Targeted consultation on the establishment of a European single access point (ESAP) for financial and non-financial information publicly disclosed by companies | European Commission

The European Commission has announced a consultation until 3 March regarding the establishment of a European single access point (ESAP) for financial and non-financial information publicly disclosed by companies.

 

More information:

Geplaatst in English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Nieuw recht voor stichtingen en verenigingen per 1 juli 2021: moeten wij iets doen?

Dit artikel schreef ik voor de website van Pellicaan Advocaten. Het artikel kan in pdf-versie worden gedownload.

Na een lange parlementaire aanloop veranderen op 1 juli a.s. de regels het Burgerlijk Wetboek voor stichtingen en verenigingen.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel [1] is in juni 2016 ingediend en daarna ingrijpend veranderd. Dat betekent dat oude informatie niet meer bruikbaar is. Dat is een reden om op een rij te zetten wat er voor stichtingen en verenigingen anders wordt. De wijzigingen zijn te verdelen in twee categorieën:

* Regels die meteen van toepassing zijn en kunnen betekenen dat de statuten in de toekomst gewijzigd moeten worden.
* Nieuwe mogelijkheden en regelingen.

 

Meteen van toepassing per 1 juli 2021

Tegenstrijdig belang: bij besloten vennootschappen gelden al langer specifieke voorschriften inzake tegenstrijdig belang, die overigens bij sommige verenigingen en stichtingen al in de statuten zijn opgenomen. Deze regeling gaat nu ook gelden voor stichtingen en verenigingen, ook al bevatten de statuten er niets over.
De voorschriften houden in dat als een bestuurder of commissaris [2] van een stichting/vereniging een tegenstrijdig belang heeft, de betrokkene niet mag deelnemen aan een besluitvorming binnen het bestuur respectievelijk de raad van commissarissen. Voor de helderheid is het aan te bevelen de nieuwe regels bij een eerstvolgende statutenwijziging mee te nemen.

Aanpassing regels bestuurdersaansprakelijkheid: de aansprakelijkheidsregels worden iets aangescherpt, maar het wettelijk bewijsvermoeden van onbehoorlijk bestuur gaat alleen gelden voor stichtingen en verenigingen die aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen en voor de entiteiten die bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in Boek 2 Burgerlijk Wetboek. In de praktijk zal dit voor bestuurders van stichtingen en verenigingen weinig gevolgen hebben.

Verantwoordelijkheden toezichthouder: in de wet is duidelijker dan voorheen geregeld welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden toezichthouders [3] bij een stichting of vereniging hebben. De toezichthouders hebben tot taak om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Voorts staan de toezichthouders het bestuur met raad terzijde. Toezichthouders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten op het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming of organisatie.

Ontstentenis en belet: de statuten van stichting en vereniging dienen een regeling te bevatten met het oog op onverwacht defungeren, ontslag of langdurige ziekte, als gevolg waarvan er geen overblijvende leden van bestuur respectievelijk raad van commissarissen meer zijn. Bij de eerstvolgende statutenwijziging dient hier een voorziening voor te worden opgenomen.

Beperking meervoudig stemrecht: statutaire bepalingen op grond waarvan een bestuurder respectievelijk commissaris in respectievelijk het bestuur of de raad van commissarissen in zijn eentje meer stemmen kan uitbrengen dan de andere leden van bestuur / raad van commissarissen, worden onverbindend met ingang van de eerstvolgende statutenwijziging, dan wel (als dat eerder is) op 1 juli 2026. Dat betekent dat de betreffende stichting of vereniging vijf jaar de tijd heeft om na te gaan of en hoe de statuten gewijzigd moeten worden.

Adviesrecht bestuurders en commissarissen van de vereniging: net als bij kapitaalvennootschappen al langer het geval is, hebben bestuurders en commissarissen het recht de ledenvergadering over te nemen besluiten te adviseren. Dit wordt ook wel ‘de raadgegevende stem’ genoemd.

 

Nieuwe mogelijkheden en regelingen

Formalisering monistische structuur: als binnen de stichting of vereniging in de statuten staat dat in het bestuur zowel ‘toezichthoudende’ bestuurders als ‘uitvoerende’ bestuurders voorkomen, noemt men dat wel een monistische structuur. Bij stichtingen kwam dit in de praktijk wel voor. Voor deze monistische structuur is nu bij stichting en vereniging een wettelijke basis opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Dat betekent dat als behoefte bestaat aan formeel toezicht, gekozen kan worden tussen een raad van commissarissen die toezicht houdt op het bestuur en een monistische structuur met niet-uitvoerende bestuurders. Overigens verdient het verschillende juridische profiel van de de commissaris en de niet-uitvoerende bestuurder wel aandacht bij het maken van de keuze.
Voor het tot stand brengen van een structuur met toezichthouders is altijd statutenwijziging nodig.

Verruiming ontslagmogelijkheden bestuurders en toezichthouders stichting: de gronden om de rechter te vragen om ontslag van de bestuurder van een stichting worden verruimd. Vanaf 1 juli 2021 kan een bestuurder van een stichting op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende worden ontslagen op grond van taakverwaarlozing of andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden. Een gelijksoortige regeling is van toepassing op commissarissen.

 

Advies

Bij de meeste stichtingen en verenigingen is de nieuwe wet reden voor statutenwijziging en is dat een goed moment om na te gaan of ook de rest van de statuten passend is voor de organisatie. Ook kan het een goed moment zijn om te kijken naar de aansluiting van interne procedures en de vastlegging in reglementen en besluiten.

De ondernemingsrechtspecialisten van Pellicaan Advocaten dienen u graag van advies. Als het stichtingen en verenigingen betreft, kunt u contact opnemen met Xander Alders en Ellen Timmer.

 

Noten
[1] Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, op 10 november 2020 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet wijzigt ook de regels voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, maar dat wordt hier niet besproken.
[2] Of lid van de raad van toezicht. Het betekent hetzelfde.
[3] Dit zijn de commissarissen, leden van de raad van toezicht en de niet-uitvoerende bestuurders die later in het artikel worden besproken. Zij moeten goed worden onderscheiden van instanties met een andere rol, zoals een commissie van advies.

Geplaatst in Bestuur en toezicht, Juridische positie statutair bestuurder (overeenkomst opdracht / arbeidsovereenkomst e.d.), Stichting, Vereniging | Een reactie plaatsen

Prejudiciële vragen aan het CJE over het ubo-register | Wwft

Het Tribunal d’arrondissement te Luxemburg heeft een prejudiciële beslissing gevraagd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECJ) inzake de Luxemburgse ubo-registerwet [1] en over de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) [2], waarop die wet gebaseerd is.

Het Tribunal vraagt of de bepaling in AMLD4 inzake openbaarheid van het register van uiteindelijk belanghebbenden (ubo-register) rechtsgeldig is in het licht van het EVRM en het Europees Handvest en voorts wordt de vraag gesteld waarop is gebaseerd dat de criminaliteitsbestrijding is gediend met de openbaarheid van het register. Voorts wordt een vraag gesteld over de ‘uitzonderlijke omstandigheden’ waaronder de persoonsgegevens van de uiteindelijk belanghebbende niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Ook ligt de vraag voor of wel juist is dat de ubo niet mag weten wie om inzage in zijn gegevens heeft gevraagd.

Het verzoek is gedaan in de Franse taal in een procedure tussen een in Luxemburg gevestigde naamloze vennootschap en het Luxemburgse handelsregister. Er is een Nederlandse vertaling beschikbaar [3], waarin de vragen van de Luxemburgse rechter aan het ECJ als volgt worden verwoord:

Eerste vraag

Indien artikel 1, lid 15, onder c), van richtlijn (EU) 2018/843, tot wijziging van artikel 30, lid 5, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie , aldus moet worden opgevat dat het de lidstaten verplicht de [Or. 11] informatie over de uiteindelijk begunstigden in alle gevallen voor alle leden van het grote publiek toegankelijk te maken zonder dat een rechtmatig belang behoeft te worden aangetoond, is dit artikel dan rechtsgeldig in het licht van

a. het in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verzekerde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven, uitgelegd overeenkomstig artikel 8 van het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens [en de fundamentele vrijheden], gelet op de met name in de overwegingen 30 en 31 van richtlijn 2018/843 vermelde doelstellingen van in het bijzonder de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, en

b. het in artikel 8 van het Handvest verzekerde recht op bescherming van persoonsgegevens, voor zover daarmee in het bijzonder wordt beoogd te waarborgen dat de verwerking van persoonsgegevens geschiedt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is, dat bij de verzameling en verwerking van persoonsgegevens het doelbindingsbeginsel wordt nageleefd en dat de gegevensverwerking minimaal is?

Tweede vraag

1. Moet artikel 1, lid 15, onder g), van richtlijn 2018/843 aldus worden uitgelegd dat slechts sprake is van de in dit artikel vermelde uitzonderlijke omstandigheden – in welk geval de lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de toegang voor het grote publiek voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, indien die toegang de uiteindelijk begunstigde blootstelt aan een onevenredig risico, een risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie – –indien wordt bewezen dat de specifieke persoon van de uiteindelijk begunstigde daadwerkelijk een onevenredig risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie loopt, waarbij dit risico uitzonderlijk, daadwerkelijk, gekwalificeerd, reëel en actueel is?

2. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord en artikel 1, lid 15, onder g), van richtlijn 2018/843 aldus moet worden uitgelegd, is dit artikel dan rechtsgeldig in het licht van het in artikel 7 van het Handvest verzekerde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven en in het licht van het in artikel 8 van het Handvest verzekerde recht op bescherming van persoonsgegevens?

Derde vraag

1. Moet artikel 5, lid 1, onder a), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG („algemene verordening gegevensbescherming”), dat verplicht tot de verwerking van persoonsgegevens op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat

a. persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden, dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, voor het grote publiek toegankelijk zijn zonder toezicht of rechtvaardiging, en zonder dat de betrokken persoon (de uiteindelijk begunstigde) kan weten wie toegang heeft gehad tot die hem betreffende persoonsgegevens, en [Or. 12]

b. de verwerkingsverantwoordelijke voor dat register van uiteindelijk begunstigden toegang verleent tot de persoonsgegevens van de uiteindelijk begunstigden aan een onbeperkt en niet vast te stellen aantal personen?

2. Moet artikel 5, lid 1, onder b), van de algemene verordening gegevensbescherming, dat het doelbindingsbeginsel oplegt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, voor het grote publiek toegankelijk zijn zonder dat de verwerkingsverantwoordelijke van deze gegevens kan garanderen dat zij uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, namelijk in wezen de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, een doelstelling waarvoor het grote publiek niet de verantwoordelijke instantie is?

3. Moet artikel 5, lid 1, onder c), van de algemene verordening gegevensbescherming, dat het beginsel van minimale gegevensverwerking oplegt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat middels een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, het grote publiek niet alleen toegang heeft tot de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van een uiteindelijk begunstigde, alsmede tot de aard en omvang van het door deze uiteindelijk begunstigde gehouden daadwerkelijke belang, en eveneens tot zijn geboortedatum en zijn geboorteplaats?

4. Verzet artikel 5, lid 1, onder f), van de algemene verordening gegevensbescherming, op grond waarvan persoonsgegevens op een dusdanige manier moeten worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is en zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking, waardoor de integriteit en vertrouwelijkheid van die gegevens worden gewaarborgd, zich niet ertegen dat persoonsgegevens van de uiteindelijk begunstigden, die beschikbaar zijn in het register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15 van richtlijn 2018/843, onbeperkt, onvoorwaardelijk en zonder verplichting tot vertrouwelijkheid toegankelijk zijn?

5. Moet artikel 25, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming, dat zorgt voor de bescherming van persoonsgegevens door standaardinstellingen op grond waarvan met name persoonsgegevens in beginsel niet zonder menselijke tussenkomst voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk worden gemaakt, aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat

a. een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, van leden van het grote publiek niet verlangt dat zij zich op de website van dit register registreren wanneer zij persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde raadplegen, en

b. wanneer in een dergelijk register opgenomen persoonsgegevens van een uiteindelijk begunstigde worden geraadpleegd, daarover geen informatie wordt verstrekt aan die uiteindelijk begunstigde, en

c. er, gelet op de doelstelling van de verwerking van de betrokken persoonsgegevens, geen beperking geldt wat betreft de omvang en de toegankelijkheid van deze gegevens? [Or. 13]

6. Moeten de artikelen 44 tot en met 50 van de algemene verordening gegevensbescherming, die aan de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen strenge voorwaarden verbinden, aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat dergelijke gegevens van een uiteindelijk begunstigde die zijn ingeschreven in een register van uiteindelijk begunstigden dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 30 van richtlijn 2015/849, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 15, van richtlijn 2018/843, in alle gevallen voor alle leden van het grote publiek toegankelijk zijn zonder dat een rechtmatig belang behoeft te worden aangetoond en ongeacht waar een lid van het grote publiek zich bevindt?

 

Dit is interessant voor de Nederlandse procedure die op verzoek van Privacy First wordt gevoerd. In de dagvaarding wordt subsidiair aan de voorzieningenrechter gevraagd om prejudiciële vragen te stellen aan het ECJ.

[1] Loi du 13 janvier 2019 instituant un Registre des bénéficiaires effectifs.
[2] Overzichtspagina AMLD4 op EUR-Lex. Deze richtlijn is gewijzigd door de  Let op dat AMLD4 gewijzigd is door de 5e Europese antiwitwasrichtlijn, bekijk de geconsolideerde versie van 9 juli 2018.
[3] Zaak C-601/20, de Nederlandse vertaling van de beschikking is op de site van de ECJ te vinden.

 

Dit bericht verscheen ook op mijn algemene blog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

LEI’s Eligibility for General Government Entities | GLEIF

LEI is the abbreviation of ‘Legal Entity Identifier’, the identifier of legal entities like the ‘besloten vennootschap’ in the Netherlands. The Legal Entity Identifier Foundation (GLEIF) is the organisation behind LEI.

GLEIF has a Legal Entity Identifier Regulatory Oversight Committee (LEI ROC) that on 29 December 2020 published its final ‘Guidance on LEI Eligibility for General Government Entities’, which is supposed to provide clarifications on the implementation of LEIs for general government entities. The committee recommends that the guidance is implemented by 31 March 2022.

 

More information:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Een reactie plaatsen

Nieuw personenvennootschapsrecht in Duitsland

Terwijl Nederland nog nadenkt over het nieuwe personenvennootschapsrecht, is in Duitsland de voorbereiding van wijziging van hun nieuwe personenvennootschapsrecht van start gegaan.

Op de site van het Duitse ministerie van Justitie [*] is een ‘Referentenentwurf’ bekend gemaakt. Meer informatie in de aankondiging Gesetzgebungsverfahren | Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts:

Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts
Nach dem Regelungskonzept der geltenden §§ 705 ff. BGB ist die Gesellschaft bürgerlichen Rechts eine nicht rechtsfähige, zur Durchführung einer begrenzten Anzahl von Einzelgeschäften gegründete Gesamthandsgemeinschaft. In den Gesellschaftsverträgen können die Gesellschafter eine große Bandbreite an Gesellschaftszwecken vereinbaren, weshalb in dieser Rechtsform auch Zwecke verfolgt werden, die dem bisherigen gesetzlichen Leitbild nicht entsprechen. Vielmehr ist ein erheblicher Anteil von Gesellschaften bürgerlichen Rechts in der Praxis auf Dauer angelegt und zu einem Zweck gegründet, der sich nur mit einer Teilnahme der Gesellschaft am Rechtsverkehr verfolgen lässt. Das hierdurch entstehende Bedürfnis der Praxis, diese Rechtsform mit Rechtsfähigkeit auszustatten, so dass die Gesellschaft bürgerlichen Rechts selbst Rechte erwerben und Verbindlichkeiten eingehen kann, hat der Bundesgerichtshof aufgegriffen und der am Rechtsverkehr teilnehmenden Gesellschaft bürgerlichen Rechts im Jahr 2001 Rechtsfähigkeit (BGH, Urt. v. 29.01.2001 – II ZR 331/00 = BGHZ 146, 341) und im Jahr 2009 Grundbuchfähigkeit (BGH, Urt. v. 04.12.2008 – V ZB 74/08 = BGHZ 179, 102) zuerkannt.
Zur Sicherung des Grundstücksverkehrs unter Beteiligung von nicht mit Registerpublizität ausgestatteten Gesellschaften bürgerlichen Rechts hat der Gesetzgeber daraufhin die § 899a BGB und § 47 Absatz 2 GBO in das Gesetz aufgenommen. Danach wird eine Gesellschaft unter Angabe ihrer Gesellschafter im Grundbuch eingetragen. Der sich aus dem Grundbuch ergebende Gesellschafterbestand genießt öffentlichen Glauben, wobei die Anwendung der Vorschriften durch eine Reihe praxisrelevanter Zweifelsfragen erschwert wird.

Referentenentwurf
Entwurf eines Gesetzes zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts (PDF, 2MB, Datei ist nicht barrierefrei)

FAQs zum Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts
FAQs – Gesetz zur Modernisierung des Personengesellschaftsrechts (PDF, 72KB, Datei ist nicht barrierefrei)

 

 

[*] Bundesministerium der Justiz und für Verbraucherschutz, BMJV.

Geplaatst in Personenvennootschap | Tags: | Een reactie plaatsen

The sustainable manager and privatisation of governmental tasks | company law, NFRD, AML

According to the press release of the European Parliament (EP), Sustainability: businesses interests must align with society’s interests, the EP wants to extend the scope of the Non-Financial Reporting Directive (NFRD) to all listed and non-listed large undertakings established in the EU, including non-EU companies operating in the Union.

In a resolution accepted in 2018 the EP called for widening the scope of NFRD to combatting crime in general (when Europe refers to ‘anti-corruption and bribery’ in reality combatting crime in general is meant).

European requirements for company directors
The EP asks the Commission to put forward a legislative proposal which clearly defines the responsibilities of executive directors when it comes to acting in the long-term interest of the company and society as a whole, as well as that of employees and stakeholders. Hopefully this will also include the duties of large companies to respect the position of small and medium-sized businessed, something that to my opinion should be included in the definition of sustainability and responsible business conduct.

It shows the growing European influence on company law and the tendency that governmental tasks are outsourced to private companies.

 

More information:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Kamer van Koophandel heeft ubo-register niet op orde | Wwft

De Kamer van Koophandel heeft het ubo-register niet op orde, zo blijkt uit diverse berichten:

Ook uit berichten op het internet blijkt dat er negatieve ervaringen worden opgedaan.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ondoordacht plan registratie uiteindelijk belanghebbenden door politieke partijen | Evaluatiewet Wfpp

Soms bekruipt mij het gevoel dat de deskundigen die de overheid adviseren alleen artikelen van onderzoeksjournalisten lezen. Dat kwam ook bij me op toen ik het advies van de Commissie-Veling over financiering van politieke partijen las >>> lees verder op mijn algemene blog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Rechtspersonenrecht overig, ubo-register | Tags: , | Reacties uitgeschakeld voor Ondoordacht plan registratie uiteindelijk belanghebbenden door politieke partijen | Evaluatiewet Wfpp

Wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties ingediend | donateursinformatie, publicatieplicht stichtingen

De minister voor Rechtsbescherming heeft deze maand een voorstel voor een Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) bij de Tweede Kamer ingediend. In dat voorstel is het eerdere plan – dat persoonsgegevens van donateurs openbaar gemaakt moesten worden – verlaten.

Het wetsvoorstel gaat niet over politieke partijen. In de memorie van toelichting is vermeld dat giften aan politieke partijen vanuit landen buiten EU/EER zullen worden verboden en dat alle overige giften openbaar moeten worden. Dit wordt in een aparte wet geregeld.

Registratie donateursgegevens en informatieverplichting 
Het wetsvoorstel creëert een informatieverplichting voor ‘maatschappelijke organisaties’, te weten: stichtingen, verenigingen, organisaties waarvan kerkgenootschappen deel uitmaken en voor buitenlandse entiteiten die vergelijkbaar zijn met de voornoemde rechtspersonen naar Nederlands recht en die duurzaam in Nederland activiteiten uitoefenen.

Die informatieverplichting heeft betrekking op donaties, wat het volgende omvat:

  • geldelijke bijdragen (exclusief overheidssubsidies);
  • bijdragen in natura, inclusief op geld waardeerbare diensten.

Op verzoek dienen maatschappelijke organisaties informatie te verschaffen over donaties die een herkomst van buiten de EU/EER hebben. Voor de donatiegegevens moet een bewaarplicht van zeven boekjaren gaan gelden. Deze verplichtingen zullen een praktisch effect hebben voor alle maatschappelijke organisaties. Zij zullen hun administratie zodanig moeten inrichten dat aan de hierna genoemde informatieverzoeken kan worden voldaan.

Bij donaties in natura lijkt me dat dit praktische problemen op kan leveren. Ook bij geldelijke bijdragen kan dat aan de orde zijn. In principe omvat het giften in civielrechtelijke zin, aldus de memorie van toelichting, maar ook erfstellingen en legaten:

Donaties betreffen geldelijke bijdragen van rechtspersonen en van natuurlijke personen. Het kunnen zowel donaties betreffen die contant worden gedaan als via overschrijvingen door een financiële instelling. Het gaat om alle giften ontvangen van derden. Onder een gift wordt ingevolge artikel 7:186, tweede lid, BW iedere handeling aangemerkt die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. Rente of rendement op eigen vermogen worden daartoe niet gerekend, evenmin als subsidies. Naar aanleiding van de consultatiereacties is verduidelijkt dat met betrekking tot het begrip subsidie wordt aangesloten bij het normale taalgebruik en wordt gedoeld op alle geldelijke steun van overheidswege die wordt verkregen na een aanvraag daartoe krachtens een wettelijke regeling. (…)

Ledencontributies worden niet als donatie beschouwd. Verder is naar aanleiding van enkele consultatiereacties verduidelijkt dat erfstellingen en legaten onder de begripsomschrijving van donatie vallen. Hoewel erflaters op het moment van hun gift door middel van een erfstelling of legaat overleden zijn en daarom financiële beïnvloeding niet direct voor de hand ligt, worden erfstellingen en legaten bij leven vastgelegd en kan daarmee de ongewenste inmenging in de Nederlandse rechtsorde, al dan niet via nabestaanden, worden bewerkstelligd. Verder is in reactie op de consultatie opgemerkt dat er niet voor is gekozen om voor het begrip donatie aansluiting te zoeken bij de schenking, zoals geregeld in artikel 7:175 BW. Schenking is een meerzijdige rechtshandeling, terwijl bedoeld is het wetsvoorstel ook van toepassing te laten zijn op eenzijdige rechtshandelingen, zoals giften. Via de schakelbepaling van artikel 7:186, eerste lid, BW is titel 7.3 (inzake schenking) overigens van overeenkomstige toepassing, voor zover de strekking daarvan in verband met de aard van de handeling zich daartegen niet verzet.

De bedoeling is dat de feitelijk ontvangen bedragen in de financiële verantwoording worden opgenomen:

Voor de openbaarmakingsverplichting wordt uitgegaan van feitelijk ontvangen bijdragen.

De bevoegdheid om informatie te vragen wordt toegekend aan de burgemeester, aan een groot aantal in de Handelsregisterwet genoemde personen en instanties en aan het Openbaar Ministerie (bij ernstige twijfel of de wet of de statuten te goeder trouw worden nageleefd dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd). Bij niet-naleving kunnen allerlei sancties worden opgelegd.

In het wetsvoorstel wordt een nieuw fenomeen gecreëerd, de ‘tussenpersoon’. Volgens het voorstel is dat iemand die een donatie geeft in opdracht van een persoon die zijn woonplaats of, ingeval van een rechtspersoon, zijn zetel buiten een EU-lidstaat heeft. Zo’n tussenpersoon is verplicht om de gegevens van zijn opdrachtgever aan de maatschappelijke organisatie te verschaffen.

Introductie in de memorie van toelichting:

Het eerste deel van het wetsvoorstel betreft maatschappelijke organisaties in den brede: stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en buitenlandse rechtspersonen of andere juridische entiteiten die daarmee vergelijkbaar zijn. Het wetsvoorstel beoogt tegen te gaan dat onwenselijke buitenlandse beïnvloeding in deze maatschappelijke organisaties optreedt als gevolg van ontvangen donaties. Daartoe krijgen de burgemeester, het openbaar ministerie (hierna ook: OM) en andere specifiek aangewezen overheidsinstanties de bevoegdheid om bij een maatschappelijke organisatie gericht navraag te kunnen doen naar buitenlandse giften en, als deze substantieel blijken, verdere navraag te doen naar de persoon van de donateur. Dat zou een burgemeester bijvoorbeeld kunnen doen wanneer de openbare orde in het gedrang komt door problematisch gedrag van een maatschappelijke organisatie. Het wetsvoorstel geeft zo een kader voor een individuele, organisatiegerichte benadering. Een organisatie die niet meewerkt, maakt zich schuldig aan een economisch delict, terwijl dwarsliggende bestuurders de oplegging van een bestuursverbod riskeren.

Publicatieplicht stichtingen
Een tweede onderdeel van het wetsvoorstel is de lang verwachte publicatieplicht voor stichtingen. Voorgesteld wordt een nieuw artikel 299b in Boek 2 Burgerlijk Wetboek op te nemen, waarin staat dat een niet jaarrekeningplichtige stichting [1] verplicht is de balans en staat van baten en lasten bij het handelsregister te deponeren. Aan de balans en staat van baten en lasten worden geen nieuwe inhoudelijke eisen gesteld. De gedeponeerde stukken worden niet openbaar gemaakt.

Verder wordt voorgesteld in de Handelsregisterwet 2007 een nieuw artikel op te nemen waarin staat dat een ruime groep van overheidsinstanties [2] het recht hebben om de balans en staat van baten en lasten in te zien. Ook het Bureau Financieel Toezicht (BFT) krijgt een dergelijk inzagerecht, terwijl dit de Wwft-toezichthouder is voor notarissen, juristen, accountants- en administratiekantoren. BFT heeft geen eigen opsporingsrol, zodat ik niet begrijp waarom deze organisatie een dergelijke bevoegdheid zou moeten hebben.

Blijkens de memorie van toelichting veronderstelt de minister van Rechtsbescherming dat met deze publicatieplicht misbruik van financieel-economische aard, zoals witwassen en terrorismefinanciering, wordt tegengegaan. Het voorstel is mede gebaseerd op de Nederlandse National Risk Assessment (NRA) terrorismefinanciering, waarin aan stichtingen een hoog risico op het gebied van terrorismefinanciering wordt toegedicht [3].

Uit de toelichting wordt niet duidelijk waarop is gebaseerd dat deze publicatieplicht misbruik van financieel-economische aard zal tegen gaan. Dat is nu ook niet het geval met de al geldende publicatieplicht voor kleine bv’s en nv’s.

Tot slot
Met het wetsvoorstel heeft het kabinet het plan verlaten om alle maatschappelijke organisaties te belasten met openbaarmaking van donateurs die meer dan 4.500 euro doneren, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Het huidige voorstel heeft praktische gevolgen, want organisaties zullen zeven jaar lang donatiegegevens moeten registreren op de door de overheid gewenste wijze. Dit kan administratieve lasten opleveren aangezien een onderscheid moet worden gemaakt tussen donateurs van binnen EU/EER en daarbuiten en er inzake de laatste groep extra gegevens moeten worden geadministreerd.

De publicatie van de balans en staat van baten en lasten lijkt geen extra last op te leveren, waarbij kan worden aangetekend dat er geen aanwijzingen zijn dat deze publicatieplicht misbruik van financieel-economische aard zal tegen gaan.

 

Meer informatie:

 

Noten
[1] Commerciële stichtingen zijn al jaarrekeningplichtig op grond van titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Volgens de memorie van toelichting vallen semipublieke stichtingen die op basis van sectorspecifieke regelgeving een aan titel 9 gelijkwaardige jaarrekening moeten opmaken en openbaar maken ook niet onder het wetsvoorstel. Ik kon niet vinden waar dat staat.
[2] Onder meer het Openbaar Ministerie, politiemensen, Bureau Bibob, de Belastingdienst, DNB, AFM, BFT en FIU-Nederland.
[3] In de NRA wordt de not-for-profit op een onzorgvuldige manier in het verdachtenbankje gezet. Ik had geen tijd om het rapport te fileren. Het is jammer dat de zogenaamde experts die input aan de NRA hebben geleverd geen deskundigen op het gebied van de not-for-profit hebben geraadpleegd.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Stichting, Vereniging | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod | artikel WPNR

Voor het juridisch tijdschrift WPNR schreef ik het artikel ‘Uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod‘. Lees verder op mijn algemene blog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Reacties uitgeschakeld voor Uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod | artikel WPNR