Regels bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen veranderen | de belangrijkste wijzigingen op een rij

Voor degenen die betrokken zijn bij stichtingen en verenigingen is nuttig te weten wat de belangrijkste veranderingen zijn. In het onderstaande heb ik dat proberen samen te vatten.

Regels bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen veranderen

In juni is bij het parlement een wetsvoorstel ingediend dat de regels rond bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen ingrijpend zal veranderen.

Hoewel het nog een wetsvoorstel is, denken we dat het toch al belangrijk is om met de nieuwe regels rekening te houden. We verwachten dat de wet redelijk snel door het parlement zal worden aangenomen. Mogelijk treedt de wet al per 1 januari 2017 in werking. De belangrijkste veranderingen worden hierna besproken.

Raadgevende stem bestuurders verenigingen

Bestuurders van verenigingen krijgen het recht een raadgevende stem uit te brengen in de ledenvergadering. Het is aan te bevelen er op te letten dat dit wordt nageleefd en in model-notulen een passage over de raadgevende stem toe te voegen.

Raad van commissarissen

In de praktijk is nu soms al sprake van een raad van toezicht of raad van commissarissen (rvc) bij stichtingen en verenigingen. Dat dit mogelijk is, wordt nu in de wet vastgelegd. In bestaande situaties hoeven de statuten niet onmiddellijk te worden aangepast, maar men dient wel rekening te houden met het nieuwe recht, onder andere de tegenstrijdig belang regeling, die hierna wordt besproken, waarvan er ook een variant voor de rvc is.
Verder gaat als gevolg het voorstel ook voor verenigingen en stichtingen gelden dat het bestuur ten minste een keer per jaar de rvc schriftelijk op de hoogte stelt van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

Aandachtspunt is dat de hoofdregel van hoofdelijke aansprakelijkheid die al voor bestuurders geldt (voor wat betreft onbehoorlijk bestuur) ook voor commissarissen van stichtingen en verenigingen gaat gelden. Dat betekent dat het niet meer om de individuele fouten van de commissaris gaat; als de rvc onjuist heeft gehandeld, is iedere commissaris aansprakelijk, tenzij hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk toezicht af te wenden.

Tegenstrijdig belang bestuurders

In het bv-recht en nv-recht kennen we al enige tijd een tegenstrijdig belang regeling. Deze regeling gaat nu voor alle soorten rechtspersonen gelden.

Voor stichtingen en verenigingen betekent dit dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting/vereniging en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de rvc. Bij ontbreken van een rvc bij een vereniging wordt het besluit genomen door de ledenvergadering, tenzij de statuten anders bepalen. Bij ontbreken van een rvc bij een stichting kan het bestuur een besluit nemen, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Ontslag bestuurder/commissaris stichting

Nieuw is dat de gronden voor ontslag van statutair bestuurders worden uitgebreid en dat de regeling ook voor commissarissen gaat gelden. Volgens het voorstel zijn de gronden voor ontslag:

  • verwaarlozing van de taak;
  • gewichtige redenen;
  • ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld;
  • het niet of niet behoorlijk voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter om inlichtingen aan het openbaar ministerie te verschaffen.

De 2e en 3e grond zijn nieuw.

Een door de rechtbank ontslagen bestuurder of commissaris kan gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder of commissaris van een stichting worden. Het openbaar ministerie en belanghebbenden kunnen beroep doen op deze mogelijkheid.

Faillissementsaansprakelijkheid

Er gaat bij faillissement van een stichting en vereniging (net als in het bv- en nv-recht) een vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur gelden als niet is voldaan aan één van de volgende verplichtingen:

  • De verplichting tot het voeren van een behoorlijke boekhouding.
  • Het tijdig de jaarlijkse balans en de staat van baten en lasten opmaken en op papier stellen.
  • Voldoen aan de publicatieplicht van artikel 2:394 BW, die alleen geldt voor verenigingen en stichtingen met een onderneming of die bank of elektronischgeldinstelling zijn.

Een dergelijk vermoeden betekent dat het voor bestuurders moeilijk wordt om onder aansprakelijkheid uit te komen. Een dergelijke aansprakelijkheidsregeling bestaat op dit moment al voor bv’s en nv’s.

Er is een uitzondering: het vermoeden geldt niet voor onbezoldigde bestuurders van een vereniging of stichting die niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen en voor onbezoldigde bestuurders van een vereniging waarvan de statuten niet in een notariële akte is opgenomen.

Overigens betekent dit niet dat onbezoldigde bestuurders nooit aansprakelijk zijn. Ook voor hen geldt dat als onbehoorlijk bestuur door een wederpartij wordt bewezen, ieder van hen in beginsel hoofdelijk aansprakelijk is.

Nieuw voor stichtingen en verenigingen is dat in het artikel over faillissementsaansprakelijkheid ook bij die rechtspersonen de beleidsbepaler wordt geïntroduceerd. Hoe dat begrip in de praktijk zal worden uitgelegd, moet nog worden afgewacht.

Overige wijzigingen

Er zijn nog diverse andere wijzigingen. Zo maakt het voorstel een ‘one-tier’ bestuurssysteem (toezichthoudende en uitvoerende bestuurders) mogelijk bij de stichting en vereniging. Het statutair regelen van belet en ontstentenis wordt verplicht.

Slotopmerkingen

De nieuwe regels hebben de nodige gevolgen voor bestuurders en commissarissen bij stichtingen en verenigingen. Het risico op aansprakelijkheid neemt toe. Het onderstreept dat het belangrijk is dat bestuurders en toezichthouders zich verdiepen in hun juridische positie en in de vraag of zij in staat zijn hun rol goed te vervullen.

Naar verwachting zal dit voorstel snel door het parlement behandeld worden; mogelijk treedt het al op 1 januari 2017 in werking. Stichtingen en verenigingen doen er daarom goed aan rekening te houden met de wijzigingen.

In dit artikel konden niet alle details van de voorgestelde regelgeving worden besproken. Neem voor advies contact op met de ondernemingsrechtspecialisten van Pellicaan Advocaten, die kunnen adviseren over aanpassing van de statuten, overeenkomsten met bestuurders en commissarissen, aansprakelijkheidspreventie en veel meer.

Meer informatie:

  • Dit artikel kan ook als pdf-bestand gedownload worden.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht, Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarstukken en financiële verantwoording, One-tier/two-tier systeem, Ontslag bestuurders, Stichting, Tegenstrijdig belang bestuurder en toezichthouder, Vereniging. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s