oplossingsrichtingen toepasbaar zijn binnen de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en ze moeten worden ingepast in het financieel kader van de overheid. Dit vergt, afhankelijk van het financieel beslag, afstemming binnen het kabinet. En uiteraard moet iedere aanpassing van wet- en regelgeving worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

De consultatie loopt tot en met 30 juni 2021.

Geplaatst in Ondernemersplein, handelsregister en KvK, ubo-register | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Notaris en digitale oprichting | vragen van een student

Een student stelde mij onlangs enige vragen over digitale oprichting van bv’s door notarissen, wat door Europa verplicht is gesteld en dit jaar gerealiseerd moet zijn (lees ook dit). Onderstand de vragen en antwoorden:

1. Bent u van mening dat aan de Wwft onderhevige instellingen, in dit geval de notaris, in voldoende mate aan hun verplichtingen kunnen voldoen binnen het oprichtingsproces of voorziet u dat er hierin problemen kunnen plaatsvinden?

Zoals u weet vind ik dat de Wwft aan Wwft-plichtigen (zoals notarissen) soms verplichtingen oplegt die niet passend zijn in relatie tot het type onderneming. Als een bv wordt opgericht verwachten mensen dat de notaris niet veel geld kost omdat alles ‘standaard’ is. De notaris moet (net als tegelijkertijd vele anderen) het doopceel lichten van bij de rechtspersoon betrokkenen. Dit is kostbaar en niet in verhouding tot het effect, net als bij banken (zie onder andere https://ellentimmer.com/2021/04/30/wwft-506/).
Ik ben van mening dat de criminaliteitsbestrijding anders moet, veel efficiënter, meer aangepast aan het type onderneming en met minder dubbel werk.

2. Wat zijn volgens u de grootste knelpunten waar de poortwachter tegenaan kan lopen in de uitvoering van zijn rol binnen het digitale oprichtingsproces?

De digitale oprichting van een bv is – zo vermoed ik – lastiger dan een oprichting met wat fysieke contacten, omdat die fysieke contacten de mogelijkheid bieden de mensen enigszins te leren kennen. De digitale verificatie van de identiteit van de betrokken personen is een technische uitdaging. Verder geldt wat onder 1. is vermeld.

3. Onlangs las ik in uw weblog dat 96 notariskantoren zijn gehackt, wegen zulke – en eventuele andere – risico’s op tegen de voordelen genoemd in Richtlijn (EU) 2019/1151 (de digitaliseringsrichtlijn) zoals de tijd- en kostenbesparing?

Digitalisering is een mooi hulpmiddel maar moet wel heel zorgvuldig gebeuren. De neiging bij softwareontwikkeling is om te weinig aandacht aan privacy by design en aan security by design te besteden, terwijl dat wel nodig is. Goede software kost veel geld, dus ik alleen interessant bij standaardiseerbare handelingen en producten. De vraag is of de Nederlandse markt van oprichting van rechtspersonen wel groot genoeg is om alle kosten te rechtvaardigen. In ieder geval zou ik alleen met bv’s beginnen (zoals ook Europees voorgeschreven) en pas uitbreiden naar andere soorten rechtspersonen als alles goed werkt.

4. Het oprichtingsproces behoort vanaf 1 augustus geheel digitaal plaats te (kunnen) vinden. In het licht van de informatie die hierover tot dusver beschikbaar is, bent u van mening dat deze datum gehaald kan worden?

Ik heb geen zicht op de softwareontwikkeling, maar zoals onder 3. vermeld, wordt vaak onderschat wat nodig is om goede software te maken. Het zou me daarom niet verbazen als Europa te optimistisch is geweest en de termijn niet kan worden gehaald.

5. Tot slot, zijn er zaken die de poortwachter voorafgaand aan voornoemde datum kan regelen om beter voorbereid te zijn?

Hier heb ik geen zicht op. Ik ga er vanuit dat het notariaat een en ander gezamenlijk ontwikkelt (zie ook https://ellentimmer.com/2019/07/22/digitale-bv/) en dat vanuit de ontwikkelgroep de notarissen worden geïnformeerd.

Als lezers hier nog commentaar of aanvullingen op hebben, hoor ik dat graag.

 

Meer op dit blog over digitale oprichting van rechtspersonen.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Digitale oprichting, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Kapitaalvennootschappen | Tags: | Een reactie plaatsen

Modernisation of European Company Law | book

The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) was involved with the book “Modernisation of European Company Law” that includes presentations made during the CCBE conference “Modernisation of European Company Law” on 27 November 2019.

Topics:

  • letterbox companies
  • cross-border mergers, divisions and conversions
  • shareholders’ protection in cross-border mobility
  • digital company law in Estonia
  • director’s duties
  • harmonisation of the rules regulating groups
  • sustainable corporate governance

More information is to be found in the table of contents (pdf).

Source: CCBE’s latest newsletter.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, Bestuurdersaansprakelijkheid, English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Fusie, overname en splitsing, Grensoverschrijding, Juridische positie statutair bestuurder (overeenkomst opdracht / arbeidsovereenkomst e.d.), Omzetting rechtspersonen, Oprichting | Een reactie plaatsen

Internetconsultatie over de maatschappelijke bv

Vandaag is de internetconsultatie over de besloten vennootschap met een maatschappelijk doel van start gegaan, gelukkig met niet zo’n  korte termijn als bij de corona-consultaties, de consultatie loopt tot en met 30 april aanstaande.

Vreemd genoeg wordt hier geen ontwerp voor een wetsvoorstel en een ontwerp-memorie van toelichting geconsulteerd, maar alleen iets wat ‘aanzet’ wordt genoemd en een een beschrijving van een mogelijke regeling bevat.

Opvallend is dat het begrip ‘maatschappelijk belang’ in de nota wordt beperkt tot specifieke sectoren uit de not-for-profit. Dat zou betekenen dat een producent van milieu-vriendelijke telefoons (zoals Fairphone) geen gebruik kan maken van deze rechtsvorm. Ik ben benieuwd waarom not-for-profit-partijen zouden moeten overstappen van de stichting naar de maatschappelijke bv. Omdat dit type bv winst mag uitkeren aan aandeelhouders (wat bij de stichting niet mogelijk is)?

De vraag is of een aparte wettelijke status van dit nieuwe type bv meer dan symboolwaarde zal hebben.

Gelukkig heb ik nog even tijd om er over na te denken of ik aan de consultatie zal mee doen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Kapitaalvennootschappen, Stichting | Tags: | Een reactie plaatsen

Targeted consultation on the establishment of a European single access point (ESAP) for financial and non-financial information publicly disclosed by companies | European Commission

The European Commission has announced a consultation until 3 March regarding the establishment of a European single access point (ESAP) for financial and non-financial information publicly disclosed by companies.

 

More information:

Geplaatst in English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Nieuw recht voor stichtingen en verenigingen per 1 juli 2021: moeten wij iets doen?

Na een lange parlementaire aanloop veranderen op 1 juli a.s. de regels het Burgerlijk Wetboek voor stichtingen en verenigingen.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel [1] is in juni 2016 ingediend en daarna ingrijpend veranderd. Dat betekent dat oude informatie niet meer bruikbaar is. Dat is een reden om op een rij te zetten wat er voor stichtingen en verenigingen anders wordt. De wijzigingen zijn te verdelen in twee categorieën:

* Regels die meteen van toepassing zijn en kunnen betekenen dat de statuten in de toekomst gewijzigd moeten worden.
* Nieuwe mogelijkheden en regelingen.

 

Meteen van toepassing per 1 juli 2021

Tegenstrijdig belang: bij besloten vennootschappen gelden al langer specifieke voorschriften inzake tegenstrijdig belang, die overigens bij sommige verenigingen en stichtingen al in de statuten zijn opgenomen. Deze regeling gaat nu ook gelden voor stichtingen en verenigingen, ook al bevatten de statuten er niets over.
De voorschriften houden in dat als een bestuurder of commissaris [2] van een stichting/vereniging een tegenstrijdig belang heeft, de betrokkene niet mag deelnemen aan een besluitvorming binnen het bestuur respectievelijk de raad van commissarissen. Voor de helderheid is het aan te bevelen de nieuwe regels bij een eerstvolgende statutenwijziging mee te nemen.

Aanpassing regels bestuurdersaansprakelijkheid: voor een bepaalde groep stichtingen en verenigingen worden de aansprakelijkheidsregels aangepast. Het betreft:

  • stichtingen en verenigingen die aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen.
  • de entiteiten die bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in Boek 2 Burgerlijk Wetboek.

Voor hen gaat dezelfde regel inzake collectieve aansprakelijkheid van het bestuur in faillissementssituaties gelden, als nu al van toepassing is op nv’s en bv’s. Het betekent dat als in faillissement wordt geconstateerd dat het bestuur in de periode van drie jaar vóór zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, dit tot gevolg heeft dat ieder van de bestuurders aansprakelijk is, ongeacht zijn aandeel. Een bestuurder is dan alleen niet aansprakelijk als hij kan bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Verantwoordelijkheden toezichthouder: in de wet is duidelijker dan voorheen geregeld welke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden toezichthouders [3] bij een stichting of vereniging hebben. De toezichthouders hebben tot taak om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Voorts staan de toezichthouders het bestuur met raad terzijde. Toezichthouders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten op het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming of organisatie.

Ontstentenis en belet: de statuten van stichting en vereniging dienen een regeling te bevatten met het oog op onverwacht defungeren, ontslag of langdurige ziekte, als gevolg waarvan er geen overblijvende leden van bestuur respectievelijk raad van commissarissen meer zijn. Bij de eerstvolgende statutenwijziging dient hier een voorziening voor te worden opgenomen.

Beperking meervoudig stemrecht: statutaire bepalingen op grond waarvan een bestuurder respectievelijk commissaris in respectievelijk het bestuur of de raad van commissarissen in zijn eentje meer stemmen kan uitbrengen dan de andere leden van bestuur / raad van commissarissen, worden onverbindend met ingang van de eerstvolgende statutenwijziging, dan wel (als dat eerder is) op 1 juli 2026. Dat betekent dat de betreffende stichting of vereniging vijf jaar de tijd heeft om na te gaan of en hoe de statuten gewijzigd moeten worden.

Adviesrecht bestuurders en commissarissen van de vereniging: net als bij kapitaalvennootschappen al langer het geval is, hebben bestuurders en commissarissen het recht de ledenvergadering over te nemen besluiten te adviseren. Dit wordt ook wel ‘de raadgegevende stem’ genoemd.

 

Nieuwe mogelijkheden en regelingen

Formalisering monistische structuur: als binnen de stichting of vereniging in de statuten staat dat in het bestuur zowel ‘toezichthoudende’ bestuurders als ‘uitvoerende’ bestuurders voorkomen, noemt men dat wel een monistische structuur. Bij stichtingen kwam dit in de praktijk wel voor. Voor deze monistische structuur is nu bij stichting en vereniging een wettelijke basis opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, die echter niet op 1 juli 2021 in werking treedt.

Bij behoefte aan formeel toezicht, kan gekozen worden tussen een raad van commissarissen die toezicht houdt op het bestuur en een monistische structuur met niet-uitvoerende bestuurders. Voor het tot stand brengen van een structuur met toezichthouders is altijd een statutenwijziging nodig.

De betreffende artikelen zullen in werking treden nadat de Kamer van Koophandel er voor heeft gezorgd dat de keuze voor het monistische model bij het handelsregister kan worden geregistreerd. Op dit moment is nog niet bekend wanneer dit is.

Verruiming ontslagmogelijkheden bestuurders en toezichthouders stichting: de gronden om de rechter te vragen om ontslag van de bestuurder van een stichting worden verruimd. Vanaf 1 juli 2021 kan een bestuurder van een stichting op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende worden ontslagen op grond van taakverwaarlozing of andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden. Een gelijksoortige regeling is van toepassing op commissarissen.

 

Advies

Bij de meeste stichtingen en verenigingen is de nieuwe wet reden voor statutenwijziging en is dat een goed moment om na te gaan of ook de rest van de statuten passend is voor de organisatie. Ook kan het een goed moment zijn om te kijken naar de aansluiting van interne procedures en de vastlegging in reglementen en besluiten.

De ondernemingsrechtspecialisten van Pellicaan Advocaten dienen u graag van advies. Als het stichtingen en verenigingen betreft, kunt u contact opnemen met Xander Alders en Ellen Timmer.

 

Noten
[1] Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, op 10 november 2020 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet wijzigt ook de regels voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, maar dat wordt hier niet besproken.
[2] Of lid van de raad van toezicht. Het betekent hetzelfde.
[3] Dit zijn de commissarissen, leden van de raad van toezicht en de niet-uitvoerende bestuurders die later in het artikel worden besproken. Zij moeten goed worden onderscheiden van instanties met een andere rol, zoals een commissie van advies.

 


Aanvulling 18 juni 2021
De passage over de monistische structuur is aangepast, omdat inwerkingtreding is uitgesteld.

Geplaatst in Bestuur en toezicht, Juridische positie statutair bestuurder (overeenkomst opdracht / arbeidsovereenkomst e.d.), Stichting, Vereniging | Een reactie plaatsen

Prejudiciële vragen aan het CJE over het ubo-register | Wwft

Het Tribunal d’arrondissement te Luxemburg heeft een prejudiciële beslissing gevraagd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECJ) inzake de Luxemburgse ubo-registerwet [1] en over de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) [2], waarop die wet gebaseerd is.

Het Tribunal vraagt of de bepaling in AMLD4 inzake openbaarheid van het register van uiteindelijk belanghebbenden (ubo-register) rechtsgeldig is in het licht van het EVRM en het Europees Handvest en voorts wordt de vraag gesteld waarop is gebaseerd dat de criminaliteitsbestrijding is gediend met de openbaarheid van het register. Voorts wordt een vraag gesteld over de ‘uitzonderlijke omstandigheden’ waaronder de persoonsgegevens van de uiteindelijk belanghebbende niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Ook ligt de vraag voor of wel juist is dat de ubo niet mag weten wie om inzage in zijn gegevens heeft gevraagd.

Het verzoek is gedaan in de Franse taal in een procedure tussen een in Luxemburg gevestigde naamloze vennootschap en het Luxemburgse handelsregister. Er is een Nederlandse vertaling beschikbaar [3], waarin de vragen van de Luxemburgse rechter aan het ECJ als volgt worden verwoord:

Eerste vraag

Indien artikel 1, lid 15, onder c), van richtlijn (EU) 2018/843, tot wijziging van artikel 30, lid 5, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie , aldus moet worden opgevat dat het de lidstaten verplicht de [Or. 11] informatie over de uiteindelijk begunstigden in alle gevallen voor alle leden van het grote publiek toegankelijk te maken zonder dat een rechtmatig belang behoeft te worden aangetoond, is dit artikel dan rechtsgeldig in het licht van

a. het in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verzekerde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven, uitgelegd overeenkomstig artikel 8 van het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens [en de fundamentele vrijheden], gelet op de met name in de overwegingen 30 en 31 van richtlijn 2018/843 vermelde doelstellingen van in het bijzonder de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, en

b. het in artikel 8 van het Handvest verzekerde recht op bescherming van persoonsgegevens, voor zover daarmee in het bijzonder wordt beoogd te waarborgen dat de verwerking van persoonsgegevens geschiedt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is, dat bij de verzameling en verwerking van persoonsgegevens het doelbindingsbeginsel wordt nageleefd en dat de gegevensverwerking minimaal is?

Tweede vraag

1. Moet artikel 1, lid 15, onder g), van richtlijn 2018/843 aldus worden uitgelegd dat slechts sprake is van de in dit artikel vermelde uitzonderlijke omstandigheden – in welk geval de lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de toegang voor het grote publiek voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, indien die toegang de uiteindelijk begunstigde blootstelt aan een onevenredig risico, een risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie – –indien wordt bewezen dat de specifieke persoon van de uiteindelijk begunstigde daadwerkelijk een onevenredig risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie loopt, waarbij dit risico uitzonderlijk, daadwerkelijk, gekwalificeerd, reëel en actueel is?

2. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord en artikel 1, lid 15, onder g), van richtlijn 2018/843 aldus moet worden uitgelegd, is dit artikel dan rechtsgeldig in het licht van het in artikel 7 van het Handvest verzekerde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven en in het licht van het in artikel 8 van het Handvest verzekerde recht op bescherming van persoonsgegevens?

Derde vraag

1. Moet artikel 5, lid 1, onder a), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG („algemene verordening gegevensbescherming”), dat verplicht tot de verwerking van persoonsgegevens op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat

a. persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden, dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, voor het grote publiek toegankelijk zijn zonder toezicht of rechtvaardiging, en zonder dat de betrokken persoon (de uiteindelijk begunstigde) kan weten wie toegang heeft gehad tot die hem betreffende persoonsgegevens, en [Or. 12]

b. de verwerkingsverantwoordelijke voor dat register van uiteindelijk begunstigden toegang verleent tot de persoonsgegevens van de uiteindelijk begunstigden aan een onbeperkt en niet vast te stellen aantal personen?

2. Moet artikel 5, lid 1, onder b), van de algemene verordening gegevensbescherming, dat het doelbindingsbeginsel oplegt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, voor het grote publiek toegankelijk zijn zonder dat de verwerkingsverantwoordelijke van deze gegevens kan garanderen dat zij uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, namelijk in wezen de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, een doelstelling waarvoor het grote publiek niet de verantwoordelijke instantie is?

3. Moet artikel 5, lid 1, onder c), van de algemene verordening gegevensbescherming, dat het beginsel van minimale gegevensverwerking oplegt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat middels een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, het grote publiek niet alleen toegang heeft tot de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van een uiteindelijk begunstigde, alsmede tot de aard en omvang van het door deze uiteindelijk begunstigde gehouden daadwerkelijke belang, en eveneens tot zijn geboortedatum en zijn geboorteplaats?

4. Verzet artikel 5, lid 1, onder f), van de algemene verordening gegevensbescherming, op grond waarvan persoonsgegevens op een dusdanige manier moeten worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is en zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking, waardoor de integriteit en vertrouwelijkheid van die gegevens worden gewaarborgd, zich niet ertegen dat persoonsgegevens van de uiteindelijk begunstigden, die beschikbaar zijn in het register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15 van richtlijn 2018/843, onbeperkt, onvoorwaardelijk en zonder verplichting tot vertrouwelijkheid toegankelijk zijn?

5. Moet artikel 25, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming, dat zorgt voor de bescherming van persoonsgegevens door standaardinstellingen op grond waarvan met name persoonsgegevens in beginsel niet zonder menselijke tussenkomst voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk worden gemaakt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat

a. een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, van leden van het grote publiek niet verlangt dat zij zich op de website van dit register registreren wanneer zij persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde raadplegen, en

b. wanneer in een dergelijk register opgenomen persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde worden geraadpleegd, daarover geen informatie wordt verstrekt aan die uiteindelijk begunstigde, en

c. er, gelet op de doelstelling van de verwerking van de betrokken persoonsgegevens, geen beperking geldt wat betreft de omvang en de toegankelijkheid van deze gegevens? [Or. 13]

6. Moeten de artikelen 44 tot en met 50 van de algemene verordening gegevensbescherming, die aan de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen strenge voorwaarden verbinden, aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat dergelijke gegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, in alle gevallen voor alle leden van het grote publiek toegankelijk zijn zonder dat een rechtmatig belang behoeft te worden aangetoond en ongeacht waar een lid van het grote publiek zich bevindt?

 

Dit is interessant voor de Nederlandse procedure die op verzoek van Privacy First wordt gevoerd. In de dagvaarding wordt subsidiair aan de voorzieningenrechter gevraagd om prejudiciële vragen te stellen aan het ECJ.

[1] Loi du 13 janvier 2019 instituant un Registre des bénéficiaires effectifs.
[2] Overzichtspagina AMLD4 op EUR-Lex. Deze richtlijn is gewijzigd door de  Let op dat AMLD4 gewijzigd is door de 5e Europese antiwitwasrichtlijn, bekijk de geconsolideerde versie van 9 juli 2018.
[3] Zaak C-601/20, de Nederlandse vertaling van de beschikking is op de site van de ECJ te vinden.

 

Dit bericht verscheen ook op mijn algemene blog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

LEI’s Eligibility for General Government Entities | GLEIF

LEI is the abbreviation of ‘Legal Entity Identifier’, the identifier of legal entities like the ‘besloten vennootschap’ in the Netherlands. The Legal Entity Identifier Foundation (GLEIF) is the organisation behind LEI.

GLEIF has a Legal Entity Identifier Regulatory Oversight Committee (LEI ROC) that on 29 December 2020 published its final ‘Guidance on LEI Eligibility for General Government Entities’, which is supposed to provide clarifications on the implementation of LEIs for general government entities. The committee recommends that the guidance is implemented by 31 March 2022.

 

More information:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Een reactie plaatsen

Nieuw personenvennootschapsrecht in Duitsland

Terwijl Nederland nog nadenkt over het nieuwe personenvennootschapsrecht, is in Duitsland de voorbereiding van wijziging van hun nieuwe personenvennootschapsrecht van start gegaan.

Op de site van het Duitse ministerie van Justitie [*] is een ‘Referentenentwurf’ bekend gemaakt. Meer informatie in de aankondiging Gesetzgebungsverfahren | Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts:

Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts
Nach dem Regelungskonzept der geltenden §§ 705 ff. BGB ist die Gesellschaft bürgerlichen Rechts eine nicht rechtsfähige, zur Durchführung einer begrenzten Anzahl von Einzelgeschäften gegründete Gesamthandsgemeinschaft. In den Gesellschaftsverträgen können die Gesellschafter eine große Bandbreite an Gesellschaftszwecken vereinbaren, weshalb in dieser Rechtsform auch Zwecke verfolgt werden, die dem bisherigen gesetzlichen Leitbild nicht entsprechen. Vielmehr ist ein erheblicher Anteil von Gesellschaften bürgerlichen Rechts in der Praxis auf Dauer angelegt und zu einem Zweck gegründet, der sich nur mit einer Teilnahme der Gesellschaft am Rechtsverkehr verfolgen lässt. Das hierdurch entstehende Bedürfnis der Praxis, diese Rechtsform mit Rechtsfähigkeit auszustatten, so dass die Gesellschaft bürgerlichen Rechts selbst Rechte erwerben und Verbindlichkeiten eingehen kann, hat der Bundesgerichtshof aufgegriffen und der am Rechtsverkehr teilnehmenden Gesellschaft bürgerlichen Rechts im Jahr 2001 Rechtsfähigkeit (BGH, Urt. v. 29.01.2001 – II ZR 331/00 = BGHZ 146, 341) und im Jahr 2009 Grundbuchfähigkeit (BGH, Urt. v. 04.12.2008 – V ZB 74/08 = BGHZ 179, 102) zuerkannt.
Zur Sicherung des Grundstücksverkehrs unter Beteiligung von nicht mit Registerpublizität ausgestatteten Gesellschaften bürgerlichen Rechts hat der Gesetzgeber daraufhin die § 899a BGB und § 47 Absatz 2 GBO in das Gesetz aufgenommen. Danach wird eine Gesellschaft unter Angabe ihrer Gesellschafter im Grundbuch eingetragen. Der sich aus dem Grundbuch ergebende Gesellschafterbestand genießt öffentlichen Glauben, wobei die Anwendung der Vorschriften durch eine Reihe praxisrelevanter Zweifelsfragen erschwert wird.

Referentenentwurf
Entwurf eines Gesetzes zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts (PDF, 2MB, Datei ist nicht barrierefrei)

FAQs zum Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts
FAQs – Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts (PDF, 72KB, Datei ist nicht barrierefrei)

 

 

[*] Bundesministerium der Justiz und für Verbraucherschutz, BMJV.

Geplaatst in Personenvennootschap | Tags: | Een reactie plaatsen