Geen nieuwe jaarrekening bij afwijkend dividendbesluit

Wat publicitaire activiteit is Anton Dieleman nauwelijks bij te benen. Alweer heeft hij een artikel over het nieuwe bv-recht geschreven. Het is een vervolg op het artikel dat ik al eerder op deze site aankondigde. De intro van het artikel in AccountancyNieuws van vandaag luidt:

Het vaststellen van de jaarrekening door de algemene vergadering (van aandeelhouders) heeft door de flex-BV-bepalingen een nieuwe dimensie gekregen. De algemene vergadering kan namelijk besluiten om bij de daadwerkelijke dividenduitkering af te wijken van het in de jaarrekening opgenomen dividendvoorstel (en moet dat soms doen als gevolg van de nieuwe wettelijke bepalingen). Dat roept de vraag op hoe er in die situatie met de opgemaakte jaarrekening moet worden omgegaan; met name als het dividendbesluit wordt genomen in dezelfde algemene vergadering waarin ook de jaarrekening wordt vastgesteld.

Het complete artikel kan in pdf-vorm worden geraadpleegd.

Aanvulling 4 juni 2013

Naar aanleiding van het artikel van Anton las ik de NBA Alert over accountant en flex-bv nog eens door. In de alert ontdekte ik de onderstaande opmerkelijke passage (pagina 8):

B – De periode tussen opmaken jaarrekening en vaststellen jaarrekening
Met betrekking tot de periode tussen het opmaken van de jaarrekening (i.c. datum van de controleverklaring) en het vaststellen van de jaarrekening heeft de accountant geen verplichting enige (actieve) controlewerkzaamheden uit te voeren met betrekking tot de jaarrekening en de uitkeringstoets. Echter, wanneer feiten bekend worden die, wanneer deze bij de accountant bekend waren geweest op de datum van de controleverklaring, tot een wijziging van de verklaring zouden kunnen hebben geleid, handelt de accountant naar hetgeen in Standaard 560 alinea 10 is beschreven. Hij bespreekt de aan gelegenheid met het bestuur en bepaalt of het noodzakelijk is om te verzoeken de financiële overzichten te wijzigen.
Wanneer de algemene vergadering besluit om het in de jaarrekening verwerkte voorstel tot uitkering te wijzigen, maakt het bestuur de jaarrekening opnieuw op en legt deze ter vaststelling voor. De accountant verricht in dat geval aanvullende controlewerkzaamheden met betrekking tot de gewijzigde jaarrekening.

Merkwaardig is dat wijziging van het in de jaarrekening verwerkte uitkeringsvoorstel er altijd toe zou moeten leiden dat de jaarrekening opnieuw wordt “opgemaakt” door de directie en vervolgens “vastgesteld” door de algemene vergadering. Voor deze gedachte is geen grondslag in boek 2 BW te vinden, zeker niet als er geen accountantsverklaring nodig is. Wat de “aanvullende controlewerkzaamheden” in zouden moeten houden, zeker als de vergadering een lager dividend vaststelt, wordt ook niet duidelijk.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Accountant en ondernemingsrecht, Flexibilisering bv-recht, Jaarstukken en financiële verantwoording, Uitkeringen (o.a. dividend) en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s