Nalevingsonderzoek M/V-verplichting in de Wet bestuur & toezicht

Onlangs is op initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek gestart naar de naleving van de M/V-verplichting op grond van de Wet bestuur & toezicht. Dit betreft het streven naar een deelname van ten minstie 30% vrouwen resp. mannen aan de besturen en raden van commissarissen van grote rechtspersonen [*]. Een commissie, de Commissie Monitoring talent naar de top, voert het onderzoek uit.

Doelgroep

De commissie heeft een groot aantal vennootschappen aangeschreven. Uit de praktijk bereiken mij berichten dat ook vennootschappen worden aangeschreven die niet tot de doelgroep van de wet behoren. Zo is een vennootschap aangeschreven die niet voldoet aan het criterium dat bij de vennootschap ten minste 250 werknemers werkzaam zijn. Binnen dezelfde groep zijn vennootschappen die wel aan dat criterium voldoen niet aangeschreven. Wellicht dat de commissie naar de geconsolideerde gegevens heeft gekeken. Voor beoordeling van de toepasselijkheid zijn echter de gegevens uit de ‘gewone’ jaarrekening relevant.

Als de commissie niet alle vennootschappen heeft aangeschreven die voldoen aan de criteria, dan vrees ik dat het onderzoek een onvolledig beeld zal gaan geven.

Toepasselijkheid in 2012

De wet is op 1 januari 2013 in werking getreden. Desondanks stelt de commissie de vraag: “Is de bepaling m.b.t. een evenwichtige (30%) vertegenwoordiging van mannen en vrouwen uit de Wet bestuur en toezicht van toepassing op uw organisatie? 2012 ja/nee, 2013 ja/nee“.  Als het 2012 betreft, horen alle deelnemers aan het onderzoek “nee” te antwoorden, want in dat jaar gold de wet nog niet.

Wellicht dat de commissie wilde vragen of de vennootschap op twee opeenvolgende balansdata aan de criteria heeft voldaan, zoals de toepasselijke wetsbepaling (artikel 2:276 lid 1 juncto artikel 2:397 lid 1 BW) eist. Maar dat staat er niet.

Tot slot

Bevordering van participatie van vrouwen en mannen aan besturen en raden van commissarissen van grote vennootschappen is een goede zaak. Het is nuttig dat de commissie onderzoek instelt, wellicht dat de ontbrekende leden uit de doelgroep nog kunnen worden aangeschreven.

[*] Groot in de zin van het jaarrekeningenrecht. Zie hierna het relevante artikel uit boek 2 BW.

Afdeling 7. Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen

Artikel 276

1. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.
2. In een vennootschap, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over vrouwen en mannen bij:
a. het benoemen en het voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 242 lid 1, 243 en 272;
b. het opstellen van een profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen 252 lid 1 tot en met 3, 268 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 269;
c. het opstellen van een profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende bestuurders als bedoeld in artikel 274a lid 1 en 2.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in:
a. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1; of
b. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.

Artikel 397 lid 1 bevat de criteria die, als er aan wordt voldaan, tot gevolg heeft dat een vennootschap niet “groot” is volgens het jaarrekeningenrecht. Lid 1 luidt:

Behoudens artikel 396 gelden de leden 3 tot en met 7 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 17.500.000;
b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 35.000.000;
c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.

Meer informatie

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s