Bestuursverbod en bonusbeperking in het financiële recht | advies Raad van State inzake de Implementatiewet richtlijn kapitaalvereisten

In toenemende mate wordt via bestuursrechtelijke weg ingegrepen in privaatrechtelijke verhoudingen. Die ontwikkeling is met name in het financiële (toezicht)recht zichtbaar en heeft ook consequenties voor het rechtspersonenrecht.

De Raad van State heeft advies uitgebracht over het voorstel Implementatiewet richtlijn kapitaalvereisten. Over de voorgestelde mogelijkheid voor de toezichthouder (veelal DNB) om personen te verbieden een functie uit te oefenen is de Raad kritisch. Ook levert de Raad kritiek op het voornemen in te grijpen in bestaande contractsverhoudingen.

Onderstaand passages over deze onderwerpen uit de samenvatting van de Raad van State:

Tijdelijk verbod

Het wetsvoorstel introduceert een bevoegdheid voor de toezichthouder (veelal de Nederlandsche Bank) om aan personen werkzaam bij een bank of beleggingsonderneming een tijdelijk verbod op te leggen. Hiermee kan de toezichthouder personen verbieden om functies uit te oefenen bij banken, beleggingsondernemingen of ondernemingen binnen een groep waarvan de banken of beleggingsondernemingen deel uitmaken. Een beroepsverbod is mogelijk als de bank of beleggingsonderneming een overtreding heeft begaan die is gerangschikt in de zwaarste boetecategorie. Zo’n tijdelijk verbod kan worden opgelegd aan personen die de overtreding hebben begaan, daarvoor opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

De facto beroepsverbod
De Afdeling advisering wijst er op dat de werkingssfeer van het tijdelijk verbod ruim is. De mogelijkheid om zo’n verbod op te leggen is namelijk niet beperkt tot de actuele functie van de betrokken persoon, maar kan zich uitstrekken tot andere functies binnen de financiële sector. Om te voorkomen dat het verbod wordt omzeild door een functie te bekleden binnen een onderneming die aan de betreffende bank of beleggingsonderneming is verbonden, geldt het verbod ook voor de andere ondernemingen binnen de groep waarvan de betrokken bank of beleggingsonderneming deel van uitmaakt. Daarmee kan zo’n verbod zeer ingrijpend zijn en de facto neerkomen op een beroepsverbod voor de betrokkene. Verder is de maximale duur van de sanctie wettelijk niet bepaald, aangezien de toezichthouder immers besluit over de duur van de schorsing.

Proportioneel
De Afdeling advisering merkt op dat voor elke sanctie geldt dat zij proportioneel moet zijn in het licht van de aard en de ernst van het feit waarvoor zij wordt opgelegd. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. In dit licht is de Afdeling advisering van oordeel dat het beroepsverbod onvoldoende waarborgt dat deze, gelet op de ruime werkingssfeer, evenredig is. De Afdeling advisering is van mening dat in de wet waarborgen, zoals bijvoorbeeld de maximale duur van het verbod, moeten worden opgenomen om te verzekeren dat een opgelegde sanctie proportioneel is aan de overtreding waarvoor deze wordt opgelegd.

Beperking bonus

In het wetsvoorstel wordt een plafond ingesteld voor de variabele beloning (bonus) voor bepaalde categorieën werknemers van financiële ondernemingen. Het betreft medewerkers van wie de werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden. Het variabele deel van de beloning mag op jaarbasis maximaal 100% van het vaste deel van de beloning bedragen. Voor aandeelhouders, bestuurders of leden van de onderneming geldt dat de bonus maximaal 200% van het vaste deel van de totale beloning op jaarbasis mag bedragen.
De Afdeling advisering stelt vast dat hiermee de contractsvrijheid tussen de betrokken werknemers en de ondernemingen waarbij zij in dienst zijn wordt beperkt. Zij wijst er op dat bestaande aanspraken en rechtsposities in beginsel vallen onder de bescherming van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Wil een inmenging in eigendomsrechten rechtmatig zijn, dan moet voldaan worden aan bepaalde voorwaarden. Zo moet de inmenging een wettelijke basis hebben, een legitiem doel dienen dat past in het kader van het algemeen belang en bovendien proportioneel zijn. In de richtlijn wordt geen herkenbare afweging op dit punt gemaakt. Het ligt naar het oordeel van de Afdeling advisering daarom in de rede dat het kabinet die afweging in dit wetsvoorstel, waarmee de richtlijn wordt geïmplementeerd, maakt.

Meer informatie

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Beloning bestuurders en toezichthouders, Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s