Start consultatie voorstel Wet bestuurlijk verbod rechtspersonen

Op 6 maart jl. is een consultatie gestart inzake een initiatiefwetsvoorstel betreffende het bestuursrechtelijk verbieden en ontbinden van rechtspersonen waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. De maatregelen worden genomen door de minister voor Rechtsbescherming.

Grondslag voor de maatregelen (verbieden en ontbinden) is een open norm, “werkzaamheid in strijd met de openbare orde“.
Gedragingen van ‘leden’ van de rechtspersoon kunnen aan de rechtspersoon worden toegerekend. Opvallend is dat de indieners van het voorstel een begrip ‘lid’ hanteren dat niet uit het rechtspersonenrecht komt (dus met leden van een vereniging heeft het niets te maken). Zij zijn geïnspireerd door het strafrecht, zo blijkt uit de toelichting:

Het tweede lid regelt de toerekening aan een rechtspersoon van gedragingen van haar leden. Het begrip leden is breder dan formeel lidmaatschap van een vereniging als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat om personen die feitelijk behoren tot de organisatie, vergelijkbaar met het begrip deelneming in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Het is jammer dat het begrip ‘lid’ hier op deze manier wordt gebruikt.

De initiatiefnemers hebben het voorstel ingediend omdat zij vinden dat het huidige juridische instrumentarium niet goed zou werken. Een en ander roept de vraag op waarom niet wordt gekeken naar verbetering van het huidige instrumentarium in het civiele recht.

Meer informatie:

Belangrijke bepalingen consultatievoorstel

§ 2. Verbieden en ontbinden van een rechtspersoon

Artikel 2
1. Onze Minister kan een rechtspersoon bij beschikking verbieden en ontbinden indien zijn werkzaamheid in strijd is met de openbare orde.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden gedragingen van zijn leden aan een rechtspersoon toegerekend, indien deze gedragingen:
a. samenhangen met de werkzaamheid of het doel van de rechtspersoon,
b. hebben plaatsgevonden in georganiseerd verband, en
c. door de rechtspersoon worden geduld.
3. Na de bekendmaking van een op grond van het eerste lid genomen beschikking, wordt van het verbod onverwijld mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3
1. Een beschikking op grond van artikel 2, eerste lid, wordt niet genomen ten aanzien van een rechtspersoon die met zijn conform artikel G 1, G 2, G 2a, G 3 of Q 6 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst in de afgelopen zes jaren ten minste eenmaal heeft deelgenomen aan de verkiezingen van de gemeenteraad, de eilandsraad, het algemeen bestuur als bedoeld in artikel A 1 van de Kieswet, de provinciale staten.
2. Een beschikking op grond van artikel 2, eerste lid, strekkende tot het ontbinden van een rechtspersoon, treedt eerst in werking zodra zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 4
1. Op verzoek van Onze Minister kan de rechter de goederen van de rechtspersoon ten aanzien waarvan een beschikking op grond van artikel 2, eerste lid, strekkende tot ontbinding is genomen maar nog niet in werking getreden, onder bewind stellen. Artikel 22 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van Onze Minister benoemt de rechter een of meer vereffenaars van het vermogen van een ontbonden rechtspersoon.

§ 3. Corporaties

Artikel 5
1. Onze Minister kan een corporatie als bedoeld in artikel 117 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek die niet is een Nederlandse rechtspersoon bij beschikking verbieden indien haar doel of werkzaamheid in strijd is met de openbare orde.
2. Artikel 2, tweede lid en derde lid, en artikel 3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Is de corporatie in het handelsregister ingeschreven, dan wordt de beschikking aldaar eveneens ingeschreven.

Artikel 6
1. Op verzoek van Onze Minister benoemt de rechtbank te Utrecht een of meer vereffenaars van de in Nederland gelegen goederen van een corporatie ten aanzien waarvan een beschikking is genomen op grond van artikel 5, eerste lid. De artikelen 23 tot en met 24 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van Onze Minister kan de rechtbank te Utrecht de in de Nederland gelegen goederen van de corporatie onder bewind stellen. Artikel 22 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Vindplaatsen:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s