Brief vaste commissie voor Veiligheid & Justitie inzake positie van bestuurder die niet aan de eisen van benoeming voldoet (wet bestuur & toezicht)

Inmiddels is de eerder genoemde brief van 25 september jl. van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie op de site van de Eerste Kamer verschenen, inhoud:

De vaste commissie voor Veiligheid & Justitie heeft op 11 september 2012 eindverslag vastgesteld met betrekking tot wetsvoorstel 32 873 (reparatiewet Wet bestuur en toezicht). De commissie stelt het op prijs wanneer het wetsvoorstel tegelijk in werking treedt met wetsvoorstel 31 763 (Wijziging Boek 2 Burgerlijk Wetboek inzake aanpassing regels bestuur en toezicht naamloze en besloten vennootschappen).
De commissie heeft evenwel in (de uitleg van) wetsvoorstel 32 873 een ongerijmdheid geconstateerd, die zij gaarne aan u wil voorleggen met het verzoek hieraan aandacht te geven bij de gezamenlijke evaluatie van de wetsvoorstellen 31 763 en 32 873, die drie jaar na de inwerkingtreding van wetsvoorstel 31 763 is toegezegd.
De ongerijmdheid betreft het volgende. Tijdens het wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer op 25 juni 2012 is gesproken over de status van de bestuurder waarvan op enig moment blijkt dat hij niet (meer) aan de wettelijke eisen voor benoeming voldoet. Toen heeft u aangegeven dat de benoeming van de bestuurder in een dergelijk geval nietig is, doch dat zulks niet geldt voor het besluit waaraan hij meewerkte. Tevens gaf u aan dat voor de nietig benoemde bestuurder de bestuurdersaansprakelijkheid volgens artikel 2:248 BW niet geldt. Deze bestuurder zou wel op grond van artikel 6:162 BW kunnen worden aangesproken.
Nu bepaalt artikel 2:248 lid 7 BW dat voor de toepassing van artikel 2:248 BW met een bestuurder gelijk wordt gesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, “als ware hij bestuurder”. De commissie acht het voor de hand liggend om “deelneming aan de besluitvorming” ook te zien als medebepaling van het beleid wanneer een bestuurder, wiens benoeming nietig is, bij de besluitvorming zijn stem heeft uitgebracht. Vanwege de gelijkstelling ex artikel 2:248 lid 7 BW kan de nietig benoemde bestuurder door deelname aan de besluitvorming dan wel aansprakelijk worden gehouden op grond van artikel 2:248 BW. De leden van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie doen u de suggestie in het kader van de voorziene evaluatie hieromtrent een duidelijke en concludente regeling te treffen. Zij zien met belangstelling – en bij voorkeur binnen zes weken – uit naar uw antwoord.

Vindplaats: http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20120925/brief_aan_de_minister_van_2/document3/f=/vj39mn59hkd0.pdf

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht, Parlementaire geschiedenis bestuur & toezicht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s