Evaluatie Wet controle op rechtspersonen | november 2014

Onlangs heeft de minister van veiligheid een brief en een verslag aan de tweede kamer gestuurd waarin vragen worden beantwoord over de ICT rondom de Wet controle op rechtspersonen (“Wcr”), zo wordt in het verslag gezegd dat de kosten voor de ontwikkeling van RADAR hoger zijn uitgevallen dan aanvankelijk was voorzien. In het verslag zijn ook een aantal andere vragen over het functioneren van de Wcr beantwoord. Het verslag begint met een samenvatting van het doel van de wet:

De Wet controle op rechtspersonen is erop gericht misbruik van rechtspersonen te voorkomen en te bestrijden. Dit doel wordt nagestreefd door middel van doorlopend toezicht op rechtspersonen. Hierbij werken partijen (informatieleveranciers en afnemers) samen in een netwerk. Binnen deze samenwerking vervult Justis een centrale rol. Met ondersteuning van het ICT-systeem RADAR stelt Justis, op basis van verschillende informatiebronnen, risicomeldingen en netwerktekeningen op die de afnemers (handhavende- en opsporende instanties) ondersteunen in de uitvoering van hun taken. Het is aan deze instanties om te beoordelen of en wanneer interventie nodig is en om vervolgacties in te stellen.

In antwoord op een vraag over de relatie tussen de Wcr en de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) schrijft de minister:

De Wcr is opgesteld om met het verstrekken van risicomeldingen fraude en misbruik van rechtspersonen tegen te gaan. De wet Bibob is opgesteld om te voorkomen dat het openbaar bestuur ongewild georganiseerde misdaad faciliteert met vergunningen, subsidies, aanbestedingen en vastgoedtransacties. Beide instrumenten versterken elkaar door screening van rechtspersonen. Daar waar het toezicht op rechtspersonen doorlopend wordt uitgevoerd, vindt controle op grond van de wet Bibob aan de voorkant plaats, dat wil zeggen op de beoordeling voorafgaand aan het verstrekken van subsidies, vergunningen of het aanbesteden of aangaan van transacties. Raakvlak bestaat tussen de twee toepassingsgebieden, bijvoorbeeld wanneer malafide ondernemers door middel van een rechtspersoon fraude plegen of vergunningen of onterechte subsidies aanvragen. Vanwege dit raakvlak is het op grond van artikel 6, onderdeel g, van het Besluit controle op rechtspersonen voor het Landelijk Bureau Bibob (LBB) mogelijk om informatie op te vragen uit de registratie van het toezicht op rechtspersonen. Zo verzoekt het LBB met enige regelmaat netwerktekeningen. Het LBB is niet opgenomen in de lijst met instanties die een risicomelding (op verzoek) mogen ontvangen. Het LBB beschikt over een eigen registratie met voor haar taak relevante gegevens en kan daarnaast ook gerichte informatie opvragen.

Over de toekomst schrijft de minister het navolgende, waarbij ook het overheidsregister van aandeelhouders en het register van bestuursverboden aan bod komen:

De leden van de VVD vragen of de risicoprofielen zijn aangepast, welke tendensen in misbruik zijn te onderscheiden en of daar nog aanvullende wet- en regelgeving voor nodig is.
Bij het proces dat leidt tot een risicomelding wordt voor zowel de automatische als handmatige analyse gebruik gemaakt van risicoprofielen. De profielen kunnen verfijnd en aangepast worden. Dit is van belang om te kunnen inspelen op veranderende vormen van misbruik. Met de afnemers vindt overleg plaats over de verfijning en verbetering van de profielen, zodat deze steeds beter aansluiten op hetgeen nodig is voor de afnemers om misbruik van rechtspersonen tegen te gaan.
In de beginperiode van het toezicht waren met name faillissementsfraude, hennepteelt en illegale tewerkstelling onderwerp van risicomelding. In de afgelopen periode constateer ik een uitbreiding naar andere vormen van misbruik, waaronder bijvoorbeeld witwassen, belastingfraude en het toepassen van schijnconstructies.
Bij de evaluatie heb ik aangegeven dat ik onderzoek hoe het netwerk en de informatiepositie van Justis verder kan worden versterkt en of de huidige wettelijke kaders de gewenste samenwerking en informatie-uitwisseling tussen netwerkpartijen voldoende faciliteren.
Daarnaast is van belang zeker te stellen dat Justis beschikking kan krijgen over meer bestaande gegevens, die relevant zijn voor het toezicht op rechtspersonen en over toekomstige databronnen zoals het centraal aandeelhoudersregister en het register voor bestuursverboden. Deze gegevens dienen op zodanige wijze beschikbaar te komen dat een digitale en automatische verwerking mogelijk is. Dit is noodzakelijk voor de kwaliteit en snelheid waarmee een risicomelding kan worden opgesteld. (…)

Buitenlandse rechtspersonen
De leden van de SP vragen naar het screenen van buitenlandse rechtspersonen en stromannen.
Het Handelsregister (NHR) bevat naast de registratie van Nederlandse rechtspersonen ook de buitenlandse rechtspersonen die in Nederland een onderneming drijven en natuurlijke personen uit het buitenland die bestuursfuncties bekleden bij Nederlandse rechtspersonen. De inschrijving van deze rechtspersonen en personen in het NHR waarborgt dat deze informatie ook beschikbaar komt voor screening door RADAR. Indien daar aanleiding toe bestaat, worden in de nadere analyse door Justis behalve het NHR ook buitenlandse registers bevraagd, die inzicht kunnen bieden in buitenlandse rechtspersonen en bestuurders.

Frauderende bestuurders
De SP stelt vragen over de screening van fraudeurs of veroordeelde BV-dokters, die zich opnieuw kunnen inschrijven.
Ik heb aangegeven dat het aantal risicomeldingen dat sinds de inwerkingtreding van het toezicht wordt verstrekt, stijgt. De meldingen hebben ook betrekking op screening van notoire fraudeurs. Hieronder bevinden zich met name personen die de Belastingdienst en andere crediteuren al meerdere malen hebben benadeeld, bijvoorbeeld door het «laten ploffen» van B.V.’s. Ook hier geldt dat een melding doorgaans meerdere notoire fraudeurs (inclusief stromannen en katvangers) en rechtspersonen bevat. In het geval van notoire fraudeurs die net een nieuwe B.V. hebben opgericht, is de te ondernemen actie strafrechtelijk van aard indien met de B.V. een strafbaar feit is gepleegd. Als reeds een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de betreffende fraudeur, kan de informatie in een risicomelding worden meegenomen en bijdragen aan de onderbouwing ervan.
Een veroordeling leidt op dit moment niet zonder meer ertoe dat een persoon zich niet meer in kan schrijven in het handelsregister. Het in te voeren instrument van een civielrechtelijk bestuursverbod draagt eraan bij dat bepaalde personen niet meer als bestuurder kunnen aanblijven of als nieuwe bestuurder kunnen worden benoemd. Ook de aanscherping van weigeringsgronden voor de inschrijving in het NHR zal in combinatie met een opgelegd bestuursverbod ertoe leiden dat degene die onder een bestuursverbod valt zich niet als bestuurder kan inschrijven. Justis zal voor het doorlopende toezicht inzage verkrijgen in het toekomstige register voor de opgelegde bestuursverboden.
De leden van de SP stellen de vraag welke ontwikkelingen ik zie voor de toekomst.
In de samenwerking met de ketenpartners richt ik me op het gerichter en sneller bedienen van de afnemers. De komende periode staat derhalve in het teken van de doorontwikkeling van het toezicht waarbij ik mij zal richten op het hanteren van afnemer-specifieke risicoprofielen die doorlopend geactualiseerd en verbeterd kunnen worden en op verdere (automatische) bronontsluiting. Enerzijds betreft dit het optimaal benutten van de beschikbare informatie. Op dit moment heeft RADAR toegang tot de gegevens in vier bronnen voor het geautomatiseerd opsporen van (mogelijk) misbruik: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), NHR van de Kamer van Koophandel, Centraal Insolventieregister en Justitieel documentatiesysteem. Anderzijds zal de informatiebehoefte op basis van kennis en ervaring, die is en wordt opgedaan met het toezicht, ervoor zorgen dat er in toenemende mate behoefte zal ontstaan naar het (geautomatiseerd) ontsluiten van gegevens uit aanvullende bronnen. Tevens wordt ingezet op het verder optimaliseren van de flexibiliteit van het systeem, waarmee de mogelijkheden tot snelle wijziging van de risicoprofielen aan de hand van actualiteiten en tendensen in het misbruik verder worden ingevuld. Hiermee kan het aantal en de kwaliteit van de meldingen aan afnemers geborgd worden. (…)

De vraag van de VVD is op welke wijze de informatiepositie van Justis wordt versterkt bij de instelling van het centraal aandeelhoudersregister en de uitwerking van bestuursverboden. Justis wordt geautoriseerd om inzage te krijgen in informatie in het centraal aandeelhoudersregister. Justis krijgt ook toegang tot de informatie aan wie een bestuursverbod is opgelegd. Beide bronnen stellen Justis als gebruiker in staat om over meer, actuele informatie te beschikken die relevant is voor het continue toezicht op rechtspersonen.

De leden van de PVV vragen wat er wordt gedaan met de aanbeveling om het netwerk te versterken en of dit leidt tot bilateraal overleg met de netwerkpartners.
Justis werkt al met de verschillende ketenpartners in concrete samenwerkingsverbanden aan de verdere afstemming op de uitvoeringspraktijk van de individuele organisatie. Hiervoor wordt op alle niveaus overlegd om enerzijds kennis en kunde te delen, en anderzijds tijd en capaciteit ter beschikking te stellen om aan het toezicht zo effectief mogelijk uitvoering te geven. Zo is het Handhavingsgremium een adviesorgaan waarin alle afnemers zitting hebben en de gezamenlijk handhavings- en opsporingsprioriteiten voor de komende jaren worden besproken en worden afspraken gemaakt over de wijze van screening door Justis. Het handhavingsgremium wordt geadviseerd door het Afnemersoverleg, waarin de tactische en operationele vraagstukken rondom de screening en de samenwerking tussen de ketenpartners wordt behandeld. Dit overleg vormt een aanvulling op de bilaterale overleggen die Justis met haar ketenpartners heeft ingericht.

De leden van de PVV vragen of ik onderzoek doe naar de mogelijkheid om meer organisaties (ook private partijen) als afnemer aan te merken.
Justis beschikt voor de uitvoering van het continue toezicht op rechtspersonen over privacygevoelige informatie, bijvoorbeeld strafrechtelijke antecedenten. Op dit moment vormen de Wet en het Besluit controle op rechtspersonen het wettelijk kader voor de partijen met wie Justis gegevens mag uitwisselen. Dit zijn organisaties belast met publiek toezicht en opsporings- en handhavingstaken. Zoals ik heb aangegeven, is het van primair belang om deze diensten van de juiste meldingen te voorzien. Het ontsluiten van aanvullende gegevens als bron voor RADAR en het aansluitend verstrekken van risicomeldingen aan nieuwe afnemers vergt een inhoudelijke afweging waarbij doelbinding, privacyaspecten en het beginsel van proportionaliteit een rol spelen. Waar het om gaat, is vast te stellen welke informatie nodig is voor welke afnemer. Justis heeft overleg met het notariaat om kennis uit te wisselen hoe misbruik van rechtspersonen voorkomen kan worden. Daarnaast heb ik onder 4.2 toegelicht dat de curator netwerktekeningen van Justis kan gebruiken. Ik voorzie op dit moment geen uitbreiding met andere private afnemers.

De PVV vraagt wanneer een civielrechtelijk bestuursverbod aan het licht komt en of oprichting van nieuwe rechtspersonen ook niet gemakkelijker voorkomen kan worden.
Het effect van het bedoelde bestuursverbod volgt rechtstreeks uit het (onherroepelijk) vonnis, omdat het wetsvoorstel voor het civielrechtelijk bestuursverbod zal voorzien in een wettelijke bepaling dat de benoeming van een persoon met een bestuursverbod van rechtswege nietig zal zijn. De bestuursverboden zullen ook onderdeel vormen van het continue toezicht dat door Justis wordt uitgevoerd. Tevens worden de weigeringsgronden voor de inschrijving in het Handelsregister aangescherpt zodat gedurende het bestuursverbod – de betreffende personen zich niet meer als bestuurder kunnen registreren.

Zie voor de complete tekst het verslag.

Meer informatie

Aanvulling 7 april 2015

Volgens het artikel Meer meldingen dubieuze bestuurders en risicobedrijven (3 april 2015) van FD journalist Siem Eikelenboom zou het systeem inmiddels vruchten afwerpen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Aandeelhoudersregister (landelijk), Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuursverbod, Controle op rechtspersonen, Ondernemersplein, handelsregister en KvK en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s