Is het strafrecht de oplossing bij faillissementsfraude? Doe mee aan de internetconsultatie inzake strafbaarstelling van faillissementsfraude!

Inmiddels is de internetconsultatie inzake strafbaarstelling van faillissementsfraude bekend gemaakt en verschijnen naar aanleiding van de aankondiging door de Minister van Veiligheid de nodige artikelen, onder andere dit artikel van Leon Willems in het FD.

Opvallend aan de berichten over het consultatievoorstel inzake de nieuwe regels in het strafrecht, is dat de civielrechtelijke en faillissementsrechtelijke aanpak van fraude buiten beeld blijft. In het persbericht spreekt de Minister over:

Een ander belangrijk onderdeel van het voorstel is de verbetering van de mogelijkheden om frauduleus handelen vóór intreding van het faillissement aan te pakken. De bestaande strafbaarstellingen van faillissementsfraude worden met het oog hierop aangescherpt. Het gaat onder andere om de aanpak van bestuurders die allerlei buitensporige uitgaven hebben gedaan vóór het faillissement. Of om personen die de activa uit een BV trekken en overzetten naar een andere BV, en de eerste BV vervolgens moedwillig failliet laten gaan, waardoor schuldeisers achter het net vissen.

De Minister geeft niet aan dat er ter bestrijding van dit soort zaken al heel veel regelgeving is.

Beleidsbepaler / feitelijk leidinggevende / degene die opdracht heeft gegeven

Zorgelijk aan het voorstel is dat er aan de hele reeks van varianten op het gebied van bestuurders en leidinggevenden bij ondernemingen een nieuwe variant wordt toegevoegd. Zie over de beleidsbepalers en andere leidinggevenden in het Nederlandse recht mijn artikel “De ene beleidsbepaler is de andere niet”. Aan dit gamma wordt een nieuw fenomeen in het strafrecht toegevoegd door middel van het nieuwe artikel 84a:

Artikel 84a
1. Onder bestuurder van een rechtspersoon worden mede begrepen zij die feitelijk optreden als bestuurder van een rechtspersoon.
2. Onder bestuurder van een rechtspersoon worden voor de toepassing van titel XXVI van het Tweede Boek tevens begrepen bestuurders van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen.

De formulering wijkt af van de begrippen in boek 2 Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet, terwijl het voor de hand ligt om degenen die civiel- en insolventierechtelijk over de schreef gaan aan te pakken.

Pauliana in het strafrecht

Datzelfde geldt voor de strafbaarstelling van paulianeuze handelingen. Ook daar worden volledig eigen begrippen geïntroduceerd.

In het consultatievoorstel wordt onder meer gesproken over degene die “voor de intreding van het faillissement buitensporige uitgaven heeft gedaan, ten gevolge waarvan een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld“. In voorstellen voor de nieuwe tekst artikelen 340 tot en met 344 worden teksten gebruikt die afwijken van de pauliana artikelen in het civiele recht.

Waarom geen verbetering instrumentarium in het civiele recht en insolventierecht

Ik heb nog geen gelegenheid gehad voor diepgaande bestudering, maar als de strafrechtbepalingen ruimer zouden zijn dan de civiel- en insolventierechtelijke bepalingen, kan dat er toe leiden dat er civiel- en insolventierechtelijk geen verhaal mogelijk is op een “dader” terwijl hij wel strafrechtelijk kan worden aangepakt. Dat lijkt me ongewenst en ik vraag me af waarom het instrumentarium in het civiele en insolventierecht niet wordt verbeterd.

Dus: doe vooral mee aan de internetconsultatie over dit belangrijke voorstel!

Aanvulling 26 juli 2013
Zie naar aanleiding van de consultatie ook “Hogere straf mogelijk voor failliete consument” (ND). Voorts verscheen in het Tijdschrift voor Sanctierecht & Compliance nr. 2/3 juni 2013 een artikel “Opwaardering van het strafrecht: naar nieuw geloof in strafrechtelijke handhaving bij financieel-economische criminaliteit?” door A.R. Hartmann en R.P.A. Kraaijeveld.

Aanvulling 7 augustus 2013
Ook interessant is het artikel van Mark Jansen onder de titel “Onvoorzichtige cloudgebruiker straks de gevangenis in?” Daarin constateert hij dat de ondernemer, voor wie de administratie onbereikbaar is, omdat deze zich in “de cloud” bevindt, al snel tegen strafbaarheid kan oplopen, omdat voor het delict (schending van de administratieplicht) volgens het geen opzet vereist is. Het enkele niet voldoen aan de wettelijke administratie- en bewaarplicht is straks dus strafbaar (als dit wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen).
Zie ook het artikel bij BNR, ‘Wetsvoorstel faillissementsfraude weinig indrukwekkend’, door Harmen Simon Teunis (24 juli 2013).

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestrijding misbruik rechtspersonen, insolventierecht, Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarstukken en financiële verantwoording en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s