Kritische vragen van kamerleden over de berichtenbox voor ondernemers

Een nieuw fenomeen aan het ondernemingsrechtelijke firmament is de berichtenbox, die ik al eerder heb genoemd in mijn bericht over het voorstel tot wijziging van het handelsregisterbesluit. Deze berichtenbox is bestemd voor digitale gegevensuitwisseling tussen ondernemingen en overheidsinstanties.

Op e-overheid.nl wordt de berichtenbox als volgt beschreven:

De berichtenbox voor bedrijven is een beveiligd e-mailsysteem waarmee u, via Antwoord voor bedrijven, digitaal berichten kunt uitwisselen met Nederlandse overheidsinstanties (de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen). De berichtenbox is bedoeld voor ondernemers die gevestigd zijn in de Europese Economische Ruimte (EER) – dus ook in Nederland – en die hun diensten in Nederland willen aanbieden. U kunt de berichtenbox alleen gebruiken voor procedures die onder de Dienstenwet vallen.

Op 18 juli 2012 zijn er in de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie van de Eerste Kamer vragen over deze berichtenbox gesteld. De brief met vragen is hier te vinden. Kritiek is er onder meer op het voorschrift dat ondernemers uitsluitend via de berichtenbox dienen te communiceren.

De leden van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit ‘houdende wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 en het Financieel besluit handelsregister’. Zij hebben daar een aantal vragen over. Deze vragen betreffen voornamelijk de berichtenbox.

De berichtenbox is bedoeld voor communicatie van bedrijven naar overheden en vise versa. De berichtenbox is – anders dan in de nota van toelichting staat – te vinden op www.antwoordvoorbedrijven.nl/berichtenbox en niet via http://www.berichtenbox.antwoordvoorbedrijven.nl. Wat is de status en juridische onderbouwing van hetgeen via eerstgenoemde link te bereiken is? Daar staat namelijk dat de overheid berichten in behandeling moet nemen die via de berichtenbox worden verstuurd. Hoe verhoudt dit zich met de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer die uitgaat van het beginsel van nevenschikking? Waarom bieden de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer en de Wet elektronische handtekening niet voldoende zekerheid omtrent de betrouwbaarheid van de identiteit en authenticiteit van bedrijven die willen communiceren met de overheid? Waarom hoeven berichten die bedrijven niet via de berichtenbox sturen, niet in behandeling te worden genomen? Het kan toch niet zo zijn dat berichten, die betrekking hebben op de Dienstenwet maar niet via de berichtenbox worden verstuurd, niet in behandeling wordt genomen door de overheid? Kunnen overigens ook berichten via de berichtenbox worden verstuurd die geen betrekking hebben op de Dienstenwet? Hoe verhoudt de berichtenbox zich met het ondernemingsdossier dat onder uw verantwoordelijkheid wordt ontwikkeld?

In de toelichting op Artikel 1, onderdelen A en B, wordt gesteld: “Door de berichtenboxnaam in het handelsregister op te nemen gaat het niveau van betrouwbaarheid van de berichtgeving via de berichtenbox omhoog.” De procedure die daarna wordt toegelicht en die moet onderbouwen waarom de betrouwbaarheid omhoog gaat, roept nog vragen op bij deze leden. Gesteld wordt namelijk dat de juistheid van de opgave (welke opgave?) gecontroleerd wordt. Dit houdt volgens de toelichting in dat bij de opgave op enige manier gebruik gemaakt wordt van de berichtenbox, die ingeschreven moet worden. Dat kan door de opgave via de berichtenbox te doen, of door na de opgave (in persoon of per post) een bevestiging te sturen via de berichtenbox. De leden van de commissie begrijpen deze toelichting niet. De opgave kan kennelijk per post worden gedaan. Welke zekerheid omtrent de betrouwbaarheid ontleent de regering hieraan? Als een bericht eenmaal uit de berichtenbox is, moet het nog altijd in een veilige omgeving komen. Kan de regering duidelijker uitleggen waarom de betrouwbaarheid van de berichtgeving via de berichtenbox omhoog gaat? Wat nu beweerd wordt, vinden deze leden erg cryptisch en roept bij hen veel vragen op. De leden van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie zien met belangstelling – en bij voorkeur voor het einde van het zomerreces – uit naar uw antwoord, zodat uw reactie op 11 september in de commissievergadering besproken kan worden. Deze leden hebben begrepen dat u streeft naar inwerkingtreding van het ontwerpbesluit met ingang van 1 oktober 2012. Zij verzoeken u echter niet eerder tot vaststelling van het ontwerpbesluit over te gaan dan nadat de commissie (in september) de gelegenheid heeft gehad desgewenst op uw antwoord te reageren.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Ondernemersplein, handelsregister en KvK en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s