KNB: “Tegengaan Panama Paper-constructies. Ingewikkelde keuze tussen transparantie en privacy”

Een beetje laat, want het artikel verscheen al in mei 2016, attendeer ik op dit lezenswaardige artikel dat in Notariaat Magazine verscheen onder de titel “Tegengaan Panama Paper-constructies. Ingewikkelde  keuze tussen transparantie en privacy“.

Het gaat over de bedreigingen die het op de de antiwitwaswetgeving gebaseerde ubo-register voor de privacy en security van de geregistreerde personen gaat opleveren.

Meer informatie:

Notariaat Magazine mei 2016, pagina 20 en verder. Hierbij het artikel als losse pdf.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Initiatiefwetsvoorstel inzake overheidsregister van aandeelhouders (CAHR) ingediend

Vandaag is een initiatiefvoorstel inzake het overheidsregister van aandeelhouders ingediend. Volgens het voorstel wordt Registratiewet 1970 gewijzigd. Belangrijke bepalingen in het voorstel volgen hierna.

In te schrijven gegevens

In het voorstel voor artikel 7a Registratiewet 1970 is geregeld welke gegevens worden ingeschreven:

Artikel 7a
1. De notaris is verplicht, in aanvulling op de inschrijving, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bepaalde door hem opgemaakte akten uiterlijk op de eerste werkdag na de dag waarop de akten zijn opgemaakt langs elektronische weg in te schrijven in een door de KNB gehouden register.
2. De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, omvat bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bepaalde gegevens over aandelen op naam, houders van aandelen op naam, vruchtgebruikers van aandelen op naam en pandhouders van aandelen op naam in het kapitaal van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 175 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of een naamloze vennootschap, bedoeld in artikel 64 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan geen aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is van de Europese Unie, en waarvan geen aandelen of certificaten van aandelen, naar ten tijde van het opmaken van de akte op goede gronden kan worden verwacht, daartoe spoedig zullen worden toegelaten, welke gegevens afkomstig zijn uit of betrekking hebben op akten, bedoeld in het eerste lid.
3. De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen regeling wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Bij regeling van Onze Minister wordt, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de wijze waarop de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt alsmede de inrichting en de wijze van bijhouden van het register, bedoeld in het eerste lid, bepaald.

Inzagerecht

Er is een ruime groep van inzagegerechtigden, zo blijkt uit de voorgestelde tekst voor artikel 7b lid 3:

3. Het register, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, kan worden ingezien door:
a. de inspecteur of door Onze Minister aangewezen andere ambtenaren van de rijksbelastingdienst, ten behoeve van de uitvoering van de wettelijke taken van de rijksbelastingdienst;
b. een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aangewezen bestuursorgaan, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken;
c. de notaris, ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken;
d. een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aangewezen instelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken;
e. een houder van aandelen op naam, vruchtgebruiker van aandelen op naam of pandhouder van aandelen op naam, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, voor zover het gegevens betreft die deze houder, vruchtgebruiker of pandhouder betreffen.

Ook ondernemingen die de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten toepassen kunnen worden aangewezen als inzagegerechtigd.

Bericht KNB

Notarissen spelen een centrale rol bij dit overheidsregister. Hierna volgt het bericht van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB):

Initiatiefwetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister ingediend
19-01-2017

Tweede Kamerleden Ed Groot (PvdA) en Sharon Gesthuizen (SP) hebben vandaag hun initiatiefwetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister (CAHR) ingediend bij de Tweede Kamer. Het CAHR wordt ondergebracht bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en gevuld door notarissen op basis van notariële akten. Het register wordt beperkt toegankelijk.
De KNB is verheugd over het initiatiefwetsvoorstel van Groot en Gesthuizen. De beroepsorganisatie heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk gepleit voor spoedige invoering van het CAHR en voor onderbrenging van dit register bij de KNB. Volgens het initiatiefwetsvoorstel worden in het CAHR gegevens over aandelen, aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders van bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s opgenomen. Deze informatie wordt ontsloten voor de Belastingdienst en andere publieke diensten ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken op het gebied van controle, toezicht, handhaving en opsporing. Notarissen hebben toegang vanwege de uitvoering van hun wettelijke taken in het rechtsverkeer en bepaalde Wwft-instellingen voor uitvoering van hun Wwft-verplichtingen tot cliëntenonderzoek. Het CAHR geeft zicht op wie schuil gaan achter vennootschappen en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan het doel dat hiermee wordt gediend: voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen en bijdragen aan rechtszekerheid in het rechtsverkeer.

Betrouwbaarheid
Het register omvat – omwille van de betrouwbaarheid – uitsluitend informatie die door notarissen is ingeschreven en afkomstig is uit of betrekking heeft op notariële akten. De notaris wordt verplicht tot inschrijving van gegevens in het CAHR. Omdat hierbij wordt aangesloten bij het bestaande proces van inschrijving van notariële akten in het door de KNB gehouden repertorium, is het extra werk dat deze nieuwe verplichting voor de notaris meebrengt naar verwachting beperkt. De verwachting is dat het notariaat op termijn voordelen in tijd en kwaliteit realiseert als het CAHR gebruikt kan worden als belangrijke bron voor zijn recherchewerkzaamheden.

UBO-register
Het UBO-register is in sommige opzichten breder en in andere opzichten smaller dan het CAHR. Beide registers hebben hun eigen toegevoegde waarde en vullen elkaar aan, aldus de toelichting. Het UBO-register bestrijkt enerzijds een bredere groep entiteiten en personen. Anderzijds worden in het UBO-register alleen aandeelhouders met een aandelenbelang van meer dan 25 procent geregistreerd. In het CAHR worden ook aandeelhouders met een aandelenbelang van 25 procent of minder ingeschreven. Verder wordt het UBO-register gevuld met gegevens van de uiteindelijk belanghebbenden zelf. Het CAHR berust op notariële akten. En het UBO-register wordt openbaar. Het CAHR wordt besloten en beperkt raadpleegbaar.

Enthousiasme
Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft eerder laten weten blij te zijn met de aankondiging van Groot dat hij het CAHR samen met Gesthuizen wil gaan regelen door middel van een initiatiefwetsvoorstel. De minister gaf toen aan geen enkel bezwaar te zien tegen het separaat laten verlopen van de wetgevingsactiviteiten rond het UBO-register en het CAHR. Volgens Van der Steur zal het kabinet met enthousiasme kennisnemen van het initiatiefwetsvoorstel. Een wetsvoorstel tot instelling van het UBO-register is in de maak.

Meer informatie:


Dit bericht is ook op het ubo-register weblog geplaatst

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk) | Tags: , | Een reactie plaatsen

Aandelen aan toonder gaan verdwijnen | brief ministerie financiën 17 januari 2017

Gisteren werd een brief van de staatssecretaris van financiën bekend waarin de staatssecretaris onder meer melding maakt van het verdwijnen van toonderaandelen in het Nederlandse recht. Dergelijke aandelen zijn in Nederland alleen mogelijk bij naamloze vennootschappen. De staatssecretaris schrijft:

3.2. Aanpakken van aandelen aan toonder

Het achterhalen van uiteindelijk belanghebbenden wordt vergemakkelijkt door het stellen van nadere regels aan de houders van aandelen aan toonder. Nederlandse naamloze vennootschappen (hierna: NV’s) kunnen aandelen aan toonder uitgeven. Aandelen aan toonder van niet-beursgenoteerde NV’s zijn niet op naam geregistreerd en zijn vrij verhandelbaar bij onderhandse akte. Het anoniem blijven van aandeelhouders kan leiden tot misbruik, belastingontduiking en witwassen. Het is daarom onwenselijk dat aandeelhouders in Nederland hun identiteit geheim kunnen houden door middel van toonderaandelen in NV’s. Veel van de ons omringende landen hebben in de afgelopen jaren al aandelen aan toonder afgeschaft of anderszins geregeld dat de identiteit van de aandeelhouder kan worden achterhaald. Hoewel bij toezichthouders geen aanwijzingen bestaan dat hiervan in Nederland op grote schaal misbruik wordt gemaakt, bestaat het risico dat dit in de toekomst kan gebeuren.

Na een wijziging van de Wet giraal effectenverkeer zijn vanaf 1 januari 2011 alle beursgenoteerde aandelen aan toonder die in bewaring zijn gegeven belichaamd in een ‘verzamelbewijs’. Door middel van dit verzamelbewijs kan de identiteit van de houder van deze toonderaandelen worden vastgesteld. De wetswijziging verplichtte echter niet tot inbewaargeving. Zonder nadere maatregelen is de identiteit van de houder van een toonderaandeel dat niet in bewaring is gegeven dus niet eenvoudig te achterhalen.

Het resultaat waarop het kabinet zich richt, is dat toonderaandelen die nu nog in tastbare vorm thuis kunnen worden bewaard, straks alleen nog in girale vorm kunnen bestaan. Dit resultaat kan worden bereikt door in de eerste plaats inbewaargeving verplicht te stellen. Deze inbewaargeving vindt plaats door middel van intermediairs of een centraal instituut. Als de toonderaandelen in bewaring zijn gegeven, dan vallen zij vervolgens vanzelf onder het nu al bestaande systeem dat geldt voor beursgenoteerde toonderaandelen. In de tweede plaats dient de levering van aandelen aan toonder in het Burgerlijk Wetboek te worden gewijzigd zodat uitsluitend giraal kan worden geleverd. In de derde plaats dient te worden bepaald dat de rechten van houders van toonderaandelen worden opgeschort zolang inbewaargeving en registratie niet hebben plaatsgevonden. Het kabinet is voornemens om begin 2017 een concept langs deze lijnen via internet te consulteren en heeft de ambitie om vervolgens in de tweede helft van 2017 een wetsvoorstel aan uw Kamer aan te bieden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Naamloze vennootschap | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Tijdig deponeren van de publicatieversie van de jaarrekening van een bv

Ter beperking van het risico van bestuurdersaansprakelijkheid blijft het voor bestuurders belangrijk om de publicatieversie van de jaarrekening van de besloten vennootschap (bv) tijdig bij het handelsregister te deponeren. Daarbij moet in de gaten worden gehouden dat de regels recent zijn gewijzigd.

Van dertien naar twaalf maanden

Praktisch komt het er op neer dat de jaarrekening 2015 uiterlijk op de laatste dag van januari 2017 moet zijn gedeponeerd. De jaarrekening 2016 zal uiterlijk op de laatste dag van december 2017 moeten zijn gedeponeerd. Het voorgaande is van toepassing als het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar én als de termijn niet is verkort als gevolg van het feit dat de bestuurders van de bv dezelfde (rechts)personen zijn als de aandeelhouders. Dit wordt hierna uitgewerkt.

De regels

  1. Boek 2 Burgerlijk Wetboek (BW2) schrijft voor dat de directie de jaarrekening binnen vijf maanden opmaakt. De algemene vergadering kan deze termijn verlengen met maximaal vijf maanden. Dit geldt voor boekjaren die aanvangen op 1 januari 2016 en is facultatief voor boekjaren die eerder zijn aangevangen. Voor boekjaren die voor 1 januari 2016 zijn aangevangen, is de verlengingstermijn zes maanden.
  2. Als de statutair bestuurders exact dezelfde (rechts)personen zijn als de aandeelhouders, vallen volgens BW2 opmaken en vaststellen samen. Dit staat in artikel 210 lid 5 BW2. Deze regel geldt alleen niet als in de statuten is vermeld dat de regel niet van toepassing is. Dit betekent dat de jaarrekening in dit soort situaties binnen tien maanden na afloop van het boekjaar moet worden opgemaakt én vastgesteld. Tip: zorg er voor dat in de statuten wordt vermeld dat artikel 210 lid 5 BW2 niet geldt, want het samenvallen van opmaken en vaststellen zorgt voor veel juridische verwarring en verkort de publicatietermijn.
  3. BW2 schrijft voor dat de jaarrekening uiterlijk binnen twee maanden na afloop van de termijn van punt 1 (dus binnen twaalf maanden) door de algemene vergadering moet worden vastgesteld. Dit geldt alleen als punt 2 niet van toepassing is.
  4. Als de jaarrekening niet binnen de onder punt 3 vermelde twaalfmaandentermijn is vastgesteld, deponeert de directie ‘onverwijld’ de opgemaakte jaarrekening. Let op: dit is geen concept-jaarrekening! Het deponeren van een opgemaakte jaarrekening is een noodgreep die beter niet kan worden toegepast, dus win tijdig juridisch advies in.

BW2 schrijft voor dat de jaarrekening binnen acht dagen na vaststelling moet worden gedeponeerd, wat echter niet afdoet aan de onder 4 genoemde regel. Om die reden eindigt de publicatietermijn onder het tot en met 2015 geldende recht op de laatste dag van de dertiende maand na afloop van het boekjaar. Nu eindigt de termijn op de laatste dag van de twaalfde maand na afloop van het boekjaar, tenzij de onder punt 2 vermelde regel van toepassing is.

In de situatie beschreven onder punt 2 gaat de achtdagentermijn lopen vanaf het tijdstip van opmaken/vaststellen (de laatste dag dat kan worden opgemaakt, is de laatste dag van de tienmaandentermijn).

Samengevat:

  • als punt 2 van toepassing is, dient de jaarrekening uiterlijk binnen de in punt 1 genoemde termijn te worden opgemaakt/vastgesteld (tien maanden respectievelijk elf maanden als er wordt verlengd) en binnen acht dagen daarna te worden gedeponeerd;
  • voor boekjaren die op of na 1 januari 2016 aanvangen, geldt de nieuwe regel dat de jaarrekening uiterlijk op de laatste dag van de twaalfde maand moet worden gedeponeerd (mits verlenging is toegestaan en de regel van punt 2 niet geldt);
  • voor boekjaren tot het boekjaar dat op 1 januari 2016 aanvangt, is de laatste deponeringsdag de laatste dag van de dertiende maand na afloop van het boekjaar (mits verlenging is toegestaan en de regel van punt 2 niet geldt).

Dit artikel is op 9 december jl. verschenen op de Pellicaan site

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording | Een reactie plaatsen

Elektronisch deponeren van een jaarrekening en vermelding van namen bestuurders en commissarissen

In een artikel voor het tijdschrift WPNR constateert mr. I.D.J. Willemars dat ten onrechte de namen van de ondertekenende bestuurders en (voor zover van toepassing) commissarissen ontbreken in de huidige digitaal gedeponeerde jaarrekeningen. Zij adviseert de Kamer van Koophandel de werkwijze aan te passen.

Meer informatie:

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ubo-register wordt openbaar | CAHR vertraagd

Als het aan de Raad van Europa ligt, wordt het ubo-register openbaar. In een persbericht van 20 december 2016 over de onderhandelingspositie van de Raad inzake de wijziging van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (‘AMLD4’) worden de veranderingen inzake het ubo-register als volgt beschreven:

enhanced access to beneficial ownership registers, so as to improve transparency about the ownership of companies and trusts. The registers will also be interconnected to facilitate cooperation between member states. Public access is foreseen on the basis of a legitimate interest for all types of companies and trusts, which is an improvement on the current rules as concerns trusts that do not have a business purpose

Wijzigingsvoorstel AMLD van 19 december 2016

Bij het persbericht hoort een wijzigingsvoorstel van 19 december 2016. Over het ubo-register worden in het wijzigingsvoorstel onder meer de volgende tekst voor de considerans van AMLD4 voorgesteld:

Pagina 11

(22a) Information on beneficial ownership of trusts and similar legal arrangements should be made available to any person demonstrating a legitimate interest. It will also contribute to increased trust in the integrity of the financial system by enabling those who are in a position to demonstrate legitimate interest to become aware of the identity of the beneficial owners. Access to this information would help investigations on money laundering, associated predicate offences and terrorist financing. Member States should define the conditions under which the legitimate interest can be claimed and the access to the beneficial owner information is granted.

Pagina 15

(33) Currently, corporate and other legal entities active in the Union are under an obligation to register their beneficial ownership information, whereas the same obligation does not apply to all trusts and legal arrangements which present similar characteristics. It should be taken into account that these legal arrangements, such as Treuhand, fiducies or fideicomiso set up in the Union, may have different legal characteristics throughout the Union. Member States should require that all legal arrangements governed under their law when having a structure and functions similar to trusts are treated as legal arrangements similar to trusts. By 2020, the Commission should assess whether all trusts and legal arrangements which have a structure and function similar to trusts governed under the law of Member States were duly identified and made subject to the obligations as set out in this Directive. With a view to ensure that the beneficial owners of all legal entities and legal arrangements operating in the Union are properly identified and monitored under a coherent and equivalent set of conditions, rules regarding the registration of the beneficial ownership information of trusts and similar legal arrangements could be consistent with those in place in respect of the registration of beneficial ownership information of corporate and other legal entities.

Pagina 16

(35) With full respect to the rights of individuals to privacy , the beneficial ownership information in respect of corporate and other legal entities as well as trusts and similar legal arrangements should be available to persons or organisations that can demonstrate a legitimate interest in accessing the beneficial ownership information. Member States shall define legitimate interest, both as a general concept and as a criterion for accessing beneficial ownership information of each and every category of corporate or other legal entity or trust or similar legal arrangement in their national law. Once the interconnection of Member States’ beneficial ownership registers is in place, both national and cross-border access to each Member State’s register shall be granted based on the definition of legitimate interest of the Member State where the corporate or other legal entity is incorporated or where the trust or similar legal arrangement is administered. In relation to Member States’ beneficial ownership registers of trusts and similar legal arrangements, Member States shall also have competence to establish appeal mechanisms against decisions which grant or deny access to beneficial ownership information.

(35a) With a view to further enhance transparency of business transactions and financial system, Member States may grant wider public access in their national legislation to information on beneficial ownership. Where a Member State decides so, it should have due regard to right balance between the public interest to combat the money laundering and terrorist financing and the protection of fundamental rights of individuals in particular the right to privacy and protection of personal data. Member States should be allowed to require online registration in order to identify any person who requests information from the register.

Ubo-register | artikel 31 AMLD4

Artikel 31 van de huidige versie van AMLD4, het ubo-register artikel, wordt volgens het voorstel van 19 december jl, pagina 29 en verder, ingrijpend gewijzigd:

(10) Article 31 is amended as follows:

(a) paragraph 1 is replaced by the following:

“1. Member States shall ensure that this Article applies to trusts and other types of legal arrangements, such as, inter alia, fiducie, Treuhand or fideicomiso when having a structure and functions similar to trusts. Member States shall identify the characteristics to determine where legal arrangements have a structure and functions similar to trusts with regard to such legal arrangements governed under their law.

Each Member State shall require that trustees of any express trust administered in that Member State obtain and hold adequate, accurate and up-to-date information on beneficial ownership regarding the trust. That information shall include the identity of:
(a) the settlor;
(b) the trustee(s);
(c) the protector (if any);
(d) the beneficiaries or class of beneficiaries;
(e) any other natural person exercising ultimate control of the trust.”;

(b) the following paragraph 3a is inserted:

“3a. The information referred to in paragraph 1 shall be held in a central beneficial ownership register such as the ones referred to in the Article 30 paragraph 3 set up by the Member State where the trust or similar legal arrangement is administered, unless there is sufficient proof that the beneficial ownership information of the trust or similar legal arrangement has been registered in a central beneficial ownership register of another Member State.”;

(c) paragraph 4 is replaced by the following:

“4. Member States shall ensure that the information held in the register referred to in paragraph 3a is accessible in a timely and unrestricted manner by competent authorities and FIUs, without alerting the parties to the trust or similar legal arrangement concerned. They shall also ensure that obliged entities are allowed timely access to that information, pursuant to the provisions on customer due diligence laid down in Chapter II. Member States shall notify to the Commission the characteristics of those mechanisms.

Competent authorities granted access to the central register referred to in paragraph 3a shall be those public authorities with designated responsibilities for combating money laundering or terrorist financing, as well as tax authorities, and authorities that have the function of investigating or prosecuting money laundering, associated predicate offences and terrorist financing and seizing or freezing and confiscating criminal assets.”;

(d) the following paragraphs 4a and 4b are inserted:

4a. The information held in the register referred to in paragraph 3a of this Article shall be accessible to any person or organisation that can demonstrate a legitimate interest. Member States shall define the conditions under which the legitimate interest is granted.

The information accessible to persons and organisations that can demonstrate a legitimate interest shall consist of the name, the month and year of birth and the country of residence of the beneficial owner as defined in Article 3(6)(b).

In conformity with paragraph 3a, Member States may allow for a wider access to the information held in the register in accordance with their national law.

For the purposes of this paragraph, access to the information on beneficial ownership shall be in accordance with data protection rules and may be subject to online registration and to the payment of a fee. The fee charged for obtaining the information shall not exceed the administrative costs thereof.

4b. Whenever entering into a new customer relationship with a trust or other legal arrangement subject to registration of beneficial ownership information pursuant to paragraph 3a, the obliged entities shall collect proof of registration whenever applicable.”;

(e) the following paragraph 7a is inserted:

“7a. In exceptional circumstances laid down in national law, where the access referred to in paragraphs 4 and 4a would expose the beneficial owner to the risk of fraud, kidnapping, blackmail, violence or intimidation, or where the beneficial owner is a minor or otherwise incapable, Member States may provide for an exemption from such access to all or part of the information on the beneficial ownership on a case-by-case basis. Member States shall ensure that these exemptions are granted upon an evaluation of the exceptional nature of the circumstances.

Exemptions granted pursuant to the first subparagraph shall not apply to the credit institutions and financial institutions, and to obliged entities referred to in point (3)(b) of Article 2(1) that are public officials.

Where a Member State decides to establish an exemption in accordance with the first subparagraph, it shall not restrict access to information by competent authorities and FIUs.”;

(f) paragraph 8 is deleted;

(g) paragraph 9 is replaced by the following:

“9. Member States shall ensure that the central registers referred to in paragraph 3a of this Article are interconnected via the European Central Platform established by Article 4a(1) of Directive 2009/101/EU. The connection of the Member States’ central registers to the platform shall be set up in accordance with the technical specifications and procedures established by implementing acts adopted by the Commission in accordance with Article 4c of Directive 2009/101/EC.

Member States shall ensure that the information referred to in paragraph 1 of this Article is available through the system of interconnection of registers established by Article 4a(2) of Directive 2009/101/EU, in accordance with Member States’ national laws implementing paragraphs 4, 4a and 5 of this Article.

Member States shall take adequate measures to ensure that only the information referred to in paragraph 1 that is up to date and corresponds to the actual ownership beneficiaries is made available through their national registers and through the system of interconnection of registers, and the access to that information shall be in accordance with data protection rules.

Member States shall cooperate with the Commission in order to implement the different types of access in accordance with paragraphs 4 and 4a of this Article.”;

(h) the following paragraphs 10 and 10a are added:

“10. For the purposes of this Article, a trust or similar legal arrangement is considered to be administered in each Member State where the trustees are established.

10a. Member States shall notify to the Commission the categories, description of the characteristics, names and where applicable legal basis of the trusts and legal arrangements referred to in paragraph 1 within 12 months from the entry into force of this Directive and upon expiry of that period the Commission should publish within 2 months in the Official Journal of the European Union the consolidated list of such trusts and legal arrangements having a structure and functions similar to trusts.

By 26 June 2020, the Commission shall submit a report to the European Parliament and to the Council assessing whether all trusts and legal arrangements which have a structure and function similar to trusts governed under the law of Member States were duly identified and made subject to the obligations as set out in this Directive. Where appropriate, the Commission shall take the necessary steps to act upon the findings of that report. “

Nederlands overheidsregister van aandeelhouders

Intussen heeft in Nederland het overheidsregister van aandeelhouders (ook als Centraal Aandeelhoudersregister of CAHR aangeduid) vertraging opgelopen. In een brief van 16 december jl. laat de minister van veiligheid het volgende weten:

Centraal aandeelhoudersregister
Uw Kamer heb ik aangegeven [10] dat de voorbereidingen met betrekking tot het centraal aandeelhoudersregister worden aangehouden, omdat door het kabinet voorrang wordt gegeven aan de totstandkoming van het UBO-register om te bewerkstelligen dat het Europees verplichte UBO-register tijdig kan worden geïmplementeerd. Dit biedt tevens gelegenheid tot nadere gedachtevorming over het centraal aandeelhoudersregister, waarbij de ervaringen met betrekking tot het UBO-register kunnen worden meegenomen.

[10] Handelingen II 2015/16, nr. 70, item 27.

Meer informatie:


Dit artikel is ook geplaatst op het ubo-register weblog

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

KNB: modernisering van het ondernemingsrecht

Notarissenorganisatie KNB laat vandaag het volgende weten over de moderniseringsplannen:

Voorontwerp nieuwe wettelijke regeling personenvennootschap in de maak
09-12-2016

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie is voornemens te werken aan een voorontwerp van een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen. Dit schrijft hij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Deze nieuwe regeling wordt via internet ter consultatie voorgelegd. Hiervoor is geen termijn genoemd.
Met dit voornemen reageert Van der Steur op het rapport Modernisering personenvennootschappen (pdf) van de werkgroep personenvennootschappen. Hij deelt de mening van de werkgroep dat het recht inzake personenvennootschappen moet worden gemoderniseerd. Het feit dat een breed samengestelde werkgroep op eigen initiatief enkele jaren werkt aan een aanzet voor een nieuwe regeling, illustreert volgens de minister de in de praktijk gevoelde urgentie om tot een moderne regeling voor personenvennootschappen te komen. Een nieuwe regeling moet voor de bestaande gebruikers geen onnodige rompslomp met zich brengen, maar nieuwe mogelijkheden scheppen om de juridische infrastructuur beter te laten aansluiten op de behoeften van de onderneming, ook in internationaal verband. Het rapport biedt daartoe een goede basis. Verder onderschrijft de minister de fundamentele keuzes van de werkgroep om de bestaande soorten personenvennootschappen te handhaven en rechtspersoonlijkheid te verkrijgen na inschrijving na inschrijving in het Handelsregister.

Modernisering nv-recht
In dezelfde brief maakt de minister ook diverse voornemens om het nv-recht te moderniseren kenbaar. Zo wil hij samen met zijn ambtgenoot van Financiën begin 2017 een voorontwerp van wet op internet te plaatsen waarin toonderaandelen in niet-beurs nv’s beperkt worden gedematerialiseerd. Dit door inbewaargeving aan intermediairs en het centraal instituut verplicht te stellen. Zijn de toonderaandelen in bewaring gegeven, dan vallen zij vervolgens vanzelf onder het nu al bestaande systeem van beperkte dematerialisatie. Verder wordt de levering van aandelen aan toonder in het Burgerlijk Wetboek gewijzigd zodat uitsluitend giraal kan worden geleverd. Tot slot wordt bepaald dat de rechten van houders van toonderaandelen worden opgeschort zolang inbewaargeving en registratie niet hebben plaatsgevonden.

Uitbreiding mogelijkheden herstructurering
De brief gaat ook in op uitbreiding van de herstructureringsmogelijkheden omzetting, fusie en splitsing. Het eerdergenoemde rapport van de werkgroep personenvennootschappen voorziet in een regeling voor omzetting, fusie en splitsing van de maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap. Dit rapport is aanleiding om de voorgestelde regeling voor nationale omzetting in titel 7A van het Burgerlijk Wetboek tegen het licht te houden en om te bekijken of het wenselijk is daar ook een regeling voor de omzetting van personenvennootschappen in andere rechtspersonen en vice versa te introduceren. Van der Steur is voornemens om een of meer expertbijeenkomsten te houden over de ontwikkelingen in de praktijk op het gebied van nationale en grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen. Daarbij kan ook worden gekeken of er aanleiding is om met een nationale regeling voor grensoverschrijdende splitsing te komen. Afhankelijk van de uitkomsten van deze expertbijeenkomsten kan de indiening van een wetsvoorstel omzetting van rechtspersonen worden overwogen.

Zie in verband met het bovenstaande het artikel van Wessel Bosse in het WPNR, p. 654 en 655, waarin hij schrijft:

Aandelen of certificaten aan toonder zouden misschien wel een mogelijkheid kunnen zijn om registratie in het UBO-register te voorkomen, maar het lijkt er op dat Nederland aandelen en certificaten aan toonder zal (moeten) afschaffen. In oktober 2011 heeft Nederland in het zogenoemde peer review rapport van het ‘Global Forum on transparency and exchange of information’ een aanbeveling gekregen om te zorgen dat informatie over eigenaars van toonderaandelen beschikbaar is, of om toonderaandelen af te schaffen.
Indien Nederland niet aan deze normen voldoet, kan dat leiden tot reputatieschade van Nederland en nadelige economische gevolgen. Een interdepartementale werkgroep van Financiën, Economische Zaken en Veiligheid en Justitie zou belast worden met het doen uitvoeren van een analytisch onderzoek naar de aard, omvang en betekenis van toonderaandelen bij niet-beursgenoteerde vennootschappen. Deze voornoemde werkgroep zou passende maatregelen voorstellen hoe Nederland kan voldoen aan de internationale standaarden. De staatssecretaris van Financiën zou in maart 2013 de Tweede Kamer nader informeren over de follow up van het ‘Global-Forum peer review’ en aangeven op welke termijn een nader onderbouwd standpunt de Tweede Kamer tegemoet zou zien. Dit staat in de brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 17 december 2012.(noot 34) Ik kan hiervan geen opvolging vinden.

Geplaatst in Personenvennootschap | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Rijksoverheid: modern ondernemingsrecht versterkt Nederlands vestigingsklimaat

Onderstaand het nieuwsbericht dat vandaag is bekend gemaakt door de rijksoverheid:

Modern ondernemingsrecht versterkt Nederlands vestigingsklimaat
Nieuwsbericht | 09-12-2016 | 13:45

Het kabinet gaat verder met de modernisering van het ondernemingsrecht. Zo komt er een nieuwe regeling voor zogeheten personenvennootschappen, wordt het NV-recht aangepast en krijgen ondernemingen meer mogelijkheden om via omzetting, fusie of een splitsing te herstructureren. Dit blijkt uit de nota Voortgang modernisering ondernemingsrecht waarmee de ministerraad op voorstel van minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd.

Een goede juridische infrastructuur bevordert het ondernemersklimaat in Nederland en versterkt de concurrentiekracht van Nederlandse ondernemingen. Daarom is het belangrijk deze juridische basis voor het bedrijfsleven goed te onderhouden en met de tijd mee te laten gaan.

Het NV-recht wordt eenvoudiger en flexibeler. Bijvoorbeeld door de besluitvorming buiten vergadering te versoepelen. Ook wordt bekeken of er behoefte is aan een wijziging van de rechten van certificaathouders, aan stem- en winstrechtloze aandelen en een kortere oproepingstermijn van de algemene vergadering van aandeelhouders.

Naar aanleiding van de ontwikkeling dat meer beursvennootschappen een controlerende aandeelhouder hebben, wordt tevens bezien of minderheidsaandeelhouders voldoende beschermd zijn. Verder wil het kabinet voorkomen dat houders van aandelen aan toonder in Nederlandse NV’s hun identiteit geheim kunnen houden. Dit moet misbruik, belastingontduiking en witwassen tegengaan.

De huidige regeling om koerswinst van bestuurders af te romen bij een overname is te ingewikkeld en niet effectief genoeg, zo blijkt uit de evaluatie. Daarom past het kabinet de maatregel aan. Denkbaar is de raad van commissarissen van NV’s meer ruimte te geven de bezoldiging van een bestuurder aan te passen na belangrijke besluiten als een overname, ongeacht de plaats van de beursnotering.

De regels voor personenvennootschappen als de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap zijn verouderd. Verandering is nodig om deze verschillende rechtsvormen beter te laten aansluiten bij de behoeften van een onderneming, ook in internationaal verband. Openbare personenvennootschappen krijgen straks rechtspersoonlijkheid na inschrijving in het Handelsregister. Dit maakt het toe- en uittreden van vennoten eenvoudiger. Administratieve lasten worden teruggebracht.

Tot slot overweegt het kabinet met een regeling te komen voor nationale en grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen. Dit om beter te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden bij ondernemers. Zo kan een ondernemer beginnen met een eigen BV en later fuseren met een BV van een andere ondernemer. Ook grotere bedrijven hebben regelmatig behoefte aan herstructurering. Doel van het kabinet is om deze veranderingen zo goed mogelijk te faciliteren.

De ministerraad heeft ingestemd met toezending van de nota Voortgang modernisering ondernemingsrecht aan de Tweede Kamer.

Geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Bestuur en toezicht, Naamloze vennootschap, Personenvennootschap | Tags: , | Een reactie plaatsen

Access tax authorities to national beneficial ownership registries

According to a press release of 6 December 2016 the information in the national beneficial ownership registries will also be used by the tax authorities:

Commission welcomes new rules granting tax authorities access to important anti-money laundering information

The Commission welcomes the green light given today by EU Finance Ministers for new rules ensuring that tax authorities in the EU will access data collected under current anti-money laundering rules. This includes important information such as customer due diligence records and information held in national beneficial ownership registries. Tax authorities will now be able to easily identify the ultimate owner behind an opaque company or entity, and be able to react quickly to instances of tax evasion and avoidance. Following the adoption, Pierre Moscovici, Commissioner for Taxation and Customs Union, said: “This is yet another leap forward in improving transparency and cross-border tax cooperation within the EU, providing Member States with a valuable tool to protect the integrity of their tax systems. Quick agreement at the Council once again reflects the importance Member States attach to the fight against tax evasion and avoidance.” The proposal formed part of initiatives put forward by the Commission in July and the new measures should come into effect on 1 January 2018. Today’s formal adoption of this new legislation comes after the European Parliament gave its opinion on this file.

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), English | posts in English on company law, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen

Europese regelgeving ubo-register binnenkort bekend

Op dit moment zijn de wijzigingen van de Vierde Europese antiwitwasrichtlijn in behandeling bij de Europese instellingen. Het laatste voorstel is van 24 november jl. Op dit moment vindt een publieke vergadering plaats van de Economic and Financial Affairs Council. In die vergadering zal ook het wijzigingsvoorstel worden behandeld.

Op grond van het laatste voorstel wordt het ubo-register niet verplicht openbaar. Wel kunnen lidstaten verder gaan besluiten om het ubo-register wel openbaar te laten zijn.

Meer informatie:

Geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen