Uitkeringen en het nieuwe bv-recht in de rechtspraak / Rechtbank Rotterdam 6 januari 2016

Zo langzamerhand zullen er steeds meer rechterlijke uitspraken komen waarin het nieuwe flex-bv recht rondom uitkeringen een rol speelt.
In de zaak die werd voorgelegd aan de Rechtbank Rotterdam nam de algemene vergadering van een besloten vennootschap een besluit tot uitkering van dividend vóór de inwerkingtreding van het nieuwe recht (1 oktober 2012) maar vonden de betalingen deels na 1 oktober 2012 plaats. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe regels inzake uitkeringen niet van toepassing waren (Balvert is de eisende partij):

4.10. De leden 3 en 6 van artikel 2:216 BW waarop Balvert zich beroept, waren nog niet in die vorm van kracht ten tijde van het dividendbesluit waaraan Balvert refereert. Het artikel heeft per 1 oktober 2012 een belangrijke wijziging ondergaan. Het relevante dividendbesluit dateert echter van 12 juli 2012. Dat de uit de toekenning van het dividend voortvloeiende vordering/schuld destijds is verwerkt in de rekening courant en dat in belangrijke mate pas later betalingen aan de aandeelhoudster hebben plaatsgevonden – naarmate het beschikbare werkkapitaal dat toeliet – doet daar niet aan af. Dat brengt niet mee dat de vanaf 1 oktober 2012 in werking tredende wetgeving alsnog van toepassing werd op het genomen dividendbesluit. Lid 3 van het sedert 1 oktober 2012 van toepassing zijnde artikel 2:216 BW heeft bovendien betrekking op aansprakelijkheid jegens de vennootschap, niet op aansprakelijkheid jegens een individuele schuldeiser. Een individuele schuldeiser kan zich daar niet rechtstreeks op beroepen.

Vervolgens beoordeelde de rechtbank de uitkering aan de hand van de wel geldende regels, waarbij ook werd nagegaan of sprake zou kunnen zijn van onrechtmatige daad:

4.13. Het (verlenen van medewerking aan het) doen van een zeer substantiële dividenduitkering kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn jegens een nadien onbetaald gebleven schuldeiser van de vennootschap. Dat daarvan in dit geval sprake was, kan uit de stellingen van Balvert echter niet worden afgeleid. (…)

De rechtbank bespreekt de beschikbare informatie en komt tot de conclusie dat ook dat standpunt van de eisende partij niet kan worden gehonoreerd.

Meer informatie

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Uitkeringen (o.a. dividend). Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s