“Ondernemingsrecht in tijden van crisis”, aantekeningen naar aanleiding van het tweejaarlijkse ondernemingsrechtcongres van het IVO Instituut van de RUG en Erasmus (door Bernadette van Leeuwen)

Op 9 en 10 november j.l. werd het tweejaarlijkse ondernemingsrechtcongres van het IVO Instituut van de RUG en Erasmus gehouden, in Groningen. Met circa  400 aanwezigen was de opkomst als vanouds.

Het thema was “Ondernemingsrecht in tijden van crisis”. De sprekers waren:  Prof. Mr. P. van Schilfgaarde, Prof. Mr. H. Boschma, Prof. Mr. J.B.S. Hijink, Prof.mr. J.W. Winter, prof.mr. J.H.M. Willems, Prof.dr.  J. van Manen RA, mr. A. Croiset van Uchelen, Mw. Mr. C. Lieverse, en prof. Mr. L. Timmerman. Hoewel de sprekers ieder een eigen invulling gaven aan het type crisis dat ze bespraken en de onderwerpen dus een breed terrein bestreken was het congres wederom de moeite waard. De invalshoek van de verschillende sprekers varieerde : juridisch-diep (Boschma, Croiset van Uchelen/juridisch-breed (Willems, Hijink, Timmerman)/grensoverschrijdend (Van Schilfgaarde, Lieverse)/multidisciplinair (Winter, Van Manen). Dus weer veel leuke dingen om over na te denken. Hopelijk verschijnt de bundel met de volledige tekst van de bijdragen dit keer wel snel.

Voor de liefhebber volgt hier een bespreking van de verschillende presentaties tot een paar subjectief gekozen onderwerpen.

Van Schilfgaarde besprak de crisis van vorig jaar in vennootschapsrechtelijk Nederland toen het wetsvoorstel personenvennootschappen werd ingetrokken. Op Aruba daarentegen werd – ondanks de bestuurlijke crisis waarin dat eiland verkeert –  de nieuwe personenvennootschap (bijna een kopie van de Nederlandse regeling) wel ingevoerd.  Hij ging in zijn lezing verder  in op enige aspecten van het nieuwe Boek 2 BW voor Curaçao, die voor Nederlandse ondernemingsrechtjuristen van belang zijn, zoals de vennootschappelijke status van de aandeelhoudersovereenkomst en de hoofdelijke aansprakelijkheid van aandeelhouders.

Prof. Boschma nam als uitgangspunt vennootschappelijke crises en de mate waarin de nieuwe regeling van de flex BV daarvoor remedies biedt. In een goed uitgewerkt betoog besprak zij een aantal situaties waarin de nieuwe regeling van de flex BV nieuwe problemen kan oproepen. Bijvoorbeeld het risico dat de bestuurder geen raadgevende stem heeft in een vergadering van een bijzondere groep van aandeelhouders en het probleem dat de bestuurder van een dochter zich tegenover haar moeder niet meer kan beroepen op/verschuilen achter een minimumkapitaal eis.

Prof. Hijink ging in op samenhang tussen ondernemingsrecht en BW enerzijds en de Wft anderzijds en vond dat deze beter doordacht zou moeten worden.

Prof. Winter gaf een beschouwing over de effectiviteit van governancebepalingen die bedoeld waren als maatregelen om enige oorzaken van de financiële crisis (zoals variabele beloning en het commissarissentoezicht) aan te pakken. Hij legde o.a. aan de hand van de evolutietheorie en organisatiepsychologie uit dat (deze) regels niet werken: het recht is volgens hem maar beperkt  in staat om pervers gedrag tegen te gaan en evenmin om effectief toezicht te bewerkstelligen.

Prof Willems besprak de rol van de Ondernemingskamer bij de verschillende problemen die ondernemingen kunnen tegenkomen. Hij is van mening dat de Ondernemingskamer een goed instrumentarium heeft.

Prof. Van Manen (econoom en lid van de Monitoring Commissie Corporate Governance) ging in op de Governance code zelf en haar effectiviteit in tijden van crisis. Hij is van mening dat de Code niet moet worden “verbouwd” tijdens de crisis. De effecten van de code worden door de Monitoring Commissie bestudeerd en de nieuwste inzichten daarover zullen blijken uit het rapport dat 13 december verschijnt.

Advocaat Croiset van Uchelen meent dat de financiële crisis voor zijn litigation praktijk tot gevolg heeft dat feiten en hun weging meer van belang zijn. Dat was voor hem een reden om in te gaan om de verschillende manieren van verkrijgen van informatie van (potentiële) tegenpartijen. Hij constateert dat er binnen de bodemprocedure weinig manieren zijn om informatie op te eisen, maar dat daar allerlei andere (in zijn woorden: flankerende) procedures voor nodig zijn, zoals een tuchtprocedure, enquête procedure, strafrechtelijke procedure. Dat levert (o.a.) problemen op doordat niet bij elke procedure dezelfde partijen zijn betrokken als in de hoofdzaak en dat de stukken die in een flankerende procedure worden verkregen niet aan een andere partij mogen worden getoond. Ook is de bindende kracht van de uitspraken in de verschillende procedures is uiteenlopend. Kortom,  hij bepleit een gecontroleerde uitbreiding van de exhibitieplicht van art 843 Rv, die immers binnen de bodemprocedure kan worden ingezet. Hij geeft echter niet zijn volmondige steun aan het wetsvoorstel 33079, dat voorziet in aanpassing van art. 843Rv.

De Amsterdamse advocaat op het gebied van het financiële recht, mevrouw Lieverse, ging in op aspecten van toezicht op beleggingsinstellingen. Op dat gebied heeft de crisis voorlopig geleid tot een aantal nieuwe regels die meer eenheid van aanpak van de problemen moeten bewerkstelligen. Zij ging in op regels waarin de EU een nieuwe wetgevingstechniek gebruikt (zoals dynamische verwijzingen) en  regels waarbij het nationale ondernemingsrecht wordt beïnvloed. Er komt bijvoorbeeld een plicht van een beleggingsinstelling jegens de onderneming en de werknemers om zijn voornemens met betrekking tot de onderneming kenbaar te maken. Pure ondernemingsrechtjuristen lijken dus niet meer te kunnen ontkomen aan kennisneming van regels uit het financiële toezichtsrecht.

Prof Timmerman tenslotte ging in op de rechtsvinding in tijden van crisis: naar zijn mening bevat het Nederlandse recht  voldoende  bepalingen waarmee rekening kan worden gehouden met de vaak zeer uiteenlopende gevolgen die de crisis kan nalaten in rechtsverhoudingen (art2:8 lid 2 en art. 6: 258 BW).  In bijvoorbeeld België is geen artikel dat vergelijkbaar is met ons artikel 2:8 lid 2 BW en dat kan de rechter danig dwarszitten. Hij meent dat  rechtseconomische theorieën die te eenzijdig op efficiency sturen  geen redelijke rechterlijke uitspraken kunnen opleveren.

Dit artikel is geschreven door Bernadette van Leeuwen | www.JuristvandeZaak.nl | http://twitter.com/juristvandezaak | Zij adviseert bedrijfsjuridische afdelingen

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht, Flexibilisering bv-recht, Personenvennootschap en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s