Lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten vallen buiten faillissement, op grond van een bepaling in de invoeringswet flex-bv

Lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten gaan buiten een faillissement vallen, aldus een bericht op Plein+, die zich weer baseert op het Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden. Onderstaand de passage waarop in dat artikel wordt gedoeld:

ARTIKEL 1.9
De Faillissementswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 21 wordt na onderdeel 6, onder vervanging van de punt aan het slot van het zesde onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
7°. een aanspraak op het tegoed van een lijfrentespaarrekening of op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor zover de ter zake ingelegde bedragen voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking konden worden genomen voor de bepaling van het belastbare inkomen uit werk en woning.
2. In artikel 295, vierde lid, onder c wordt «artikel 21, onder 1°, 3°, 5° en 6°» vervangen door: artikel 21, onder 1°, 3°, 5°, 6° en 7°.

Artikel 21 Faillissementswet is het artikel dat regelt wat er buiten het faillissement blijft.

Deze bepaling is geïntroduceerd in de tweede nota van wijziging, ontvangen 30 september 2011 en wordt daar als volgt toegelicht:

Door de aankondiging van de intrekking van het wetsvoorstel tot invoering van titel 7.13 BW (brief van 5 september 2011, Kamerstukken I 2010/11, 31 065 en 28 746, C), dreigt een aanpassing van de Faillissementswet en van de Wet inkomstenbelasting 2001 die daarin is opgenomen en die losstaat van de invoering van titel 7.13 te vervallen. Daarom worden die aanpassingen opgenomen in dit wetsvoorstel. De aanpassingen hebben betrekking op lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten die sinds 2008 fiscaal gefaciliteerd zijn (zie Stb. 2007, 577). Door de wijziging in de Faillissementswet worden lijfrentebankspaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten buiten faillissement gehouden en met de wijziging in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) wordt geregeld dat deze spaarrekeningen en beleggingsrechten ook in andere situaties niet vatbaar zijn voor beslag. Daarmee wordt het onderscheid tussen banksparen voor pensioenen en pensioenverzekeren op deze punten opgeheven. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar Kamerstukken II 2009/10, 32 426, nr. 3, blz. 27.

Een verband met de flexibilisering van het bv-recht lijkt er dus niet te zijn.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Flexibilisering bv-recht en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s