Antwoord op kamervragen over intrekking van de wetsvoorstellen inzake de personenvennootschap

De kamervragen over het vennootschapsrecht, die hier te vinden zijn, zijn op 15 december 2011 door de minister beantwoord, zie hierna. De vindplaats op overheid.nl is hier.

Antwoorden op vragen van het lid Schouw (D66) over de staat van het vennootschapsrecht.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel “Ondernemingsrecht, ondernemers paaien” van Martin van Olffen, Gerard van Solinge en Marco Nieuwe Weme (hoogleraar ondernemingsrecht in Nijmegen, tevens notaris, advocaat, respectievelijk raadsheer in de Ondernemingskamer)?

Vraag 2

Heeft u kennisgenomen van het artikel “De staat van ons vennootschapsrecht” geschreven door Jaap Winter (hoogleraar ondernemingsrecht in Amsterdam en advocaat)?

Vraag 3

Heeft u kennisgenomen van de weblogs van Bastiaan Assink (hoogleraar ondernemingsrecht in Rotterdam en advocaat) over de voorgenomen intrekking van de wetsvoorstellen vaststelling titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Kamerstuk 28 746) en Invoering titel 7.13 Burgerlijk Wetboek (Kamerstuk 31 065)?

Antwoord op vraag 1, 2 en 3:

Ja. Ik realiseer me dat de aangekondigde intrekking van de wetsvoorstellen 28 746 en 31 065 voor sommigen onverwacht is gekomen. Ik constateer dat de staat van het vennootschapsrecht voorwerp van discussie is. Dat is ook goed. Zonder discussie is er geen vooruitgang. Daarom ben ik blij met constructieve bijdragen die het vennootschapsrecht vooruit kunnen brengen.

Vraag 4

Deelt u de opvatting van Van Olffen, Van Solinge en Nieuwe Weme dat de huidige wettelijke regeling voor de personenvennootschap, die dateert uit 1838 en die verspreid is over verschillende wetten, ondernemersonvriendelijk is, omdat zij dwingt tot lange en dure overeenkomsten met ingewikkelde bepalingen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit probleem aanpakken?

Vraag 5

Deelt u de opvatting van Van Olffen, Van Solinge en Nieuwe Weme dat de huidige wettelijke regeling voor de personenvennootschap onleesbaar en onbegrijpelijk is en dat zij zonder kennisneming van handboeken en oude rechtspraak niet kenbaar is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit probleem aanpakken?

Antwoord op vraag 4 en 5:

De huidige regeling van de maatschap is vervat in titel 9 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek. De vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap staan in titel 3 van het Wetboek van Koophandel. De wettelijke regelingen komen voort uit het Burgerlijk Wetboek respectievelijk het Wetboek van Koophandel van 1838. De regeling van de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap laat ruimte aan partijen om hun samenwerkingsverband naar believen vorm te geven. Dit behoeft niet duur te zijn. Zo is op http://www.kvk.nl/ondernemen/contracten-en-algemene-voorwaarden/modelcontract-cv-en-vof/ een modelcontract voor de VOF gratis te downloaden. Ik heb van VNO-NCW en MKB Nederland, die ondernemers vertegenwoordigen, niet de indruk gekregen dat de huidige regeling voor deze doelgroep onvriendelijk is.

Vraag 6

Deelt u de opvatting van Van Olffen, Van Solinge en Nieuwe Weme dat ondernemend Nederland als gevolg van de intrekking van de bovengenoemde wetsvoorstellen ermee verbonden voordelen moet ontberen, waaronder beperkingen in aansprakelijkheid, vereenvoudiging van wisseling van vennoten, vereenvoudiging van omzetting naar BV of NV en fiscale voordelen in de overdrachtsbelasting? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit probleem aanpakken?

Vraag 7

Bent u bereid de intrekking van de bovengenoemde wetsvoorstellen te heroverwegen?

Antwoord op vraag 6 en 7:

Ik heb geconstateerd dat er voor de wetsvoorstellen in hun huidige vorm onvoldoende draagvlak bestaat. Ook is er kritiek geuit op de wijze waarop de door de hoogleraren gesignaleerde voordelen in de wetsvoorstellen zijn uitgewerkt. Uit de reacties van VNO-NCW en MKB Nederland heb ik begrepen dat zij niet zodanige voordelen in de wetsvoorstellen zien dat daardoor de door hen gesignaleerde nadelen worden gecompenseerd. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de primaire doelstelling van de wetgeving – het faciliteren van ondernemers – in beide wetsvoorstellen onvoldoende tot zijn recht komt. De Ministerraad heeft op 28 oktober 2011 besloten om Hare Majesteit de Koningin te verzoeken om machtiging tot intrekking van de wetsvoorstellen. De machtiging is inmiddels verleend.

Vraag 8

Indien het antwoord op de vorige vraag nee is, bent u dan bereid om op de kortst mogelijke termijn een commissie in het leven te roepen, bestaande uit vertegenwoordigers van VNO-NCW/MKB Nederland alsmede uit deskundigen afkomstig uit de wetenschap en de notariële, advocatuurlijke en belastingadvies-praktijk, teneinde uiterlijk eind 2012 een breed gedragen voorontwerp voor een nieuwe regeling voor personenvennootschappen op te stellen?

Vraag 9

Indien u niet voornemens bent een dergelijke commissie in het leven te roepen, welke initiatieven gaat u dan ontplooien om de huidige wettelijke regeling voor de personenvennootschap te herzien?

Antwoord op vraag 8 en 9:

Voordat ik toekom aan de vraag op welke wijze een nieuwe regeling tot stand zou moeten worden gebracht, wil ik eerst weten tegen welke problemen de praktijk in de huidige regeling aanloopt, die nopen tot wetswijziging. Ook de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht kan van invloed zijn op de knelpunten die destijds aanleiding waren voor het wetsvoorstel. Ik heb begrepen dat de Commissie vennootschapsrecht voornemens is een inventarisatie te maken van de knelpunten in de huidige regeling. Ik ben graag bereid ook van anderen, zoals VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland, KNB en andere vertegenwoordigers van beroepsbeoefenaren, te vernemen wat de knelpunten uit de praktijk zijn. Afhankelijk van de aard van de gesignaleerde knelpunten, kan een breed samengestelde expertgroep een nuttig instrument zijn om bij te dragen aan de oplossing van deze knelpunten.

Vraag 10

Onderschrijft u de analyse van Jaap Winter dat het ondernemingsrecht steeds rommeliger, slordiger, minder consistent en voorspelbaar wordt? Zou u, voor zover u de door Winter gesignaleerde problemen onderkent, kunnen aangeven welke plannen u heeft om daaraan tegemoet te komen?

Antwoord:

Ik zie een consistente lijn, zoals door mijn ambtsvoorganger neergelegd in de Nota modernisering ondernemingsrecht (kamerstukken II, vergaderjaar 2003-2004, 29 752, nr. 2): “Het streven is een concurrerend ondernemingsrecht door een juridische infrastructuur die

I- flexibele rechtsvormen biedt die beantwoorden aan de behoeften van gebruikers, belanghebbenden en derden;

II- binnen die rechtsvormen een evenwichtige bevoegdheid- en verantwoordingsstructuur heeft;

III- tot betrouwbare financiële informatie en verantwoording prikkelt;

IV- misbruik tegengaat en waar nodig effectief toezicht kent;

V- snelle en efficiënte toegang tot de rechter verzekert.”

Daarbij vinden ook maatschappelijke en Europese ontwikkelingen in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek hun weerslag. Zoals ik in het wetgevingsoverleg over de invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht op 26 september 2011 heb aangekondigd, zullen in 2012 de voorbereidingen worden gestart voor de modernisering van het NV-recht en de aanpassing van de geschillenregeling.

Aanvulling 5 januari 2012:
In een brief van 15 december 2011 (html, pdf) gaat de minister van V&J ook in op de intrekking van het wetsvoorstellen inzake de personenvennootschap. Deze brief bevat echter weinig nieuws, anders dan dat hij in deze brief zegt dat hij de wetsvoorstellen door middel van de brief intrekt. Zie hierover ook de brief van 5 september 2011 (html), die ik al eerder heb gemeld.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: http://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: https://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Flexibilisering bv-recht, Geschillenregeling, Naamloze vennootschap, Personenvennootschap en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Antwoord op kamervragen over intrekking van de wetsvoorstellen inzake de personenvennootschap

  1. Zie ook de antwoorden op de kamervragen die op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-962.html zijn te vinden. Dit een antwoord van 19 december 2011 van de minister van V&J op vragen van het lid Schouw.

  2. Op de DagvandeBedrijfsjurist, 24 november jl, heb ik er in mijn lezing voor gepleit dat bedrijfsjuristen zich meer bezighouden met de kwaliteit en kwantiteit vande ondernemingsrechtelijke regels. Expliciet de wet personenvennootschappen genoemd en de oproep van Jaap Winter. Bedrijfsjuristen weten waar de (middelgrote en grote) ondernemers behoefte aan hebben, meer dan de advocaten/notarissen. Ik was verbaasd over de verontwaardigde column van VanWeme, Van Solinge en Van Olffen, die weinig respect toonde voor de echte praktijk: die van de gebruikers van de regeling. De lezing kan via mijn website worden gedownload.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s