Internetconsultatie over voorstel voor een Europese richtlijn inzake besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

Over de Europese plannen inzake besloten eenpersoonsvennootschappen is een Nederlandse internetconsultatie gestart. De Europese notarissenorganisatie Raad van Europese notariaten (CNUE) heeft grote kritiek op de voorstellen, zo blijkt uit het bericht op de KNB-site van 10 april jl. [*].

Onderstaand uit de aankondiging op internetconsultatie.nl:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

De Europese Commissie heeft op 9 april 2014 een richtlijnvoorstel gepresenteerd inzake besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Doel van de regeling
Het voorstel strekt ertoe om de oprichting van bedrijven in het buitenland te vereenvoudigen, met name voor het MKB.

Concept regeling
Concept regeling Richtlijnvoorstel eenpersoonsvennootschappen Versie NL | 126 kB

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Ondernemers, rechtspersonen, naamloze en besloten vennootschappen met één aandeelhouder, aandeelhouders.

Verwachte effecten van de regeling
De Europese Commissie verwacht dat het voorstel de uniformiteit van de eisen in de EU verhoogt en daardoor de rechtszekerheid met betrekking tot de vestiging van besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid bevordert. Tevens verwacht de Commissie dat de oprichtings- en bedrijfskosten van eenpersoonsvennootschappen zullen dalen.

Doel van de consultatie
Doel van de consultatie is de standpunten van Nederlandse belanghebbenden over bepaalde onderwerpen in dit richtlijnvoorstel te inventariseren. De inventarisatie zal worden gebruikt om het Nederlandse standpunt voor de onderhandelingen in Brussel nader te bepalen. Wij zijn vooral geïnteresseerd in de verwachte effecten van het richtlijnvoorstel voor de praktijk.

Meer informatie

De voorstellen worden door de Europese Commissie in de Nederlandstalige versie als volgt toegelicht:

Deel 2: Specifieke regels voor de Societas Unius Personae (SUP)

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

De bepalingen in het tweede deel van deze richtlijn gelden voor besloten eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die zijn opgericht als SUP (artikel 6). Op zaken die niet in deze richtlijn zijn geregeld, is het nationale recht van toepassing.

Hoofdstuk 2: Oprichting van een SUP

De richtlijn beperkt de mogelijkheden voor oprichting van een SUP tot de vorming van een geheel nieuwe onderneming (ex nihilo) of de omzetting van een reeds in een andere rechtsvorm bestaande onderneming. Er worden in de richtlijn voorwaarden gesteld aan elk van beide methoden (artikelen 8 en 9), terwijl het oprichtingsproces van een SUP ook onderhevig is aan nationale regels voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Een SUP kan ex nihilo worden opgericht door elke natuurlijke of rechtspersoon, ook als laatstgenoemde een eenpersoonsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid is. De lidstaten dienen SUP’s niet te verhinderen enig vennoot in andere ondernemingen te zijn.

Alleen de in bijlage I genoemde besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid mogen door omzetting een SUP vormen. Een onderneming die wordt omgezet in een SUP behoudt haar rechtspersoonlijkheid. Ten aanzien van de omzettingsprocedures verwijst de richtlijn naar het nationale recht.

Op grond van deze richtlijn moet een SUP haar statutaire zetel en ofwel haar hoofdbestuur ofwel haar hoofdvestiging in de EU hebben (artikel 10).

Hoofdstuk 3: Statuten

De richtlijn voorziet in het standaardmodel voor de statuten, waarvan het gebruik verplicht is in geval van online-inschrijving. Verder wordt de minimale inhoud van het formulier bepaald, zoals die moet worden opgenomen in de door de Commissie vast te stellen uitvoeringshandeling (artikel 11).

De statuten kunnen na inschrijving worden gewijzigd, maar wijzigingen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de richtlijn en het nationale recht (artikel 12).

Hoofdstuk 4: Inschrijving van een SUP

De bepalingen ten aanzien van de inschrijvingsprocedure vormen het hoofdonderdeel van deze richtlijn omdat deze een kritieke rol spelen bij de vereenvoudiging van de oprichting van dochterondernemingen in andere EU-landen dan het land van oorsprong van de onderneming. De richtlijn schrijft voor dat de lidstaten een inschrijvingsprocedure openstellen die volledig elektronisch en op afstand kan worden voltooid zonder dat de fysieke aanwezigheid van de oprichter bij de instanties van de lidstaat van inschrijving vereist is. Alle communicatie tussen de voor inschrijving verantwoordelijke instantie en de oprichter moet derhalve ook elektronisch kunnen worden gevoerd. Om de snelle oprichting van ondernemingen mogelijk te maken, dient de inschrijving van de SUP binnen drie werkdagen te zijn voltooid (artikel 14).

Verder bevat de richtlijn een uitputtende lijst van documenten en details die de lidstaten voor de inschrijving van een SUP verplicht mogen stellen. Na inschrijving mag de SUP de documenten en details wijzigen overeenkomstig de in het nationale recht voorziene procedure (artikel 13).

Hoofdstuk 5: Eén aandeel

Aangezien een SUP slechts één aandeelhouder heeft, mag zij slechts één aandeel uitgeven dat niet kan worden gesplitst (artikel 15).

Hoofdstuk 6: Aandelenkapitaal

De richtlijn schrijft voor dat het aandelenkapitaal ten minste 1 EUR bedraagt, of ten minste één eenheid van de nationale munt in een lidstaat waar deze niet de euro is. De lidstaten mogen geen maximum aan de waarde van het enige aandeel of het gestort kapitaal stellen en mogen een SUP niet verplichten wettelijke reserves op te bouwen. De richtlijn staat wel toe dat SUP’s vrijwillige reserves opbouwen (artikel 16).

De richtlijn bevat ook regels ten aanzien van de uitkeringen (zoals dividenden) aan de aandeelhouder van de SUP. Een uitkering kan plaatsvinden als de SUP een balanstoets doorstaat waaruit blijkt dat de resterende activa van de SUP na de uitkering toereikend zullen zijn om aan haar verplichtingen te voldoen. Bovendien moet de directie voordat een uitkering wordt gedaan een solvabiliteitsverklaring verstrekken aan de aandeelhouder. De opname van beide vereisten in de richtlijn waarborgt een hoge mate van bescherming voor crediteuren, wat ertoe moet bijdragen dat de aanduiding ‘SUP’ een goede reputatie krijgt (artikel 18).

Hoofdstuk 7: Structuur en operationele procedures van een SUP

De richtlijn bestrijkt de besluitvormingsbevoegdheden van de enige vennoot, de werking van de directie en de vertegenwoordiging van de SUP met betrekking tot derden (artikel 21). Teneinde grensoverschrijdende activiteiten van kleine en middelgrote ondernemingen en andere ondernemingen te bevorderen, verleent de richtlijn de enige vennoot het recht om besluiten te nemen zonder dat een algemene aandeelhoudersvergadering wordt gehouden. Ook wordt daartoe een overzicht gegeven van de onderwerpen waarover de enige vennoot moet beslissen. De enige vennoot moet andere besluiten kunnen nemen dan die welke in de richtlijn worden vermeld, waaronder het besluit tot delegatie van zijn bevoegdheden aan de directie indien het nationale recht dat toestaat.

Alleen natuurlijke personen kunnen directeur van een SUP worden, tenzij de wetgeving van de lidstaat van inschrijving dit ook mogelijk maakt voor rechtspersonen. De richtlijn bevat ook bepalingen over de benoeming en het ontslag van directeuren. De directeuren zijn verantwoordelijk voor het beheer van de SUP en vertegenwoordigen de SUP ook bij haar contacten met derden. Verwacht wordt dat de SUP een aantrekkelijk model kan zijn voor groepen ondernemingen en daarom voorziet de richtlijn in de mogelijkheid dat de enige vennoot aanwijzingen geeft aan de directie. Deze aanwijzingen moeten echter in overeenstemming zijn met het nationale recht ter bescherming van de belangen van derden (artikel 22).

De SUP kan worden omgezet in een andere nationale rechtsvorm. Indien niet langer aan de vereisten van deze richtlijn wordt voldaan, moet de SUP worden omgezet in een andere vennootschapsrechtsvorm of worden ontbonden. Indien dit niet gebeurt, moeten de nationale instanties de bevoegdheid hebben om de onderneming te ontbinden (artikel 25).

Deel 3: Slotbepalingen

De richtlijn schrijft voor dat de lidstaten passende sancties instellen voor inbreuken op de richtlijn, op het nationale recht of op de statuten (artikel 28). Ook verleent zij de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Om de lijst van vennootschapsrechtsvormen in de lidstaten actueel te houden, zal de Commissie waar nodig een wijziging van bijlage I voorstellen door middel van een gedelegeerde handeling, waarvoor een wijziging van de richtlijn en het doorlopen van de wetgevingsprocedure niet zijn vereist (artikel 1, lid 2). Ook wordt voorgesteld de bevoegdheid aan de Commissie te delegeren om twee uitvoeringshandelingen vast te stellen – ten aanzien van het standaardinschrijvingsformulier en het model voor de statuten (artikel 11, lid 3, en artikel 13, lid 2). De formulieren in de uitvoeringshandelingen zouden eenvoudiger kunnen worden aangepast aan veranderingen in de bedrijfsomgeving dan formulieren die worden vastgesteld via de gewone wetgevingsprocedure. Bij het opstellen van de formulieren wordt de Commissie bijgestaan door het Comité voor het Vennootschapsrecht.

[*] Bericht op de KNB-site:

KNB: EC moet plan voor Europese eenpersoonsvennootschap herzien
10 april 2014

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) vindt dat de Europese Commissie (EC) haar plan voor een Europese eenpersoonsvennootschap grondig moet herzien. De Raad van Europese notariaten (CNUE) vindt dat ook.
De EC heeft een paar jaar geleden een voorstel voor een Europese eenpersoonsvennootschap voorgelegd aan het Europees Parlement. Als gevolg van de kritiek hierop heeft de EC dit moeten intrekken. Op 9 april heeft de Commissie een nieuw, vergelijkbaar, voorstel gepubliceerd. Volgens dit voorstel kan men zonder notaris achter zijn eigen computer een eenpersoonsvennootschap oprichten en laten inschrijven bij het handelsregister.
De KNB vindt net als de CNUE dat het voorstel niet strookt met het eveneens Europese en internationale streven witwassen tegen te gaan. Want met dit voorstel is er bijvoorbeeld geen goede identiteitscontrole. Het verzwakt bovendien de betrouwbaarheid van handelsregisters, wat ten slotte de economie zal schaden.
De Nederlandse vertegenwoordigers binnen de CNUE wijzen er steeds op dat het niet zinvol is te proberen het voorstel zonder meer te torpederen, maar dat een alternatief moet worden gepresenteerd, zoals bijvoorbeeld de flex-bv. Binnen de Werkgroep Vennootschapsrecht van de CNUE wordt op dit moment een door Nederland ingebracht alternatief uitgewerkt.

Zie ook:

Nog meer informatie van de Europese Commissie:

Advertisements

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Eenpersoonsvennootschap, Europa en het rechtspersonenrecht, Europese rechtsvormen, Flexibilisering bv-recht en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s