Nota van wijziging ingediend inzake wetsvoorstel tot wijziging van het enquêterecht in boek 2 BW

Op 3 februari is er een nota naar aanleiding van het verslag en op 8 februari 2012 is een nota van wijziging ingediend betrekking hebbend op het wetsvoorstel inzake wijziging van het enquêterecht (*). De wijzigingen in de laatstgenoemde nota hebben betrekking op het navolgende:

  • NV’s en BV’s met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen kunnen ervoor kiezen om de toegang tot het enquêterecht te verruimen Een vergelijkbare bepaling is opgenomen voor verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, zodat duidelijk is dat deze mogelijkheid zal gelden voor alle rechtspersonen genoemd in artikel 2:346 BW.
  • Aandeelhouders en certificaathouders van NV’s en BV’s met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen en een beursnotering toegang hebben tot het enquêterecht indien hun belang een waarde vertegenwoordigt van ten minste € 20 miljoen.
  • Een curator kan in geval van het faillissement van de rechtspersoon verzoeken om een enquête. In zo’n geval is het niet nodig dat de curator pas ontvankelijk is in zijn verzoek nadat hij zijn bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken heeft gemeld aan het bestuur en de raad van commissarissen.
  • Verduidelijkt is dat de Ondernemingskamer ook in het geval dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen, kan bepalen dat de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van tijdelijke bestuurder, commissarissen of beheerder van aandelen voor rekening van de rechtspersoon komen.
  • Duidelijker wordt verwoord dat de Ondernemingskamer geen onmiddellijke voorzieningen treft in het geval nog geen onderzoek is gelast, dan nadat voorlopig is geoordeeld dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen.
  • Verduidelijkt is dat niet alleen belanghebbenden, maar ook de verzoekers van de enquête zich tot de raadsheer-commissaris kunnen wenden voor aanwijzingen over de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.
  • Er is een bepaling opgenomen over de kosten van het onderzoek als nadien cassatie van de toewijzing van een enquêteverzoek plaats vindt. Betalingen voor redelijke werkzaamheden van de onderzoeker door de rechtspersoon worden geacht niet onverschuldigd te zijn.
  • De regeling dat de Stichting Autoriteit Financiële Markten («AFM») een afschrift krijgt van het onderzoeksverslag indien de betreffende rechtspersoon aan haar toezicht is onderworpen, geldt ook voor enquêteverzoeken die door de Ondernemingskamer is ontvangen voor het moment dat de in het wetsvoorstel voorziene aanpassingen in werking treden. Hetzelfde geldt voor de afschriften van beschikkingen in de tweede fase. Het overgangsrecht wordt in die zin aangepast.

(*) Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Enquêterecht en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s