Wet controle op rechtspersonen: project RADAR in het nieuws

Het ministerie van veiligheid is verantwoordelijk voor een groot ict-project, het project Radar, waar ik al eerder over schreef.
Dat project is van belang voor de uitvoering van de Wet controle op rechtspersonen, een op 1 juli 2011 in werking getreden ondernemingsrechtelijke wet. In het kader van die wet zou het ministerie via de Dienst Justis actief worden op het gebied van datamining (in 2011 schreef ik er een artikel over).

Uit recente berichten is gebleken dat project Radar slecht is uitgevoerd. In NRC verscheen op 22 juni jl. het artikel Justitie was gewaarschuwd voor mislukt ICT-project. Op Pianoo is deze samenvatting van het NRC artikel gepubliceerd:

De ambtelijke top van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een geheime aanbesteding voor een ICT-project doorgedrukt tegen het uitdrukkelijke advies in van de eigen interne jurist. De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven is door zijn ambtenaren niet van dat interne advies op de hoogte gesteld.

Topambtenaren wilden in 2012 de vastgelopen bouw van het computersysteem Radar weghalen bij ICT-leverancier Capgemini. Radar moest automatisch data van verschillende overheidsregisters combineren en zo signalen van fraude opsporen. Maar Capgemini bleek na drie jaar werk niet in staat een goed werkend systeem te bouwen, een feit waarover de Tweede Kamer destijds niet werd geïnformeerd.

Over hetzelfde onderwerp verscheen in NRCReader het artikel Ministerie van wensdenken. Inmiddels zijn er kamervragen gesteld, zo blijkt onder meer uit een bericht in de Automatiseringsgids.

NB Op Frankwatching verscheen een artikel van Joost Steins Bisschop, Falende ICT-projecten: moeten opdrachtgevers ook code begrijpen?, waarin hij constateert dat in het bedrijfsleven precies hetzelfde gebeurt. Zijn conclusie, vrij vertaald: als je als opdrachtgever niet begrijpt wat je uitbesteedt, krijg je alleen wat je hebben wilt als je jouw opdrachtnemer kunt vertrouwen. Want een goed contract maken dat ook werkt bij niet te vertrouwen wederpartijen is alleen mogelijk als iedereen begrijpt wat er gemaakt moet worden.

Meer informatie

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude biedt meer mogelijkheden om bestuurders en commissarissen te straffen

Op 23 juni 2015 heeft de tweede kamer het wetsvoorstel tot herziening strafbaarstelling faillissementsfraude aangenomen. Dit voorstel bevat elementen op het gebied van het ondernemingsrecht, vanwege de navolgende nieuwe bepalingen in het Wetboek van Strafrecht:

  • Artikel 342 biedt de mogelijkheid een bestuurder of commissaris te straffen indien de rechtspersoon vóór faillissement ‘buitensporig middelen van de rechtspersoon heeft verbruikt, uitgegeven of vervreemd’.
  • Artikel 343 bepaalt dat bij ontrekking van gelden of goederen aan het vermogen van een nadien failliet verklaarde rechtspersoon, dan wel als schuldeisers wederrechtelijk zijn bevoordeeld, aan de bestuurder of commissaris straf kan worden opgelegd.
  • Artikelen 344a en 344b geven de mogelijkheid bestuurders te straffen als de rechtspersoon geen administratie heeft of de administratie niet (volledig) aan de curator wordt afgegeven.
  • In artikel 347 is de straf opgenomen, verbonden aan de in artikelen 342 en 343 genoemde delicten.
  • Artikel 348a stelt degene die ‘feitelijk optreedt als bestuurder‘ gelijk met de bestuurder. Dit is een begrip dat afwijkt van de beleidsbepaler in boek 2 Burgerlijk Wetboek. Voorts vallen ‘bestuurders’ van een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap ook onder deze strafbepalingen; ook al kent het personenvennootschapsrecht geen bestuurders.

Nadat het voorstel door de eerste kamer is aangenomen en inwerking getreden zullen deze nieuwe bepalingen naar verwachting tot een groot aantal strafzaken gaan leiden, waarin het Openbaar Ministerie de grenzen van de nieuwe bepalingen zal gaan verkennen. Zo zal een belangrijk issue gaan worden wanneer sprake is van ‘medewerking‘ of ‘toestemming‘ door een bestuurder of commissaris in de zin van de nieuwe artikelen.

Meer informatie

Aanvulling

VNO-NCW schreef medio juni jl. in ‘Faillissementsfraude gewoon harder aanpakken’ naar aanleiding van het voorstel inzake het bestuursverbod, dat het bestaande instrumentarium beter benut moet worden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Een reactie plaatsen

Wet bestuursverbod aangenomen door tweede kamer

Op 23 juni jl. heeft de tweede kamer het wetsvoorstel inzake het bestuursverbod aangenomen. In het bericht van 17 juni 2015 op de site van de tweede kamer is het volgende vermeld:

Faillissementsfraude effectiever bestreden

17 juni 2015, wetsvoorstel – Minister Van der Steur (Justitie) krijgt brede steun voor zijn voorstellen om faillissementsfraude aan te pakken en waar mogelijk te voorkomen.

Het faillissement van personen en bedrijven is vaak een persoonlijk drama voor de direct betrokkenen, maar ook werknemers, schuldeisers en consumenten worden erdoor getroffen. In dat licht is het volgens de minister zeer kwalijk als een faillissement wordt veroorzaakt door of gepaard gaat met frauduleus handelen. Modernisering en vereenvoudiging van de strafbepalingen is volgens Berndsen (D66) dan ook een goede zaak. De pakkans voor witteboordencriminaliteit was in het verleden belachelijk klein, aldus Recourt (PvdA), die hoopt dat dit verandert. Een hardere aanpak past in “het principe van de eerlijke economie”, aldus Oskam (CDA). Gesthuizen (SP) vraagt aandacht voor misbruik van “flitsfaillissementen”.

Civielrechtelijk bestuursverbod voor fraudeurs

Bestuurders die zich schuldig hebben gemaakt aan faillissementsfraude of wanbeheer, kunnen via het strafrecht al een verbod krijgen om leiding te geven aan een rechtspersoon. Van der Steur introduceert daarnaast een civielrechtelijk bestuursverbod, dat sneller kan worden opgelegd. Een bestuursverbod moet voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten via een omweg voortzetten. De curator of de officier van justitie kan de rechter vragen om dit op te leggen. Het is wel een paardenmiddel, zegt Van Wijngaarden (VVD), dat zorgvuldig moeten worden ingezet. Hij is dan ook, net als Recourt, tegen het voorstel van Helder (PVV) om het bestuursrechtelijk “quasi van rechtswege”, zonder rechterlijke toetsing, op te leggen.

Twijfels over capaciteit voor fraudeaanpak

Het is goed dat de minister de intentie heeft om faillissementsfraude effectiever aan ta pakken, stellen Gesthuizen, Berndsen, Oskam en Helder. Maar zij vragen zich wel af of met name het Openbaar Ministerie maar ook de politie, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en de curatoren voldoende capaciteit en middelen hebben om dit ook uit te voeren. De minister verwacht dat extra taken binnen de bestaande budgetten uitgevoerd kunnen worden.

Meer informatie

Aanvullingen 14:00 uur

Wessel Bosse schreef over het nieuwe bestuursverbod een artikel, dat hier is te raadplegen.

VNO-NCW schreef medio juni jl. in ‘Faillissementsfraude gewoon harder aanpakken’ naar aanleiding van het voorstel inzake het bestuursverbod, dat het bestaande instrumentarium beter benut moet worden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod | Tags: | Een reactie plaatsen

VNO-NCW bezorgd over ubo-register regelgeving

Uit een bericht van 15 juni jl. blijkt dat VNO-NCW zeer bezorgd is over de security en privacy gevolgen van de Europese ubo-register regelgeving:

‘Privacy familiebedrijven in gevaar’

15-06-2015 – Familiebedrijven in Nederland vrezen voor hun privacy als zij verplicht worden om hun grootaandeelhouders in te schrijven in een openbaar register. Een vertrek uit Nederland is een optie, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, dat het kabinet met klem oproept om terughoudend te zijn met de implementatie van het Europese UBO-register.

UBO-register
Volgens een nieuwe Europese richtlijn -tegen witwassen en de financiering van terrorisme- moeten straks alle natuurlijke personen, met een belang van 25 procent of meer in een bedrijf, zich verplicht laten registreren in een nieuw register. Dit UBO-register (ultimate beneficial owner) is toegankelijk voor overheidsinstanties, financiële inlichtingeneenheden en degenen die een gerechtvaardigd belang kunnen aantonen bij die toegang.

Miljonairslijstjes
Maar met name familiebedrijven zijn beducht voor deze nieuwe regelgeving. Zij maken uit privacyoverwegingen bezwaar, omdat zij vrezen voor de persoonlijke vrijheid van familieleden (kidnapping), chantage en ongewenste vermelding op miljonairslijstjes. Deze gevoelens van onveiligheid leiden er volgens VNO-NCW en MKB-Nederland toe dat vestiging in het buitenland nadrukkelijk overwogen wordt. Dat is ongewenst, beklemtonen de ondernemingsorganisaties.

Kamp en Van der Steur
Familiebedrijven zijn namelijk van groot belang voor de Nederlandse economie en dienen voor Nederland behouden te blijven, schrijven zij in een brief aan ministers Kamp (Economische Zaken) en Van der Steur (Veiligheid en Justitie). VNO-NCW en MKB-Nederland verzoeken het kabinet daarom met klem om terughoudend te zijn met de implementatie van het Europese UBO-register en gebruik te maken van de opties die de richtlijn daarvoor biedt, in het belang van de Nederlandse economie.

De volledige brief van VNO-NCW en MKB Nederland aan twee ministers kan hier worden gevonden.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen

4e Europese Antiwitwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd | implementatie uiterlijk 26 juni 2017

Op 5 juni jl. is de 4e Europese Antiwitwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd. Dat betekent dat het ubo-register er gaat komen en dat iedere onderneming over de gegevens inzake de eigen ubo dient te beschikken.

Tekst richtlijn

Als in navolgende citaten over ‘meldingsplichtige entiteiten‘ wordt gesproken, worden daarmee ondernemingen die onder antiwitwaswetgeving vallen bedoeld, zoals banken, makelaars, casino’s, accountants, notarissen en handelaren in zaken als er transacties in contanten van EUR 10.000 of meer plaats vinden.

Artikel 30 leden 1 en 2 schrijven voor dat iedere onderneming over gegevens inzake de eigen ubo dienen te beschikken:

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, inwinnen en bijhouden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijk begunstigden gehouden economische belangen.
De lidstaten zorgen ervoor dat die entiteiten verplicht zijn om, naast de informatie over hun juridisch eigenaar, aan de meldingsplichtige entiteiten informatie over de uiteindelijk begunstigde te verstrekken wanneer de meldingsplichtige entiteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen overeenkomstig hoofdstuk II.
2. De lidstaten verlangen dat de in lid 1 bedoelde informatie tijdig toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten en de FIE’s.

De regels over de nationale ub0-registers zijn terug te vinden in artikel 30 leden 3 en verder. Onderstaand leden 3 tot en met 5 waarin het register wordt geïntroduceerd:

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie in elke lidstaat wordt gehouden in een centraal register, bijvoorbeeld een handelsregister, een vennootschapsregister als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad, of een openbaar register. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen. De in die database bijgehouden informatie over de uiteindelijk begunstigden kan in overeenstemming met de nationale regelingen worden verzameld.
4. De lidstaten verlangen dat de in het in lid 3 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijk begunstigde in alle gevallen toegankelijk is voor:
a) de bevoegde autoriteiten en de FIE’s, zonder enige beperking;
b) de meldingsplichtige entiteiten, in het kader van het cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II;
c) alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen.

Meer informatie:

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: | Een reactie plaatsen

Algemene Rekenkamer: informatiebeveiliging ministerie van veiligheid niet op orde

Het ministerie van veiligheid neemt op het gebied van het verzamelen van gegevens een belangrijke plaats in. Onder meer is de Dienst Justis onderdeel van het ministerie; Justis verzamelt gegevens over rechtspersonen en daarbij betrokken natuurlijke personen op grond van de Wet controle op rechtspersonen. Het is dan ook van groot belang dat die gegevens zorgvuldig worden verzameld en veilig worden bewaard.

Uit het door de Algemene Rekenkamer uitgebrachte rapport met Resultaten verantwoordings- onderzoek 2014 Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) blijkt dat het ministerie de informatiebeveiliging niet op orde heeft.

De Rekenkamer schrijft op pagina 57 en verder van het rapport het volgende:

4.4.6 Onvolkomenheid: Informatiebeveiliging

De organisatieonderdelen van het Ministerie van VenJ maken gebruik van zeer veel informatiesystemen. 79 daarvan zijn door de organisatieonderdelen van het ministerie als kritiek aangemerkt voor het goed vervullen van hun publieke taak.

In het Verantwoordingsonderzoek 2013 hebben we aangegeven dat de uitvoeringsorganisaties van het ministerie voor deze systemen een expliciete risicoafweging moesten maken om te beoordelen of bestaande beveiligingsmaatregelen nog aansluiten bij risico’s van beschikbaarheid, vertrouwelijkheid en integriteit (juistheid) van de informatie. De minister deed de toezegging hieraan te zullen voldoen. Desondanks stellen we vast dat de uitvoeringsorganisaties van het Ministerie van VenJ hier in 2014 onvoldoende invulling aan hebben gegeven.

Meer aandacht nodig voor informatiebeveiliging bij organisatieonderdelen VenJ Risicoanalyses kritieke systemen nog niet allemaal beschikbaar in 2014
De organisatieonderdelen van het Ministerie van VenJ maken gebruik van zeer veel informatiesystemen. 79 daarvan zijn door de organisatieonderdelen van het ministerie als kritiek aangemerkt voor het goed vervullen van hun publieke taak.

In het Verantwoordingsonderzoek 2013 hebben we aangegeven dat de uitvoeringsorganisaties van het ministerie voor deze systemen een expliciete risicoafweging moesten maken om te beoordelen of bestaande beveiligingsmaatregelen nog aansluiten bij risico’s van beschikbaarheid, vertrouwelijkheid en integriteit (juistheid) van de informatie. De minister deed de toezegging hieraan te zullen voldoen. Desondanks stellen we vast dat de uitvoeringsorganisaties van het Ministerie van VenJ hier in 2014 onvoldoende invulling aan hebben gegeven. Pas na een indringende oproep in november 2014 van de Chief Information Officer, de pSG van het departement, hebben de uitvoeringsorganisaties meer risicoanalyses uitgevoerd en hun meest recente informatie hierover aangeleverd voor het centrale overzicht van kritieke systemen van het Ministerie van VenJ.

Voor sommige kritieke systemen geldt dat de beveiligingsmaatregelen die zijn voorgeschreven in de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR) onvoldoende zijn. In die gevallen schrijft de BIR voor dat het lijnmanagement naast een quick scan BIR ook een uitgebreidere risicoanalyse uitvoert en extra maatregelen definieert. Uit de risicokaart die het ministerie hanteert blijkt niet voor welke kritieke systemen dit geldt en of deze uitgebreidere risicoanalyses allemaal zijn uitgevoerd. Uit ons onderzoek bij het Openbaar Ministerie (OM) blijkt dat het OM voor een aantal systemen deze uitgebreidere risicoanalyses nog niet heeft uitgevoerd.

In control verklaring BIR geeft beperkt beeld over informatiebeveiliging
In de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR) is afgesproken dat de ministeries over 2014 een in control verklaring BIR zouden afgeven. De in control verklaring wordt gegeven voor 10 kritieke systemen op basis van 5 aspecten (onderdelen patchmanagement, beveiliging externe koppelvlakken, beheer van medewerkers en toegang, PDCA-cyclus en logging & monitoring).

Het Ministerie van VenJ heeft een in control verklaring BIR afgegeven waarin zij aangeeft dat voor ten minste 10 kritieke systemen de beveiligingsmaatregelen voldoen aan de BIR-normen. Door de keuze van het ICBR dat de In Control Verklaring BIR van de departementen alleen betrekking hoeft te hebben op 10 kritieke systemen, heeft de In Control Verklaring van het Ministerie van VenJ slechts beperkte zeggingskracht. Het ministerie onderscheidt namelijk 79 kritieke systemen.

Toezicht op informatiebeveiliging uitvoeringsorganisaties VenJ
schoot in 2014 tekort
Op grond van artikel 4 lid 3 van het Beveiligingsvoorschrift Rijksdienst 2013 draagt de beveiligingsautoriteit de zorg voor toezicht op de integrale beveiliging. Hieronder valt ook het toezicht op de naleving van de wettelijke vereisten voor informatiebeveiliging. De beveiligingsautoriteit van VenJ heeft hiervoor een toezichtkader en toezichtplan opgesteld voor 2014. In dit toezichtplan stond dat 8 organisatieonderdelen van het Ministerie van VenJ in 2014 zouden worden bezocht in het kader van aangekondigde toezichtbezoeken. Bij zo’n toezichtbezoek is er aandacht voor onder meer het hebben van een actueel overzicht van informatiesystemen, het voldoen aan de BIR, het beveiligen van gerubriceerde informatie (zowel digitaal als op papier). In 2014 heeft alleen een toezichtbezoek plaatsgevonden bij de Raad voor de Kinderbescherming. De overige toezichtbezoeken hebben door beperkte capaciteit niet plaatsgevonden.

Aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer
We bevelen de minister van Veiligheid en Justitie aan dat de Beveiligingsautoriteit en de CIO-raad van VenJ gezamenlijk realistische afspraken maken over de voortgang die in 2015 en 2016 geboekt dient te worden om de informatiebeveiliging bij uitvoeringsorganisaties te verbeteren. De uitvoeringsorganisaties moeten daarna aantonen dat zij verbeteringen hebben doorgevoerd.

De Beveiligingsautoriteit dient toezicht te houden op de voortgang van deze afspraken en uitvoering te geven aan het eigen toezichtkader en toezichtplan.

Reactie van de minister
De minister van VenJ onderschrijft dat de informatiebeveiliging binnen VenJ nog niet op het gewenste niveau is. Vanaf eind 2014 is het ministerie de monitoring op het aantal risico-analyses op kritieke systemen gaan intensiveren. Sinds 31-3-2015 is hierin goede voortgang zichtbaar: voor 90% van de kritieke informatiesystemen heeft het ministerie een actuele risicoanalyse opgesteld. In de loop van 2015 zal dit voor de resterende 10% plaatsvinden. De minister onderschrijft dat de ‘In Controlverklaring BIR’ van VenJ voor ten minste 10 kritieke systemen een beperkt beeld geeft. Hij schrijft daarover: ‘We hebben ons echter strikt gehouden aan het voorgeschreven rapportageformat van BZK, dat uitgaat van ten minste 10 kritieke systemen. VenJ kan de ‘In Controlverklaring BIR VenJ’ onderbouwen met méér dan 10 kritieke systemen en dit omvat ook systemen bij de uitvoeringsorganisaties. Dat VenJ de beveiliging van de kritieke systemen bewaakt met de zogenaamde Risicokaart heeft de ADR aangemerkt als best practice. Het vormt een goede basis en een goed perspectief voor het implementeren van de BIR.’
De aanbevelingen op het terrein van de Beveiligingsautoriteit neemt VenJ onverkort over. Tot slot schrijft de minister: ‘de onvolkomenheid voor informatiebeveiliging is afgegeven bij nagenoeg alle ministeries die de BIR hanteren. Het doel is om te onderstrepen dat er meer aandacht nodig is voor informatiebeveiliging. VenJ onderstreept de toenemende importantie van informatiebeveiliging en geeft hier op verschillende fronten uitvoering aan.’
Lees de volledige reactie op verantwoordingsonderzoek.rekenkamer.nl

Nawoord Algemene Rekenkamer
Wij beseffen dat het Ministerie van VenJ veel kritieke systemen heeft. We waarderen de transparantie die de minister van VenJ geeft over de stand van zaken. We benadrukken dat na het uitvoeren van risicoanalyses de uitvoeringsorganisaties vervolgens ook aantoonbaar aan de slag moeten met maatregelen om de risico’s, die uit de analyse komen, af te dekken. Een realistische planning helpt om op gecontroleerde wijze de nodige maatregelen uit te voeren. Rapportage aan de departementsleiding is daarvan een onderdeel.

Naast aandacht voor de beveiliging van kritieke systemen, is het van belang dat alle uitvoeringsorganisaties van VenJ ook voldoende aandacht geven aan informatiebeveiligingsbeleid en generieke beveiligingsmaatregelen die zijn voorgeschreven in de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst.

 

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen, Preventief toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Kamer van Koophandel technisch failliet?

Vandaag verschenen in de media allerlei intrigerende berichten over verliezen die onze nieuwe publiekrechtelijke instelling, de Kamer van Koophandel, zou hebben geleden, zie onder meer RTL, het FD en Z24. Dit zou blijken uit het jaarverslag.
Ik heb even in Company Info gekeken of daar het jaarverslag te vinden is, maar daar staat ‘Geen verslagen: publiekrechtelijke rechtspersoon.‘ (wat me geen goede reden voor het ontbreken van verslagen lijkt, overigens).

In artikel 37 van de Wet op de Kamer van Koophandel staat:

Het vastgestelde jaarverslag ligt gedurende acht weken ter inzage bij de Kamer. Hiervan doet de Kamer mededeling in de Staatscourant.

Dus kennelijk moeten we de komende weken bij de Kamer van Koophandel langs om het verslag in te zien. Later vond ik via via deze pagina het jaarverslag 2014.

De berichten suggereren dat de Kamer een privaatrechtelijke instelling is (zie bijvoorbeeld Z24) terwijl dat sinds 1 januari 2014 niet meer het geval is. Zie over de omzetting van de Kamer in een publiekrechtelijke rechtspersoon dit bericht op dit weblog. De Kamer is op grond van deze wet een publiekrechtelijke rechtspersoon geworden.

Een rechtspersoon met een groot aantal nieuwe taken, zo is men bezig met uitbreiding van het handelsregister met het overheidsregister van aandeelhouders en zal het Europese ubo-register bij de Kamer worden ondergebracht. Uit de eerder genoemde berichten blijkt dat de Kamer moest bezuinigen, wat vreemd klinkt. Maar misschien worden de investeringen in het register uit een ander potje gedaan.

De berichten roepen allerlei vragen op, die vast straks ook door kamerleden gesteld worden, zodat ik rustig de beantwoording daarvan zal gaan afwachten.

NB Een mededeling in de Staatscourant over het jaarverslag van de Kamer van Koophandel kon ik niet vinden.

Aanvulling na afsluiting van de tekst

Nog even op de site van de Kamer gekeken, daar via deze pagina het jaarverslag 2014 gevonden. Als inleiding op het verslag schrijft de Kamer:

De KvK heeft in 2014 besloten de digitalisering van haar dienstverlening aanzienlijk te versnellen. De reden is dat de KvK daardoor meer ondernemers kan bereiken en de kosten sneller omlaag gaan. De KvK komt voort uit een samenvoeging van 14 organisaties en kreeg te maken met een 40% lager budget. Dit staat in het Jaarverslag 2014 van de KvK.

Lees verder in het jaarverslag 2014 over alle veranderingen bij de Kamer van Koophandel.

Geplaatst in Ondernemersplein, handelsregister en KvK | 2 reacties

AFM wil discussiëren over informatie die een accountant bij de uitvoering van de werkzaamheden verkrijgt

Een onderneming die actief is in het economisch verkeer, verkrijgt informatie van en over zijn klanten.
Dat is aan de orde bij banken, die het volledige financiële verkeer van hun cliënten monitoren en precies weten welke transacties plaats vinden. Deze kennis moeten banken gebruiken voor hun integriteitsonderzoek, maar zij proberen er commercieel ook hun voordeel mee te doen. Daar zijn wel privacy- en securitygrenzen aan. Ook veel andere bedrijven beschikken over zeer veel kennis, uit diverse bronnen, zoals Google, die van alle mensen en ondernemingen in de hele wereld alles weet.

Dit fenomeen wordt nu ter discussie gesteld door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) , de toezichthouder van de accountants. De AFM schrijft in een bericht op de site dat het de eigendom van controle-informatie ter discussie wil stellen:

Discussie over eigendom controle-informatie nodig
21 mei 2015

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) wil een fundamentele discussie met de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) en andere belanghebbenden over wie de eigenaar is van controle-informatie als een cliënt een nieuwe externe accountant krijgt. Het gaat de toezichthouder specifiek over de vraag of de vertrekkende accountant vrijelijk toegang mag houden tot de informatie en die mag gebruiken voor adviesdiensten aan dezelfde of een andere cliënt.

Dat stelt de AFM in haar reactie op de consultatie van de NBA-handreiking ‘Samenwerking huidige en opvolgende accountant’. Omdat de controle-informatie bestaat uit actuele en relevante strategische, operationele en financiële informatie over de cliënt, ligt het voor de hand dat de ‘afroterende’ accountant er niet vrijelijk over mag beschikken, aldus de toezichthouder. De verplichte scheiding tussen controle- en adviesdiensten en de verplichte kantoorroulatie maken deze kwestie urgent.

De AFM mist in het publieke debat een fundamentele discussie hierover. “Wij kunnen ons voorstellen dat de NBA samen met ons de handschoen oppakt voor een fundamentele discussie hierover en een verdere uitwerking organiseert. Een eerste aanzet tot een mogelijke oplossing zou kunnen worden gevonden in het oprichten van een afgeschermd centraal elektronisch register, waarin alle controle-informatie na beëindiging van de controlerelatie een plek krijgt”, schrijft de AFM in haar reactie.

Toegang tot het register kan – onder voorwaarden en na instemming van de voorgaande accountant – openstaan voor de nieuwe accountant, de toezichthouder en opsporingsinstanties. Ook zou de voorgaande accountant zelf een verzoek kunnen doen om toegang tot het register te krijgen, bijvoorbeeld voor de interne kwaliteitsbewaking of in verband met lopende juridische zaken. “De AFM gaat graag de dialoog aan met de NBA en andere stakeholders over dit belangrijke onderwerp.”

Eerlijk gezegd begrijp ik niet welk belang de AFM op het oog heeft. Alleen al het kopje ‘Intellectueel eigendom‘ roept vragen op: we hebben het hier niet over de belangen van het klassieke intellectuele eigendomsrecht. Want hier is geen sprake van een origineel werk, zoals in het auteursrecht. Op zijn hoogst is sprake van een gegevensverzameling, waarvoor de ondernemer (de accountant) inspanningen heeft verricht. Met intellectuele eigendom heeft dat niets te maken. Of heeft de AFM een soort van ‘eigen recht’ van de klant van de accountant op het oog? Dat is dan leuk bedacht, maar roept wel de vraag op waarom een accountant de gegevens aan de klant zou moeten ‘teruggeven’, terwijl andere ondernemers de verworven kennis mogen ‘houden’.

De AFM schrijft onder meer:

Doordat de controle-informatie veelal actuele en relevante strategische, operationele en financiële informatie verkregen van de controle-cliënt omvat, ligt het voor de hand dat deze informatie na het afroteren van de externe accountant niet langer ter vrije beschikking van de accountantsorganisatie staat.

Waarom ligt dat voor de hand?
Waarom mag een onderneming kennis die hij heeft opgedaan uit werkzaamheid A niet gebruiken voor werkzaamheid B? Waarom mag een onderneming die kennis heeft opgedaan inzake klant X niet gebruiken voor werkzaamheden bij klant Y?
Ons economische systeem is er op gebaseerd dat ondernemingen de verworven kennis kunnen gebruiken, met inachtneming van afspraken inzake geheimhouding en bescherming van persoonsgegevens.

Voorts schrijft de AFM:

Met de verplichte scheiding tussen controle- en adviesdiensten en de verplichte kantoorroulatie is deze vraag bijzonder actueel en belangrijk geworden. Niet in het minst ook vanuit mededingingsperspectief alsmede de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van controlecliënten. Bij adviesverlening onder het dak van een accountantsorganisatie mag nimmer oneigenlijk gebruik gemaakt worden van informatie die uit hoofde van accountantscontrole is verkregen. Hiervoor moeten de nodige waarborgen worden ingebouwd.

Als gezegd: van het verhaal over intellectuele eigendom begrijp ik helemaal niets. Ook van het mededingingsperspectief is geen spoor van onderbouwing te vinden. Waarom het gebruik van informatie uit dienstverlening ‘oneigenlijk‘ zou zijn, begrijp ik al helemaal niet.

Vervolgens komen de jongens en meisjes van de AFM met het voorstel dat er een afgeschermd register komt. Al weer een register! Zucht.

Er is helemaal geen discussie over controle-informatie nodig. Als de overheid zo nodig wil discussiëren over informatie die ondernemingen tijdens hun activiteiten verkrijgen, stel ik voor die discussie niet tot controlewerkzaamheden door accountants te beperken, maar de discussie voeren over alle gegevensverzamelingen die door ondernemingen worden aangelegd. De discussie kan dan ook gaan over het concurrentievoordeel respectievelijk misbruikrisico dat die gegevensverzamelingen opleveren.

NB Dit artikel staat ook op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Advies Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht KNB/NOVA over voorstel beroepsverbod accountants

Al eerder is op dit weblog gemeld dat in een consultatievoorstel over het consultatievoorstel voor de implementatiewet wettelijke controles jaarrekeningen wordt voorgesteld om aan de AFM de bevoegdheid te geven aan accountants een beroepsverbod op te leggen.

Inmiddels heeft de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht KNB/NOVA advies inzake het consultatievoorstel over de implementatiewet uitgebracht. In dat advies wordt ernstige kritiek gegeven op het voornemen de AFM de mogelijkheid te geven een beroepsverbod op te leggen. Terechte kritiek, die ik deel, zoals uit mijn eerdere bericht blijkt. Het is zorgelijk dat dergelijke ingrijpende sancties door een bestuursorgaan kunnen worden opgelegd, zonder enige rol voor de onafhankelijke rechter.

Bericht KNB:

Bedenkingen GCV bij opleggen beroepsverbod door AFM
03 juni 2015

De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) heeft advies uitgebracht over het consultatievoorstel voor de implementatiewet wettelijke controles jaarrekeningen. Haar observaties zijn te vinden in een reactie op het voorstel die de GCV namens de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft uitgebracht. Het voorstel geeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de bevoegdheid een beroepsverbod op te leggen bij overtreding van de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Wet op het accountantsberoep of de audit-verordening.

De AFM mag volgens het consultatievoorstel een verbod van maximaal drie jaar opleggen aan betrokkenen bij de uitvoering van een wettelijke controle of personen die het dagelijks beleid van een Organisatie van Openbaar Belang (OOB) bepalen. In de toelichting is niet te lezen waarom de AFM deze bevoegdheid heeft gekregen. Daarnaast vraagt de GCV zich af waarom de AFM het voorgestelde beroepsverbod niet aan de rechter moet voorleggen. Het past volgens de GCV binnen de systematiek van de Nederlandse (toezichts-)wetgeving dat het opleggen van een beroepsverbod ‘met de nodige rechterlijke waarborgen is omkleed’.

Wetsvoorstel
Naast het consultatievoorstel is een wetsvoorstel in voorbereiding waarin aanvullende nationale maatregelen worden voorgesteld om de kwaliteit van de wettelijke controle te verbeteren. Van dat wetsvoorstel is nog geen tekst openbaar gemaakt.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Bestuursverbod, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , , | Een reactie plaatsen

4e Europese antiwitwasrichtlijn door Europees Parlement en gevolgen voor de Nederlandse ondernemingsrechtpraktijk

Gisteren is de 4e Europese antiwitwasrichtlijn door het Europees Parlement aangenomen, zie dit persbericht. Naar verwachting zal de richtlijn in juni/juli officieel bekend gemaakt worden en in werking treden. De richtlijn heeft belangrijke gevolgen voor de Nederlandse ondernemingspraktijk, onder meer:

  • Alle ondernemingen dienen over de gegevens inzake de eigen uiteindelijk belanghebbende (‘ubo’) te beschikken.
  • Uiteindelijk belanghebbenden worden geregistreerd in nationale ubo-registers, die ruim toegankelijk zijn, onder meer voor alle Wwft-plichtige ondernemingen en voor een ieder met een legitiem belang. In Nederland zullen de ubo’s in het landelijk overheidsregister van aandeelhouders worden opgenomen, dat op dit moment wordt voorbereid en dat bij de Kamer van Koophandel zal worden ondergebracht.
  • Ook op diverse andere punten wordt de antiwitwasregelgeving aangepast.

Bericht KNB over het ubo-register

Naar aanleiding van de nieuwe Europese richtlijn verscheen het navolgende bericht op de site van de KNB:

Eigenaar bedrijf komt in openbaar UBO-register
21 mei 2015

Bedrijven moeten in  openbare registers duidelijk gaan maken wie hun werkelijke eigenaren (‘ultimate beneficial owners’) zijn. Deze registers, die alle EU-landen moeten opzetten, worden vrij toegankelijk voor autoriteiten en mensen met een legitieme interesse. Dit stelt de nieuwe anti-witwas-richtlijn die woensdag door het Europees Parlement is aangenomen. Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

De UBO-registers worden vrij toegankelijk voor autoriteiten en hun financiële onderzoeksafdelingen, maar ook voor bijvoorbeeld banken die wettelijk verplichte controles dienen uit te voeren. Ook gewone burgers krijgen toegang, al kan dat wel betekenen dat ze zich online moeten registreren en een vergoeding moeten betalen. Om toegang te krijgen moet een persoon of organisatie aantonen dat sprake is van een ‘legitieme interesse’ om mogelijke witwaspraktijken, financiering van terrorisme of delicten als corruptie en (belasting)fraude bloot te leggen. Deze personen krijgen toegang tot informatie over onder meer de naam van de uiteindelijke eigenaar van een bedrijf, geboortedatum, nationaliteit en het land waar hij/zij ingezetene is.

EU-akkoord over UBO-register
In december 2014 bereikten het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad in de strijd tegen witwassen en belastingontduiking een akkoord over de instelling van de registers die duidelijk moeten maken wie er achter onder meer brievenbusfirma’s schuilgaan.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen