Europa gaat door met de eenpersoonsvennootschap (SUP) en verandert het voorstel ingrijpend

Europa is bezig met een Europese ‘eenpersoonsvennootschap’, de zgn. ‘SUP’. Waar die SUP goed voor is, is mij nog niet duidelijk. Volgens Europa zou dit een interessante rechtsvorm voor het MKB worden. Uit de ‘specificaties’ is dat wat mij betreft niet af te leiden. Maar Europa gaat door.

Onderstaand de update die Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op 15 juli jl. op de site plaatste:

Algemene benadering SUP vastgesteld

De Raad van Ministers van de Europese Unie heeft een ‘algemene benadering’ van de Europese eenpersoonsvennootschap SUP vastgesteld. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft intensief contact met het ministerie van Veiligheid en Justitie over de mogelijke rol van de notaris in de SUP in de vorm die nu wordt voorgesteld.

Nadat in Brussel bezwaar ontstond tegen het eerdere voorstel voor de richtlijn, is de tekst flink gewijzigd. In het nieuwe voorstel worden alleen de kernzaken geregeld, de overige kwesties worden aan de lidstaten overgelaten. Hierbij mag de notariële akte niet worden verplicht. Het voorstel voor de SUP moet een aantal hindernissen voor MKB’ers wegnemen. Hiermee kunnen ondernemers online een SUP oprichten. Het is hierbij niet vereist dat identificatie persoonlijk bij de nationale oprichtingsautoriteit plaatsvindt.

Digitale identificatie
Oprichting en inschrijving van de SUP in het handelsregister moeten volledig digitaal kunnen verlopen. Identificatie van de oprichter/ondernemer moet voldoen aan eIDAS normen: eIDAS is het elektronic identification and trust services systeem dat de Europese Unie propageert. Als een ondernemer uit een andere lidstaat zich meldt zonder aan de eIDAS-normen te voldoen, mag de ontvangende lidstaat inschrijving weigeren. De KNB verdiept zich, met onder meer de Kamer van Koophandel, in de rol die de notaris kan spelen bij deze identificatie en bij advisering van de ondernemer.

KNB
De KNB heeft er steeds op gewezen dat het voorstel voor een eenvoudig op te richten eenpersoonsvennootschap niet in lijn is met de strenge anti-witwasregelingen. De Nederlandse regering heeft in de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel eveneens aandacht gevraagd voor fraudebestrijding. Dit bijvoorbeeld in het kader van het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. De regering is er van overtuigd dat de voorgestelde richtlijn niets af doet aan het bestaande Europese recht op het gebied van de witwasbestrijding en de nationale implementatie hiervan. De KNB heeft aangedrongen op duidelijkheid op dit punt.

Geplaatst in Eenpersoonsvennootschap, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Landelijk register van aandeelhouders: nieuwe kansen voor de KNB

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) laat in een bericht van 7 juli jl. weten een alternatief te kunnen bieden voor het landelijk register van aandeelhouders, ook wel ‘centraal aandeelhoudersregister’ of ‘CAHR’ genoemd:

Definitief besluit instelling CAHR na de zomer
07 juli 2015

Het door de Kamer van Koophandel (KvK) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) opgestelde ontwerp van een centraal aandeelhoudersregister (CAHR) wordt deze zomer getoetst op meerwaarde voor de gebruikers. Ook wordt gekeken naar uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Definitieve besluitvorming over de instelling van het CAHR kan daarom op dit moment nog niet plaatsvinden. Dit schrijft minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer.

In 2012 heeft minister Ivo Opstelten, de voorganger van Ard van der Steur, besloten tot instelling van het CAHR. In 2013 heeft hij de KvK aangewezen als beheerder van het register. De KNB en het notariaat zijn als leverancier van betrouwbare informatie en gebruiker betrokken bij de verdere uitwerking van dit besluit. De afgelopen maanden hebben de KvK en de KNB veel werk verricht om in kaart te brengen welke informatie het CAHR moet opleveren en hoe de vereiste samenwerking tussen de KvK en het notariaat vorm kan krijgen. Nadat een scherper beeld is ontstaan van de omvang en de complexiteit van de vereiste systeemaanpassingen, is gebleken dat de uitvoeringsconsequenties groter zijn dan aanvankelijk is geschat. De totale investering voor aanpassing van de ICT-systemen van de KvK en de KNB die hiervoor nodig is, valt dan ook hoger uit dan eerdere kostenindicaties, schrijft de minister mede namens staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie, minister Dijsselbloem van Financiën en minister Kamp van Economische Zaken.

UBO-register
Bij de besluitvorming over het CAHR neemt het kabinet mede in overweging dat uit de vierde anti-witwasrichtlijn volgt dat per juni 2017 een register voor uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’, UBO´s) moet zijn ingesteld. Ook wil het kabinet de initiatiefnota van de Tweede Kamerleden Merkies en Gesthuizen (beiden SP) hierbij meewegen. Strekking hiervan is dat instellingen die volgens de anti-witwasregelgeving verplicht zijn om cliëntonderzoek en UBO-onderzoek uit te voeren, rechtstreeks inzage moeten krijgen in het CAHR als hulpmiddel bij het UBO-onderzoek.

Alternatief KNB
De KNB heeft zich steeds constructief en positief opgesteld bij de vormgeving van het CAHR. Vanwege de hoger dan verwachte investeringskosten die voortvloeien uit het huidige CAHR-ontwerp heeft de KNB daarom ook nagedacht over een alternatief. Dit om het CAHR van de grond te krijgen wanneer dit via het huidige spoor niet zou lukken. In het licht van het in 2013 door de KNB samen met de Belastingdienst gerealiseerde Centraal Digitaal Repertorium (CDR) heeft de KNB een calculatie opgesteld die uitgaat van registratie van de CAHR-gegevens bij de KNB. Dit is vergelijkbaar met registratie van gegevens over testamenten en levenstestamenten in het door de KNB gehouden Centraal Testamentenregister (CTR) en Centraal Levenstestamentenregister (CLTR). De KNB heeft bij de stuurgroep CAHR en in een gesprek met staatssecretaris Dijkhoff aangegeven het CAHR naar verwachting tegen fors lagere kosten en binnen het huidige investeringsbudget te kunnen realiseren. Ook verwacht de KNB bij dit alternatief lagere jaarlijkse beheerkosten.

Op 14 juli jl. verscheen over het CAHR het volgende bericht op de KNB-site:

Brief Van der Steur leidt tot Kamervragen over CAHR
14 juli 2015

Jeroen Recourt en Ed Groot, beiden Kamerlid voor de PvdA, hebben Kamervragen gesteld over de voortgang van het centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Aanleiding voor de vragen is de brief die minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie vorige week stuurde aan de Tweede Kamer. De minister gaf daarin aan dat het definitieve besluit over instelling van het CAHR na de zomer plaatsvindt.
Recourt en Groot zijn bang voor vertraging en daarmee gepaard gaande kostenoverschrijding als het CAHR wordt ondergebracht bij de Kamer van Koophandel. Ze verwijzen in dit verband naar een nieuwsbericht dat de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft gepubliceerd. In dit bericht draagt de KNB een alternatief aan voor het CAHR, dat is gebaseerd op het Centraal Digitaal Repertorium. De PvdA wil weten of dit alternatief een reële mogelijkheid is om het CAHR alsnog zo snel mogelijk ‘van de grond te krijgen’. Ook willen de Kamerleden dat Van der Steur onderzoekt of het alternatief van de KNB kan dienen als betrouwbare basis voor het UBO-register.
Het ministerie zal naar verwachting binnen ongeveer drie weken antwoorden op de Kamervragen.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk) | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wet normering topinkomens staat nooit stil

De Wet normering topinkomens (WNT) is juridisch een heel bijzondere wet, met elementen van arbeidsrecht, bestuursrecht, jaarverslaggeving en algemeen civiel recht. Ik heb tot nu toe niet gezien dat er iemand een analyse heeft gemaakt van deze kreatieve mix van rechtsgebieden.

Ook bijzonder is dat de wet en de uitvoeringsregels ongeveer ieder jaar wijzigen, wat tot uitdrukking komt in de pagina met regelgeving rondom die WNT.

Internetconsultatie normering bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking

Deze zomer is het ministerie van binnenlandse zaken druk bezig met de wet. Zo is gisteren een internetconsultatie gestart inzake een algemene maatregel van bestuur Wijziging normering bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

Om het lekker ingewikkeld te maken, is het de bedoeling dat de onderdelen van het besluit op vier verschillende tijdstippen in werking treden, te weten:

  • 1 januari 2015 (terugwerkende kracht!),
  • 1 januari 2016,
  • de dag na de uitgifte van het Staatsblad waarin de amvb verschijnt en
  • een dag gekoppeld aan een wetsvoorstel inzake een Wet houdende wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake overgang van de wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven naar de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Uitbreiding reikwijdte WNT

Al eerder is aangekondigd dat de reikwijdte van de WNT zal worden uitgebreid. De minister schreef hier een brief over en kondigt een rapport van mr. J. Deelstra van ABD Interim aan waarin de uitbreiding wordt verkend.

Voortgang

Tot slot stuurde de minister nog een brief over de voortgang, waarin hij de tweede kamer informeert over de stand van zaken van de uitvoering van het kabinetsbeleid inzake de normering van topinkomens in de (semi)publieke sector en enkele gedane toezeggingen.

Meer informatie

NB Dit artikel is ook geplaatst op mijn algemene weblog.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Beloning bestuurders en toezichthouders, Bonussen terugvorderen (claw-back bestuurdersbeloning), Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , | Een reactie plaatsen

Consultatie accountantsregelgeving: algemene maatregel van bestuur met nadere regels inzake het stelsel van onafhankelijk intern toezicht niet ter consultatie

In het consultatievoorstel inzake de wijziging van de accountantsregelgeving is in een nieuw artikel 22a opgenomen dat een accountantsorganisatie die een vergunning heeft om wettelijke controles te verrichten bij een organisatie van openbaar belang (OOB) dient te beschikking over intern toezicht. In lid 6 van artikel 22a is opgenomen dat de nadere regels inzake het stelsel van onafhankelijk intern toezicht worden opgenomen in een algemene maatregel van bestuur.

Teleurstellend is dat het voorstel voor die algemene maatregel van bestuur niet ter consultatie is gelegd.

Onderstaand de tekst van artikel 22a consultatievoorstel.

Artikel 22a
1. Een accountantsorganisatie die een vergunning heeft om wettelijke controles te verrichten bij een organisatie van openbaar belang beschikt over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de accountantsorganisatie.
2. Het stelsel van onafhankelijk intern toezicht, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste een orgaan dat belast is met het interne toezicht.
3. Indien een accountantsorganisatie als bedoeld in het eerste lid onderdeel uitmaakt van een netwerk en het beleid overwegend in een ander onderdeel van het netwerk wordt bepaald, wordt het in eerste lid bedoelde stelsel van onafhankelijk intern toezicht zodanig ingericht dat het ook op dat andere onderdeel betrekking heeft.
4. De personen die het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie bedoeld in het eerste lid bepalen of de personen die belast zijn met het bestuur van het onderdeel van het netwerk waarop ingevolge het derde lid het stelsel van onafhankelijk intern toezicht eveneens betrekking heeft, worden, zo nodig in afwijking van de artikelen 132, 134, 242 en, voor wat betreft schorsing, 244 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, benoemd, geschorst en ontslagen door het orgaan dat belast is met het interne toezicht.
5. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het vierde lid indien de accountantsorganisatie aantoont dat zij daaraan niet kan voldoen en dat de doeleinden die het stelsel van onafhankelijk intern toezicht beogen te bereiken anderszins worden bereikt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. De ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het in het eerste en tweede lid bedoelde stelsel van onafhankelijk intern toezicht. Deze regels hebben in elk geval betrekking op:
a. de benoeming, de schorsing en het ontslag van de personen die belast zijn met het interne toezicht;
b. de bevoegdheden van het orgaan dat belast is met het interne toezicht;
c. de inrichting van het stelsel van intern toezicht;
d. de onderwerpen waarover het orgaan dat belast is met het interne toezicht dient te worden geïnformeerd.

Zie voor overige vindplaatsen het vorige bericht.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht | Tags: | Een reactie plaatsen

Consultatie wijziging accountantsregelgeving van start

Gisteren is de consultatie inzake wijziging van de accountantsregelgeving van start gegaan. De consultatie loopt tot 4 augustus a.s. Op grond van het voorstel treden ook wijzigingen op in het rechtspersonenrecht: zo wordt in het voorstel de bevoegdheid van het bestuur van een controlecliënt om de opdracht voor de wettelijke controle te verlenen aan de accountant geschrapt.

In de aankondiging worden de gevolgen van het voorstel als volgt samengevat:

Consultatie Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties

Dit wetsvoorstel bevat maatregelen ter versterking van de governance van accountantsorganisaties en ter verbetering van de kwaliteit van de wettelijke controles. Het wetsvoorstel voorziet ook in een aantal nieuwe bevoegdheden voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

De belangrijkste onderdelen van het wetsvoorstel zijn:
• accountantsorganisaties met een OOB-vergunning worden verplicht om een stelsel van onafhankelijk intern toezicht in te stellen. Als onderdeel van dit stelsel dienen accountantsorganisaties over een toezichthoudend orgaan te beschikken;
• er komt een geschiktheidstoets voor dagelijks beleidsbepalers, bestuurders van het netwerkonderdeel van de accountantsorganisatie waar het beleid overwegend wordt bepaald en de personen die belast zijn met het interne toezicht;
• de bevoegdheid van het bestuur van een controlecliënt om de opdracht voor de wettelijke controle te verlenen aan de accountant wordt geschrapt;
• de AFM krijgt de bevoegdheid om de resultaten van een toetsing van een controledossier te delen met het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken van de betreffende controlecliënt, of bij het ontbreken van een dergelijk orgaan met de algemene vergadering van aandeelhouders;
• de verplichting van de externe accountant en de accountantsorganisatie om herstelmaatregelen te treffen bij tekortkomingen in wettelijke controles, wordt wettelijk verankerd;
• de verjaringstermijn voor het instellen van klachten bij de accountantskamer wordt aangepast.

De belangrijkste wijzigingen worden in de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en de Wet tuchtrechtspraak accountants verwerkt. De regels met betrekking tot het stelsel van intern toezicht worden nader uitgewerkt in het Besluit toezicht accountantsorganisaties. Een concept tot wijziging van dit besluit zal op een later tijdstip ter consultatie worden voorgelegd.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Tags: , | Een reactie plaatsen

Wet controle op rechtspersonen: project RADAR in het nieuws

Het ministerie van veiligheid is verantwoordelijk voor een groot ict-project, het project Radar, waar ik al eerder over schreef.
Dat project is van belang voor de uitvoering van de Wet controle op rechtspersonen, een op 1 juli 2011 in werking getreden ondernemingsrechtelijke wet. In het kader van die wet zou het ministerie via de Dienst Justis actief worden op het gebied van datamining (in 2011 schreef ik er een artikel over).

Uit recente berichten is gebleken dat project Radar slecht is uitgevoerd. In NRC verscheen op 22 juni jl. het artikel Justitie was gewaarschuwd voor mislukt ICT-project. Op Pianoo is deze samenvatting van het NRC artikel gepubliceerd:

De ambtelijke top van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een geheime aanbesteding voor een ICT-project doorgedrukt tegen het uitdrukkelijke advies in van de eigen interne jurist. De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven is door zijn ambtenaren niet van dat interne advies op de hoogte gesteld.

Topambtenaren wilden in 2012 de vastgelopen bouw van het computersysteem Radar weghalen bij ICT-leverancier Capgemini. Radar moest automatisch data van verschillende overheidsregisters combineren en zo signalen van fraude opsporen. Maar Capgemini bleek na drie jaar werk niet in staat een goed werkend systeem te bouwen, een feit waarover de Tweede Kamer destijds niet werd geïnformeerd.

Over hetzelfde onderwerp verscheen in NRCReader het artikel Ministerie van wensdenken. Inmiddels zijn er kamervragen gesteld, zo blijkt onder meer uit een bericht in de Automatiseringsgids.

NB Op Frankwatching verscheen een artikel van Joost Steins Bisschop, Falende ICT-projecten: moeten opdrachtgevers ook code begrijpen?, waarin hij constateert dat in het bedrijfsleven precies hetzelfde gebeurt. Zijn conclusie, vrij vertaald: als je als opdrachtgever niet begrijpt wat je uitbesteedt, krijg je alleen wat je hebben wilt als je jouw opdrachtnemer kunt vertrouwen. Want een goed contract maken dat ook werkt bij niet te vertrouwen wederpartijen is alleen mogelijk als iedereen begrijpt wat er gemaakt moet worden.

Meer informatie

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude biedt meer mogelijkheden om bestuurders en commissarissen te straffen

Op 23 juni 2015 heeft de tweede kamer het wetsvoorstel tot herziening strafbaarstelling faillissementsfraude aangenomen. Dit voorstel bevat elementen op het gebied van het ondernemingsrecht, vanwege de navolgende nieuwe bepalingen in het Wetboek van Strafrecht:

  • Artikel 342 biedt de mogelijkheid een bestuurder of commissaris te straffen indien de rechtspersoon vóór faillissement ‘buitensporig middelen van de rechtspersoon heeft verbruikt, uitgegeven of vervreemd’.
  • Artikel 343 bepaalt dat bij ontrekking van gelden of goederen aan het vermogen van een nadien failliet verklaarde rechtspersoon, dan wel als schuldeisers wederrechtelijk zijn bevoordeeld, aan de bestuurder of commissaris straf kan worden opgelegd.
  • Artikelen 344a en 344b geven de mogelijkheid bestuurders te straffen als de rechtspersoon geen administratie heeft of de administratie niet (volledig) aan de curator wordt afgegeven.
  • In artikel 347 is de straf opgenomen, verbonden aan de in artikelen 342 en 343 genoemde delicten.
  • Artikel 348a stelt degene die ‘feitelijk optreedt als bestuurder‘ gelijk met de bestuurder. Dit is een begrip dat afwijkt van de beleidsbepaler in boek 2 Burgerlijk Wetboek. Voorts vallen ‘bestuurders’ van een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap ook onder deze strafbepalingen; ook al kent het personenvennootschapsrecht geen bestuurders.

Nadat het voorstel door de eerste kamer is aangenomen en inwerking getreden zullen deze nieuwe bepalingen naar verwachting tot een groot aantal strafzaken gaan leiden, waarin het Openbaar Ministerie de grenzen van de nieuwe bepalingen zal gaan verkennen. Zo zal een belangrijk issue gaan worden wanneer sprake is van ‘medewerking‘ of ‘toestemming‘ door een bestuurder of commissaris in de zin van de nieuwe artikelen.

Meer informatie

Aanvulling

VNO-NCW schreef medio juni jl. in ‘Faillissementsfraude gewoon harder aanpakken’ naar aanleiding van het voorstel inzake het bestuursverbod, dat het bestaande instrumentarium beter benut moet worden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Een reactie plaatsen

Wet bestuursverbod aangenomen door tweede kamer

Op 23 juni jl. heeft de tweede kamer het wetsvoorstel inzake het bestuursverbod aangenomen. In het bericht van 17 juni 2015 op de site van de tweede kamer is het volgende vermeld:

Faillissementsfraude effectiever bestreden

17 juni 2015, wetsvoorstel – Minister Van der Steur (Justitie) krijgt brede steun voor zijn voorstellen om faillissementsfraude aan te pakken en waar mogelijk te voorkomen.

Het faillissement van personen en bedrijven is vaak een persoonlijk drama voor de direct betrokkenen, maar ook werknemers, schuldeisers en consumenten worden erdoor getroffen. In dat licht is het volgens de minister zeer kwalijk als een faillissement wordt veroorzaakt door of gepaard gaat met frauduleus handelen. Modernisering en vereenvoudiging van de strafbepalingen is volgens Berndsen (D66) dan ook een goede zaak. De pakkans voor witteboordencriminaliteit was in het verleden belachelijk klein, aldus Recourt (PvdA), die hoopt dat dit verandert. Een hardere aanpak past in “het principe van de eerlijke economie”, aldus Oskam (CDA). Gesthuizen (SP) vraagt aandacht voor misbruik van “flitsfaillissementen”.

Civielrechtelijk bestuursverbod voor fraudeurs

Bestuurders die zich schuldig hebben gemaakt aan faillissementsfraude of wanbeheer, kunnen via het strafrecht al een verbod krijgen om leiding te geven aan een rechtspersoon. Van der Steur introduceert daarnaast een civielrechtelijk bestuursverbod, dat sneller kan worden opgelegd. Een bestuursverbod moet voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten via een omweg voortzetten. De curator of de officier van justitie kan de rechter vragen om dit op te leggen. Het is wel een paardenmiddel, zegt Van Wijngaarden (VVD), dat zorgvuldig moeten worden ingezet. Hij is dan ook, net als Recourt, tegen het voorstel van Helder (PVV) om het bestuursrechtelijk “quasi van rechtswege”, zonder rechterlijke toetsing, op te leggen.

Twijfels over capaciteit voor fraudeaanpak

Het is goed dat de minister de intentie heeft om faillissementsfraude effectiever aan ta pakken, stellen Gesthuizen, Berndsen, Oskam en Helder. Maar zij vragen zich wel af of met name het Openbaar Ministerie maar ook de politie, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en de curatoren voldoende capaciteit en middelen hebben om dit ook uit te voeren. De minister verwacht dat extra taken binnen de bestaande budgetten uitgevoerd kunnen worden.

Meer informatie

Aanvullingen 14:00 uur

Wessel Bosse schreef over het nieuwe bestuursverbod een artikel, dat hier is te raadplegen.

VNO-NCW schreef medio juni jl. in ‘Faillissementsfraude gewoon harder aanpakken’ naar aanleiding van het voorstel inzake het bestuursverbod, dat het bestaande instrumentarium beter benut moet worden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod | Tags: | Een reactie plaatsen

VNO-NCW bezorgd over ubo-register regelgeving

Uit een bericht van 15 juni jl. blijkt dat VNO-NCW zeer bezorgd is over de security en privacy gevolgen van de Europese ubo-register regelgeving:

‘Privacy familiebedrijven in gevaar’

15-06-2015 – Familiebedrijven in Nederland vrezen voor hun privacy als zij verplicht worden om hun grootaandeelhouders in te schrijven in een openbaar register. Een vertrek uit Nederland is een optie, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, dat het kabinet met klem oproept om terughoudend te zijn met de implementatie van het Europese UBO-register.

UBO-register
Volgens een nieuwe Europese richtlijn -tegen witwassen en de financiering van terrorisme- moeten straks alle natuurlijke personen, met een belang van 25 procent of meer in een bedrijf, zich verplicht laten registreren in een nieuw register. Dit UBO-register (ultimate beneficial owner) is toegankelijk voor overheidsinstanties, financiële inlichtingeneenheden en degenen die een gerechtvaardigd belang kunnen aantonen bij die toegang.

Miljonairslijstjes
Maar met name familiebedrijven zijn beducht voor deze nieuwe regelgeving. Zij maken uit privacyoverwegingen bezwaar, omdat zij vrezen voor de persoonlijke vrijheid van familieleden (kidnapping), chantage en ongewenste vermelding op miljonairslijstjes. Deze gevoelens van onveiligheid leiden er volgens VNO-NCW en MKB-Nederland toe dat vestiging in het buitenland nadrukkelijk overwogen wordt. Dat is ongewenst, beklemtonen de ondernemingsorganisaties.

Kamp en Van der Steur
Familiebedrijven zijn namelijk van groot belang voor de Nederlandse economie en dienen voor Nederland behouden te blijven, schrijven zij in een brief aan ministers Kamp (Economische Zaken) en Van der Steur (Veiligheid en Justitie). VNO-NCW en MKB-Nederland verzoeken het kabinet daarom met klem om terughoudend te zijn met de implementatie van het Europese UBO-register en gebruik te maken van de opties die de richtlijn daarvoor biedt, in het belang van de Nederlandse economie.

De volledige brief van VNO-NCW en MKB Nederland aan twee ministers kan hier worden gevonden.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen

4e Europese Antiwitwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd | implementatie uiterlijk 26 juni 2017

Op 5 juni jl. is de 4e Europese Antiwitwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd. Dat betekent dat het ubo-register er gaat komen en dat iedere onderneming over de gegevens inzake de eigen ubo dient te beschikken.

Tekst richtlijn

Als in navolgende citaten over ‘meldingsplichtige entiteiten‘ wordt gesproken, worden daarmee ondernemingen die onder antiwitwaswetgeving vallen bedoeld, zoals banken, makelaars, casino’s, accountants, notarissen en handelaren in zaken als er transacties in contanten van EUR 10.000 of meer plaats vinden.

Artikel 30 leden 1 en 2 schrijven voor dat iedere onderneming over gegevens inzake de eigen ubo dienen te beschikken:

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, inwinnen en bijhouden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijk begunstigden gehouden economische belangen.
De lidstaten zorgen ervoor dat die entiteiten verplicht zijn om, naast de informatie over hun juridisch eigenaar, aan de meldingsplichtige entiteiten informatie over de uiteindelijk begunstigde te verstrekken wanneer de meldingsplichtige entiteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen overeenkomstig hoofdstuk II.
2. De lidstaten verlangen dat de in lid 1 bedoelde informatie tijdig toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten en de FIE’s.

De regels over de nationale ub0-registers zijn terug te vinden in artikel 30 leden 3 en verder. Onderstaand leden 3 tot en met 5 waarin het register wordt geïntroduceerd:

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie in elke lidstaat wordt gehouden in een centraal register, bijvoorbeeld een handelsregister, een vennootschapsregister als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad, of een openbaar register. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen. De in die database bijgehouden informatie over de uiteindelijk begunstigden kan in overeenstemming met de nationale regelingen worden verzameld.
4. De lidstaten verlangen dat de in het in lid 3 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijk begunstigde in alle gevallen toegankelijk is voor:
a) de bevoegde autoriteiten en de FIE’s, zonder enige beperking;
b) de meldingsplichtige entiteiten, in het kader van het cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II;
c) alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen.

Meer informatie:

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: | Een reactie plaatsen