De UBO’s van Natuurmonumenten en Feyenoord | het AMLD4 wetsvoorstel in de tweede kamer

Gisterenavond is het eerste van de twee wetsvoorstellen over implementatie van AMLD4 in de Wwft in de tweede kamer behandeld.
Trustkantoren worden uitgebreid besproken, wat de vraag oproept waarom Nederland geconfronteerd wordt met regelgeving die kennelijk alleen voor trustkantoren bedoeld is.

Voor mijn algemene weblog schreef ik een artikel naar aanleiding van het ongecorrigeerd stenogram.

Meer informatie: het ongecorrigeerd stenogram en drie moties (uboregisterdefinitie ubo en lidstaatopties).

Advertenties
Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

Uitvoeringsbesluit Wwft schrijft AMLD4 definities over | slechte beurt ministerie van financiën

Vandaag heb ik mee gedaan aan de internetconsultatie over  het concept Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.
Mijn reactie is te vinden op mijn algemene weblog, op het ubo-register weblog en op de consultatiesite.

Ik verzoek om verplaatsing van de definities naar de Wwft en stel een groot aantal vragen over de uitleg van ‘uiteindelijk belanghebbende’ en ‘politiek prominente persoon’ (PEP).

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK | Tags: , | Een reactie plaatsen

Nederlandse witwasbestrijding | AMLD4 in de tweede kamer, tekst AMLD4/5 en ubo-register Tsjechië

In het onderstaande enige antiwitwasberichten:

Implementatiewet AMLD4
Een onbekend wetsvoorstel met grote gevolgen voor zowel burgers als ondernemingen staat vanavond op de agenda van de tweede kamer. De 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) wordt geïmplementeerd door middel van twee wetsvoorstellen, waarvan het eerste vanavond op de agenda van de tweede kamer staat. In dat voorstel zijn noch de definitie van de ‘uiteindelijk belanghebbende’, noch het ubo-register opgenomen.

Doorlopende tekst AMLD4 vóór en na wijziging
Notariskantoor VBC publiceerde het bericht “Teksten kernbepalingen over UBO register uit Vierde en Vijfde Antiwitwasrichtlijn op een rijtje“. Daarin schrijft het kantoor dat omdat het lastig is om aan doorlopende teksten van EU-regelgeving te komen, documenten zijn samengesteld met doorlopende teksten aan van de voor het ubo-register relevante bepalingen uit de 4e antiwitwasrichtlijn en van de bepalingen zoals die naar verwachting na de wijziging van deze richtlijn komen te luiden.

Ubo-register Tsjechië
Ook in Tsjechië is een ubo-register ingesteld. Meer informatie op de website over het register, “Informační systém skutečných majitelů” (Tsjechisch).
De onderliggende wetten zouden Nr. 253/2008 Slg. [1] en Nr. 304/2013 Slg. [2] zijn, maar aangezien ik het Tsjechisch niet machtig ben kan ik dat niet controleren.

[1] Via deze pagina.
[2] Via deze pagina.

Bovenstaande informatie is ook op het ubo-register weblog te vinden.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kamerbrief over besluit op Wob-verzoek RADAR

Al weer een tijd geleden is de Wet controle op rechtspersonen in werking getreden, één van de sleepnetwetten in de Nederlandse rechtsorde. De dienst die zich bezig houdt met de risicodetectie bij rechtspersonen gebruikt een IT-systeem genaamd “RADAR”, waarover al lange tijd het nodige te doen is. Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is door een journalist gevraagd om informatie over RADAR. Onlangs zijn de uitkomsten daarvan bekend gemaakt in een nieuwsbericht:

Kamerbrief over besluit op Wob-verzoek RADAR
Minister Dekker (JenV) stuurt een besluit op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) naar de Tweede Kamer. Het Wob-verzoek ging over het gebruik van het risicodetectiesysteem RADAR door de Dienst Justis bij de toepassing van de Wet controle op rechtspersonen.

Uit de brief van de minister aan de kamer blijkt de informatie betrekking heeft op de interne en externe evaluatie van RADAR, de feedback van de instanties die risicomeldingen afnemen en de jaarlijkse totaalkosten van RADAR over de jaren 2012 tot en met 2016. De minister geeft een overzicht van de afnemers:

De afnemers voor risicomeldingen zijn het Openbaar Ministerie (OM), de Politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) de Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Belastingdienst (inclusief Douane), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie), de Directie Opsporing van de Inspectie SZW (voorheen de SIOD), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de ILT-Inlichtingen- en Opsporingsdienst (ILT-IOD), de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), de NVWA-IOD en de Koninklijke Marechaussee.

In de beslissing op Wob-verzoek wordt aangegeven welke gegevens zijn weggelakt, dit betreft onder meer persoonsgegevens (van ambtenaren, van natuurlijke personen betrokken bij rechtspersonen waarover een risicomelding is gedaan en van belastingplichtigen) en gegevens van rechtspersonen naar wie onderzoek werd ingesteld.

Informatie
Uit de inventarislijst blijkt dat de afgegeven informatie met name evaluatieformulieren risicomeldingen per afnemer betreft, aan slot zitten een aantal rapporten, onder meer een “rapportage klantonderzoek” 2014 door Integron (het blijft vreemd dat de afnemers van de Dienst Justis ‘klanten’ worden genoemd).

Kwaliteit
Als ondernemingsrechtjurist ben ik nieuwsgierig naar de juridische kwaliteit van de activiteiten van Dienst Justis. Dat betreft uiteraard de kwaliteit van de netwerktekeningen, maar ook de kwaliteit van de risicomeldingen. Over de kwaliteit van de activiteiten van Dienst Justis is op basis van deze informatie weinig te zeggen en ook over het inhoudelijk functioneren van RADAR zag ik niets.

Het lijkt er op dat de onderzoeken meer ‘stemmingsonderzoeken’ zijn geweest. Wat mij interessant lijkt is om de IT-systemen te analyseren en hun werking te toetsen, want RADAR zou een interessante vorm van legaltech moeten zijn. Verder zouden steekproeven kunnen worden genomen om te toetsen of er juiste informatie uit de systemen komt en of er een juiste voorselectie wordt gegenereerd ten behoeve van de risicomeldingen. Misschien komt dat nog.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Controle op rechtspersonen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Organisatie voor familiebedrijven FBNed bezorgd over privacy belanghebbenden bij familiebedrijven | ubo-register, AMLD

Één van de organisaties die zeer bezorgd is over het sleepnet van de witwasbestrijding, is de organisatie voor familiebedrijven in Nederland, de Vereniging Familiebedrijven Nederland, oftewel FBNed.
Op 7 februari jl. verscheen op de website van FBNed een bericht waarin zorg over de ontwikkelingen rondom witwasbestrijding en ubo-register wordt uitgesproken:

Ontwikkelingen UBO-register in Europa en Nederland
07 februari 2018

Het UBO-register is een onderdeel van de 4e anti-witwas richtlijn (Anti Money Laundering Directive – AMLD 4) die door het Europees parlement is aangenomen en die ook Nederland als EU-lidstaat moet invoeren. Het vervolg daarop, AMLD 5, gaat uit van een volledig openbaar register. Wij zijn tegenstander van een openbaar UBO-register. Het is een te grote inbreuk op de privacy en gaat veel te ver voor het beoogde doel: het voorkomen van terrorismefinanciering en het witwassen van geld. Wij onderschrijven dit doel maar nog niemand heeft aannemelijk kunnen maken dat een openbaar UBO-register witwassen en terrorismefinanciering voorkomt.
Wij roepen de minister op om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van de privacy en de openbaarheid van het UBO-register zoveel mogelijk te beperken.
FBNed heeft zich vanaf het begin ingezet om het UBO-register alleen toegankelijk te maken voor de bevoegde instanties zoals het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Op dit dossier werken we waar mogelijk samen met andere belangenbehartigers waaronder European Family Businesses (EFB), MKB Nederland en VNO-NCW. Ook hebben we input gekregen van experts vanuit onder andere EY, Loyensloeff en NautaDutilh. Met laatstgenoemde hebben we deze update samengesteld.

Ontwikkelingen in Nederland

Op 31 januari 2018 heeft de Nederlandse regering een conceptbesluit gepubliceerd, waaruit blijkt welke categorieën van natuurlijke personen in elk geval moeten worden aangemerkt als UBO in het kader van cliëntenonderzoek dat bijvoorbeeld banken, verzekeraars, advocaten, notarissen en belastingadviseurs uitvoeren. Dit besluit heeft weliswaar niet direct betrekking op het nog in te voeren Nederlandse UBO-register, maar de verwachting is dat de begripsomschrijving van UBO’s in het kader van cliëntenonderzoek zoals opgenomen in het besluit ook het uitgangspunt zal zijn voor het UBO-register. Het concept wetsvoorstel voor invoering van het UBO-register is nog niet beschikbaar. Dat wordt waarschijnlijk in de eerste helft van dit jaar aangeboden aan de Tweede Kamer. Zolang dat wetsvoorstel niet is gepubliceerd, blijft onduidelijk welke criteria precies zullen gelden voor inschrijving in het UBO-register. Het recente conceptbesluit verschaft in ieder geval meer inzicht in de lijn die de Nederlandse regering wil volgen bij de implementatie van het UBO-register.

Openbare gegevens
In het openbare gedeelte van het UBO-register zullen tenminste de volgende gegevens van een UBO worden opgenomen: naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonplaats en aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang. Deze set wordt ‘een beperkte set gegevens’ genoemd. De set zelf is beperkt, maar door deze gegevens te koppelen aan andere gegevensbronnen kunnen kwaadwillende personen, criminelen en commerciële dataverkopers allerlei andere privé-informatie achterhalen.

Het Nederlandse UBO-begrip
De omschrijving van het begrip UBO in het conceptbesluit is gebaseerd op het UBO-begrip uit AMLD4. Het besluit geeft voor een groot aantal juridische entiteiten een niet-limitatieve (dus niet volledige) opsomming van categorieën van natuurlijke personen die in elk geval kwalificeren als UBO.
BV, NV, maatschap, CV, VOF, vereniging, coöperatie en vergelijkbare entiteiten
* Voor iedere niet-beursgenoteerde BV, NV en daarmee vergelijkbare andere juridische entiteiten kwalificeren in elk geval als UBO’s de personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de vennootschap, via (i) het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van meer dan 25% van de aandelen, de stemrechten of van het eigendomsbelang in die vennootschap, of (ii) andere middelen (zoals het recht om de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudende orgaan van de vennootschap te benoemen of te ontslaan).
* Voor maatschappen, CV’s, VOF’s, verenigingen, coöperaties en daarmee vergelijkbare andere juridische entiteiten gelden vergelijkbare criteria als voor BV’s en NV’s, toegespitst op de verschillende rechtsvormen. De drempel van meer dan 25% wordt ook hier als uitgangspunt gehanteerd.
* Indien geen “echte” UBO (op basis van zeggenschap/eigendomsbelang) valt te achterhalen, of indien er twijfel bestaat of een persoon UBO is, gelden de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel als (pseudo) UBO’s.

Stichtingen en fondsen voor gemene rekening
* Voor stichtingen kwalificeren in elk geval als UBO’s: (i) de oprichter(s), (ii) de bestuurder(s), (iii) voor zover van toepassing, de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is, en (iv) elke natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent.
* Veel van onze leden werken met een STAK. Vaak een verstandige structuur om zeggenschap en eigendom van elkaar los te koppelen waarmee continuïteit en besluitvorming van het familiebedrijf beter gewaarborgd is. Het is nog steeds onduidelijk wat de definitie gaat worden van ‘de UBO van een STAK’. Mogelijk worden alle certificaathouders als “begunstigden” en daarmee als UBO’s aangemerkt. Indien dat het geval zou zijn, zou dat verstrekkende gevolgen hebben voor onze leden en alle familiebedrijven die met een STAK werken. Bij BV’s en NV’s kwalificeert een natuurlijke persoon in beginsel pas als UBO indien deze persoon een belang heeft van meer dan 25%, maar bij een STAK geldt mogelijk geen ondergrens. Vanuit privacy oogpunt maar ook om praktische redenen is dit een zeer onwenselijk en eigenlijk niet te accepteren.
* In het kader van het nog te publiceren concept wetsvoorstel ter implementatie van het UBO-register onderzoekt de Nederlandse regering momenteel of een fonds voor gemene rekening ook verplicht wordt om UBO-informatie te registreren.

Ontwikkelingen in Europa

Vijfde Europese anti-witwasrichtlijn
Medio december 2017 is in Europees verband politieke overeenstemming bereikt over een voorstel tot aanpassing van AMLD4, de richtlijn die lidstaten verplicht om een UBO-register in te stellen. Dit voorstel staat ook bekend als AMLD5 en brengt belangrijke wijzigingen met zich mee, waaronder: (i) in alle lidstaten krijgt het publiek toegang tot informatie in UBO-registers over UBO’s van vennootschappen en andere juridische entiteiten, (ii) de UBO-registers van alle lidstaten worden rechtstreeks met elkaar gekoppeld, en (iii) informatie over UBO’s van trusts en daarmee vergelijkbare constructies wordt breder toegankelijk (toegang op basis van een “legitiem belang”, bijvoorbeeld voor onderzoeksjournalisten). Op 29 januari 2018 hebben de leden van twee commissies van het Europese Parlement (economische en monetaire zaken en burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken) met een grote meerderheid hun steun uitgesproken voor dit voorstel. De volgende stap is goedkeuring door de plenaire vergadering van het Europese Parlement.

Het UBO-register in andere Europese landen
De deadline van 26 juni 2017 voor implementatie van AMLD 4 is door slechts enkele landen gehaald. Inmiddels is in meer landen een UBO-register operationeel, bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Letland, Slovenië, Tsjechië en Zweden. In sommige landen, waaronder België, Italië en Kroatië, zijn de relevante formele wetten aangenomen maar ontbreekt lagere regelgeving met details over het registreren van UBO-informatie. In België wordt naar verwachting deze maand een belangrijk besluit hierover gepubliceerd. In Luxemburg is medio december 2017 een concept wetsvoorstel gepubliceerd. Nu diverse landen beschikken over een operationeel UBO-register, kunnen wij helaas concluderen dat de lokale vereisten ten aanzien van het registreren van UBO’s behoorlijk uiteenlopen. Er zijn belangrijke verschillen tussen landen voor wat betreft de op te geven informatie, en de vraag wie kwalificeert als UBO blijkt in verschillende landen op een andere manier te kunnen worden beantwoord.

Transparantie steeds radicaler, privacy in het geding
In de Europese politiek blijkt er amper een stroming te zijn die de gevaren van transparantie en de inbreuk op de privacy inziet. Er is een grote ‘transparantie trein’ die niet te stoppen lijkt en steeds radicaler wordt, getuige het gemak waarmee een politiek akkoord over AMLD 5 is bereikt. Als belangenbehartiger van familiebedrijven roept FBNed het kabinet op om niet mee te gaan met de transparantie trein maar haar verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van de privacy in het uitvoering geven aan de anti-witwas richtlijn. De minister heeft aangegeven in de eerste helft van 2018 met een wetsvoorstel te komen voor de invoering van het UBO-register. Wij vragen de minister het openbare gedeelte van het register zo beperkt mogelijk te houden en daar alleen toegang toe te geven als er zwaarwegende redenen zijn. Tenslotte vragen wij de minister om met zijn Europese collega’s de gevaren van het UBO-register voor de privacy van grote groepen burgers te bespreken en te bekijken welke aanpassing van AMLD 5 noodzakelijk is.

Dit artikel is ook gepubliceerd op het ubo-registerweblog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Personenvennootschap, Stichting, Vereniging | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ondernemingsrecht in de aanbevelingen van het Europees Parlement van 13 december 2017

Op mijn algemene weblog besprak ik de aanbevelingen van het Europees Parlement van 13 december 2017 ter bestrijding van witwassen en andere criminaliteit.
In het artikel komen ook enkele onderwerpen op het gebied van het ondernemingsrecht aan de orde, zoals wijziging van de regels inzake zetelverplaatsing en grensoverschrijdende omzetting.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Grensoverschrijding | Tags: , | Een reactie plaatsen

Zijn de pensioengerechtigden allen ubo’s van de stichting pensioenfonds?

Alvast een vraagje aan de minister van financiën:

heeft de nieuwe Wwft tot gevolg dat bij een stichting pensioenfonds alle pensioengerechtigden worden ingeschreven in het ubo-register? Zij zijn immers ieder individueel bekend aan de hand van de administratie van het pensioenfonds. Op grond van het voorgestelde uitvoeringsbesluit mag slechts een groep van begunstigden worden ingeschreven “voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald“. Dat is bij een pensioenfonds niet aan de orde.

 

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Stichting | Tags: , | 3 reacties

De definitie van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ in de Nederlandse context

Toen ik gisteren een bericht over AMLD4 plaatste, had ik nog niet gezien dat gisteren de internetconsultatie over de algemene maatregel van bestuur inzake de AMLD4-implementatie van start was gegaan. In het ontwerp voor de amvb is onder meer de definitie van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) opgenomen. Waarom deze definities niet in de Wwft zelf komen te staan, is een raadsel.

Hierna volgt de tekst van artikel 3 volgens het ontwerpbesluit:

Artikel 3
1. Categorieën van natuurlijke personen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende zijn:

a. in het geval van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap, niet zijnde een vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in de richtlijn transparantie, of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan de openbaarmakingsvereisten uit die richtlijn:
1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de vennootschap, via:
– het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van meer dan 25 procent van de aandelen, de stemrechten of van het eigendomsbelang in die vennootschap met inbegrip van het houden van toonderaandelen; of
– andere middelen, waaronder een betrekking als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vijfde lid, van de richtlijn jaarrekening; of
2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1° is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap;

b. in het geval van een maatschap:
1°. natuurlijke personen die:
– rechtstreeks of onrechtstreeks recht hebben op een aandeel in de winsten van de maatschap van meer dan 25 procent;
– bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de maatschap, of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 25 procent van de stemmen kunnen uitoefenen voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is voorgeschreven;
– bij ontbinding van de maatschap rechtstreeks of onrechtstreeks recht hebben op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent; of
– feitelijke zeggenschap kunnen uitoefenen over de maatschap; of
2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1° is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de maatschap;

c. in het geval van een vereniging:
1°. natuurlijke personen die:
– bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de vereniging, of ter zake van de uitvoering van die statuten anders dan door daden van beheer, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 25 procent van de stemmen kunnen uitoefenen voor zover in die statuten besluitvorming bij meerderheid van stemmen is voorgeschreven;
– bij ontbinding van de vereniging rechtstreeks of onrechtstreeks recht hebben op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent; of
– feitelijk zeggenschap kunnen uitoefenen over de vereniging; of
2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1° is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vereniging;

d. in het geval van een stichting:
1°. de oprichter of oprichters;
2°. de bestuurder of bestuurders;
3°. voor zover van toepassing, de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en
4°. elke natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent;

e. in het geval van een trust:
1°. de oprichter of oprichters;
2°. de trustee of trustees;
3°. voor zover van toepassing, de protector of protectors;
4°. de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de trust niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de trust hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en
5°. elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent.

2. Het eerste lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op Europese naamloze vennootschappen, alsmede op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap.

3. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma, onderlinge waarborgmaatschappijen, coöperaties, rederijen, Europese coöperatieve vennootschappen, maatschappen of vennootschappen naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar zijn, alsmede op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een maatschap.

4. Het eerste lid, onderdeel c, is van overeenkomstige toepassing op Europees economische samenwerkingsverbanden alsmede op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een vereniging.

5. Het eerste lid, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing op kerkgenootschappen, alsmede op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een stichting.

6. Het eerste lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op andere juridische constructies vergelijkbaar met een trust.

Opvallend is dat kerkgenootschappen op dezelfde wijze zullen worden behandeld als stichtingen.

Gevolgen voor de stichting
Uit het bovenstaande is af te leiden dat bij een stichting een ruime groep van personen in het ubo-register zal worden ingeschreven, te weten:

  • de oprichter(s)
  • de bestuurder(s)
  • de individuele begunstigden (indien deze bekend zijn)
  • indien er geen individuele begunstigden zijn: de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is
  • de natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent

Zoals ik al eerder schreef, zullen certificaathouders, als ‘begunstigden’ allen in het ubo-register worden ingeschreven, ook als hun belang gering is.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Coöperatie, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Naamloze vennootschap, Onderlinge waarborgmaatschappij, Ondernemersplein, handelsregister en KvK, Personenvennootschap, Stichting, Vereniging | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Uiteindelijk belanghebbende | nota naar aanleiding van het verslag eerste Wwft-voorstel brengt niets nieuws

Vandaag is de nota naar aanleiding van het verslag van het eerste Wwft-voorstel bekend gemaakt. Daarbij hoort een Advies Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.

In de nota worden vragen over de uiteindelijk belanghebbenden grotendeels beantwoord door middel van herhaling van mededelingen die eerder ook al door de ontwerpers van de teksten zijn gedaan dan wel door Europese informatie te parafraseren. Nieuwe informatie over dit onderwerp zie ik nauwelijks. Voorbeeld van het oude nieuws:

De leden van de VVD-fractie wijzen op de begripsomschrijving van UBO en geven aan dat het houden van een percentage aandelen of stemrechten slechts één van de gevallen is waarin sprake kan zijn van een UBO. Gevraagd wordt in welke andere gevallen ook sprake kan zijn van een UBO.
In artikel 3, zesde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn is bepaald dat een UBO elke natuurlijke persoon is die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. In de vierde anti-witwasrichtlijn wordt verduidelijkt welke personen daaronder ten minste moeten worden verstaan. Het betreft onder meer natuurlijke personen die een aandelenpositie of eigendomsbelang van 25% of meer houden in een vennootschap of andere juridische entiteit, of natuurlijke personen die op basis van een vergelijkbaar percentage aan stemrechten de uiteindelijke zeggenschap hebben in een vennootschap of juridische entiteit. Dat wil echter niet zeggen dat natuurlijke personen die een lager percentage aan aandelen, stemrechten of eigendomsbelang in een vennootschap of juridische entiteit houden, niet als UBO kunnen worden aangemerkt. Indien deze personen op andere wijze de uiteindelijke zeggenschap in een vennootschap of juridische entiteit hebben, bijvoorbeeld op basis van contractuele betrekkingen, kwalificeren zij eveneens als UBO. Zo kan bijvoorbeeld door het uitoefenen van overheersende invloed in de praktijk of vanwege de bevoegdheid het hoger leidinggevend personeel te benoemen of ontslaan een natuurlijk persoon als UBO worden aangemerkt. Verder kunnen er gevallen zijn waarin het onmogelijk is een natuurlijke persoon aan te duiden die het uiteindelijke eigendom of de uiteindelijke zeggenschap heeft in een vennootschap of andere juridische entiteit. In dergelijke, uitzonderlijke, gevallen kunnen instellingen, na uitputting van alle beschikbare middelen en mits er geen gronden voor verdenking bestaan, het hoger leidinggevend personeel als UBO aanmerken. Daarmee beoogt de richtlijn te waarborgen dat er in alle gevallen een of meerdere natuurlijke personen als UBO wordt of worden aangemerkt.

Een enkel detail is nieuw, bijvoorbeeld over de gevolmachtigde als uiteindelijk belanghebbende:

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan garanderen dat in het UBO-register geen gevolmachtigden zullen worden geregistreerd als UBO.

De UBO van een rechtspersoon of onderneming is, op grond van de vierde anti-witwasrichtlijn, de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming of een rechtspersoon. Een gevolmachtigde voldoet in beginsel niet aan die definitie en kan derhalve niet als zodanig worden ingeschreven in het register met UBO-informatie. In (de toelichting bij) het wetsvoorstel Implementatie registratie uiteindelijk belanghebbenden zal nader worden ingegaan op de UBO-informatie die geregistreerd zal worden.

Alle certificaathouders in het ubo-register

Het ministerie van financiën is niet open over het feit dat certificaathouders en oprichters van stichtingen straks allen als ‘uiteindelijk belanghebbende’ zullen worden ingeschreven, ook als het economisch belang ruim beneden 25% ligt (of zelfs nihil is), zoals ik al eerder schreef. Dit had bijvoorbeeld in deze passage opgenomen kunnen worden:

In het geval van trusts en soortgelijke juridische constructies kwalificeren in ieder geval de oprichter(s), trustee(s), de eventuele protector en de begunstigden (of personen in een vergelijkbare positie) als UBO.

Bij algemene maatregel van bestuur zal per type vennootschap en juridische entiteit worden bepaald wie ten minste dient te worden beschouwd als UBO.

Het wachten is dus op het wetsvoorstel en de concept-amvb inzake het ubo-register. Over dat 2e wetsvoorstel Wwft staat in de nota dat het streven is dat wetsvoorstel, na advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, in de eerste helft van 2018 aan de Kamer aan te bieden.

Meer informatie:

  • 1e Wwft voorstel: het eerste wetsvoorstel tot implementatie van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
  • In november berichtte ik op mijn algemene weblog over het verslag.
  • Het dossier inzake dit wetsvoorstel is op overheid.nl hier te vinden.

Dit bericht staat ook op het ubo-register weblog.

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht | Tags: , , | 1 reactie

Witwasontwikkelingen

De laatste witwas- en terrorismebestrijdingsontwikkelingen, relevant voor de ondernemingsrechtpraktijk:

Geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen | Tags: | Een reactie plaatsen