Rijksoverheid: herziene Corporate Governance Code wordt wettelijk verankerd

Gisteren deelde de ministerraad mee dat de herziene corporate governance code wettelijk wordt verankerd:

Herziene Corporate Governance Code wordt wettelijk verankerd
24 maart 2017 – 13:16

Het kabinet is positief over de herziene Corporate Governance Code die in december 2016 is gepubliceerd. De nieuwe code legt meer nadruk op de waardecreatie van een organisatie op de lange termijn, benadrukt het belang van een transparant beloningsbeleid en onderstreept de meerwaarde van een aangename bedrijfscultuur. De wettelijke verankering van de code kan nu in gang worden gezet. De herziening is tot stand gekomen onder leiding van de Commissie Van Manen.

Minister Kamp van Economische Zaken: ‘De herziene Corporate Governance Code straalt ambitie uit. Hij vraagt meer aandacht voor de cultuur van een bedrijf, voor het belang van het benoemen van een lange termijnvisie die focust op duurzaamheid en voor een transparant beloningsbeleid. Deze punten zijn van groot belang voor beursgenoteerde bedrijven die serieus werk willen maken van maatschappelijk verantwoord ondernemen.’

De code bevordert daarnaast het verminderen van financiële bedrijfsrisico’s en ook is er in de nieuwe code meer aandacht voor diversiteit in de top van bedrijven. Ook begrenst het de benoemingstermijn van de leden van de Raad van Commissarissen tot in beginsel maximaal twee keer vier jaar. De bedrijfscode speelt zo in op actuele maatschappelijke discussies als vergoedingen en cultuur.

De code kan rekenen op breed draagvlak binnen de sector. Zo zijn er meer dan 120 reacties binnengekomen en verwerkt van betrokken partijen zoals Vereniging van Effectenbezitters (VEB), Eumedion, Euronext, FNV en CNV, de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO) en VNO-NCW.

Wettelijk verankeren
In overleg met het bedrijfsleven, zal het kabinet de herziene Code verankeren in de wet. Dit ter vervanging van de huidige Code Frijns die in 2008 is vastgesteld. Het wetsvoorstel dat dit vormgeeft zal binnenkort worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Na de wettelijke verankering zal de naleving van de Corporate Governance Code worden gemonitord door een ingestelde overheidscommissie. Beursgenoteerde bedrijven moeten dan in hun bestuursverslag rapporteren over de wijze waarop ze de Code naleven. Het is vervolgens aan de algemene vergadering om het bedrijf aan te spreken op de naleving ervan.

Afzenders
Ministerraad
Ministerie van Economische Zaken (kerndepartement)

Geplaatst in Bestuur en toezicht, Naamloze vennootschap | Tags: , | Een reactie plaatsen

Witwasbestrijding in Duitsland

Op mijn algemene weblog publiceerde ik een artikel over witwasbestrijding in Duitsland.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Buitenland, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen

Inwerkingtreding MV-wet bekend

Mijn eerdere bericht over de MV-wet heb ik aangevuld met informatie over de inwerkingtreding, die op 13 april a.s. plaats vindt.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Verplichting tot afgifte van administratie voor accountants (Wet versterking curator) | waarom worden accountants in artikel 105b Fw genoemd?

Onlangs is de Wet versterking positie curator aangenomen. Deze wet bevat de volgende nieuwe bepaling in de Faillissementswet inzake afgifte van de administratie:

Artikel 105b
1. Derden met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant, die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, stellen die administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers desgevraagd volledig en ongeschonden aan de curator ter beschikking, zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken.
2. In afwijking van artikel 60 kunnen derden geen beroep op een retentierecht doen ten aanzien van de administratie van de gefailleerde die zij in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, onder zich hebben als de curator die administratie op grond van het eerste lid heeft opgevraagd.
3. Elk beding dat strijdig is met het bepaalde in het eerste of tweede lid is nietig.

Waarom worden accountants specifiek benoemd?

In het oorspronkelijke wetsvoorstel ontbrak in lid 1 de passage “met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant,“. Die passage is er via een amendement ingekomen, omdat kamerleden misbruik vreesden. In het verslag van een wetgevingsoverleg, vastgesteld 22 december 2016 staat:

Het derde punt betreft de positie van accountants. Wij hebben vanuit de praktijk begrepen dat het toch voorkomt dat dossiers worden ondergebracht bij accountants en dat zij worden gebruikt als een soort vluchtroute voor mogelijke fraudeurs. Dat kan niet de bedoeling zijn. Vandaar dat wij het amendement op stuk nr. 10 hebben ingediend, waarin wij nog eens hebben geëxpliciteerd dat ook accountants zaken bij de curator moeten aanleveren als er sprake is van een fraudeonderzoek.

Het is vreemd dat de kamerleden menen dat er een ‘vluchtroute’ voor accountants zou zijn. Waar dit op is gebaseerd is een raadsel. Artikel 20 van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) bepaalt dat accountantsorganisaties verplicht zijn tot geheimhouding, tenzij zij “bij of krachtens wettelijk voorschrift of bij de EU-verordening tot mededeling verplicht” zijn. Een gelijksoortige bepaling voor externe accountants staat in artikel 26 Wta.  Het lijkt er op dat de hiervoor bedoelde toevoeging aan artikel 105b overbodig is.

De parlementaire geschiedenis maakt ons hier niet wijzer.

Leesbaar maken

Een ander boeiend onderdeel van artikel 105b is de passage “zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken“. Praktisch kan dat betekenen dat er software nodig is, de vraag zal dan rijzen of de softwareleverancier daar wel toestemming voor geeft. Iedereen die administraties voert, doet er daarom goed aan de licentievoorwaarden van de administratiesoftware hier zorgvuldig op na te lezen.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: | Een reactie plaatsen

Geen vergeetrecht voor handelsregistergegevens

Uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU blijkt dat bestuurders van rechtspersonen in beginsel geen beroep kunnen doen op het recht om vergeten te worden ten aanzien van gegevens die over hen zijn opgenomen in het handelsregister.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

AMLD4 | toetsing van de regels inzake het ubo-register aan Europese rechtsbeginselen

In aflevering 4 van het Tijdschrift Ondernemingsrecht verscheen een artikel van Kitty Lieverse onder de titel “Privacy, transparantie en constitutionele toetsing“, waarin zij de ontwikkelingen rondom het ubo-register en de spanning met het recht op privacy signaleert. Zij bespreekt de vraag of de regelgeving inzake een dergelijk register kan worden getoetst aan Europese rechtsbeginselen.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

AMLD4 | stand van zaken rondom het ubo-register

Nog steeds is er geen duidelijkheid over de wijzigingen die in de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn (AMLD4) zullen worden aangebracht. Ook de invoering per 26 juni a.s. is nog niet van tafel. Die invoeringsdatum zal van tafel moeten, aangezien het zich laat aanzien dat het wijzigingsvoorstel ingrijpende aanpassingen zal bevatten.

Niet voor niets is stil rondom de Nederlandse implementatie van AMLD4: van een consultatie inzake het ubo-register is nog niets vernomen en ook het voorstel tot wijziging van de Nederlandse wet is niet ingediend.
Dit heeft geen zin, zo lang niet duidelijk is hoe AMLD4 gewijzigd gaat worden. De Nederlandse overheid is niet klaar met AMLD4, laat staan dat Wwft-plichtige ondernemingen in staat zijn om invulling te geven aan hun nalevingsverplichtingen (‘compliance’).

Inwerkingtreding: 26 juni 2017 kan niet meer worden gehaald

Het wordt tijd dat Europea officieel vaststelt dat inwerkingtreding van AMLD4 niet deze zomer plaats vindt en wordt uitgesteld, bij voorkeur tot 1 januari 2019.

Start onderhandelingen Europees Parlement met de lidstaten

Vandaag kwam ik een  bericht van Transparency International tegen waarin wordt gezegd dat het Europees Parlement ten gunste van een openbaar ubo-register zou hebben gestemd en dat de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement vandaag zouden starten. Op de Europese websites kon ik hier nog niets over vinden.

Zorgelijk is dat organisaties als Transparency International met betrekking tot AMLD4 de weg van “dik hout zaagt men planken” kiezen.
Fraudebestrijding is mooi, maar aandacht voor de risico’s van het openbare ubo-register en voor de doorgeslagen bureaucratie die het gevolg is van de compliance verplichtingen hoort niet te ontbreken.

Kennelijk is slordig actie voeren voor Transparency International belangrijker dan zorgvuldige Europese wetgeving die de burger niet beschadigt.

Meer informatie:

  • Artikel Transparency International Nederland over witwasbestrijding en ubo-register, “Onthullingen Global Laundromat: tijd om geld te ontschaduwen“.
    Dit artikel roept vele vragen op, zoals:
    # Wat is een “brievenbusfirma”, is dat iedere rechtspersoon? Als het niet iedere rechtspersoon is, waarom wordt het ubo-register dan niet beperkt tot “brievenbusfirma’s”?
    # Bestaan in Europa “anonieme lege vennootschappen”? Lijkt me niet, zulke gegevens staan toch in de handelsregisters en als dat niet in alle landen is geregeld, moet daar iets aan worden gedaan!
    # Staan in het ubo-register alleen criminele ubo’s van vennootschappen die moeten worden “uitgeschakeld”?
  • Informatie Europees Parlement van 9 maart jl.
  • Opinie van de Europese privacy toezichthouder EDPS

Dit artikel is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.


Aanvulling 22 maart 2017
Zie voor de reactie van Judith Sargentini op Twitter bij de reacties.

Aanvulling 23 maart 2017
Op CMweb stond op 21 maart jl. het artikel “Onduidelijkheid UBO-register: ‘Het beeld van weinig voortgang is breed in Europa herkenbaar’” naar aanleiding van een artikel van een PWC auteur. PWC kondigt een rapport aan inzake de impact van het ubo-register op familiebedrijven. Vorig jaar publiceerde CMweb een artikel van Richard van Berkel, “UBO-register: poorten voor socialmediaterreur gaan wagenwijd open“.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , , | 1 reactie

MV-wet terug van weggeweest

Op 1 maart jl. is de wet inzake het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen in het Staatsblad verschenen. Het wachten is nu op het inwerkingtredings-kb.

Voor de naamloze vennootschap gaat de bepaling als volgt luiden:

Artikel 166

1. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.

2. In een vennootschap, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over vrouwen en mannen bij:
a. het benoemen en het voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 132 lid 1, 133 en 162;
b. het opstellen van een profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen 142, 158 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 159;
c. het opstellen van een profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende bestuurders als bedoeld in artikel 164a lid 1 en 2.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een naamloze vennootschap die tot bestuurder is benoemd in:
a. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1; of
b. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.

De bepaling heeft directe werking op het moment van inwerkingtreding van de wet.

De bepalingen vervallen van rechtswege op 1 januari 2020.

Meer informatie:

  • De wet zoals op 1 maart jl. in het Staatsblad is verschenen
  • Dossier overheid.nl inzake het wetsvoorstel Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen (34435)

Aanvulling 24 maart 2017

Vandaag is bekend gemaakt dat de wet in werking is getreden:

Wettelijk streefcijfer mannen en vrouwen in bestuur ondernemingen van kracht
Nieuwsbericht | 24-03-2017 | 12:43

De wet met het streefcijfer voor een evenwichtige zetelverdeling tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen van ondernemingen treedt op 13 april 2017 in werking. Dit blijkt uit een besluit dat vandaag in het Staatsblad is gepubliceerd.
Van een evenwichtige verdeling van zetels is sprake als ten minste 30% van de zetels door vrouwen en ten minste 30% van de zetels door mannen wordt bezet. Wanneer het streefcijfer niet wordt gehaald, licht de onderneming dit toe in het bestuursverslag.
De wet zorgt ervoor dat deze regeling, die per 1 januari 2016 is vervallen, nu wordt voortgezet tot 1 januari 2020. Het wettelijk streefcijfer geldt net als voorheen voor grote NV’s en BV’s.
Hoewel er vooruitgang is geboekt, doet de huidige situatie nog geen recht aan het potentieel aan vrouwelijk talent. Zonder een actieve benadering duurt de toename van het aantal vrouwen te lang en blijft veel talent onderbenut. Daarom is besloten het wettelijk streefcijfer opnieuw in te voeren.
Het is voor het kabinet een belangrijk doel om de doorgroeikansen van vrouwen te verbeteren door de weg naar de top zo goed mogelijk te faciliteren en potentiële belemmeringen, waar mogelijk, te verminderen. In het Nederlandse beleid wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven in het realiseren van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in topfuncties.
Grote ondernemingen die in 2016 geen evenwichtige verdeling van de zetels hadden, zijn verplicht dit toe te lichten in hun bestuursverslag als zij hun bestuursverslag ná 13 april 2017 publiceren. Tot 13 april wordt een beroep gedaan op de bereidheid van ondernemingen om te handelen in overeenstemming met het voornemen om het wettelijk streefcijfer te verlengen.

Kb: html, pdf

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

AMLD4 / KNB: geen rol notaris bij registratie van uiteindelijk belanghebbenden (ubo)

De KNB laat in een bericht weten dat het notariaat niet in staat is om vast te stellen wie de uiteindelijk belanghebbenden (ubo) van een rechtspersoon is. Alleen de entiteiten zelf zouden daartoe in staat (moeten) zijn, aldus onderstaand bericht.

Verder signaleert ook KNB het merkwaardige fenomeen van de statutaire bestuurder die door Europa tot ‘ubo’ wordt gebombardeerd en die hier ‘pseudo-ubo’ wordt genoemd (zie mijn eerdere bericht), zonder daar commentaar op te leveren.

Rechtspersonen moeten zelf info over UBO’s verstrekken
16-03-2017

Notarissen kunnen niet met zekerheid vaststellen wie de ultimate beneficial owner (UBO) van rechtspersonen of andere juridische entiteiten is. Een notaris kan daarover zelf dan ook geen verklaring afleggen. Alleen de entiteiten zelf kunnen informatie over hun UBO’s verstrekken. In de Vierde anti-witwasrichtlijn is bepaald dat de Europese lidstaten de entiteiten hiertoe moeten verplichten.
WWFT-instellingen, zoals notarissen moeten onderzoek doen naar UBO’s van rechtspersonen en andere juridische entiteiten voor wie zij WWFT-werkzaamheden verrichten. Het UBO-onderzoek is vast onderdeel van het cliëntenonderzoek in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Wie is UBO?
Een UBO is – kortgezegd – een natuurlijke persoon die een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een entiteit, begunstigde is van meer dan 25 procent van het vermogen van een entiteit of daarover bijzondere zeggenschap heeft, dan wel feitelijke zeggenschap in een entiteit kan uitoefenen.

Pseudo-UBO
Het kan zijn dat het aandelenbezit van een rechtspersoon is verspreid over een groot aantal aandeelhouders zodat de rechtspersoon volgens de definitie van het begrip UBO geen UBO heeft. In de nabije toekomst zal dit anders worden: met de implementatie van de Vierde anti-witwasrichtlijn zal iedere entiteit zijn UBO(‘s) moeten laten opnemen in het Handelsregister. Als er in technische zin geen sprake is van een UBO, moet de entiteit een hoger leidinggevende als UBO aanwijzen en in het Handelsregister laten opnemen. Deze persoon wordt ook wel pseudo-UBO genoemd.

UBO-onderzoek
In de praktijk is het lastig om de identiteit van de UBO(‘s) te achterhalen. De notaris kan de identiteit van de UBO(‘s) niet met zekerheid vaststellen. Als er zekerheid is over het aandeelhouderschap, staat daarmee de identiteit van de UBO(‘s) nog niet vast. Het kan zijn dat iemand anders de feitelijke zeggenschap in de entiteit heeft. Iets wat de notaris niet kan toetsen.

UBO-verklaring
Het komt voor dat de notaris wordt gevraagd – bijvoorbeeld door een bank – een verklaring over de identiteit van de UBO(‘s) af te geven. Waakzaamheid is dan geboden. De notaris kan alleen een verklaring over de identiteit van UBO(‘s) laten afleggen door een entiteit zelf. Uit een dergelijke UBO-verklaring moet blijken dat de verklaring van de entiteit zelf afkomstig is en dat de notaris de inhoud niet kan toetsen. De entiteiten zullen straks ook zelf het UBO-register moeten vullen. De gegevens die in het UBO-register worden opgenomen, zullen niet authentiek zijn. Om die reden wordt in de Vierde anti-witwasrichtlijn bepaald dat voor het UBO-onderzoek raadpleging van het UBO-register niet per definitie voldoende is. Het UBO-register wordt gezien als een hulpmiddel om de identiteit van de UBO(‘s) vast te stellen.

Waarschuwing tot slot
De notaris moet zich niet laten verleiden om zelf een UBO-verklaring af te geven. Dit zal met de komst van het UBO-register niet anders worden. Het UBO-register zal gevuld worden door de entiteiten zelf zodat de gegevens die in het UBO-register zullen zijn te vinden niet authentiek zijn. Dit in tegenstelling tot de gegevens die in het centraal aandeelhoudersregister zullen worden opgenomen, als dat er gaat komen. Het is niet voor niets dat het centraal aandeelhoudersregister wordt gezien als een welkome aanvulling op het UBO-register.

Wat hier door het KNB wordt opgemerkt, geldt ook voor andere dienstverleners, zoals accountants en advocaten.

Dit artikel is ook gepubliceerd op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuur en toezicht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

Langverwacht voorstel tot wijziging Handelsregisterwet ingediend

Het lang verwachte voorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet is onlangs bij de tweede kamer ingediend. In de memorie van toelichting schrijven de verantwoordelijke ministeries het volgende:

Dit wetsvoorstel beoogt de rechtszekerheid in het economisch verkeer te versterken door de kwaliteit van het handelsregister en de slagvaardigheid van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) bij de uitvoering van de handelsregistertaak te vergroten. Het wetsvoorstel strekt in de eerste instantie tot uitvoering van de aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie van de Handelsregisterwet 2007. De resultaten van het evaluatieonderzoek en de reactie daarop van de Minister van Economische Zaken zijn op 25 februari 2013 aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2012/13, 33 562, nr. 1; hierna: evaluatiebrief).

Daarnaast worden in dit wetsvoorstel enkele andere aan het handelsregister gerelateerde onderwerpen geregeld. Zo wordt de rol versterkt die de KvK speelt bij de bestrijding van malafide praktijken in het handelsverkeer. De regels voor de ontbinding van rechtspersonen worden aangescherpt. Ook creëert dit wetsvoorstel een wettelijke basis voor de terugmelding van onjuistheden in niet-authentieke gegevens, de zogenoemde inputfinanciering door bestuursorganen bij het raadplegen van het handelsregister, de uitgifte van de Legal Entity Identifier door de KvK en de opname van het gegeven «indicatie van het aantal arbeidsverhoudingen» in het handelsregister. Verder wordt in de Handelsregisterwet 2007 het voorbehoud verankerd voor de KvK met betrekking tot het databankenrecht op grond van artikel 2 van de Databankenwet. Tot slot zijn er enige technische aanpassingen doorgevoerd.

Een van de onderwerpen die een basis krijgt in het voorstel, is de registratie van door de rechter opgelegde bestuursverboden, aldus de memorie van toelichting:

Basis voor de registratie van bestuursverboden

De uitbreiding van de doelbinding in artikel 2, onderdeel c, vormt, in combinatie met artikel 17, eerste lid, onderdeel a, de basis voor de nadere verwerking van bestuursverboden. Binnen de doelbinding van de onderdelen a en b van artikel 2 worden thans op grond van hoofdstuk 4, paragraaf 6, van het Handelsregisterbesluit 2008 bijzondere gegevens in het handelsregister opgenomen, bijvoorbeeld de rechterlijke uitspraak dat een eigenaar van een eenmanszaak of een vennoot van een personenvennootschap onder curatele is gesteld of failliet is verklaard, of dat een onderneming failliet is verklaard. De strekking van een bestuursverbod vereist eveneens verwerking in het handelsregister, dat wil zeggen de doorhaling van de registratie als bestuurder of gevolmachtigde vanaf het moment dat het verbod onherroepelijk wordt en voor de door de rechter bepaalde duur.

Op 1 juli 2016 is de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden (Stb. 2016, 153). Deze wet maakt het mogelijk om aan bestuurders langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod op te leggen in geval van faillissementsfraude of wanbeheer in de aanloop naar het faillissement. De mogelijkheid van dit civielrechtelijke bestuursverbod wordt geïntroduceerd naast het bestaande strafrechtelijke beroepsverbod, bedoeld in artikel 349, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Voorts kan een bestuurder van een stichting op grond van artikel 298 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door de rechtbank worden ontslagen bijvoorbeeld in geval van wanbeleid. Een door de rechtbank ontslagen bestuurder kan gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder van een stichting worden. Deze maatregelen strekken tot het ontnemen van de mogelijkheid aan een natuurlijk persoon om als bestuurder of feitelijk leidinggevende door middel van een rechtspersoon zijn activiteiten voor te zetten en zijn persoonlijke aansprakelijkheid in te perken.

Bij de parlementaire behandeling van de Wet civielrechtelijk bestuursverbod is reeds aangegeven dat bij de registratie van het civielrechtelijke bestuursverbod artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Wet bescherming persoonsgegevens in acht dient te worden genomen (zie bijvoorbeeld Kamerstukken I 2015/16, 34 011, B, p. 7). Het gaat hier weliswaar om een verwerking van persoonsgegevens, maar niet om een verwerking van strafrechtelijke dan wel andere bijzondere persoonsgegevens. Deze staan limitatief opgesomd in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens; het civielrechtelijk bestuursverbod behoort daar niet toe.

De strafrechtelijke maatregel tot ontzetting uit het beroep van bestuurder, een civielrechtelijk bestuursverbod en het ontslag van een stichtingsbestuurder leiden tot een doorhaling van de registratie als bestuurder in het handelsregister. Bij algemene maatregel van bestuur zullen nadere regels worden vastgesteld over de gegevens met betrekking tot die verboden en de publicatie ervan op een openbaar raadpleegbare lijst. Voorts zullen dergelijke rechterlijke uitspraken bij algemene maatregel van bestuur toegevoegd worden als nieuwe weigeringsgrond bij aanvragen tot inschrijving in het handelsregister. Aan deze weigeringsgrond ligt een onherroepelijk rechterlijk oordeel ten grondslag. Het betreft een objectieve grond, de KvK heeft geen discretionaire bevoegdheid.

Ook de regeling inzake ontbinding van rechtspersonen wordt aangepast. Er zijn diverse andere wijzigingen in het voorstel opgenomen.

Zo te zien is er nog niets over het ubo-register dat Europa voorschrijft of over het overheidsregister van aandeelhouders dat voorgestelde wordt in het initiatiefwetsvoorstel dat bij de tweede kamer in behandeling is.

Persoonsgegevens

Computable bericht dat de persoonsgegevens van degenen die in het register zijn ingeschreven niet op straat zullen komen te liggen. Dat vinden de open data voorvechters niet fijn, want juist persoonsgegevens zijn het nieuwe goud. Zie in dit verband ook de berichten op dit weblog met de tag ‘open data’.

Overigens blijft het handelsregister niet zoals het nu is, want er is al aangekondigd dat alle basisregistraties (waaronder het handelsregister) in één centraal register zullen worden opgenomen, lees dit persbericht.

Het zal benieuwen of het de Nederlandse overheid gaat lukken om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat komen te liggen.

Commentaar KNB

Notarissenorganisatie KNB schrijft over het voorstel:

Wetsvoorstel wijziging Handelsregisterwet zorgt voor grotere rol KvK bij bestrijding fraude
09-03-2017

Maandag heeft minister Henk Kamp van Economische Zaken een wetsvoorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat diverse wijzigingen naar aanleiding van de evaluatie van de Handelsregisterwet 2007 die in 2012 heeft plaatsgevonden. Verder wordt de rol van de Kamer van Koophandel (KvK) bij bestrijding van fraude en malafide praktijken versterkt.

In het wetsvoorstel wordt de doelbinding van het Handelsregister uitgebreid. Op grond hiervan kan de KvK voortaan een bijdrage leveren aan het bevorderen van de rechtshandhaving door de overheid. Hiermee ontstaat een wettelijke basis voor de KvK om signalen die duiden op bepaalde vormen van malafide handelen actief door te geven aan toezichthouders of opsporingsinstanties. De uitbreiding van de doelbinding vormt ook mede de basis voor de nadere verwerking van civielrechtelijke bestuursverboden in het Handelsregister. Verder worden de regels voor de ontbinding van rechtspersonen door de KvK aangescherpt.

Natuurlijke personen
Nieuw is ook dat de autorisatie van bestuursorganen om in het Handelsregister te mogen zoeken op natuurlijke personen wordt gedelegeerd naar het niveau van een algemene maatregel van bestuur. Nu is deze bevoegdheid op wettelijk niveau geregeld en beperkt tot aangewezen bestuursorganen in de zin van artikel 1:1 lid 1 onderdeel a van de Algemene wet bestuursrecht. Bestuursorganen in de zin van artikel 1:1 lid 1 onderdeel b van de Algemene wet bestuursrecht – waaronder notarissen – hebben deze bevoegdheid niet. Het onderscheid tussen deze zogenoemde a-organen en b-organen wordt opgeheven, waarbij voormelde bevoegdheid uitsluitend gaat gelden voor aangewezen bestuursorganen in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken of bevoegdheden. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft eerder bepleit dat ook notarissen in het Handelsregister mogen zoeken op natuurlijke personen. Dit als middel om hun wettelijke taken in het rechtsverkeer beter te kunnen uitoefenen. Met dit wetsvoorstel ontstaat de mogelijkheid om ook notarissen de bevoegdheid te geven om in het Handelsregister te mogen zoeken op natuurlijke personen.

Centraal aandeelhoudersregister
Begin 2015 is het wetsvoorstel in consultatie gegeven. Het wetsvoorstel is nadien geactualiseerd. Het onderdeel betreffende het integreren van het centraal aandeelhoudersregister in het Handelsregister is geschrapt. De ontwikkeling van het centraal aandeelhoudersregister is door de regering aangehouden totdat het register van ultimate beneficial owners (UBO-register) verder is ontwikkeld. Dit register moet op grond van de Europese Vierde anti-witwasrichtlijn worden ingesteld. Omdat het UBO-register een afdwingbare Europeesrechtelijke verplichting is, waarvoor een implementatietermijn is bepaald, ligt de prioriteit bij de ontwikkeling van dat register. Inmiddels hebben de Tweede Kamerleden Ed Groot (PvdA) en Sharon Gesthuizen (SP) een initiatiefwetsvoorstel tot instelling van een centraal aandeelhoudersregister bij de Tweede Kamer ingediend.

Meer informatie:

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestuursverbod, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen